Arctic Monkeys - Humbug

The point's that there ain't no romance around here: met die conclusie sloot Alex Turner begin 2006 het Arctic Monkeys-debuut 'Whatever People Say I Am, That's What I'm Not' af.

Drieëneenhalf jaar later heeft hij zijn romantische verzuchtingen volop uitgeleefd op 'The Age of the Understatement' van The Last Shadow Puppets, en op de derde van de Monkeys gaat hij nóg verder. Samen met de snapshots van plakkerige dansvloeren en meisjes in Topshop-topjes gaat op 'Humbug' ook het jachtige gitaargeluid waarmee ze doorbraken op de vuilnishoop,.

Zoals bekend verliet de meest Britse band van het moment vorig jaar z'n comfort zone. Ze trokken naar de mythische Rancho De La Luna-studio in de al even mythische Joshua Tree Desert in Californië om 'Humbug' op te nemen, met Josh Homme achter de knoppen. Vrees niet, de Monkeys zetten het niet op een stonerrocken - dat laten ze over aan goed een kwart van de groepjes die zich binnenkort zullen inschrijven voor de Rock Rally. Maar drie keer hebben de lads uit Highgreen, Sheffield zich toch in het nauw laten drijven door Hulk Homme (zou ú hem tegenspreken?): in 'Dangerous Animals', 'Potion Approaching' en 'Pretty Visitors' liggen de Queens of the Stone Age-trucjes - de handclaps, de bezwerende achtergrondstemmen, de spooky orgeltjes - er té dik op. Eigenlijk mogen we nog opgelucht ademhalen: Billy Gibbons van ZZ Top is geen potje komen jammen, Mark Lanegan is nergens te bespeuren, en de teksten zijn niet beïnvloed door het oeuvre van Aleister Crowley. Oef!

De gevolgen van de Puppets-escapade van Alex Turner zijn onmiskenbaar op 'Humbug'. Hij zingt beter, schrijft melodieuzer, en vooral: er staat geen rem meer op zijn verbeelding. Het sierlijke, aan het meest sinistere van Morricone herinnerende 'My Propeller' is onze favoriet: met dat nummer op onze iPod zien we de tumble weeds nét niet door de straten van Gent rollen. Dan volgen 'Crying Lightning', 'Secret Door' en 'Cornerstone': in wezen drie publiedjes waarin het opnieuw over lasses en aanverwanten gaat, maar dubbelzinniger en ondersteund door gevarieerdere, vaak soundtrackachtige muziek.

En dan is er de opmerkelijke opmars van Matt Helders, het geheime wapen van de groep. Helders is niet alleen een extreem goeie drummer, in de toekomst zal hij ongetwijfeld nog van zich laten horen als hiphop- en danceproducer. Op 'Humbug' roffelt hij opmerkelijk groovy op los, het meest aanstekelijk in 'The Jeweller's Hands' (nu al bekend als 'de Monkeys doen Dr. Dre') en 'My Propeller'.

De nog altijd maar drieëntwintigjarige (!) Arctic Monkeys hebben een derde plaat uit die grootser, gespierder en kleurrijker klinkt dan hun eerste. De kroon op hun werk is het niet, een cruciale tussenstop wél. Het kan niet anders of de chemie tussen hiphop-Helders en crooner-Turner leidt nog tot spetterend vuurwerk. We zijn benieuwd.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234