Archief: Zeven Belgen gered uit sneeuwstorm in de Schotse Highlands

Afgelopen week werden negen Vlamingen gered uit de Cairngorm Mts in Schotland, waar het lenteweer plots omsloeg in een sneeuwstorm. In de jaren tachtig werd in dezelfde streek een Belgisch reisgezelschap verrast door een sneeuwstorm in de maand september. Hun verhaal verscheen toen in Humo.



(Verschenen in Humo 2539 op 4 mei 1989)

'Die reddingsoperatie moet vier à vijf uur geduurd hebben.'

Bob Ponsaers, Marij Van Cauwenberghe, Jo Vermeulen, Hans Verbruggen, Jo Lebeer, Rieke Lathauers en Marleen Ruytens verdwaalden in een sneeuwstorm in de Schotse Highlands, in september, in volle nazomer!

Marleen «Elke jaar gingen we met die vriendengroep kamperen. Je kent dat, wat rondtrekken met de auto, je tent opslaan bij een riviertje, een wandeling maken, 's avonds bramen plukken en er 's morgens de verse confituur van maken, het zalige zwerven, kortom.

»In 1976 was het noorden van Schotland ons reisdoel. Die dag in september hadden we onze tenten opgeslagen aan de voet van de Cairngorm Mountains, een heuvelketen (1000-1300 meter) die halfweg tussen Aberdeen en Loch Ness ligt.

»Het gebied is een natuurreservaat, maar je mag er rondwandelen langs uitgestippelde routes. Alles noodde tot wandelen, de schitterende omgeving, de zuiverblauwe lucht en de zomerse temperaturen, het was al een week lang 25 à 30 graden.

»Ook die ochtend toen we onze bergwandeling begonnen, was er geen wolkje aan de hemel, meer nog, de plaatselijke gids van het reservaat beloofde met een breed gebaar naar zon en beren dat het nog dagenlang (spreekt met Schots accent) bright and dry zou zijn! Zijn hoofd eraf als het niet waar was! Aan hem kon je ook je voorziene wandelroute opgeven, voor het geval er onderweg iets gebeurde. Dat hebben we dan maar gedaan.

»Na een tijd flink doorgestapt te hebben kwamen we over de kam van en berg en zaten we ineens in een wolk mist en regen. Maar geen erg, op de wandelkaart hadden we een schuilplaats gezien waar we ook wilden overnachten. De naam van de plaats was Shelterstone, een soort berghut dachten wij, maar toen we ter plaatse kwamen, bleek het gewoon een grote overhangende steen te zijn waaronder je kon schuilen.

»Wij waren met zeven en wat later kwamen er nog twee wandelaars aan, een Schot en een Canadees meisje. Als lepeltjes tegen elkaar en na grondig afdekken met zeiltjes en dekentjes konden we met die negen mensen onder dat rotsdak slapen. Buiten viel die druilerige regen. Om vier uur werd ik wakker van de natte kou in mijn rug: de win was opgestoken en die sloeg de regen tegen mijn slaapzak.»

Hans «Een uur later was bijna iedereen wakker, de wind joeg geen regen, maar flarden sneeuw naar binnen. Om zes uur kroop de eerste naar buiten en die kon zijn ogen niet geloven: er lag een halve meter sneeuw!»

Jo «Ik vond dat geweldig. Joepie, het heeft gesneeuwd!»

Bob «Ik herinner mij die morgen ook nog zeer goed. Negen september, de dag voor onze eerste huwelijksverjaardag! En maar grapjes maken: hoe romantisch, hoe mooi! We hebben zelfs versgesmolten sneeuw gebruikt om thee te zetten.»

Marij «Zo grappig was het niet, Bob. Het was veel te guur, het was ijzig koud. Ik weet nog hoe we met de vrouwen neerhurkten en er niet in slaagden een plasje te maken. Die sneeuw viel ook niet, die zweepte door de lucht.»

Bob «We bogen ons over de kaart met de bedoeling onze tocht gewoon voort te zetten, maar meteen kwam de vraag: waar is het pad? Dat zag je niet meer.»

Hans «De dag voordien hadden we tussen grote rotsblokken gewandeld, die waren niet meer te onderscheiden. Niets refereerde nog aan de dag tevoren: waar was de blauwe lucht? Waar waren de zon en de 25 graden? Op één nacht zaten we van hartje zomer in putje winter!»


Toen zakte Hans ineen

Bob «Onze kleren waren ook niet op slecht weer berekend Ik droeg bijvoorbeeld, een jeans, basketsloefen en een flinterdun K-Way-anorakje. Niemand droeg dikke kleren of bergschoenen. Terwijl wij nog volop over de mogelijkheden discussieerden om onze tocht voort te zetten, zagen we dat die andere twee wandelaars zich klaarmaakten om terug naar de camping te lopen.

»Die Schot, die de bergen heel goed bleek te kennen, zei resoluut: ik ga terug! Wij keken op: 'Tiens, dat is een echte, en die gaat terug?!' Dan moest het toch wel menens zijn. Toen hebben we wijselijk besloten ons treintje aan zijn locomotief te hangen. Daar was die kerel uiteraard niet mee opgezet, want eigenlijk maakten wij hem gids en verantwoordelijke voor die hele party, voor al die stomme, onnozele toeristen die op hun sloefkes en in hun t-shirtjes door die sneeuwbergen trokken.

»Na tien minuten klauterwerk waren we al zo doorweekt als dweilen en was elke lust tot lachen ons vergaan. Die sneeuw striemde in je gezicht, vroor in haren en wenkbrauwen en sneed je adem af.»

Marij «Je kon niet vóór je kijken, je was gedwongen voorovergebogen te lopen met je ogen op de hielen van je voorganger gefixeerd. Geen woord werd er nog gezegd.»

Bob «We sukkelden en strompelden alsof we blind waren. Je zag ook geen hand voor je ogen in dat witte stuiven van die sneeuw. Je stapte gewoon in de voetstappen van die Schotse voorman. Hij alleen wist de weg te vinden.»

Jo «Ik moet de enige geweest zijn die nog enig plezier vond in die situatie. Ik zag het als een geweldig avontuur. Tot Hans ineenzakte.»

Bob «Ik liep achter hem, ik had al enkele keren gezegd: 'Hé Hans, zet je voet daar!' en 'Vooruit, Hans, komaan jong!' Maar hij kon zijn voet nog amper uit die sneeuw tillen, 'het gaat niet, het gaat niet', herhaalde hij maar. Die voet geraakte niet omhoog, hij trapte in het ijle. hans zag grauw, was uitgeput, kón niet meer.»

Marij «Hans kon bijna niet meer spreken, vormde nog heel traag een paar woorden, reageerde nauwelijks op onze vragen.»

Hans «Ik herinner me nog heel weinig. Het laatste wat ik voelde, waren krampen in mijn benen.»

Jo «Toen zee die Schot: 'We go back!' Ik weet nog dat ik kwaad was: Allez hij, toch niet heel dat stuk terug zeker?! We probeerden Hans tussen ons in te nemen, armen in elkaar gehaakt, maar dat was onbegonnen geploeter in die storm en op zo'n helling. Stoppen, zei die Schot.»

Bob «Dat was een keerpunt. Die natte, koude wandeling kreeg ineens een dramatisch karakter en heel even heb ik gedacht: 'Merde, als die blijven achteruitgaan, dan mogen we binnen een paar dagen zijn ouders gaan vertellen dat Hans….»

Marij «Het was toen middag. Na vier uur stappen waren we hooguit twee kilometer gevorderd, nog geen derde van de afstand die we moesten afleggen.»

Jo «Hans moet hier blijven, zei die Schot, met twee man bij hem (met diepe Schotse stem:) And we'll get rescued! HIj en de vijf anderen zouden hulp halen.»

Hans «Dat herinner ik me nog, dat hij een rots aanwees en dat jullie zo'n gat groeven waarin we ons verschansten tussen de rugzakken.»

Zeven Belgen gered uit sneeuwstorm in de Schotse Highlands

Het is met ons gedaan

Bob «De rugzakken waren de muren. De slaapzakken vormden het (wapperende) dak en de voorlopig droge vloer. Die Schot nam zijn stafkaart en markeerde de plaats met een dik kruis. 'Wat er ook gebeurt, stay here!' Alledrie zaten we in een dikke slaapzak geduveld, Jo zat links van Hans, ik zat rechts van hem. De os en de ezel! (Gelach)

»Lach niet! Wij hebben echt moeite gedaan om elkaar 'warm te ademen' onder dat geïmproviseerd tentje! We hebben Hans ook zitten voeren: koeken en appelen en chocolade en druiven, tot brood met rauw spek toe.»

Jo «We hadden zelfs emergency foor bij ons. Een pakje shortbread (zandkoekjes), dat droegen we altijd mee op wandeling, 'want daar kon je niet op overleven.'»

Marij «Ons groepje vertrok en ik zie ons nog over die enorme bult van die berg zwalpen. De wind in ons gezicht, de sneeuw in ons gezicht, zo sjokten wij achter die Schot aan. Blinde schapen. Pure uitzichtloosheid. Je zei niks, je vroeg niks, je kon haast niet meer spreken, zo koud versteven was je mond.

»Na twee uur zwijgend klossen, bleef de Schot opeens staan, hij wist het niet meer, hij zag het niet meer zitten. Toen zijn we met z'n allen rond hem gaan staan, op hem beginnen inpraten, 'Come on, man!' Het gaat wel. Je moet niet denke da wij niet meer kunnen.

»Vooruit, jong!' Dat was bluf, want wij waren aan het eind van ons bobijntje. Maar hij was onze enige hoop op redding. Zelf was ik de wanhoop nabij, ik had al zo'n berusting voelen opkomen: 'Dit lukt nooit. We komen er niet. Het is met ons gedaan.'»

Jo «Koud dat het was! Mijn voeten waren net ijsklompen. Ik wilde mijn schoenen uittrekken om ze te masseren, om erop te kloppen en erin te knijpen. Dat tergend gepruts om die schoenen uit te krijgen in die slaapzak!

»De veters waren al los en ik probeerde met de ene voet de andere los te schoppen, dat lukte maar niet, tot ik ze met mijn handen uit wilde trekken en merkte dat mijn schoenen al de hele tijd uit waren! Toen ben ik hard geschrokken. Een kwartier lang denk je dat je met je schoenen bezig bent, en het blijken je voeten te zijn! Toen schoot het door mijn hoofd: dat loopt hier slecht af!»

Bob «Toch dacht ik dat het hooguit een uur of twee, drie zou duren voor er hulp zou opdagen. In mijn verbeelding zag ik die anderen vlot door de sneeuw stappen (zonder rugzakken!), ergens een telefoonnummer draaien en hop, daar stond de kop warme soep al voor mijn neus. Maar toen dat alles wegbleef, werd de stemming killer.»

Marij «Je begint jezelf verwijten te maken. We hadden die wandeling niet mogen maken. We hadden dat drietal niet mogen achterlaten. Zie ons hier nu lopen, gekleed alsof we aan zee zijn. Dat maalde maar door je hoofd en ondertussen zette je honderden voetstappen zonder dat het leek dat je een stap verder kwam.

»Je stapte maar omdat iedereen stapte. Op een bepaald moment tikte diegene die achter mij liep op mijn rug en wees op mijn schoen die ik kwijt was en die in de sneeuw stak. Ik had dat niet eens gevoeld! Jo L. die bij ons was, stopte even later: 'Ik zie niks meer,' zei hij. Die begon al sneeuwblind te worden.

»Niks om bij stil te staan, je gaat naast hem lopen, je geeft hem een arm en het gestrompeld ging verder. Dat waren momenten dat je toch nog voelde dat je energie over had, dat je nog wilde verdergaan tot je erbij neerviel. Maar het was een eindeloze tocht, aan niks was te zien dat wij ergens zouden geraken. Die Schot had wel gezegd dat we naar een skistation gingen, maar wij zagen daar geen spoor van tot we er ineens vóór stonden.

»Ik ben tegen een muur in elkaar gezakt en ben blijven zitten tot iemand mij overeind trok, in een jeep zette en wegreed. Het was toen zes uur. Tien uur lang hadden we gestapt om zes kilometer af te leggen! De laatste vijf uren hadden we geen enkele keer gerust, niet meer gegeten of gedronken, geen woord meer gesproken.»


Daar zijn de redders!

Jo «Achteraf bekeken was het waanzin ons alle voedsel te geven, terwijl zij zelf zonder één kruimel op weg gingen.»

Bob «Op het moment dat zij aan dat skistation kwamen, begonnen wij flink ongerust te worden. het was zes uur, schemering en duisternis daalden over de bergen. Ik begon te vrezen dat ze ons die avond niet meer zouden vinden.»

Marij «Met de jeep ging het naar The Glenmore Lodge, een centrum voor bergsportbeoefenaars. Een bijeengeroepen dokter constateerde bij iedereen lichte bevriezingsverschijnselen: 'cold blisters', paarse vlekken op voeten, handen, benen en gezicht.

»Om weer 'op temperatuur' te komen, hebben ze ons in een bad van 16 graden gestopt en daar werd geleidelijk warmer water aan toegevoegd. We wisten dat er een helikopter van de Royal Air Force opgeroepen was, maar als wij vroegen of ze de drie al gevonden hadden, zegde nze steeds hetzelfde: 'Kalm blijven. De reddingsploegen zijn onderweg'.

»We kregen een stevige warme maaltijd en nadien hebben ze ons in een filmzaal gezet. De film die ze draaiden ging over de Grand Canyon. Gloeiend hete temperaturen, gebruinde mensen in gebloemde zwembroeken (jolijt!). Dat moest ons ontspannen.

»Toen zagen we de helikopter terugkomen, maar geen Bob, geen Hans, geen Jo. Wij werden toen zeer ongerust, maar zij zegden gewoon: 'Nee, ze zijn er niet bij'. Pas achteraf bleek dat de helikopter door het slechte weer niet had kunnen landen en dat hij de reddingsploegen op een andere plek had moeten droppen.»

Bob «Toen het begon te schemeren, begonnen wij ons zoetjesaan te schikken in het feit dat we daar mogelijk ene nacht zouden moeten blijven. Tot Jo ineens geluiden hoorde, stemmen. Op zijn blote voeten liep hij buiten!»

Jo «Wat ik zag, zal ik nooit van mijn leven vergeten. Door de schemer en uit de mist doken drie schimmen op. Drie grote, baardige, stevige kerels. Mannen met een slee op hun rug! Redders!»

Bob «Een onbeschrijflijk ogenblik. Alles is ineens achter de rug. We waren gered! Je weet nog niet wàt er gaat gebeuren, maar je vindt het nu al geweldig, fantastisch, dat is zo'n verlossend gevoel, daar stroom je vol van. Ze haalden een zak boven, een groot ding in blinkende folie dat ze in de wind hielden, en toen het vol lucht geblazen was, zegden ze: 'Kruip er maar in!

»Zij kropen ook in die luchtzak, haalden lampen boven, walkietalkies, warme chocolademelk - oho!! - en zelfs droge kleren: broeken, kousen, hemden, trek maar aan! Op tien minuten tijd zaten wij weer warm en droog, het lijkt een genoegen dat je voor het eerst ervaart. Ik herinner mij dat ik dat een 'baarmoeder' vond, warm en veilig!»

Jo «Ik was zeer bezorgd om mijn voeten. Aan de eerste man vroeg ik direct of hij geen galochen voor mij had. (Gelach: Galochen, hoe zeg je dat in het Engels, Jo?)»

Bob «Ik had ook gedacht dat wij met die kerels zouden verder stappen en dat zij Hans misschien op de slee zouden leggen: Maar ze verboden ons nog een voet te verzetten. Ze stopten ons in een droge slaapzak en bonden ons op ene uitvouwbare slee.»


Salut en merci

Jo «Ze pakten ons gewoon in. Lag je daar verticaal toegeritst op die slee! Ik werd eerst tot op een heuvelkam gesleept en toen gingen ze Bob halen en daarna Hans. Ondertussen lag ik daar, op de top van een besneeuwde Schotse berg, op mijn rug in een slee, met alelen mijn gezicht vrij, naar het nachtelijk uitspansel te kijken.

»Anderhalf uur heb ik daar onder de blote zwarte hemel gelegen, met het stil gezelschap van een van de redders naast mij. Bizar! Toen we alle drie boven waren, werend we door een tweede estafette naar een andere plek getrokken, en zo verder tot we in het kamp waren.»

Marij «Die reddingsoperatie moet vier à vijf uur geduurd hebben, want het was middernacht toen jullie aankwamen.»

Bob «Die redders - in totaal negen mensen - waren alle vrijwilligers, berggidsen uit de streek. Een echtpaar had zelfs een feestje thuis achtergelaten om ons ter hulp te komen. Het waren zonder uitzondering zeer vriendelijke mensen.»

Marij «We hebben die redders bedankt, en beloofd dat we nog iets van ons zouden laten horen, maar dat is er later niet meer van gekomen. En dat hadden ze ons al voorspeld: gewoonlijk horen we niks meer van de mensen die wij redden. Heel vreemd.

»Zodra die hachelijke situatie voorbij is, vergeet je je dankbaarheid wat uitvoeriger te tonen. Er was nochtans reden toe, want die hele reddingsoperatie heeft ons geen frank gekost! Dat zie ik in de Alpen nog niet gebeuren! Daar kost zo'n grap zeker 750 à 1000 Euro! Kom ons dus nooit vertellen dat een Schot gierig is!»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234