null Beeld

'Antwerpen evacueren wordt een nachtmerrie.' Hoe goed is België voorbereid op een nucleaire ramp?

Nu IS-terroristen nucleaire toplui bespioneren en kernreactoren meer scheuren vertonen dan een uitgedroogde rivierbedding, dringt de vraag zich op: wat als er een kernramp gebeurt? Bij het crisiscentrum van Binnenlandse Zaken liggen de nucleaire noodplannen klaar. Maar werken ze wel? En wat met Antwerpen, de stad met een half miljoen inwoners die in de schaduw van een kerncentrale, maar buiten de nucleaire schuilzone ligt? ‘Met zijn haven en zijn oververzadigde ring is Antwerpen een logistieke nachtmerrie.’

'Het grootste risico is een aanslag met een vuile bom: in België vind je in alle ziekenhuizen radioactieve stoffen om die te maken'

Bij de Algemene Pharmaceutische Bond, de beroepsfederatie van zelfstandige apotheken, beleven ze een déjà vu. Sinds de aanslagen van 22 maart stromen de meldingen binnen dat steeds meer mensen bij hun apotheker aankloppen voor jodiumtabletten. Kaliumjodide, onder chemici en quizzers bekend als KI, is geen gewoon geneesmiddel. De molecule dankt haar faam aan de Koude Oorlog. Bij preventieve inname belet ze dat zich kankerverwekkend radioactief jodium 131 opstapelt in de schildklier. Het is één van de weinige maatregelen die de burger kan nemen om zich te beschermen tegen de gevolgen van een kernaanval of een nucleair ongeval.

‘Na de ramp in Fukushima in 2011 hebben we dezelfde paniek meegemaakt,’ zegt APB-woordvoerder Koen Straetmans, zelf apotheker. ‘We hebben onze leden toen geadviseerd geen jodium te verstrekken. Wie binnen een straal van 20 kilometer rond een kerncentrale of nucleaire site woont, kan te allen tijde gratis een dosis jodiumtabletten voor het hele gezin afhalen. Apotheken buiten die straal van 20 kilometer hebben geen tabletten in huis, maar ze zijn wettelijk verplicht 500 gram poeder te stockeren om in geval van nood jodiumbereidingen te kunnen maken. Maar eigen bereidingen zijn minder gemakkelijk te doseren en ook minder lang houdbaar. Preventief jodium slikken is ook geen goed idee, want het heeft ernstige neveneffecten. Innemen mag alleen bij een echte ramp, en alleen wanneer de overheid daartoe oproept in het kader van het nucleair noodplan.’

Enkele maanden geleden was er veel ongerustheid over onze haperende oude kerncentrales, die her en der scheurtjes vertonen. Sinds 22 maart is er ook de groeiende vrees voor terrorisme. Dreigingsniveau 3 blijft onverkort van kracht: een nieuwe aanslag is niet alleen waarschijnlijk, maar zou ook een nucleair karakter kunnen hebben. Binnen- en buitenlandse media berichten over de ongezonde belangstelling van Islamitische Staat voor het Belgische kerncentralepark. In februari raakte al bekend dat Belgische speurders bij een huiszoeking in de nasleep van de aanslagen in Parijs een intrigerende videofilm hebben gevonden. Tien uur beeldmateriaal, gedraaid met een verborgen camera gericht op de privéwoning van een topman van het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) in Mol. De opname kwam boven water in het appartement van terreurverdachte Mohamed Bakkali, een huisvriend van Salah Abdeslam en Bilal Hadfi die kort na de aanslagen in Parijs werd opgepakt.

Over de bedoelingen van de spionage wordt druk gespeculeerd. Onze bron dicht bij het onderzoek van het federale parket gewaagde van een horrorscenario. De terroristen hoopten om via een tigerkidnapping aan voldoende plutonium te raken om het Albertkanaal, de belangrijkste bron van drinkwater in Vlaanderen, te besmetten en voor jaren onbruikbaar te maken voor menselijke consumptie.

Professor Tom Sauer, specialist internationale veiligheid en nucleaire wapenbeheersing aan de Universiteit Antwerpen, heeft net een memorabel werkbezoek aan Washington D.C. achter de rug. In de Amerikaanse hoofdstad vond eind maart de Nuclear Security Summit plaats, een tweejaarlijkse hoogmis waar staatshoofden en experten zich over nucleaire dreigingen buigen. ‘België was the talk of the town,’ zegt hij.

Tom Sauer «Ons land werd spontaan gelinkt met terrorisme. Logisch, vlak na de aanslagen van 22 maart, en in de wetenschap dat we één van de hofleveranciers van Syriëstrijders zijn. Maar België kwam ook nadrukkelijk in beeld als een land dat kwetsbaar is voor nucleair terrorisme. Gezaghebbende kranten zoals The New York Times en The Wall Street Journal hebben er lange artikels aan gewijd. Daarin ging het niet alleen over de SCK-spionagevideo, ze rakelden ook eerdere incidenten op, zoals de sabotage van de stoomturbine van Doel 4 in augustus 2014.»

undefined

null Beeld

HUMO Ging het bij Doel 4 dan om terrorisme?

Sauer «Anderhalf jaar later weten we nog altijd niet wie de daders zijn, want het federaal parket rept met geen woord over het onderzoek. Maar de toenmalige OCAD-topman André Vandoren heeft kort na de sabotage zelf in een televisie-interview gewag gemaakt van een terreurpiste. Ook veel internationale experts gaan uit van terrorisme. Vandaar ook de ophef toen onlangs aan het licht kwam dat één van de Belgische Syriëstrijders tot in 2012 voor een onderaannemer in Doel heeft gewerkt, ook in het reactorgebouw. Misschien was hij toen nog niet geradicaliseerd, maar het blijft een verontrustende vaststelling die wijst op een gebrekkige veiligheidscultuur.»

HUMO Waar maakt u zich de meeste zorgen over?

Sauer «Sabotage van binnenuit, zoals in Doel 4. Ook cybercriminaliteit is een hot issue. De Amerikanen en Israëli’s zijn er met hun Stuxnet-virus in geslaagd de centrifuges van het Iraanse atoomprogramma te laten doldraaien. Wat als terroristen straks een soortgelijk virus in één van onze kerncentrales binnensmokkelen? Maar ik wil geen paniek zaaien. Onze kerncentrales zijn wellicht nog het best beveiligd, maar sites zoals in Mol en in Dessel lijken me kwetsbaarder. Het zal wel geen toeval zijn dat IS uitgerekend de topman van het SCK viseerde.

»Het grootste risico is een aanslag met een vuile bom. Er zijn wereldwijd nog geen precedenten, maar er wordt steeds meer voor gevreesd. Een vuile bom is relatief makkelijk te maken: je hebt geen splijtstof nodig, maar radiologisch materiaal. In plaats van spijkers voeg je aan een conventioneel bompakket producten toe zoals radioactief cesium, iridium of kobalt. Dat zijn geen zeldzame stoffen: ze worden gebruikt voor industriële toepassingen en wetenschappelijk onderzoek, en je vindt ze in alle ziekenhuizen. Zeker in België, dat een belangrijke producent van medische isotopen is, radioactieve stoffen voor de behandeling van ziekten. Het Nuclear Threat Initiative, een Amerikaanse non-profitorganisatie, heeft het algemene veiligheidsniveau van de Belgische kerninstallaties eind vorig jaar als goed omschreven. In het rapport werd echter een belangrijk voorbehoud gemaakt: we zijn kwetsbaar voor cybercriminaliteit en de vele transporten van nucleair materiaal op de Belgische wegen houden een groot risico in.»

HUMO Welke impact kan zo’n vuile bom hebben?

Sauer «Daarover bestaat discussie. Sommigen zien een vuile bom vooral als een psychologisch wapen. Het is niet zozeer de rechtstreekse impact die de maatschappij ontwricht, wel de massale paniek die er onvermijdelijk op volgt. Lokaal zal er hoe dan ook een serieus probleem ontstaan, met een zone die voor weken of zelfs maanden onleefbaar wordt.»


Weg tegen de wind

Bij de geringste nucleaire calamiteit moet het crisiscentrum van de FOD Binnenlandse Zaken in actie schieten. De dienst stelt de nationale noodplannen op, met de richtlijnen die provinciale en gemeentelijke overheden in regionale en lokale noodplannen vertalen. Het crisiscentrum organiseert ook rampenoefeningen, doet aan voorlichting en verricht wetenschappelijk onderzoek over risicoanalyse en crisisbeheer. Het crisiscentrum is de plek waar de telefoons roodgloeiend staan wanneer zich ergens in ons land een ramp van enige omvang voordoet.

Voor de nucleaire sites, de kerncentrales van Doel en Tihange, het SCK in Mol, NIRAS-Belgoprocess in Dessel, dat het nucleaire afval beheert, en isotopenproducent IRE in Fleurus zijn permanente nood- en interventieplannen wettelijk verplicht. Het federale crisiscentrum werkt die uit, net zoals de noodplannen voor de Belgische gemeenten in de buurt van de kerncentrales in het Franse Chooz en het Nederlandse Borssele. Centraal in die nucleaire noodplannen staan de perimeters. Voor de kerncentrales en de nucleaire sites in Mol en Dessel geldt een noodplanningszone van 10 kilometer. Bij een nucleair lek worden de inwoners opgeroepen te schuilen en zich via alle beschikbare media over verdere instructies te informeren. Binnen die straal geldt een kleinere perimeter van 5 kilometer, de zogenaamde evacuatiezone. Of er daadwerkelijk wordt geëvacueerd, en waarheen, zal het crisiscentrum op het moment zelf beslissen, na advies van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) en in functie van omstandigheden zoals de windrichting. De perimeter is geen vrijblijvend gegeven: autoriteiten en hulpdiensten moeten te allen tijde klaarstaan om tot een volledige evacuatie over te gaan. Er is ook een ‘reflexzone’ van 3,5 kilometer, waarbinnen de provinciegouverneur, in afwachting van instructies uit Brussel, bewarende maatregelen mag nemen, zoals de bevolking alarmeren en oproepen om te schuilen. Al die concentrische cirkels passen in de ruimere perimeter van 20 kilometer voor preventieve jodiumverstrekking, behalve voor het IRE in Fleurus, waar een zone van 10 kilometer voldoende wordt geacht.

HUMO Wat gebeurt er concreet als zich een nucleair incident voordoet?

Benoît Ramacker (woordvoerder crisiscentrum) «Dat hangt af van de aanmelding door de exploitant. Niveau 1 is een beperkt incident zonder risico op radioactieve lozing buiten de site. Niveau 2 betekent een klein risico, niveau 3 een groter risico. Vanaf niveau 2 kunnen er maatregelen worden genomen ter beveiliging van de landbouw en de voedselketen, en bij een niveau 3 ook ter bescherming van de volksgezondheid. Ten slotte is er een ‘niveau reflex’-melding: dan moeten er onmiddellijke tegenmaatregelen worden getroffen.

»Het nationaal nucleair noodplan werd nog maar één keer afgekondigd: na een uiterst klein lek in Fleurus in 2008. Dat was niet na een melding van de exploitant, maar op basis van eigen metingen die enkele grasstalen met licht verhoogde waarden aan het licht hadden gebracht. Het ging om een erg lichte besmetting, maar toch hebben we de omwonenden in een zone van 5 kilometer gevraagd tijdelijk geen tuingroenten te consumeren.»

HUMO Waarom gebruiken jullie niet de veel bekendere INES-schaal van het Internationaal Atoomagentschap, die van 1 tot 7 gaat?

Ramacker «INES is bij preventieve noodplanning niet bruikbaar. Het is een instrument om nucleaire incidenten achteraf in te schatten.»

undefined

null Beeld


Bergen besmette aarde

Stralingsdeskundige en emeritus professor Gilbert Eggermont verwijst wel naar de INES-schaal. Die gaat van 1 tot 7, waarbij 7 geldt voor rampen als Tsjernobyl en Fukushima. ‘De nucleaire noodplanning in ons land gaat uit van veel te optimistische scenario’s. Een INES 7 wordt hier ondenkbaar geacht. Het ergste dat men zich bij ons kan inbeelden is een kernongeval zoals in de kerncentrale van Three Mile Island in Harrisburg, Pennsylvania, in 1979. Dat was een INES 5-incident met een gedeeltelijke kernsmelting en een beperkte lozing in de atmosfeer.’

Gilbert Eggermont doorliep een carrière als onderzoeker en directielid bij het SCK, doceerde aan binnen- en buitenlandse universiteiten en heeft decennialang in alle mogelijke adviescommissies voor nucleaire veiligheid gezeten. Hij was ook de voorzitter van de werkgroep die van de Hoge Gezondheidsraad een kritische doorlichting van de nucleaire noodplanning moest maken. ‘Rampenplanning in het post-Fukushimatijdperk’ luidt de titel van het advies van de raad dat begin maart werd voorgesteld, een lijvig rapport met striemende kritiek.

Gilbert Eggermont «Het advies is dan ook uit frustratie geboren. De kernramp van Fukushima is al vijf jaar geleden, maar de Belgische overheden hebben er nog altijd geen lessen uit getrokken. Niet dat ik daarvan opkijk, het is bijna een traditie. Na het ongeluk in Harrisburg heeft het jaren geduurd vóór hier aan een systematische noodplanning werd gedacht. Zelfs de veel ernstiger ramp in Tsjernobyl in 1986 bracht geen schot in de zaak. Er werd ook jaren getalmd met de preventieve distributie van jodium. Het veranderde pas toen cijfers bekend raakten over het aantal gevallen van schildklierkanker bij kinderen. In Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne zijn er zevenduizend geregistreerd. In Polen, waar ze preventief stabiel jodium hadden verdeeld, was er geen enkel geval.»

undefined

'Internationale experts gaan ervan uit dat in 2014 terroristen Doel 4 hebben platgelegd'

HUMO Fukushima werd door een verwoestende tsunami veroorzaakt, Tsjernobyl door een reeks menselijke blunders die alleen mogelijk lijken in een starre Sovjetbureaucratie. Waarom moeten we die rampen als maatstaf nemen?

Eggermont «Omdat er andere risico’s met zware gevolgen kunnen spelen. In een ernstige kwetsbaarheidsanalyse moet je ook rekening houden met nieuwe dreigingen, zoals terrorisme of de verouderde staat van het Belgische kerncentralepark. Ik moet met lede ogen vaststellen dat de regering op een drafje besloten heeft de levensduur van de oudste en minst veilige kerncentrales te verlengen. Dan moet ze ook consequent zijn en noodplannen opstellen die op de ergste scenario’s anticiperen. De kans op een zware ramp mag dan erg klein zijn, ze is niet onbestaand. Het kan ook bij ons gebeuren en de gevolgen kunnen alleszins veel zwaarder zijn dan in de huidige noodplannen wordt voorzien.»

undefined

null Beeld

HUMO Wat moet er veranderen?

Eggermont «De perimeters moeten ruimer worden: 20 kilometer voor evacuatie, 100 kilometer voor preventieve jodiumdistributie. En zelfs dat is eigenlijk nog te weinig. In Fukushima werd een zone van 30 kilometer ontruimd, maar er werden ernstige besmettingen tot op 80 kilometer van de centrale vastgesteld.

»We moeten ook meer nadenken over de langetermijngevolgen. De ontruimde zone rond Tsjernobyl is na dertig jaar nog altijd onbewoonbaar. In Fukushima hebben ze met man en macht gewerkt om daken te ontsmetten en tuinen af te graven. Toch aarzelen de meeste mensen om naar hun dorpen terug te keren. Je tuin mag dan ontsmet zijn, je wil ook dat je kinderen veilig in het bos achter het huis kunnen spelen. Ook die psychologische effecten moeten in de noodplanning worden meegenomen, net zoals de problematiek van het radioactieve afval. In Fukushima weten ze geen blijf met de bergen besmette aarde.»

HUMO Een evacuatiezone van 20 kilometer rond Doel omvat ook Antwerpen met zijn 500.000 inwoners. Daar is toch geen beginnen aan?

Eggermont «De inplanting van Doel is was ze is. Waarom denk je dat Doel wereldwijd als case bekendstaat? Geen enkele kerncentrale ligt in zo’n dichtbevolkt gebied: meer dan een miljoen mensen in een straal van dertig kilometer. Makkelijk zal het niet worden om daarvoor noodplannen op te stellen, want er is niet alleen de bevolkingsdichtheid: Antwerpen is met zijn haven en zijn oververzadigde ring een logistieke nachtmerrie. Evacueren moet bovendien tegen de windrichting in. Het waait meestal vanuit het zuidwesten, en al die Antwerpenaars moeten zo snel mogelijk aan de andere kant van de Schelde worden gebracht. Lastig, maar dat is geen excuus om er niet over na te denken. Ik bén dat al gaan vertellen in de Antwerpse gemeenteraad: na Harrisburg én na Tsjernobyl. Ik wil het gerust nog een keer gaan vertellen. Tenslotte zijn het Antwerpse stadsbestuur en vooral de partij van de burgemeester verantwoordelijk voor de levensduurverlenging van Doel 1 en Doel 2. Dan moeten ze ook maar verantwoordelijkheid durven te nemen voor het geheel van de nucleaire veiligheid, inclusief de mogelijke gevolgen van een zwaar ongeval.»

undefined

'De terroristen hoopten aan voldoende plutonium te raken om het Albertkanaal, Vlaanderens belangrijkste bron van drinkwater, te besmetten'


Leven met den atoom

De laatste grote nucleaire rampenoefening dateert van oktober 2015. De scenaristen van het crisiscentrum hadden een dubbel incident uit hun mouw geschud. Een nucleair ongeluk bij het SCK in Mol, en een gekantelde vrachtwagen met gevaarlijke lading bij Belgoprocess in Dessel. Voor de tweedaagse oefening werden negentig studenten als figuranten opgetrommeld. Bedoeling was de evacuatieprocedure te testen en na te gaan hoe vlot de communicatie tussen Brussel en de verschillende hulpdiensten verliep. De Molse burgemeester Paul Rotthier (CD&V) mocht net als zijn Desselse collega zichzelf spelen in dit drama.

Paul Rotthier «Geen hoofdrol, want als burgemeester heb je bij nucleaire oefeningen een uitvoerende functie. Alles wordt door het crisiscentrum in Brussel gedicteerd. Wij moeten bijvoorbeeld de kruispunten afzetten binnen de perimeter, en als het crisiscentrum maatregelen voor de landbouw oplegt, moeten wij nagaan welke boeren binnen het getroffen gebied vallen. En uiteraard is het onze verantwoordelijkheid dat onze politiemensen met stralingsmeters en jodiumtabletten uitrukken.»

HUMO De inwoners van Mol en Dessel, die in de evacuatiezone wonen, werden niet bij de oefening betrokken. Moeten zij zich niet voorbereiden op een ramp?

Rotthier «Oefeningen dienen vooral om de samenwerking tussen de verschillende beleidsniveaus en de hulpdiensten te stroomlijnen. Maar onze inwoners kennen de basisregels: blijf binnen, laat de kinderen op school, luister naar de radio. Dat is er intussen wel ingehamerd. Mol is trouwens één van de pilootgemeenten van Be-Alert, een nieuw waarschuwingssysteem van het crisiscentrum. Iedereen die in de telefoongids staat wordt automatisch gewaarschuwd, maar we hebben onze inwoners opgeroepen om ook gsm-nummers en mailadressen te registreren.»

HUMO Zijn uw inwoners niet bang voor een nucleair ongeval?

Rotthier «Nee. Den atoom is hier een vanzelfsprekend gegeven. Om de drie maanden worden de sirenes getest, dat hoort hier gewoon bij het leven.»


Een lastige opdracht

Marc Van de Vijver (CD&V) mag als burgemeester van Beveren opcentiemen en drijfkrachtbelasting uit de kerncentrale van Doel innen. Veel verder reikt zijn invloed niet in de grootste stroomfabriek van Electrabel. Een derde van zijn inwoners woont binnen de evacuatiezone, en die hebben daardoor geen slaapproblemen. ‘De mensen hebben er vertrouwen in, de centrale is goed beveiligd. Ik erger me aan tegenstanders van kernenergie die nu angst zaaien om hun grote gelijk te krijgen.’ In zijn tien jaar als burgemeester heeft hij één evacuatieoefening met burgers meegemaakt.

Marc Van de Vijver «Een jaar of zes geleden hebben we de lagere school van Kallo geëvacueerd: de kinderen werden met bussen naar het provinciaal domein Puyenbroeck in Wachtebeke gebracht. Brussel gaf de instructies, ik stond met de gouverneur in voor de praktische uitvoering. Alles verliep vlot, maar het blijft een oefening. Als het ooit werkelijkheid wordt, zal er wel meer paniek zijn. Of we daarmee op een Fukushima-scenario zijn voorbereid? Nee, maar de kans op zo’n ramp lijkt me nagenoeg onbestaand.»

Hopelijk moet Bart Bruelemans, rampencoördinator van de stad Antwerpen, nooit kiezen tussen een evacuatie naar het provinciaal domein Puyenbroeck, in Oost-Vlaanderen, of naar campus Vesta in Ranst, het opleidingscentrum voor brandweer en politie dat de provincie Antwerpen als opvangplaats voor evacués heeft aangewezen. Veel zal afhangen van de windrichting, maar voor geen van beide opties ligt een draaiboek klaar. De grootste stadsagglomeratie van Vlaanderen valt nagenoeg volledig buiten de schuilzone rond Doel. ‘Maar dat betekent niet dat we er nog nooit over nagedacht hebben,’ zegt Bruelemans.

Bart Bruelemans «In de algemene nood- en interventieplannen staan richtlijnen en procedures voor evacuatie. We hebben trouwens ervaring met grootschalige operaties. In 2004 is er in de haven een tankwagen met giftig broom gekanteld, en toen hebben we drieduizend mensen geëvacueerd. Ook van de Switel-brand hebben we veel geleerd.»

HUMO Dat is allemaal klein bier in vergelijking met de evacuatie van een stad met 500.000 inwoners.

Bruelemans «Klopt, maar ik zie eerlijk gezegd niet goed hoe je zo’n operatie in een plan kunt vatten. Zelf geloof ik meer in een flexibel concept. Een goed noodplan bevat de bouwstenen die je tijdens een crisis in de juiste volgorde legt. Duizend mensen evacueren is een lastige opdracht. Je kunt beter een evacuatie voorbereiden in blokken van honderd personen, en die operatie dan tien keer herhalen.»

undefined

null Beeld


Een kleine ramp

Zou burgemeester Van de Vijver aan Greenpeace hebben gedacht? Tegenstanders van kernenergie die paniek zaaien over de veiligheid van onze centrales? Eloi Glorieux, energiespecialist bij Greenpeace, is een gezworen tegenstander van kernenergie.

Eloi Glorieux «De risico’s werden altijd schromelijk onderschat. Om politieke redenen: de mensen mochten vooral niet gaan twijfelen aan de zin of noodzaak van kerncentrales. Daar zijn nochtans goede redenen voor. Een ramp zoals Fukushima in Doel betekent dat je anderhalf miljoen mensen moet evacueren. Probeer je maar even de taferelen in de Kennedytunnel in te beelden. Japanners hebben de reputatie gedisciplineerd en gezagsgetrouw te zijn. Maar geldt dat ook voor Antwerpenaren? Onze nucleaire noodplannen zijn geplafonneerd op een INES 5-ramp, waarbij men gemakshalve uitgaat van een eenmalige of kortstondige lozing. Onverantwoord: in Tsjernobyl en Fukushima heeft het lekken tien dagen geduurd. Dat heeft een grote impact, ook op het verloop van de evacuatie.»

undefined

'We hebben de nucleaire noodplannen laten doorlichten door de Franse stralingsexpert David Boilley: hij was geschokt door wat hij ontdekte'

HUMO Hebben de noodplannen en rampenoefeningen dan geen zin?

Glorieux «Ze schieten hopeloos tekort. Vorig jaar hebben we de nucleaire noodplannen laten doorlichten door de Franse stralingsexpert David Boilley, een autoriteit inzake Fukushima. Hij was geschokt door wat hij ontdekte. Het provinciaal noodplan van Antwerpen vermeldde vier opvangplaatsen voor geëvacueerden: Het Fort van Borsbeek, de Oude Slachthuizen, de kazerne van de civiele bescherming in Brasschaat en het Sportpaleis. De eerste twee zijn ruïnes, en ze liggen alle vier op minder dan 20 kilometer van de kerncentrale. We zijn met Boilley naar de subcommissie nucleaire veiligheid van de Kamer getrokken. Met resultaat: nu hebben ze voor campus Vesta in Ranst gekozen, toch al iets meer dan 30 kilometer van Doel. Zelfs binnen de huidige schuil- en evacuatiezones is de paraatheid twijfelachtig. We hebben zelf de test gedaan bij scholen en kinderdagverblijven. Of ze wisten wat hen bij een ramp in Doel te doen stond? Dan viel er aan de andere kant van de lijn een stilte. Jaja, die plannen. Ze moeten hier ergens liggen, maar waar? En of we later konden terugbellen, want dan kwam die ene collega die het misschien wel wist, terug uit vakantie.»

De aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad liggen intussen bij het federaal crisiscentrum op tafel. Een werkgroep sleutelt er aan een nieuw KB ‘ter vaststelling van het nucleair en radiologisch noodplan voor het Belgisch grondgebied’. Of daarin ook de uitbreiding van de evacuatiezone tot 20 kilometer wordt opgenomen? Woordvoerder Benoît Ramacker laat niet in zijn kaarten kijken: ‘Dat is een beslissing voor de politiek.’ Een makkelijke beslissing wordt het niet, want als Antwerpen binnen de evacuatiezone valt, zullen er allicht vragen rijzen over de verzekerbaarheid van onze kerncentrales. Het nieuwe KB was eerst voor eind 2015 beloofd, minister van Binnenlandse Zaken Jambon (N-VA) mikt nu op eind 2016. De Antwerpse gouverneur Cathy Berx kijkt er alvast naar uit. Ze liet vorige week haar ongeduld blijken na alweer een technisch probleem, deze keer in het nucleaire gedeelte van Doel 1. Wordt vervolgd.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234