Auteur en Nobelprijswinnaar Toni Morrison is overleden: 'Het racisme in de VS is nog altijd even intens'

De Amerikaanse auteur, Toni Morrison, winnaar van de Nobelprijs Literatuur in 1993 is op 88-jarige leeftijd overleden na een kort ziekbed. Tien jaar geleden sprak Humo-journalist Mark Schaevers haar in Amsterdam naar aanleiding van het verschijnen van haar boek 'Een daad van barmhartigheid'. Herlees hier het interview.

(Verschenen in Humo 3588 op 2 juni 2009)

Toni Morrison, Amerikaanse Nobelprijswinnaar Literatuur, ontvangt me in de bibliotheek van het Amsterdamse Ambassadehotel, en het valt me mee dat ze me onmiddellijk in vertrouwen neemt. ‘Ik heb ischias,’ zegt ze met die melodieuze stem waar ik al veel over gelezen heb. ‘Ken je dat? Heupjicht. Vreselijk pijnlijk. Ik sukkel er al een tijd mee, het scheelde niet veel of ik was hier niet geraakt. Je moet me zien lopen: ik waggel als een eend.’

Toni Morrison «Ach, hoor mij bezig... Lang geleden zat ik hele middagen met mijn zus in de tuin tomaten of perziken te hakken, om ze op te leggen. Mijn moeder, mijn grootmoeder, een hele stoet oudjes, die zaten daar allemaal bij. Soms vertelden ze verhalen, dikwijls gruwelijke, maar altijd mooi verteld – sommige daarvan heb ik gebruikt in ‘Beminde’ (uit 1987, red.). Maar het grootste deel van de tijd hadden ze het over hun zere rug, hun zwakke maag, hun geneesmiddelen, hun wonderdokters... Mijn zus en ik hadden er de pest aan, maar ik moet je zeggen: vandaag is er niks waar ik zelf liever over praat!»

HUMO Alle ouderdomskwalen ten spijt is er uw nieuwe boek ‘Een daad van barmhartigheid’. Het is niet evident dat u aan de slag blijft: je hébt schrijvers die met pensioen gaan.

Morrison «Dan toch omdat ze niks meer te zeggen hebben. Bij mij ligt het anders: ik heb nog een stuk of twee belangrijke boeken te schrijven (lachje). Ik zou me beter wat haasten: ik ben 78!»

HUMO Ik geloof dat u zichzelf met de jaren alleen maar beter vindt worden.

Morrison «Dat is waar! Ik bén beter. Je merkt sneller wanneer het fout loopt, wanneer je dus dingen weg moet gooien. Ik schrijf alleen op de dagen dat het me allemaal wat helder voor de geest staat: zo vermijd ik vergissingen.»

HUMO Als u aan een boek begint, weet u nu dat miljoenen mensen zullen meelezen. Heeft dat het schrijven grondig veranderd tegenover de dagen dat u uw debuut ‘Het blauwste oog’ neerpende?

Morrison «Na de Nobelprijs, in 1993, had ik het vervelende gevoel dat er wel heel erg naar me gestaard werd, maar dat was gauw weer over. Ik laat de buitenwereld niet toe terwijl ik schrijf. Ik doe wel heel erg mijn best om aansluiting te zoeken bij mijn lezers, maar dat kan ik alleen door me te verlaten op de vastberadenheid van die perfecte lezer die ik toevallig zelf ben.»

HUMO Doris Lessing noemde haar Nobelprijs ‘a bloody disaster’. Heeft de uwe uw leven alles bij elkaar hard veranderd?

Morrison «Doris is heel geestig. Ik geloof dat ze niet eens naar Stockholm gegaan is, hè? Ik wel, hoor: dat liet ik me niet afpakken! En al mijn vrienden en familie zijn er mee naartoe gevlogen. Was ik niet gegaan, ze hadden me overhoop geschoten.

»Van alle kanten werd ik gewaarschuwd: zorg dat die prijs niet met je aan de haal gaat! Maar ik was juist vastbesloten er níét boven te gaan staan en het allemaal niet zomaar weg te wuiven. Nee, ik wou er juist volop van genieten. En dat heb ik gedaan ook: het was een héérlijk feest.

»Die prijs veranderde vooral de andere mensen, vond ik. Ze begonnen zich anders te gedragen, ik moest hén op hun gemak stellen! Zelf heb ik er vooral een kans in gezien schrijvers uit minderheden, zwarte of Aziatische, te helpen: vroeger probeerde ik dat al vanuit de uitgeverij of de academische wereld, en nu werd dat een stuk makkelijker.»

HUMO Roept 1993 toch geen gemengde gevoelens bij u op? Kort na de prijsuitreiking brandde uw huis bij de Hudson af.

Morrison «Niks gemengde gevoelens! Het was fantastisch, punt. Stel je voor dat je huis afbrandt, en je hebt de Nobelprijs níét gewonnen, iets wat de meeste mensen van wie het huis in de fi k gaat overkomt: ik moet er niet aan denken.

»Trouwens, mijn zoon zei nog: ‘Mum, het was toch een krot.’»

HUMO Sindsdien behoort u tot de literaire royalty. Uw openbare optredens lopen algauw op staande ovaties uit. ‘Ik kan me niet voorstellen,’ las ik bij een Brits criticus, ‘dat Philip Roth of John Updike hetzelfde applaus te beurt zou vallen.’ Hebt u daar zelf een verklaring voor?

Morrison «Mijn boeken zijn héél goed!»

HUMO Pak aan, Philip Roth!

Morrison (lacht) «Het is je wérk waar de mensen op reageren, daar ben ik heilig van overtuigd.

»Nu, ik moet je zeggen: vóór de Nobelprijs verkocht ik ook al geweldig veel boeken. (Fluistert) Huge sales all over! Van de gebonden editie van ‘Beminde’ zijn miljoenen exemplaren over de toonbank gegaan. Mijn boeken worden bestudeerd aan universiteiten, en ook Koreanen of Japanners zijn er vertrouwd mee. Hadden ze me die Nobelprijs na mijn tweede boek gegeven, dan zou ik me even achter de oren gekrabd hebben: ‘Wat is hier gaande?’ Maar in 1993 was ik niet aan mijn proefstuk toe.» HUMO U geniet duidelijk van de publieke optredens?

Morrison «Heel erg. Ik geloof niet dat het met ijdelheid te maken heeft: lezers, dáár geniet ik van.

»Ik ben een echte professor: het is puur genot te praten met mensen die mijn werk goed kennen, hun vragen te beantwoorden. In de VS vindt mijn uitgever het maar niks als ik naar boekhandels trek om boeken te signeren: dat loont allemaal niet, vinden ze – ze willen me vooral op televisie. Maar ik blijf erop aandringen, want daar is het me om te doen: het gezelschap van lezers.»

'Het racisme in de VS is nog altijd even intens. Obama of geen Obama'


BARACK DE BEVRIJDER

HUMO In uw nieuwe boek, ‘Een daad van barmhartigheid’, geeft de handelaar Jacob Vaark, van Amsterdamse origine, het slavenmeisje Florens de kans op een fatsoenlijker leven door haar in zijn huishouden op te nemen. Waarom kreeg de brave man dat varken toebedeeld als achternaam?

Morrison «Wil je wat weten? Ik wíst gewoon niet wat ‘Vaark’ betekende! Ik heb het hier nu net vernomen. Ik vond het een leuke naam, ik had hem uit de passagierslijsten van de schepen gevist. En nu ben ik zo kwaad op mezelf, want Jacob Vaark verdient zo’n naam niet: ik vind hem net een vrij fatsoenlijke man. Met de slavenhandel wil hij eigenlijk niets te maken hebben, die doet zijn maag keren.»

HUMO Europeanen hebben talen die klinken als hondengeblaf, merkt één van uw personages op in het boek: uw vergissing is begrijpelijk.

Morrison (lacht) «Je riskeert je keel als je sommige Nederlandse woorden probeert uit te spreken. Daarstraks moest ik een boek signeren voor iemand die Ggggccchhhh heette!»

HUMO Uw critici worden verstandiger met de jaren, hebt u eens opgemerkt, maar dit keer hebben ze het behoorlijk moeilijk om uw nieuwe boek goed te duiden, vind ik.

Morrison «Het zou kunnen dat ik het voor hen wat te subtiel heb aangepakt.»

HUMO Of gewoonweg te moeilijk: John Updike had het in The New Yorker over het te duistere openingshoofdstuk.

Morrison «Waar hád hij het over? Dat vond ik een beetje neerbuigend. Maar ach, ik kan het hebben. Van krantenrecensies verwacht ik al niet zoveel, ik kijk meer uit naar de academische kritiek. Daar leer ik soms wat van bij: ik las eens een heel interessant stuk over de invloed van de klassieke Griekse literatuur op mijn werk. Geen grote verrassing als je bedenkt dat ik jarenlang Grieks drama gestudeerd heb, maar je staat er dan toch van te kijken hoeveel er onbewust van blijft hangen.»

HUMO In de schaduw van de dikwijls afwezige Jacob Vaark leven zijn Britse vrouw Rebekka en drie hulpjes van verschillende raciale herkomst. Die vrouwen vormen een vreemd soort familie, een overlevingsverbond.

Morrison «Dat was het interessante voor mij: de complexe, rijke relaties tussen die vrouwen. Dat soort relaties wordt meestal te simpel beschreven, ook door zo’n briljante schrijfster als Jane Austen. Wat vrouwen bij haar uiteindelijk doen is... trouwen. Ik wou een pure, ruwe situatie: als Jacob Vaark overlijdt, zijn die vrouwen niet langer beschermd, hebben ze nog weinig meer dan zichzelf. Wat gebeurt er dan? Dat soort vragen neemt me op sleeptouw, doet me schrijven.»

HUMO U situeert uw verhaal eind zeventiende eeuw, toen de VS nog moest ontstaan.

Morrison «Ik wou slavernij en racisme uit elkaar halen.

»Slavernij is helemaal niet uniek voor Amerika. Er is nauwelijks een vorm van beschaving zónder slavenarbeid te vinden, of je het nu over Egypte, Athene, Moskou of Rome hebt. Maar de koppeling, in Amerika, van die slavernij met racisme was wél ongewoon, alsof dat racisme de natuurlijkste zaak was. In de jaren waarover ik schrijf werkten blanken onder contract en zwarte slaven nog naast elkaar. Pas nadien is het racistische systeem ingeplant en in wetten vastgelegd.»

HUMO Omdat u teruggaat naar een wereld die minder door ras bepaald werd dan de latere VS, prezen recensenten uw gevoel voor timing: uw boek verscheen een week voor de verkiezing van Barack Obama, met wie het ‘postraciale tijdperk’ aangebroken zou zijn.

Morrison «Ik weet het niet, hoor. Ik was al drie of vier jaar met dat boek bezig, en de publicatie in oktober had niks met Obama te maken. De uitgever wou gewoon de kerstperiode voor blijven, want dan wordt er blijkbaar nauwelijks literatuur verkocht (lachje).

»’t Is wel waar dat ik met opzet geschreven heb over de ontstaansperiode van Amerika, toen alles nog vloeibaar was, en het racisme nog niet geïnstitutionaliseerd was. Zo’n stuk geschiedenis dat nadien weggepoetst is, dat is interessant voor mij.

»Het post-raciale Amerika? Zover zijn we nog niet! Daarvoor zijn de dingen nog veel te onduidelijk. We hebben vandaag minder racisten, maar het racisme is nog altijd even intens aanwezig, even stuitend als het ooit geweest is. Dat heeft de presidentscampagne nog bewezen. Hoeveel mensen hopen er niet hardop dat Obama moge mislukken?

»Ik moet wel zeggen dat het een overweldigende ervaring was om zijn verkiezing mee te maken, om te merken wat hij teweegbracht bij zovele mensen van alle leeftijden en overtuigingen. Zelfs degenen die dag en nacht keihard voor hem gewerkt hadden, konden het niet echt geloven – zelf was ik op voorhand ook allerminst zeker van zijn zaak.

»Zijn overwinning was een ongeloofl ijk bevrijdend moment. Het leek wel of er een band om je hoofd gekneld had gezeten zonder dat je dat wist, en dat die was weggehaald. Heerlijk om zonder dat gewicht te kunnen leven, of het nu te wijten was aan schuld of schaamte. En dat was niet alleen voor zwarten zo, ik merkte het evengoed op de campus van Princeton University.»


SEKSPRESTATIES

HUMO Is het niet beangstigend hoeveel verwachtingen nu aan één man worden opgehangen?

Morrison «Het is vooral beangstigend hoe ongeduldig mensen nu zijn: ‘Waarom is hij nog niet klaar? Hij zit daar al maanden in dat Witte Huis! Waarom hebben we nog altijd geen fatsoenlijke gezondheidszorg? Wat dóét die man daar?’ Men denkt te gemakkelijk dat het nu een kwestie is van wachten tot het allemaal gebeurt.»

HUMO Over Obama in het Witte Huis las ik een commentaar van één van zijn medewerkers: de president zou er buitengewoon geconcentreerd maar ook erg somber zijn. Tijdens de campagne waren er nog geestige momenten, nu niet meer: ‘Het is een beetje treurig.’

Morrison «Zou het? Nee, hij speelt met zijn kinderen, en hij heeft met Michelle een vrouw die hij verafgoodt. Er is me gezegd dat hij heel gemeen en agressief kan zijn op het basketbalterrein, dat hij daar alle spanningen kwijt kan.

»Ik heb ’m nooit ontmoet, maar hij boeit me wel. Wat ik echt interessant vond, is wat een reporter me zei. Hij had minister van Defensie Robert Gates (ook al onder Bush jr., red.) gevraagd hoe hij met Obama opschoot: ‘Is het waar dat hij luistert naar mensen?’ ‘Ja,’ was het antwoord, ‘maar nog belangrijker is dat hij ook begrijpt wat je zegt!’ (luide lach) Alsof hij dat in het Witte Huis nog nooit had meegemaakt.»

HUMO U hebt Obama al enkele keren aan de lijn gehad. De eerste keer hengelde hij zelf naar uw steun tijdens zijn campagne. U hapte niet meteen toe.

Morrison «’Voor ik het met u over iets anders heb, wil ik u over ‘Het lied van Solomon’ spreken,’ zei hij eerst. Dat vond ik wel slim van hem, dat hij van mijn boeken hield (lacht). Maar hoezeer politiek me ook bezighoudt, ik had nooit voordien een kandidaat openlijk gesteund, en dat zei ik hem. Hij begreep dat: ‘Als je het één keer doet, zullen ze je constant lastigvallen,’ zei hij. Op dat moment was Hillary Clinton ook nog in de running, en ik bewonder haar zeer. Maar dan begonnen nog andere mensen te bellen voor Obama en heb ik een brief geschreven om hem mijn steun toe te zeggen.»

HUMO ‘Het feit dat u zwart bent, kan me niet veel schelen,’ stond daarin.

Morrison «Ik had dit keer, vond ik, niet de luxe om een kandidaat te kiezen op basis van zijn geslacht of huidskleur. Het land was er zo slecht aan toe dat alleen iemand met het temperament, de visie, de wijsheid en de koppigheid van Obama een uitweg kon bieden.»

HUMO Toonde Hillary Clinton zich op één of andere manier ontgoocheld dat u háár niet steunde?

Morrison «Mij heeft ze in elk geval niks laten weten. Maak je geen zorgen, ze is een fl inke meid!»

HUMO U had haar man Bill Clinton al eens de eerste zwarte president van de VS genoemd. Hij had volgens u alles om een zwarte te zijn: ‘Eén-oudergezin, arm geboren, arbeidersklasse, een saxofoon spelende, aan McDonald’s en junkfood verslaafde jongen uit Arkansas’ noemde u hem in een fraaie zin.

Morrison «Dat stukje vond iedereen mooi, ja. Maar ’t is vaak verkeerd begrepen: ik zei alleen maar iets wat ik bij zwarte mannen had opgepikt. De eerste keer hoorde ik het van de komiek Chris Rock: hij noemde Bill Clinton een zwarte omdat het ten tijde van Monica Lewinsky voortdurend over zijn genitaliën en zijn seksprestaties ging. Het was allemaal zo dom, zo venijnig, zo hypocriet. Nog voor er een onderzoek was, was Clinton al schuldig. En dát herkenden die zwarte mannen: ‘Jezus, ze behandelen hem als een zwarte!’

»Wat vond jij van die beschuldigingen? Ging het echt om verkrachting? En zij dan? Zij was ermee begonnen! Ach, die hele affaire was verschrikkelijk. Weet je wat mij altijd zal bijblijven? Die keer dat Clinton zei: ‘Ik had geen seks met...’ En dan aarzelde hij even en zei: ‘that woman.’ Hij was haar naam zelfs vergeten! (bulderlach) Dat vatte het allemaal samen: Sarkozy zou misschien nog in staat zijn tot een groot schandaal, maar dit was allemaal zo vreselijk Amerikaans, de stripversie van een affaire. Als ze Clinton wegwilden, hadden ze toch wat anders kunnen bedenken.»

'Beangstigend hoe ongeduldig mensen zijn: ‘Waarom is hij nog niet klaar? Hij zit daar al maanden in dat Witte Huis!’ Men denkt te gemakkelijk dat het nu een kwestie is van wachten tot het allemaal gebeurt' Over Barack Obama

HUMO Als ik nog eens naar Obama mag: die probeert de zwarten tot een nieuw soort politiek te bewegen, voorbij het zwarte slachtofferschap. Steunt u hem daarin? Morrison «Ik weet het nog niet. Kan je gewoon zeggen: ‘Vergeet het nu maar allemaal, we moeten vooruit!’ Obama kan dat, ja, omdat hij niet in de buurt was toen de klappen vielen. Het ging er hard aan toe hoor, in de strijd voor burgerrechten: mensen werden in elkaar geslagen, in de gevangenis gegooid. Intellectueel weet Obama dat allemaal ook wel, maar hij heeft het fysiek niet zelf ervaren.

»Weet je waarom ik iedere keer ga stemmen, ook al heb ik het soms moeilijk om iemand te vinden voor wie ik dan wel moet stemmen? Als ik dat stemhokje binnenga, neem ik altijd weer Fannie Lou Hamer met me mee, de vrouw die (in Mississippi, 1963, red.) door blanke agenten bijna doodgeklopt werd omdat ze ervoor vocht dat zwarten gingen stemmen. Ik bedoel maar: zó bloederig ging het eraan toe. Een heleboel anonieme mensen zijn gewoon doodgeschoten. Nog altijd lopen er slachtoffers rond met de littekens van die dagen: ik begrijp hun verzet, al zal Obama wel gelijk hebben dat we ons zo niet mogen blijven opstellen. En er is een jonge, in Harvard opgeleide generatie zwarte politici die hem steunt.»


BELGISCH CONGO

HUMO Handen uit de mouwen, zegt bijvoorbeeld de zwarte burgemeester van Philadelphia, en niet blijven steken in je eigen groep: hij kent geen witte of zwarte manier om een kuil in het asfalt te dichten, zegt hij.

Morrison «Als de kuil maar dicht raakt, dat klopt! Al zeg ik er graag bij dat veel steden, als Trenton en Newark, pas een zwart bestuur kregen toen ze er zo vreselijk aan toe waren dat herstel niet meer mogelijk was. Zoals het hele land een zwarte president kreeg op een ogenblik dat herstel nauwelijks nog mogelijk was (lacht)

HUMO Eén van de vragen uit de vraagstaart van Proust luidt: wat is uw favoriete kleur?

Morrison «O, dat is zo dikwijls veranderd. Ik heb niet zozeer een favoriete kleur, ik heb vooral kleuren die ik visceraal háát. En momenteel is dat: geel.»

HUMO Ik vroeg het vooral om eens te checken of u niet zwart als lievelingskleur zou noemen, in de trotse traditie van ‘black is beautiful’.

Morrison «Zwart? Voor mij is zwart helemaal geen kleur. Het staat voor de afwezigheid van kleur.»

HUMO Maar als huidskleur kan zwart je leven wel mee bepalen. Wanneer hebt u voor het eerst het belang van huidskleur ervaren?

Morrison «In mijn leven? Ik heb dat nooit belangrijk gevonden. In de stad in Ohio waarin ik opgroeide, Lorain, had je allerlei mensen: zwarten, Hongaren, Polen, Italianen – sommigen spraken niet eens Engels. Het was een arme stad met staalfabrieken waar mensen in de jaren dertig naartoe trokken voor werk. Ik heb er nooit in een uitsluitend zwarte buurt gewoond, het leek erg op de pre-raciale wereld zoals ik hem in ‘Een daad van barmhartigheid’ beschrijf, en als kind dacht ik dat de hele wereld er zo gemengd uitzag. Pas toen ik in Washington naar de universiteit ging, moest ik met een schok ervaren dat daar een strenge scheiding bestond: bordjes met ‘Coloureds only’ en dat soort dingen.

»Zelf heb ik zwartzijn nooit als een obsessie gezien. Het is iets wat je opgedrongen wordt, en ik laat mezelf niets door anderen opdringen.»

HUMO Met ‘Een daad van barmhartigheid’ schreef u een soort prequel van ‘Beminde’, zoals bekend de beste Amerikaanse roman van de laatste kwarteeuw.

Morrison (lacht) «Volgens The New York Times toch, ja. Ze hebben de lezers laten stemmen.»

HUMO Vindt u het zelf ook uw beste boek?

Morrison «Dat mag je me niet vragen, want ik wil niet kiezen. Al die boeken betekenen iets anders voor me. Sommige vind ik een groot succes omdat ik hindernissen voor mezelf had uitgezet. ’t Is duidelijk dat ‘Beminde’ de voorkeur van velen wegdraagt door het onderwerp: slavernij, en dan nog eens vrouwelijke slaven. Maar een boek als ‘Jazz’, dat is het zware werk, en daar ben ik trots op: toen kwam ik echt op dreef.»

HUMO ‘Beminde’ was uw eerbetoon aan de zestig miljoen slachtoffers van de slavernij, een cruciale ervaring voor de Amerikaanse samenleving. Is een vergelijking met de zes miljoen Joodse slachtoffers in Europa zinvol?

Morrison «Die zes brengt mensen misschien op dat spoor, maar zelf dacht ik er niet aan. Slavernij in Amerika is nog wat anders dan tien jaar Hitler: we hebben het over driehonderd jaar, drie eeuwen! Miljoenen en miljoenen mensen die nooit wat van hun leven hebben kunnen maken, die gestorven zijn op de schepen of ervan afgesprongen zijn, kinderen die stierven op de plantages – in een land als Jamaica hadden ze een levensverwachting van een jaar of vier. En dan wil ik het nog niet hebben over de praktijken in Belgisch Congo.»

HUMO Toch bedankt om ons eraan te herinneren.

Morrison «Je weet nooit, hè (lachje).

»Ik probeer me weleens de optelsom voor te stellen van wat al die mensen hadden kunnen voortbrengen, hadden ze al die jaren wél een bestaan en families kunnen uitbouwen.»

HUMO Gore Vidal noemde de USA de United States of Amnesia: blijft het nodig om uw land aan de slavernij te herinneren?

Morrison «Zeker, want zoiets kan je wel vergeven, maar vergeten mag je ’t nooit. Al moet je ervoor zorgen dat het verleden je niet helemaal overmeestert, want dan krijg je dat slachtofferschap waar we ’t over hadden. Dan ga je je vastklampen aan dat schaamtevolle verleden om je eigen leven toch wat gewicht te geven.

»Wat ik voorstel is: laten we het verleden goed evalueren. Neem ervan mee wat bruikbaar is, bewaar een herinnering aan wat onbruikbaar is, en bouw voorts vooral je eigen bestaan uit.»

HUMO Om de herinnering aan de slavernij te bewaren is de Toni Morrison Society ermee begonnen zitbanken te plaatsen.

Morrison «Ja, is dat geen aardig idee? Ik had in een redevoering eens vermeld dat er geen fatsoenlijk gedenkteken was voor de slachtoffers van de slavernij: geen herdenkingsplaat, geen muur, geen park, zelfs geen kleine bank langs de weg. En dus kwam die club op het idee zulke banken echt te gaan

plaatsen. Er staan er nu twee: één in South Carolina op Sullivan’s Island, waar haast de helft van de Afrikaanse slaven NoordAmerika werd binnengebracht, en één niet ver van mijn geboortestad, in Obelin College, op de plek waar blanken en zwarten ooit druk bezig waren slaven te helpen ontsnappen.»

'Het lukt me niet om samen te vallen met het personage dat die prijs kreeg: je hebt haar en je hebt mij' Over haar Nobelprijs


DE EERSTE LIEFDE

HUMO Hoe wilt u later herinnerd worden?

Morrison «Ik kreeg die vraag eens tijdens een publiek interview in Londen, en ik antwoordde – je moet íéts zeggen – dat ik graag herinnerd zou worden als een betrouwbare, genereuze vrouw. Een zwart meisje kwam meteen tussen. Ze was echt boos: ‘U bent een grote schrijfster, u hebt de Nobelprijs, en u wil herinnerd worden als een betrouwbaar mens? Waar hébt u het over?’

»Tja, waar heb ik het over? Dat ik graag heb dat mijn kinderen me als een bekwaam mens zullen herinneren. Maar hoe ik wil dat ‘de wereld’ zich mij herinnert? Dat kan me eerlijk gezegd niet schelen. Wie zo denkt, is waarschijnlijk ook een ander soort auteur, een schrijver van dikke, vreemde, lege boeken.

»Het komt er altijd weer op neer dat het me niet lukt om samen te vallen met het personage dat de Nobelprijs kreeg: je hebt haar en je hebt mij. Ik vind haar aardig hoor, maar veel van wat met haar te maken heeft vind ik ellendig: de beroemdheid, de paparazzi. Ik zat een keer in de jury in Cannes: de verschrikkelijkste ervaring van mijn leven. Wanneer er foto’s gemaakt werden, dook ik weg achter iemand anders. Dat soort glamour haat ik. Ik sta zo ergens tussen Cannes en Salinger: ik snap heel goed waarom hij zich helemaal teruggetrokken heeft, en ik schuif altijd weer verder zijn kant op.»

HUMO Voor u helemaal verdwijnt, graag nog een paar vragen, en wel uit de vraagstaart van Proust, nu ik die toch bij de hand heb. Het interesseert me, ook met uw verleden als prof literatuur, wie uw favoriete fictieve helden en heldinnen zijn.

Morrison «In de literatuur van ánderen? (lacht) De moeders in de boeken van Márquez, dat zijn personages naar mijn hart – hoe die met de dingen omgaan... Of dat stel in ‘Liefde in tijden van cholera’: hoe die elkaar na een halve eeuw nog vinden, dat vind ik heroïsch.»

HUMO Hebt u een favoriete componist, wil Proust ook weten.

Morrison «Keith Jarrett. Sinds ik ‘The Köln Concert’ hoorde, heb ik ontzettend veel van hem gekocht, zoveel dat ik het nog niet allemaal beluisterd heb – ik ben heel traag in die dingen. Jarrett houdt niet van sommige muzikanten waar ik wel van hou, maar ik blijf hem trouw. Ik vind hem veelzijdig, en er is héél véél van hem.»

HUMO Een favoriete schilder?

Morrison «Dat gaat met periodes, ik kan maar van één artiest tegelijk houden. Dat is een poos Edvard Münch geweest – mooie tijd! – en een hele lange periode jouw landgenoot Magritte: misschien was hij wel mijn eerste liefde. Ik vond wat hij deed intelligent, briljant. Maar de Magritte-periode is voorbij, moet ik je helaas zeggen. Op hoge leeftijd heb ik me dan toch maar overgegeven aan de held van zovelen: Picasso.»

HUMO Het nieuwe Magrittemuseum in Brussel kan u niet meer verleiden?

Morrison «Is er een nieuw museum? O, maar daar móét ik op een dag naartoe! Reis je vandaag nog terug? Go back to Magritte, and say ‘Hi!’ from me

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234