null Beeld

Aphex Twin: ABC van een manische mafkees

Aphex Twin: geniale gek, manische mafkees, lyrische lolbroek, immer lichtjaren vooruit op de elektronische concurrentie. Of was het: pathologische prutser, nostalgische nijveraar, uitgeblust uilskuiken, teert al jaren op z'n creatieve flow uit de nineties? Hoe dan ook: naar aanleiding van zijn nieuwe plaat 'Syro' serveert Humo deze week een EHBO, ofte Eerste Hulp Bij een Ontdekkingstocht langs z'n fabuleuze oeuvre. James, drie outtakes, snel!

Alias

Richard D. James «Het frustreert me vaak dat ik maar één mens tegelijk kan zijn: ik heb verdomme veel te veel te doen!»

De werklust van James is legendarisch en onovertroffen. Aan het begin van z’n carrière – we schrijven de vroege jaren negentig – bedient hij zich van een pak pseudoniemen om zijn creatieve flow wereldkundig te kunnen maken.

Z’n eerste plaat komt in 1991 uit op Rephlex, een label dat hij samen met een vriend opricht, en wel onder de naam Bradley Strider: een geolied technopompje op volle toeren. Verder bediende hij zich nog van de namen Aphex Twin (twee voor de prijs van één!), The Dice Man (naar de roman van Luke Rhinehart), Polygon Window (z’n eerste plaat op Warp), GAK, Power-Pill (check op YouTube eens ‘Pac-Man’) en The Tuss.

Analogue Bubblebath

Het officiële Aphex Twin-debuut, op het Engelse label Mighty Force. Criticus Simon Reynolds, die James in de beginjaren herhaaldelijk interviewde voor Melody Maker, ontwaarde er ‘een nieuwe, meer softcore richting in de techno’ in: ‘meditatief, vernuftig melodieus en met ambienttoetsen.’

James «Ik was dolgelukkig dat ik die tracks kon maken en op tape kon zetten zodat mijn maten ze in de auto konden beluisteren, maar ze bléven maar zeuren dat ik ze ook op vinyl moest uitbrengen.»

‘t Is een rode draad die door alle interviews loopt die James door de jaren zal geven: scheppen is belangrijker dan uitbrengen – het creatieve proces zorgt voor de ultieme kick. Aan de overkant van het Kanaal, in de fiere stede Gent, valt iemand – laten we ’m Renaat Vandepapeliere noemen, labelbaas van het gevierde technolabel R&S Records – bijna van zijn stoel als hij de eerste twelve inches van ene Aphex Twin door de speakers jaagt.

Renaat Vandepapeliere «‘Analogue Bubblebath’ kwam aan als white label, er stond alleen een telefoonnummer op – zo ging dat in de jaren voor het internet. Ik legde het op en wist: ‘This guy is the fucking future.’ Het was totaal anders dan de rest dat in die tijd uitkwam op R&S: Derrick May, Joey Beltram, CJ Bolland – goeie shit, maar anders. Maar ik heb geen seconde getwijfeld: ik moest en zou die platen uitbrengen. Het is ontzettend moeilijk om je dat vandaag voor te stellen, maar die dingen waren zo out of the box, zo out there dat mensen me echt voor gek versleten. Zelfs mijn eigen artiesten op R&S vroegen me: ‘Renaat, wat doe je nu?!’ Waarop ik: Horen jullie dat nu niet? ’t Is verdomme de max!’ (lacht)

»Ik nodigde Richard uit bij ons in Gent, en daar stond hij dan: een hele lieve, schuchtere gast met twee dozen vol cassettes onder zijn armen – geen DAT-tapes hè, maar muziekcassettes. En wat erop stond was... onvoorstelbaar. Die gast was achttien, maar muzikaal kwam hij van een andere planeet. We hebben ‘Selected Ambient Works 85-92’ samengesteld, en hij is teruggegaan naar Engeland – de rest is geschiedenis. Nu ja, ik overdrijf: in het eerste jaar heb ik van die plaat bij wijze van spreken vijftig exemplaren verkocht. Maar toen de bal eenmaal aan het rollen ging, was er geen stoppen meer aan.»

Archief

Volgens een mythe die James zelf met graagte voedt, heeft hij meer dan duizend tracks in portefeuille, genoeg voor tientallen platen. Z’n nieuwe, ‘Syro’, is een compilatie van tracks die hij de voorbije jaren maakte, maar hij werkt wel degelijk aan nieuw materiaal, zo bevestigde de Gentse muziekprofessor, instrumentenbouwer en pijproker Godfried-Willem Raes eerder dit jaar aan Humo. Raes maakte voor James een robotsnaredrum, op diens minutieuze aanwijzingen.

Godfried-Willem Raes «Richard stuurde me de afgelopen maanden regelmatig stukjes van nieuwe nummers om me een idee te geven van waar hij naartoe wil. Helaas voor u ga ik die niet delen: ik geloof niet dat hij het zou appreciëren als ik onze privécorrespondentie openbaar zou maken.»

Broer

In 1968 werd Richard James, het eerste kind van Lorna en Derek James, dood geboren. Toen Lorna in augustus 1971 opnieuw beviel, kreeg haar zoon de naam van zijn overleden broertje, met een initiaal als bonus: Richard D. James. Die laatste praat openlijk over de broer die hij nooit heeft gekend, en zet doodleuk een foto van diens graf op de hoes van zijn ‘Boy/Girl EP’.

Copyrights

James verdient in de jaren negentig een klein fortuin door z’n muziek uit te lenen aan reclameboodschappen van onder anderen Pirelli, Compaq en Bank of America. Verder loopt hij niet hoog op met copyrights, zo vertelt Warp-labelbaas Steve Beckett aan Oor: ‘Richard zei dat van zodra hij zijn contract met ons heeft vervuld, hij al zijn nieuwe werk vrij van copyrights op het internet zwiert. Voor ons zou dat een ramp zijn, want wie wil in godsnaam nog de nieuwe Autechre of Squarepusher kopen als je driehonderd platen van Aphex Twin gratis en voor niks van het net kunt plukken?’ Al loopt het zo’n vaart niet: James onderhandelt een paar jaar geleden netjes een nieuw contract met Warp én brengt z’n plaat ‘Syro’ bij hen uit.

Come to Daddy

James’ meest angstaanjagende track (beats als van een hondsdol Duracellkonijn, synths met distortion en een gruwelijk overstuurde stem die ‘I want your soul / I will eat your soul’ gromt) krijgt van regisseur en horrorfanaat Chris Cunningham een perfecte clip aangemeten. Bekijk op YouTube de scène waarin een monsterachtige verschijning een oud besje vol in het gezicht brult (terwijl een langgerekte gil weerklinkt) eens als u alleen thuis bent, met alle lichten gedoofd, en u zult blij zijn dat ze voorbij is. Commentaar van Cunningham: ‘Meen je dat nu? Bij die scène schiet ík altijd in de lach! Geloof me: als je dat mens haar gezicht tijdens de opname had gezien, dan kwam je ook niet meer bij.’

Deejay

In 1994 wordt James gevraagd om te komen deejayen in Disobey, een Londense club waar hij om de hoek woont.

James «Toen ze mij vroegen, dacht ik: ‘Plaatjes opleggen: hoe saai is dat?’»

James legt daarop een vel grof schuurpapier op z’n draaitafel en laat de naald erover gaan; vervolgens stopt hij een microfoon in een keukenrobot en zet ’m aan. Hoogstens interessant voor de aanwezigen, maar tevens stuff legends are made of.

Drukqs

Dubbelaar uit 2001 waarvan de titel met veel goeie wil (en een snuif Boliviaans marspoeder dan wel wiet van eigen kweek, louter ter aanmoediging) kan uiteenvallen in ‘druk’ en ‘q’s’ en dus uitgesproken kan worden als – tadaa! – ‘drug use’. Feit is dat James in zijn vroege publieke jaren graag koketteert met z’n consumptie van lsd én de betere rookwaren.

James «Ik ben altijd stoned. Ik hou ervan omdat het schakelaars in m’n hoofd omzet. ’t Is heerlijk om in een trip te zitten als je naar muziek luistert, want alleen dan kan ik m’n eigen muzikantenblik loslaten – dan zit ik me tenminste niet af te vragen hoe dat nummer gemaakt is, of welk studiomateriaal er gebruikt werd.»

Geheim

Vandepapeliere «Zijn geheim? Dat hij al z’n materiaal zélf heeft gebouwd: de enige echte reden waarom hij totaal anders klonk dan al de rest.»

James «Op mijn twaalfde kocht ik mijn eerste synthesizer, een echt stuk rommel: ik smeet ’m open en begon eraan te morrelen. Toen kreeg ik de smaak goed te pakken: ik vijsde alles open en probeerde van alles uit. Als je dezelfde keyboards als iedereen gebruikt, zul je automatisch hetzelfde klinken – waarom zou je er dan nog aan beginnen?»

Invloeden

Geen. Qué?

James «De meeste mensen raken verslingerd aan muziek en besluiten dan dat ze zelf ook iets willen maken, maar ik begon éérst zelf geluid te produceren om pas dan in andermans muziek geïnteresseerd te raken. Trouwens: ik luisterde ook niet eens naar mijn eigen stuff – ik maakte het gewoon.»

Als kind stak James allerhande rommel tussen de snaren van z’n pianootje zonder dat hij ooit van de prepared piano van John Cage gehoord had. Toen hij zijn eigen elektronicatracks begon te maken, kwamen die als het ware out of the blue.

James «Ik ben een muzikale laatbloeier: ik had pas door dat house en techno bestonden toen er al een jaar van die platen uitkwamen. En ze hebben me al helemaal niet beïnvloed, want waar ik woonde, kon je ze niet krijgen.»

Onthoud: begin jaren negentig was het internet weinig meer dan een speelveld voor nerds en hackers – géén YouTube, géén Google, géén iTunes, géén Beatport, nada.

James (in 1993) «Ik heb het voorbije jaar acht bakken vol platen gekocht, een serieus deel ervan omdat mensen tegen me zeiden: ‘Jouw spul klinkt als Philip Glass’, of als Brian Eno. En ik wilde wel eens checken wat daar van aan was. »

Sindsdien noemt hij avantgardecomponisten als Stockhausen, Xenakis en Berio als z’n voornaamste invloeden.

Leugens

Zeker in de beginjaren kletst James tegen journalisten vaak uit zijn nek: zijn leugens gaan een eigen leven leiden en nemen gargantueske proporties aan.

James «Het kan me geen reet schelen of iemand me serieus neemt of niet. Oké: ik ben een leugenaar, maar de meeste dingen waarvan mensen denken dat ik ze verzin, zijn wél waar.»

Dat hij honderd bijna-doodervaringen heeft gehad?

James «Overdreven. Ik ben wel eens een keer bijna verdronken, nota bene op het strand dat op de hoes staat van m’n eigen ‘Surfing on Sine Waves’ (onder de naam Polygon Window). Normaal mag je daar ’s avonds niet zwemmen vanwege de gevaarlijke stroming, maar ik moest nodig kakken. Ik ging de hele tijd kopje onder, tot ik werd meegesleurd door een grote golf die me netjes op het strand smeet.»

Dat hij een tijdje rondreed in een tank?

James «Klopt maar half: ’t is een Daimler Ferret Mark 3 pantserwagen. Blijkbaar ben ik wel een trendsetter, want het schijnt dat die van Super Furry Animals er ook één hebben gekocht. En die gast van The KLF: die is cool, want hij rijdt er tenminste mee rond – die andere zetten ze gewoon op een vrachtwagen.»

Mmmmmmelk!

‘I wish the milkman would deliver my milk in the morning / I would like some milk from the milkman’s wife’s tits.’ Uit: ‘Milkman Song’. Commentaar van James: ‘M’n melkboer heeft me geholpen om het nummer te schrijven, samen met zijn vrouw.’

Mozart

‘De Mozart van de techno’, zo werd James weleens genoemd, en dan wegens z’n onuitputtelijke creatiedwang. ‘Als hij de studio ingaat, weet hij meestal perfect wat hij wil maken – hij moet niet schaven aan tracks, hij probeert ze recht vanuit z’n hoofd te vertalen,’ zo schrijft voornoemde Simon Reynolds in 1993 in Melody Maker: ‘Hij vertelde me dat hij er soms van overtuigd raakt dat hij een andere artiest aan het plagiëren is, waarna hij het nummer in kwestie direct wist. Later – soms zelfs jaren later – realiseert hij zich dan dat hij het nummer inderdaad eerder had gehoord, maar wél in z’n eigen hoofd.’

Nachtmerries

James «Gisteren kwam er een gigantische hond m’n studio binnen: ’t beest begon naar m’n been te happen, maar toen begon het plots over te geven en te schokken – daarna viel het dood neer. Bleek ik gewoon in slaap gevallen te zijn. Echt: nachtmerries, dat is het enige waar ik zelf nog bang van word.»

Pers

James «Het maakt me geen zak uit wat de pers schrijft, behalve als ze me een eikel noemen – alhoewel: prima excuus om nooit nog interviews te geven. Verder heb ik een andere mentaliteit dan veel muzikanten. Ik kwam de jongens van Saint Etienne eens tegen op straat, en ze trokken allemaal zo’n lang gezicht. Ik dacht dat er iets ergs was gebeurd, maar nee hoor: ze hadden een negatieve recensie gekregen in de NME. Ik geloofde m’n oren niet. Als je dit niet doet omdat de muziek in je zit, waarom doe je ’t dan?»

Pop

In 1999 stuurt James een verse track naar z’n label Warp (‘Hij lag ergens onderaan in een schuif, hij was vergeten dat hij ’m had’): de gemuteerde popsong ‘Windowlicker’ heeft ballen zo groot als kokosnoten én slaat in als een bom.

Jamie Lidell (in Humo) «Daarmee heeft hij de lat torenhoog gelegd, alsof hij dicteerde: ‘Vanaf nu zal popmuziek zo klinken.’ Dat ‘Windowlicker’, met de meest vervreemdende video aller tijden, het tot nummer zestien schopte in de Britse charts, daar werd ik heel optimistisch van.»

Remix

In 2003 verschijnt de remixcompilatie ‘26 Remixes for Cash’, evenwel zonder de – nu ja – remix die James ooit verondersteld werd te maken voor The Lemonheads. Het plan was nochtans top: ‘Ik ga een hele DAT-cassette volzetten met het nummer in kwestie en het luid afspelen in m’n slaap – ik verzin sowieso nummers in m’n slaap, dus deze zal er helemaal anders uitkomen. Ik remix trouwens alleen nummers die ik maar niks vind. Als ik het nummer wél straf vind, begin ik er niet aan, dan is het al af.’

Van dat plan komt weinig in huis, zo bekent hij later.

James «Toen de koerier aanbelde om de DAT-tape te komen ophalen, realiseerde ik me dat ik ’m helemaal vergeten was. Ik rende naar m’n slaapkamer, griste een disk uit de kast en kopiërde ’m snel op een tape – klaar. Die gaf ik mee aan de koerier, vervolgens incasseerde ik duizend pond. Snel verdiend.»

En hoe het nummer klinkt? Geen flauw idee: het is nooit verschenen.

Rephlex

Het nog immer operatieve label van James en Grant-Wilson Claridge. Eerste uitgave: ‘Bradley’s Beat’ van Bradley Strider, een alias van James. Later zouden ze nog topplaten van Squarepusher, Drexciya en Mike Paradinas alias ?-Ziq uitbrengen. Heeft James ooit een goeie act aan z’n neus voorbij laten gaan?

James «Eentje maar: Boards Of Canada. Ze stuurden me al muziek op nog voor ze elders één noot uitbrachten, en ik was er gek op zonder dat ik me dat realiseerde. Ik had niet door dat ik ze misschien maar moest tekenen.»

Samples

James gebruikt slechts sporadisch samples, maar wat was het raarste geluid dat hij ooit gebruikte?

James «Het geluid van m’n maat die diarree aan het schijten was – horrible. ’t Was echt van dat natte spul. En het gekke: iedereen aan wie ik het liet horen, wist meteen wat het was.»

Slaap

De fabuleus gelaagde techno op ‘Selected Ambient Works 85-92’, de even bloedmooie als creepy ambient op ‘Selected Ambient Works II’: ze klinken allebei als de soundtrack bij een heerlijke halfslaap. James verklaarde ook vaak dat hij maar twee, drie uur per nacht sliep.

James «Al toen ik nog heel klein was, besloot ik dat slapen tijdverspilling was. Je kon gerust honderd jaar worden, maar als je niet sliep, werd je dus eigenlijk twééhonderd. Ik kwam altijd al toe met vier uur slaap per nacht, en ik deed hard m’n best om er twee van te maken. Moet je eens proberen: it’s wicked. Je ziet er wel een tijdje klote uit, maar het went.»

Warp

James’ thuishaven sinds hij er in 1994 ‘Selected Ambient Works II’ uitbracht, en R&S definitief inruilde. Hoe ging Renaat Vandepapeliere ermee om dat z’n poulain naar Engeland verkaste?

Vandepapeliere «Ik begreep ’m natuurlijk wel: ik zat in Gent, maar hij wilde een label in Engeland, dat was sowieso dichterbij. We hebben z’n contract verscheurd, no worries. Maar ik heb nadien wel gejankt. (Stilte) Als ik naar ‘Selected Ambient Works 85-92’ luister, schiet ik nog altijd vol. En natuurlijk heeft hij op Warp ook fantastische dingen uitgebracht – ‘Windowlicker’ bijvoorbeeld. Maar die allereerste dingen op R&S: jongens toch.»

HUMO Hebben jullie trouwens nog contact?

Vandepapeliere «We zijn weer on speaking terms. En daar ben ik blij om: ik heb nooit iemand ontmoet als Richard. Zijn soort mensen kom je één keer in de tien, twintig jaar tegen – net als Jimi Hendrix, of Beethoven. Hij heeft een blauwdruk voor de elektronische muziek van vandaag gemaakt, zoals Stockhausen en Vangelis en Klaus Schulze voor zijn generatie. Mensen beseffen dat niet, maar zonder Aphex Twin geen Skrillex, geen – nu ja: noem ze maar op.»

Weirdo

In de nineties komt James vaak over als een geniale gek, maar in het lange interview dat hij bij het verschijnen van ‘Syro’ geeft aan Pitchfork blijkt hij menselijker dan ooit.

Vandepapeliere «Ik heb ’m nooit raar gevonden. Hij was in de eerste plaats ontzettend lief. Een beetje stil misschien, maar je voelde: die jongen is écht. Zo’n gast die gewoon z’n ding doet, en die het geen fluit kan schelen hoe mensen over hem en zijn werk denken: dat boeit mij. Hij dacht niet na over hoe hij z’n muziek in de markt zou zetten, laat staan dat hij voor een bepaalde doelgroep werkte: hij maakte muziek voor zichzelf; hij dééd het gewoon. Grote klasse.»

Ziel

‘I want your soul / I will eat your soul / Come to daddy / Come to daddy’.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234