Arnon Grunberg over zijn moeder, het internet en zijn nieuwe boek 'Het bestand'.

'Schrijven is mijn condoom tegen al te heftige indrukken van de werkelijkheid. Zonder die bescherming zou ik gek worden.'

Arnon Grunberg (44) huwelijkte de making-of van ‘Het bestand’ (Nijgh & Van Ditmar) – een met de actualiteit zoenende novelle over Lillian, een getroebleerd meisje dat het liefst geheel en al in het internet wil verdwijnen – uit aan een wetenschappelijk experiment: hij liet zijn hersenactiviteit meten tijdens het werken, voorzichtig hopend om zo een inkijk te krijgen in het va-et-vient van emoties bij het schrijven van een nieuw pak papier. Er moet nog veel geturfd en geanalyseerd worden, maar wel bleek al dat de hersenen van Grunberg zich niet al te mal gedroegen tijdens dat schrijven. Grunberg zelf gelooft dat het komt doordat schrijven voor hem doorgaans gewoon rigoureus als een klerk noteren is wat hij eerder al heeft bedacht, en waar hij dus eerder al de grote emoties bij heeft gevoeld.

De afgelopen weken werd een panel van zo’n 350 lezers aan een identieke test onderworpen terwijl ze op een e-reader een uur in ‘Het bestand’ mochten lezen. Ik ben één van hen, en zo komt het dat ik me op een geeuwende februaridag een badmuts over het hoofd laat trekken door twee aardige meisjes. Op die badmuts: een ketting vrolijke elektroden. Ik krijg ook een hartslagmeter om, het ritme van mijn ademhaling wordt geregistreerd en het zweet in mijn handpalmen genadeloos gescreend, en er staat een cameraatje op mijn gezicht gericht. Kundig bekabeld val ik ten prooi aan de wetenschap. In afwachting van de resultaten geniet ik met een gevaarlijke intensiteit van de laatste dagen waarin ik geen officiële sociopaat ben.

Arnon Grunberg (lacht) «Dat is natuurlijk de basisangst van iedereen. Bij mij bleek bijvoorbeeld dat mijn hartslag tijdens het schrijven elke dag een stukje hoger lag. Paniek! Ik dacht meteen aan een hartprobleem. Bijna iedereen reageert op die manier. Niemand die voor het onderzoek met veel zelfvertrouwen dacht: ‘Ik ben normaal en ik ben gezond.’»

'Schrijven is mijn condoom tegen al te heftige indrukken van de werkelijkheid. Zonder die bescherming zou ik gek worden.'

HUMO Erg romantisch klinkt het niet, creativiteit meten.

Grunberg «De dingen ontmythologiseren: ik vind dat net prettig. En het is wel een ernstig wetenschappelijk experiment, maar het blijft tegelijk toch iets knulligs hebben: daar zat ik dan te schrijven met een badmuts op. Het is ook niet zo dat er al heel veel gemeten kan worden. Elektroden kunnen nog altijd niet detecteren wát je denkt.»

HUMO In ‘Het bestand’ gaat het over het internet, en hoe we dat inzetten om controle te krijgen over de ander. Je deed uitgebreid research naar het hackerscollectief Anonymous.

Grunberg «Ik vind die beweging ontzettend fascinerend omdat ze gebaseerd is op dubbellevens: de mensen die groot geworden zijn binnen die organisatie, die op het internet zo’n roemrijke reputatie verworven hebben, blijken in werkelijkheid vaak onooglijke jongens en meisjes te zijn die op een kamertje bij hun moeder ergens in Schotland wonen, of in een achterbuurt van New York proberen te overleven. Het contrast tussen hun reputatie binnen de onlinegemeenschap en hun feitelijke leven intrigeert me. Anonymous heeft ook iets ouderwets anarchistisch dat je elders nauwelijks nog tegenkomt. Het is punk, eigenlijk.»

HUMO De clou van dat hele internet is natuurlijk dat je je eigen identiteit bouwt, en dat die niet per definitie iets te maken heeft met wie je in de analoge werkelijkheid bent.

Grunberg «Of het nu over seksualiteit gaat of over maatschappelijk engagement, het lijkt alsof wat je online doet niets te maken heeft met wie je in het werkelijke leven bent. Mijn verbazing toen er effectief hackers van Anonymous gearresteerd werden! Ik kon het bijna niet geloven.

»Ik denk trouwens dat hacken een veel effectievere vorm van actievoeren is dan op de ouderwetse manier een gebouw of een plein bezetten. Herinner je Occupy Wall Street: dat was toch een methode van honderd jaar geleden.»

HUMO Onze privacy is niet meer gewaarborgd, leerde Edward Snowden ons. Is dat een groot probleem?

Grunberg «Na de onthullingen van Snowden waren we allemaal heel verontwaardigd, maar dat kantelde weer na de aanslag op Charlie Hebdo: plots klonk het dat de Franse veiligheidsdiensten gefaald hadden. Toen zei iedereen: ‘Laat de inlichtingendiensten ons maar afluisteren, want anders zijn we niet meer veilig.’

»Op één van mijn colleges aan de Universiteit van Amsterdam had ik een veiligheidsexpert van ING uitgenodigd die mondiaal aan fraudebestrijding doet. ‘Eigenlijk weten we alles over onze klanten,’ zei die. Als jij elke woensdagavond vanuit je appartement in Brussel inlogt op je pc-banking, dan wéét jouw bank dat. En als je op een woensdagavond plots inlogt vanuit een hotelkamer in Keulen, gaat er een alarmbelletje rinkelen: is de klant gehackt? Aan de hand van je toetsaanslagen achterhalen ze vervolgens of jij het zelf bent. Maak je dus geen illusies: je pincode is een overbodige franje geworden.

»Toch mag je de kracht van big data ook niet overschatten. Op de avond dat mijn moeder stierf, zat ik te eten met een expert in cybersecurity. Die zei me dat de verwerking van al die informatie nog steeds problematisch is. De NSA kan alles leegzuigen, zeker, maar wat heeft ze dan? Een onoverzichtelijke berg niet-specifieke informatie. Overheden, bedrijven en inlichtingendiensten kunnen heel veel, maar uiteindelijk heb je mankracht nodig om specifiek te zoeken naar wat je nodig hebt.»

HUMO We dragen zelf toch ook een verantwoordelijkheid? We stoppen Mark Zuckerberg een dossiertje over ons leven in handen, en zijn vervolgens verontwaardigd als Facebook dat effectief gebruikt.

Grunberg «‘Mensen denken nog altijd dat ze een product kopen,’ zei die man van ING. Maar dat is een achterhaald idee, want mensen zijn dragers van informatie – ze zijn zelf het product geworden. Waarom kun jij je gratis registreren op Facebook? Omdat jij zelf het product bent, natuurlijk. Dat impliceert een nieuwe manier van denken over wie wij zijn en over hoe er geld wordt verdiend.»

HUMO En we kunnen wel boos zijn op wie ons beloert, maar op microniveau doen we toch hetzelfde: we zijn allemaal gulzige voyeurs. Wie houdt op de sociale media z’n ex-liefjes niet in het oog?

Grunberg «Ja. Mijn ex-vriendin controleerde mijn e-mails en sms’en. Dat is bijzonder onprettig, maar ook heel begrijpelijk. We zijn zelf ook zo gul met informatie. Het hele internet is gewoon een vrolijke verzamelplaats voor voyeurs en exhibitionisten.

»We zijn dus medeschuldig aan de erosie van de privacy, maar het wordt natuurlijk wat anders als een overheid zich ermee gaat bezighouden, want die heeft machtsinstrumenten die een burger of zelfs een bedrijf niet heeft. Ik begrijp dus wel dat Snowden een gamechanger was, omdat hij duidelijk maakte hoevéél er mogelijk is.»

HUMO Ergens in ‘Het bestand’ drop je achteloos een cruciale vraag: ‘Wie bestuurt mij?’ Leert de geschiedenis ons niet dat we gráág bestuurd worden?

Grunberg «We vinden het heerlijk om geleid te worden. Niemand die zich er ooit over beklaagt dat je bij de controle in luchthavens de ene keer wel en de andere keer niet je schoenen moet uitdoen: we aanvaarden gewoon het bevel van het veiligheidspersoneel. We zijn op school en op het werk zó getraind om dat sociaal wenselijke gedrag te vertonen, en als je daarvan afwijkt, word je als psychiatrisch patiënt of terrorist gelabeld. Het is gevaarlijker geworden om afwijkend gedrag te vertonen, geloof ik. Toen ik op m’n vijftiende spijbelde, werd dat veel minder als een probleem gezien dan wanneer een scholier dat nu doet. We evolueren steeds duidelijker in de richting van een politiestaat. Na de aanslag op Charlie Hebdo zijn we een beetje hysterisch geworden. En misschien genieten we stiekem wel van onze hysterie: net omdat het hier zo perfect en zo veilig geworden was, zijn we dankbaar dat we eens wat meemaken.»


Glad en schoon, vies en smerig

HUMO De personages in ‘Het bestand’ koesteren een groot verlangen naar zuiverheid. Het gaat ook voortdurend over de transformatie van de oude naar de nieuwe mens. Die nieuwe mens is een béter exemplaar, eentje dat zich van zijn lichaam ontdaan heeft.

Grunberg «Eén van de cruciale drijfveren om dit boek te schrijven was de vaststelling dat het internet ons misschien niet fundamenteel verandert, maar dat het op z’n minst wel grondig in onze levens ingrijpt. Ons lichaam is een kwetsbaarheid, en op het internet heb je de illusie dat je die kunt ontstijgen.

»Religieuze mensen hebben niet het alleenrecht op dat verlangen naar zuiverheid. Ik zie ook wie niet gelooft in God op zoek gaan naar spiritualiteit, of zich afzetten tegen de consumptiemaatschappij. In New York kom ik de laatste tijd heel veel mensen tegen die een obsessie voor hygiëne hebben, en bijvoorbeeld voortdurend hun handen wassen. Ik zag onlangs iemand in het vliegtuig het plastic bestek met een nat doekje schoonmaken. Die enorme angst voor bacteriën, voor viezigheid, vind ik intrigerend.»

'Na de onthullingen van Snowden waren we allemaal heel verontwaardigd, maar dat kantelde weer na de aanslag op Charlie Hebdo: ‘Laat de inlichtingendiensten ons maar afluisteren!’'

HUMO Zie ook: de maniakale manier waarop we onze lichamen van beharing ontdoen. Alles glad!

Grunberg «Schaamhaar is vies, okselhaar is smerig. Terwijl naaktfoto’s uit de jaren 60 en 70 toch een heel ander esthetisch ideaal tonen. Dat gaat over de angst voor de ander, voor aanraking, voor het feit dat die ander ook een lichaam heeft. We willen onze medemens ontsmetten, tot hij iets klinisch heeft. Dat contrasteert dan weer met onze ingebakken behoefte aan intimiteit die we niet kunnen wegdrukken.»

HUMO Maar hebben we niet net een grote cultus rond het lichaam gebouwd? Kijk naar de popcultuur, kijk – maar liever niet nu onmiddellijk – naar porno.

Grunberg «Ja, maar daar zie je zelden lichamen met heel duidelijke tekortkomingen. We fotoshoppen tot het gaaf en klinisch is. Het acteurscollectief Wunderbaum gaat een theaterstuk maken over de toekomst van seks, en ze vroegen mij om advies. In een discussie zei één van de acteurs: ‘Ik zou weleens porno willen zien waarin de acteurs puisten op hun billen hebben, en allerlei andere lichamelijke tekortkomingen. Het lijkt allemaal zo glad en zo schoon: ik word gek van dat volmaakte.’ Ik denk dus dat die cultus van het lichaam niet haaks staat op wat ik poneer. Het lichaam zoals we het aanbidden is niet aan verval onderhevig, en is zo boven ouderdom uitgestegen dat het eeuwig nieuw lijkt.»

HUMO Toch lijkt de tegenbeweging ingezet: amateurporno wordt almaar populairder.

Grunberg «Ja, mensen willen steeds vaker de onvolmaakte buurman zien die ook maar wat klungelt met de buurvrouw, in plaats van de perfecte pornoster met wie ze zich niet kunnen identificeren. Eigenlijk is er niets wezenlijk spannends aan kijken naar een pornoster – die doet namelijk gewoon haar werk.»

HUMO Het gaat in ‘Het bestand’ ook over wat we via de webcam prijsgeven.

Grunberg «Zoveel mensen sturen anderen naaktfoto’s van zichzelf, of filmpjes waarin ze uit de kleren gaan of masturberen. Het geeft een vals gevoel van veiligheid, dat scherm. Terwijl je er fors mee moet oppassen: je weet nooit meer zeker aan wie je je foto’s geeft. En toch blijven mensen het doen – in de roes van de verliefdheid, of de roes van de geilheid. Wraakporno – je ex die foto’s of filmpjes van je op het net verspreidt – is een nieuw en interessant fenomeen.»

HUMO Door het internet is revanche aan een haast onmetelijke schaalvergroting onderhevig. Als je liefje het uitmaakte, ging je vroeger gewoon opzichtig staan zoenen met een ander – en dat was het dan.

Grunberg «Of je verscheurde haar liefdesbrieven en stuurde ze terug (lacht). Nu is de schaal inderdaad veel groter. Als jij een racistische grap maakt in de kroeg, hoort nauwelijks iemand dat, en is het zo weer vergeten. Maar één domme tweet kan je de rest van je leven achtervolgen. Een misstap wordt definitiever. En mensen zijn zich nog altijd niet bewust van de gigantische verspreidingsmogelijkheden op het internet – zeker als het over seksueel getinte inhoud gaat.»

'Het hele internet is gewoon een vrolijke verzamelplaats voor voyeurs en exhibitionisten'

HUMO Gustaaf Peek zei me onlangs dat we veel over onszelf leren wanneer we vrijen.

Grunberg «Mja, maar de aanloop en de nasleep vind ik interessanter dan de daad zelf. Ik vind het boeiend om te kijken hoe de ander ervoor en erna reageert. Seks zelf is toch gewoon wat het is. De mogelijkheden zijn beperkt, hè – ik ken alleszins niet eindeloos veel variaties. Ik weet intussen wel hoe ik mijn seksualiteit beleef, en hoever ik daarin ga. Het komt niet meer voor dat ik denk: ‘Jezus, wat doe ik nu?’ De laatste keer dat dat gebeurde, moet ik 24 geweest zijn. Nee, dát zelfonderzoek is wel klaar (lacht).»


Spijbelen op de Jeroen Brouwers-school

HUMO Om grip te krijgen op haar leven heeft je hoofdpersoon neurotisch houvast nodig: in haar hoofd lost Lillian voortdurend rekensommen op. Is de literatuur jouw neurose?

Grunberg «Ik denk het wel. Het schrijven en het denken dat daaraan voorafgaat, is alleszins mijn manier om het leven af te bakenen. Een deadline is een vorm van structuur. Toen mijn moeder stierf, was ik in mijn hoofd al bezig met mijn stukje in de Volkskrant van de volgende dag. Dan wordt de literatuur een soort redding: ik kan mezelf even distantiëren van de plek waar ik ben. Ik esthetiseer, ben bezig met stijl – daardoor wordt het drama niet minder werkelijk, maar lijkt het wel minder betrekking te hebben op mij. Schrijven is mijn condoom tegen al te heftige indrukken van de werkelijkheid. Zonder die bescherming zou ik gek worden.»

HUMO Je productie ligt exuberant hoog. Ook dat heeft iets neurotisch.

Grunberg «Bijna altijd schrijven vind ik prettig. Voetballers voetballen elke dag, tennissers tennissen elke dag – waarom zou ik dan niet elke dag schrijven? Het heeft ook een functie in mijn leven: schrijven geeft betekenis. Het maakt het allemaal draaglijker.»

HUMO Je bent nu 25 jaar schrijver. Dat heeft een fraaie tentoonstelling in Amsterdam opgeleverd, en een bijbehorend boek. Daarin wordt druk gezocht naar ontwikkelingen, evoluties en cesuren in je oeuvre. Is de grote evolutie niet gewoon dat je almaar actiever aan het leven bent gaan deelnemen?

Grunberg «Ja: de wereld waarover ik schrijf, is groter geworden, en mijn nieuwsgierigheid veel indringender. Mijn werk is de afgelopen jaren veel minder een zelfonderzoek geworden. Ik wacht niet langer af tot mij iets overkomt en ik er vervolgens wat over kan schrijven. Ik lok dingen uit, ga op pad, praat met mensen. Die grote journalistieke projecten – kamermeisje worden, met het leger naar Irak en Afghanistan trekken – hebben mijn leven verrijkt: ze zijn een bron van geluk.

»Ik behoor niet tot de Jeroen Brouwers-school van schrijvers die netjes in hun huisje blijven zitten, veilig buiten de samenleving. Ik begrijp het wel, want zo maak je jezelf onkwetsbaar, en onkwetsbaarheid is wat iedereen wil. Maar ik vind het ook een saaie houding: het heeft iets steriels. Het is veel spannender om dingen te onderzoeken en jezelf op de proef te stellen.»

'Wraakporno is een nieuw interessant fenomeen'

HUMO Er lijkt een vlies te zitten tussen Lillian en de werkelijkheid – in die zin is ze een typisch Grunbergpersonage. Ze ziet zichzelf als een wraakengel en een oosterse prinses. Daar spreekt een drang naar grootsheid uit: ze wil iets wezenlijks neerzetten.

Grunberg «En tegelijkertijd is ze een extreem angstig en kwetsbaar meisje dat zich met behulp van allerlei gekke rituelen staande houdt. Die drang naar grootsheid zit in iedereen, denk ik.»

HUMO Het is zelfs onze fundamentele tragedie: ons onvermogen om te aanvaarden dat het allemaal niets betekent.

Grunberg «(Knikt) Ik las een boek van de Amerikaanse cultureel antropoloog Ernest Becker waarin hij zegt dat we niet ontkomen aan die drang naar heldendom, omdat het de enige manier is waarop we ons tot onze eigen sterfelijkheid kunnen verhouden. We hebben behoefte aan het transcendente omdat we ons er niet bij kunnen neerleggen dat we muizen zijn die op een dag doodvallen. We willen dat eigen lijk ontstijgen dat we ooit zullen worden. En er zijn verschillende strategieën om dat heldendom ooit te bereiken, maar fundamenteel zit het in iedereen.»

HUMO Al in je eerste Humo-interview, na ‘Blauwe maandagen’, had je het over de vervangbaarheid van de mens. Maak jij jezelf met elke geschreven zin iets minder vervangbaar?

Grunberg «Nee, zo voelt het niet. Ik denk trouwens dat die vervangbaarheid voor een stuk ook onze redding is. Wanneer iemand sterft of wanneer een relatie strandt, vult het gat zich na verloop van tijd wel weer op – meestal toch. Dat geeft toch troost? Het vervelende is natuurlijk de consequentie: dat ook jij voor iemand anders vervangbaar bent. Je vriendin maakt het uit en leeft vrolijk verder: dat kan kwetsend zijn. Ironie en zelfrelativering kunnen helpen, onthechting. Misschien is dat wel mijn grote winst sinds ‘Blauwe maandagen’, nu twintig jaar geleden: ik ben onthechter geworden.»

HUMO Hoe uit zich dat?

Grunberg «In de liefde, bijvoorbeeld. Als ik vroeger een meisje leuk vond, stórtte ik me op haar. Ik wilde zo veel mogelijk contact, probeerde zo’n relatie heel fysiek te beleven – het moest groots, intens en direct zijn. Wel, daar ben ik rustiger in geworden. In de liefde geldt: een beetje afstand is prettig voor allebei. Je kunt iemand niet helemaal bezitten. De illusie van controle heb ik alleszins opgegeven.

»Toch ben ik niet béter geworden in de liefde. Het is nu uit met mijn vriendin – het uitdoofproces heeft ongeveer een jaar geduurd, en suddert nog steeds door. Maar ook daar reageer ik rustiger op dan vroeger. Tien jaar geleden vond ik nog dat er altijd iemand moest zijn. Nu blijf ik kalm: ik weet dat er wel weer een nieuwe vriendin komt.»


Schuld en schaamte

HUMO We hadden het daarnet over privacy. Waak je over die van jou? Je lijkt heel veel prijs te geven in je werk – er zit een zekere schaamteloosheid in.

Grunberg «En toch blijft er heel veel gêne aan me kleven: ik schaam me váák. Een student vroeg me onlangs of het, nu ik de 40 voorbij ben en behoorlijk succesvol ben, geen tijd wordt om op te houden met die schaamte. Allicht, maar voor mij is schaamte ook gekoppeld aan het feit dat ik een lichaam heb, en dat dat lichaam me kwetsbaar maakt. Je probeert toch ook altijd om jezelf door de ogen van de anderen te zien, en dan merk je onherroepelijk dat je soms faalt. Op een existentieel niveau, maar ook in de alledaagse werkelijkheid: schaamte om die klodder scheerschuim ter hoogte van mijn mondhoek waar ik de hele dag mee rondgelopen heb. Maar als ik schrijf, is die schaamte er totaal niet. Zo hoort het ook: als je over jezelf schrijft, moet je daar ver in gaan. Ik vind het pas relevant als ik zo eerlijk mogelijk probeer te zijn. Anders wordt het een makkelijk rollenspel. Het moet een echt zelfonderzoek zijn, geen poging om de dingen te manipuleren.

»Er is, met onze beider toestemming, een documentaire over mijn moeder gemaakt. Daar zitten intieme scènes in die ik niet altijd even prettig vind om terug te zien. Maar als je ervoor kiest om die documentaire te maken, moet je de werkelijkheid de werkelijkheid laten.»

'Tien jaar geleden vond ik nog dat er altijd iemand in mijn leven moest zijn. Nu blijf ik kalm: ik weet dat er wel weer een nieuwe vriendin komt'

HUMO Je doelt op de fragmenten waarin je telefoneert met je moeder. Ik vind inderdaad dat ik daar huiveringwekkend dicht bij jullie kwam, dat ik naar iets zat te kijken waar ik misschien wel niet hoorde naar te kijken. Tegelijkertijd werd ik midscheeps geraakt door de bodemloze tederheid die in die fragmenten zit. Jullie twee, dat was zó intens.

Grunberg «De relatie met mijn moeder is altijd al intens geweest, maar in de afgelopen vijf jaar – in 2010 werden bij haar voor het eerst hartproblemen vastgesteld – is ze toch nog danig veranderd. Ik vond dat ze zachter werd. En ik werd me zeer bewust van haar sterfelijkheid. Bovendien kreeg ik toen pas echt zicht op de belangrijke rol die ze in mijn leven speelde: heel veel dingen die ik deed, hadden indirect met haar te maken. Ik wilde dat ze trots op me was. Slechte recensies deden me niets, maar ik vond het wél verschrikkelijk voor mijn moeder. Ik heb heel lang gedacht dat mijn ambitie zou verdwijnen zodra ze zou sterven, want waarom zou ik daarna nog iets willen bewijzen?

»Het is een lang gevecht geweest, maar op het einde voldeed ik. Mijn moeder vroeg zich niet meer af waar het in hemelsnaam toch allemaal heen ging met haar zoon. Ze aanvaardde me, en ik geloof dat ze best trots was. Ik heb me toen weleens afgevraagd waarom mijn vriendinnen zo niet kunnen denken, in plaats van almaar te benadrukken waar ik faal, voortdurend te zeggen waar ik tekortschiet... Ik ben heel gevoelig voor verwijten, ook al omdat ik mezelf snel schuldig voel.»

HUMO Het staken van de strijd had bij je moeder te maken met het feit dat ze almaar weerlozer werd.

Grunberg «Dat maakte het makkelijker voor mij, ja. Maar voor haar was het óók goed dat ze het gevecht geannuleerd had. (Vertederd) Ze werd steeds meisjesachtiger. Ook in haar gezicht: je zag haar ogen ondeugender worden. Tot haar laatste dag bleef er iets heel jongs over haar schijnen. Dan had ik haar favoriete taartjes bij me, terwijl ze eigenlijk niet meer kon eten, en ze was daar toch intens blij mee. Er was verval, maar toch vooral een wens om te leven: haar vitaliteit heeft ze nooit opgegeven.»

HUMO Een bewijsje daarvan: ze is altijd thuis blijven wonen.

Grunberg «Haar wens. Mijn moeder wilde niet naar een bejaardentehuis. En dus bleef ze thuis, en kwamen er twee Filipijnse verzorgsters inwonen. Die bouwden een heel intieme relatie met haar op. Het hele huis veranderde daardoor, dat vond ik prettig en fascinerend. Ik was nooit meer alleen met mijn moeder: het werd een soort driehoeksverhouding.

»Ik kon het heel goed vinden met de twee meisjes. Toen mijn moeder stierf, was hun verdriet zo overweldigend dat dat me haast méér raakte dan de dood van mijn moeder zelf, alsof ik de emotie die ik voelde door die twee meisjes voelde. Ik ben iemand die verstijft bij zo’n drama. Er komt dan een soort kilheid over mij, een vorm van zelfbescherming. Maar die meisjes lieten zich gaan, schaamteloos, en wierpen zich letterlijk op mijn moeder. Dat zou ik zelf nooit durven.

»Mijn moeder was hun leven: ze werkten voor haar, woonden bij haar, en ik denk dat ze ook van haar hielden. Ik besefte dat haar dood voor hen misschien nog wel erger was dan voor mij. Als ik nu door sentiment overweldigd word, is het vaak omdat ik aan hen denk. Ik rouw om mijn moeder, maar die emotie wordt tastbaar door die twee meisjes.»

HUMO Oud en ziek worden, de laatste tik van de klok afwachten: ik vind het zo ontstellend vernederend.

Grunberg «Mijn moeder was gelukkig heel autonoom en soeverein. Ze had die twee verzorgsters nodig, maar ze was niet hulpeloos. Het hoeft dus niet per definitie vernederend te zijn. Op het einde van haar leven had ze wel een rollator nodig, en dat voelde ze toch aan als een nederlaag. Met name de buren mochten dat zéker niet zien. ‘Dan denken ze dat ik oud ben.’ (lacht) Ik begrijp dat. Niet meer zelfstandig naar de wc kunnen, bijvoorbeeld, dat zou ik als heel vernederend ervaren. De essentie van een vrij leven blijft toch: niet om hulp hoeven te vragen.»

HUMO Je moeder praatte veel, terwijl je vader jaren geleden vol geheimen gestorven is.

Grunberg «Ja: hij was de zwijgende man. Ik weet nog steeds niet veel over hem. Hij is ook heel stil doodgegaan, zonder veel vrienden. Mijn vader is gestorven alsof hij er nooit was geweest, behalve voor zijn kinderen. Mijn moeder was een beetje een publieke figuur geworden, en toen ze stierf dééd dat veel mensen iets – dat maakt me wel blij. En ik denk dat zij dat stiekem ook wel prettig vond.»

HUMO Ze had haar ouders in de kampen verloren, zelf overleefde ze Auschwitz. In de jaren 80 al schreef ze die nare start van haar leven neer, en nu komt het document uit in boekvorm. Jij hebt heel lang geweigerd om dat manuscript te lezen.

Grunberg «Ik was er bang voor: het was te confronterend. Ik heb het stukje bij beetje gelezen.»

HUMO Schreef ze goed?

Grunberg «Ze kon heel goed observeren, ja, en ze wist hoe je iets scherp kunt formuleren.»

'Ik heb heel lang gedacht dat mijn ambitie zou verdwijnen zodra mijn moeder zou sterven, want waarom zou ik daarna nog iets willen bewijzen?'

HUMO Hoe kan er nog een waardig vervolg komen op een leven als dat eigenlijk al zo vroeg is verwoest?

Grunberg «Mijn moeder trouwde en kreeg kinderen – dat was haar manier om toch verder te leven. Maar ze moet hetzelfde gevoeld hebben als wat ik nu voel na haar dood: dat ze in extra tijd leefde. Ze moet altijd gevoeld hebben dat ze er niet had mogen zijn, maar dat ze er toch was.

»Ik heb lang de illusie gekoesterd dat dat boek haar in leven zou houden. Dat de drang zo groot was dat ze niet zou sterven voor het was uitgegeven. Op de dag van haar dood heeft ze nog gekozen tussen twee mogelijke omslagen. Ik dacht ook dat ik haar ziekte kon controleren. In de dagen na haar dood heb ik me veel verwijten gemaakt. Was ik niet te laat met haar naar het ziekenhuis gegaan? Was het niet onverstandig om de zieke baby van mijn zus het huis binnen te laten? Tegelijkertijd moet ik natuurlijk beseffen dat ik iemand niet helemáál kan behoeden voor onheil. Ik ben God niet.»

HUMO Ga je zelf een groot moederboek schrijven?

Grunberg «Dat moet ik nu gaan doen. Het wordt een roman. Ik ken de structuur al, het zit allemaal al in mijn hoofd.»

HUMO Je hebt weleens gezegd dat je het moeilijk hebt om mensen gelukkig te maken. Heb je je moeder gelukkig gemaakt?

Grunberg «Te weinig – er blijft toch een schuldgevoel knagen. Maar al bij al denk ik dat we elkaar gelukkig hebben gemaakt. Ik was niet bang om nabij te zijn, om haar te bellen, te knuffelen, lieve dingen tegen haar te zeggen. De meisjes vertelden me ook dat mijn moeder, hoe traag ze ook geworden was, naar de telefoon rénde wanneer ik haar belde. Ik heb nog vaak het gevoel dat ik mijn moeder moet bellen. Dat ze daar voor haar tv zit, en dat ik gewoon haar nummer moet intoetsen om haar te horen.»

HUMO Je lijkt me niet iemand die het risico loopt om nu helemaal te ontsporen.

Grunberg «Neen. Is dat niet jammer? (lacht) Ik dacht even: ‘Nu kan alles.’ Maar in wezen blijf ik gewoon hetzelfde doen. Ik voel me wel losser, iets meer bereid om risico’s te nemen, maar ik heb geen behoefte aan roekeloosheid.»

HUMO Ook niet aan zélf een ouder worden?

Grunberg «Die vraag stel ik mezelf, ja: wil ik een kind? Het antwoord is... nog open. Misschien. (Aarzelt) Als het dan een meisje is, wil ik haar Hannelore noemen.»

HUMO Ik kan het niet beargumenteren en volgens mij verklaar je me nu gek, maar je zou een goede vader zijn.

Grunberg «Ja? Ik heb er zelf altijd erg aan getwijfeld. Ik geloof dat ik toch een vader met flinke gebreken zou zijn. Maar ja, misschien...»

HUMO Ben je nu, zonder ouders, fundamenteel alleen?

Grunberg «Ja. Mijn Duitse vertaler schreef me dat ik altijd al een beetje verloren ben geweest, en dat ik nu nóg meer verloren ben. En zo is het. Ik ben de volgende: mijn eigen dood is begonnen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234