Arnon Grunberg - Goede mannen

‘Goede mannen’ (Nijgh & Van Ditmar) is het 43ste (!) boek van Arnon Grunberg (47) in 24 jaar tijd, en het is alweer een uitstekend, eloquent, kurkdroog argument voor bandwerk. Hoofdpersonage Geniek Janowski is een in Nederland geboren brandweerman, die door zijn moeilijk uit te spreken naam overal gewoon ‘de Pool’ wordt genoemd, ook door zijn vrouw en zijn tweede zoon Jurek. ‘Als de zoon tegen zijn moeder zei: ‘Heeft de Pool weer wat aan te merken?’, of: ‘Gaat het weer eens niet zoals de Pool het wil?’, liet de vader het van zich afglijden. Zo waren pubers, zo waren jongens van die leeftijd.’

Zijn eerste zoon, Borys, was een stille, in zijn broek poepende jongen voor wie de Pool en zijn vrouw Wen ooit een therapeutische pony hadden gekocht. De pony heette Manja – een knipoog naar de ‘Seinfeld’-fans onder zijn lezers, van wie ik vermoed dat ze met veel zijn, want qua humor en invalshoek op de werkelijkheid vertonen Grunberg en Jerry Seinfeld veel raakvlakken. Maar die pony bleek niet genoeg troost te bieden aan de gekwelde Borys, en na ongeveer honderd pagina’s springt de jongen voor de aanstormende intercity naar Amsterdam.

Vanaf dan zoomt Grunberg in op vijf vragen: hoe ga je als koppel om met een niet uit te spreken drama, en met ijle schuldgevoelens? Wat is troost? Wat is een echte man? Wat is een góéde man? En hoe gaan boze witte mannen om met het langzaam binnensijpelende besef dat ze er nu schijnbaar minder toe doen dan vroeger?

De troost neemt in ‘Goede mannen’ verschillende gedaantes aan, maar vaker wel dan niet dragen die gedaantes een lederen sm-pakje. De Pool laat zich bijvoorbeeld troosten door de vrouw van een collega, die hij ook tijdens het kussen ‘de vrouw van Beckers’ blijft noemen. Zij verlicht het rouwproces van de Pool door voorwerpen in zijn aars te stoppen, te beginnen met een winterpeen. In een radio-interview vergelijkt Grunberg die scène met mensen die aan automutilatie doen: ‘De ene pijn kan de andere wegduwen.’ In het Nederlandse dagblad Trouw stond het zo: ‘De Pool probeert zijn inwendige lijden te verdringen door de grenzen van zijn rectale incasseringsvermogen af te tasten.’ Daarna gaat de Pool in het plaatselijke klooster een master and servant-relatie aan met God. Seks is sowieso nooit een vrolijke, probleemloze bezigheid in de boeken van Grunberg, en ‘Goede mannen’ bevat meer huiveringwekkende seksscènes dan het verzamelde oeuvre van Kaat Bollen.

‘Goede mannen’ telt vijfhonderd bladzijden, en het boek heeft die veelheid ook nodig. Net wanneer je gaat denken: ‘Is er nu nog niet genoeg over die pony gezegd?’, schakelt Grunberg in vijfde versnelling en wisselt de ene dramatische plotwending de andere af.

Grunberg is een method-auteur. Ter voorbereiding van ‘Goede mannen’ ging Grunberg zelf een tijdlang het klooster in. Hij liet achteraf weten die plek ‘erotiserend’ te vinden. ‘Het tegenovergestelde van een ziekenhuis of een bordeel. Alles draait er om de ziel. Maar juist door die volstrekte ontkenning van het lichaam dringt het zich op.’ De schrijver ging ter research ook in slachthuizen kijken. En in 2009 al berichtte Grunberg in Humo over zijn romance tour door Oekraïne: ‘Hier hoop ik mijn vertrouwen in de vrouw te hervinden en te doen wat mijn moeder wilde dat ik al heel lang geleden had gedaan: trouwen.’ In ‘Goede mannen’ gaat ook de Pool op zoek naar een nieuwe bruid in Kiev. Bij wijze van zoenoffer neemt hij drie Nederlandse vlaaien mee uit zijn thuisstad Heerlen. Ter plaatse vat één Oekraïense vader het zo samen: ‘You want to fuck my daughter, you want to fuck my family, you want to fuck my country, you are a foreigner.’ De vlaaien lustte hij ook niet.

In 2014 interviewde Grunberg dan weer Rammstein-zanger Till Lindemann, een ontmoeting waar hij mogelijk iets opstak over de gebeurlijke verwarring tussen liefde en pijn, en tussen geilheid en moordlust. Dat laatste is meteen één van de belangrijkste thema’s in ‘Goede mannen’, dat ook een intelligent woordje meepraat over de samenleving anno 2018, waarin mensen steeds vaker als beesten behandeld worden, en vice versa.

Op de vraag wát een goede man is, komt in deze roman geen antwoord. De Pool probeert er één te zijn door zichzelf weg te cijferen en zich te richten op de wensen en de verlangens van zijn omgeving. De brandweercollega’s van de Pool – stuk voor stuk zelfverklaarde goede mannen – doen het door geintjes te puren uit andermans leed.

Voor wie het laatste hoofdstuk al gelezen heeft, is ‘Goede mannen’ vooral een wrange, ranzige titel. Het boek eindigt in goede ‘Tirza’-traditie namelijk op de bodem, in een gitzwarte, troosteloze, beenharde scène, het dramatische slotakkoord van de vijfhonderd pagina’s aanhoudende helletocht van de Pool.

‘Goede mannen’ is het 43ste boek van Grunberg, het blijft gegarandeerd op onze maag liggen tot het 47ste. Frederick Vandromme

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234