Auteur James Salter is overleden

James Salter is overleden, de meesterstilist werd 90. Twee jaar geleden sprak Humo met de schrijver van ‘Alles wat is’ en ‘Lichtjaren’ in zijn huis op Long Island. Herlees het hele interview.

(Verschenen in Humo 3817/44 op 29 oktober 2013)

Van de hemelbestormende generatie van Mailer, Roth en Updike is James Salter misschien wel de gaafste stilist. Toch is hij altijd een geheimtip gebleven – tot de verdiende doorbraak dit jaar met ‘Alles watis’, een bitterzoete roman over het glooiende levenspad van uitgeversknecht Philip Bowman.

'Er ligt meer rommel in boekwinkels dan ooit tevoren'

Salter ontvangt me in zijn huis van cederhout in het gehucht Bridgehampton, in het oosten van Long Island, drie uur sporen vanuit Manhattan. Zoals het hoort in het hart van The Hamptons, het langoureuze decor van ‘The Great Gatsby’, zitten we op de veranda met een kan ijskoffie.

Om het aanwaaiende journaille van dienst te zijn, heeft Salter in ‘Alles wat is’ zijn buurt handzaam beschreven: ‘Hij huurde een huisje aan een smalle weg even voorbij Bridgehampton, die eindigde bij het strand met een geel bordje ‘doodlopende weg’. Het huis werd nooit afgesloten. Het was een provisorisch, tijdelijk bouwsel vergeleken met de rest van zijn leven. Hij parkeerde zijn auto op het zanderige grasveld naast zijn keukendeur, en voelde zich volkomen thuis.’ Het buitenhuisje is een wijkplaats na een strubbeling met de liefde, ongeveer halverwege de roman en de zoektocht naar geluk van Philip Bowman, ex-marinier en redacteur bij een kleine kwaliteitsuitgeverij in Manhattan.

‘Alles wat is’ imponeert door de wonderlijke lichtheid waarmee Salter ook de zwaarte van het leven vat, door de zuivere taaltoets waarmee hij ook de meest valse menselijke drijfveren oproept. Is dat de verklaring voor de doorbraak van de schrijver, zich stilaan loswe- kend van het door hem vervloekte etiket van writer’s writer? Hij haalt de schouders op, wil niet aan andere verklaringen dan ‘toeval’ en ‘geluk’. Ik suggereer er een handvol, hij pareert ze met heldere pretlichtjes in de lichtblauwe ogen.

Dat ‘Alles wat is’ zijn ultieme boek is, een samenvatting van alles wat hij eerder geschreven heeft: ‘Ik herneem inderdaad personages, situaties en zelfs een verhaalflard of formulering, maar dat doet er toch niet toe? Het valt alleen op voor wie al mijn vorige boeken kent.’

Dat het net ‘Mad Men’ is, maar dan in de uitgeverswereld en niet in die van de reclame: ‘Die vergelijking aanvaard ik niet. ‘Mad Men’ is een soap, met alle overdrijvingen van dien.’

Dat hij heerlijk compact schrijft en de feiten voor zich laat spreken: ‘Een bewuste keuze, dat heb ik geleerd van de Fransen; die doen ook niet aan tearjerken.’ Dat hij de tijdgeest vat via het brede scala van de roman, die ruim veertig jaar omspant: ‘Dat klopt, al had ik niet de bedoeling een panorama te schrijven of in te zoomen op de sociale, morele en politieke veranderingen in Amerika sinds de Tweede Wereldoorlog – ik ben John Dos Passos niet.’ Dat het vast geholpen heeft dat ‘Alles wat is’ zijn eerste roman in 34 jaar is. Opnieuw het ophalen van schouders: ‘Ik ben nooit gestopt met schrijven. In de tussentijd heb ik memoires gepubliceerd, een heleboel korte verhalen en een geweldig boek over eten, samen met mijn vrouw.’

Dat, bovenal, Salter precies en kristalhelder, levenswijs en empathisch over de liefde schrijft. Bowmans vrouwen zijn immers de ankerpunten waarrond de roman zich ontwikkelt.

James Salter «Bowman doorloopt gewoon de stadia die iedereen wel kent die een poosje geleefd heeft: hij smacht naar liefde, hij denkt de liefde gevonden te hebben, hij verliest de liefde, hij vreest zonder liefde verder te moeten.

»Bowman is geenszins een seksuele avonturier: hij is een paar jaar getrouwd, beleeft twee affaires met een getrouwde vrouw, en verder zijn er nog twee vrouwen in zijn leven. Dat kan je moeilijk een leven van seksueel exces noemen. Er staan ook niet overdreven veel seksscènes in de roman, maar ik heb ze wel enige intensiteit proberen mee te geven. Want seks ís natuurlijk belangrijk. ’t Was, denk ik, Georges Sand die seks ‘het meest heilige in het leven’ genoemd heeft. Daarom probeer ik een uitroepteken achter bepaalde episodes uit Bowmans leven te zetten.»

HUMO Zou u ‘Alles wat is’, met zijn opgeborgen dromen en onvervulde verlangens, een melancholische roman noemen?

Salter «Eerder een realistische roman. Bowman begint als een idealistisch en eerbaar man en eindigt ook zo. Natuurlijk raakt hij tussendoor wat gedesillusioneerd. We moeten allemaal op een gegeven moment beseffen dat we niet al onze dromen zullen waarmaken, en dat we onze desillusies maar beter een plaats in ons leven kunnen geven. Ook ontgoocheld en verraden staat Bowman zichzelf niet toe bitter te worden. Hij zegt zelfs expliciet: ‘Het was het waard.’ Zo krijgt de roman iets elegisch, maar voor mij domineert de melancholie niet op het einde: onderweg naar een eenvoudig maar aangenaam restaurant ziet Bowman New York als een vreemde stad, als ‘een plaats waar je gelukkig kan zijn’.»


Een vlucht ganzen

HUMO Het motto breekt een lans voor het schrijven: ‘Er komt een moment dat je / je realiseert dat alles een droom is, / en dat alleen de dingen die geschreven zijn / een kans hebben om echt te zijn.’

Salter «Op een bepaald moment wordt het geschrevene belangrijker dan de werkelijkheid. Die vervliegt immers als een droom, terwijl proza altijd blijft. Maar tot aan je dood is leven belangrijker dan schrijven (grijnst).

»Schrijven is nu eenmaal belangrijk in mijn leven, ik ben wat de Fransen un homme de lettres noemen. Ik beschrijf het decor van de roman, het uitgeefwezen, dan ook met sympathie. Zelf heb ik nooit bij een uitgeverij gewerkt, maar ik heb die wereld van schrijvers en uitgevers leren kennen door boeken te schrijven en te publiceren. Verder had ik er drie of vier vrienden en onvermijdelijk inhaleer je beetje bij beetje de wereld van je vrienden.»

'Wie ouder wordt, doet simpelweg niet meer mee, alsof het tij is teruggetrokken'


HUMO Hebt u ook de beroemde schrijvers van uw generatie – Philip Roth, Norman Mailer, John Updike – leren kennen?

Salter «Geen van de drie die je noemt was echt een vriend, al heb ik ze wel allemaal ontmoet. Updike is wellicht de meest beschaafde van mijn generatie, Henry Miller de meest interessante. Voor ik zelf schrijver was, ben ik een keer naar Big Sur gevlogen in de hoop ’m te ontmoeten. Ik heb zijn huis gevonden, maar had niet de moed om aan te bellen. Ook later heb ik er nooit op aangestuurd om vrienden met ’m te worden.»

HUMO Voelt u zich verwant met Miller?

Salter «Niemand kan schrijven zoals Miller, je moet hem zijn om zo te schrijven. ’t Is extreem repetitief – hij gaat maar door en door – maar op z’n best heeft zijn werk een wonderlijke kracht.»

HUMO Voelt u zich verwant met Richard Yates? Ik zie overeenkomsten.

Salter «Ik zal je op je woord geloven; ik heb Yates nooit gelezen.»

HUMO Ik geloof u niet op uw woord. Maar goed, aan het eind van ‘Alles wat is’ wordt melding gemaakt van de verkruimelde kracht van de roman.

Salter «Wie heeft tegenwoordig nog tijd om te lezen? De hoogdagen van de roman zijn voorbij. Ik heb het er met nogal wat schrijvers over gehad en we waren het – helaas – allemaal roerend eens. Af en toe wierp iemand wel op dat er nooit eerder zo veel boeken ver- kocht werden als vandaag. Maar dat zijn geen romans, er ligt meer rommel in boekwinkels dan ooit tevoren. We moeten het maar aanvaarden, ’t heeft geen zin te doen alsof literatoren tegenwoordig nog altijd op de aandacht van de massa kunnen rekenen. Wat allemaal niet wegneemt dat een gelukte roman nog altijd een bijzondere kracht kan etaleren. De kranten zitten dezer dagen zonder twijfel in de dodencel, maar ik ben geneigd te geloven dat boeken nog een tijd zullen blijven bestaan.»

HUMO Volgt u de Amerikaanse literatuur van vandaag nog?

Salter «Ik heb de tijd niet, ik werp hooguit een snelle blik op wat van groot belang is. Ik ben trouwens nog niet klaar met alle boeken van vroeger.»

HUMO U loopt niet naar de winkel voor een boek van Dave Eggers als die uw verhaal ‘Bangkok’ ‘een masterclass in dialoog’ noemt?

alter «Van Eggers heb ik wél wat gelezen. Hij is dan ook meer dan een schrijver, hij is een fenomeen: romancier, uitgever en filantroop. Natuurlijk ben ik geïnteresseerd in hem, het zou onbeschoft zijn hem niet in het oog te houden. Maar noem nog eens iemand. Welke Engelstalige schrijver van onder de veertig zou ik moeten lezen?»

HUMO Zadie Smith?

Salter «Van Zadie Smith heb ik één en ander gelezen. Geweldig! Ik bewonder haar energie en esprit. Maar zelfs van haar heb ik niet alles gelezen. Wie heeft daar de tijd voor? Bovendien lees ik tegenwoordig niet meer voor mijn plezier, en zo beland ik vooral bij non-fictie. Momenteel lees ik John Lukacs, die veel over Churchill en de Tweede Wereldoorlog geschreven heeft. Uiteindelijk is het toch het historisch perspectief van de dingen dat me het meest kan boeien.»

HUMO Vergelijk vanuit uw historisch perspectief eens de Depressie van uw jeugd met de financiële en economische crisis van vandaag?

Salter «Ik herinner me de jaren dertig van de vorige eeuw heel goed. Mijn vader deed in vastgoed en zijn business stortte helemaal in. Net als velen hadden ook wij geen geld meer en moesten ook wij ons appartement in New York opgeven. Ik ging bij mijn grootou- ders in Alabama wonen en ben een jaar in de South gebleven.

»Maar alles bij elkaar is de toestand vandaag niet vergelijkbaar met die van toen. Tijdens de Depressie woonden er mensen in Central Park: de helft van het gazon stond vol hutten, gemaakt van blik en karton. Je kwam toen mannen op straat tegen die een appel probeerden te verkopen voor 5 of 10 cent. Er stonden lange wachtrijen voor gratis brood. Banken stortten in, overal, en mensen waren al hun geld kwijt. De intensiteit van de crisis van toen was ongelofelijk, dat is toch nog iets anders dan wat vandaag gebeurt. Toen liep de werkloosheid tegen de dertig procent, in de huidige crisis heeft ze nooit de tien procent gehaald.

»Bovendien lijken we hier in Amerika het ergste inmiddels achter de rug te hebben. De Depressie sleepte aan tot de oorlog er een einde aan maakte. En de oorlog – ik blijf het herhalen – was echt vreselijk. ’t Is onmogelijk om vandaag vanuit een luie zetel over die periode een boek te lezen of een documentaire te bekijken en te beseffen wat het echt betekende. Je kan nooit de emoties en de angsten van die tijden ervaren. En ik mag dat zeggen, want ik was erbij.»

'Het leven als schrijver is moeilijker dan dat als soldaat'

Voor hij voor het schrijverschap koos, was James Salter twaalf jaar gevechtspiloot en officier bij de US Air Force, na een opleiding aan de eliteacademie van West Point. Zijn eerste twee romans, ‘The Hunters’ en ‘The Arm of Flesh’, zijn gebaseerd op respectieve- lijk zijn meer dan honderd gevechtsvluchten tijdens de Koreaanse Oorlog en zijn periode op een Duitse luchtmachtbasis. ’t Zijn donkere boeken, over de wil- lekeur en de gruwel van de oorlog en levenslang jeu- kende trauma’s. Bowman echoot ze in ‘Alles wat is’: ‘Als ik goed nadenk, dan zijn de dingen die mijn leven het meest hebben beïnvloed de marine en de oorlog. Het was de droom die het vaakst terugkwam.’

HUMO Droomt ú nog weleens over de oorlog?

Salter «Niet meer. Tegenwoordig droom ik extatisch, zoals het hoort, maar jarenlang had ik zeer geregeld nachtmerries over rampen en op het nippertje afgewende rampen: iemand kwam me melden dat ik met- een een vlucht moest maken, ik liep naar buiten en zag een vliegtuig staan waarmee ik nooit eerder gevlogen had. In een steeds weer terugkerende droom vloog ik laag over een rivier door dichte mistbanken. Veel van wat ik echt heb meegemaakt, kwam vervormd in mijn dromen terug... (slikt, kijkt weg) Maar ik wil daar liever niet meer over praten. ’t Is voorbij, ik heb het allemaal overleefd.»

HUMO Schreef u al in het leger?

Salter «Ik deed pogingen, laat het me zo stellen. Ik had er toen al meer werk van moeten maken, ik heb die twaalf jaar als soldaat wat roekeloos verkwist. Maar goed, daar is nu niks meer aan te doen. Ik heb wel ontzettend veel gelezen in mijn jaren bij de luchtmacht. Helaas vond ik er niemand om over boeken te praten. Ik had daar nood aan, want ik wilde schrijven en wist niet hoe eraan te beginnen. Schrijven interesseerde me al sinds mijn schooltijd, ’t heeft altijd in mij gezeten.»

HUMO Heeft het leven van een soldaat veel gemeen met dat van een schrijver?

Salter «Nee. Het leven als schrijver is moeilijker dan dat als soldaat. Omdat niemand je aanwijzingen geeft. Duidelijke bevelen krijgen is vaak handig.

»Soms mis ik de luchtmacht nog. In de herfst vooral, als de ganzen overvliegen – laag, in formatie, laat op de dag. Soms zijn er achterblijvers, die proberen hun plaats in de formatie terug in te nemen. Dat luchtspektakel herinnert me aan de oorlog, aan hoe we na een memorabele missie binnenkwamen, en aan vliegen tout court. Vliegen is geweldig, of het nu voor het werk of als hobby is. (Zijn ogen lichten op) ’t Is pure extase. Niets kan tippen aan de sensaties die ik in de lucht beleefd heb. Er vallen elders simpelweg geen momenten van een der- gelijke intensiteit te beleven, of toch niet dat ik weet.»

HUMO Hebben veel schrijvers een verleden in het leger, behalve uw grote voorbeeld Babel?

Salter «Babel reisde als correspondent met het Rode Leger mee, maar hij was geen soldaat; hij heeft nooit iemand doodgeschoten. In de tweede helft van de jaren zeventig ben ik een poos beïnvloed geweest door Babel, omdat hij zo uitzonderlijk was. Maar ik heb me weten te bevrijden van zijn invloed – niet gemakkelijk, want ’t is een briljante schrijver.

»Schrijvende soldaten zijn niet zo ongewoon als vaak gedacht wordt. Cervantes vocht tegen de Turken, hij verloor zijn arm op het slagveld. Stendhal was gek van het leger en reisde mee met Napoleon. Tolstoj was als jonge officier in de Kaukasus, hij deed er syfilis of gonorroe op. Ook Norman Mailer zat in het leger, al heb ik geen idee of hij ook echt gevochten heeft – misschien was hij een kok (lachje).»


Dierbare doden

HUMO ‘Alles wat is’ etaleert vitaal proza, zeker voor een man van 88.

Salter «Er is eigenlijk maar één verschil met vroeger: ik schrijf iets minder snel. Let wel, toen ik aan het boek begon, was ik nog jong: amper 79. Daar moet je wel even rekening mee houden (glimlacht).»

HUMO Wat is het geheim van uw gezegende gezondheid?

Salter «Goede genen, neem ik aan. Mijn moeder en mijn grootvader zijn ook oud geworden. En verder heb ik de gewoonte ’s avonds iets te drinken. Dat zou best weleens geholpen kunnen hebben.»

HUMO ‘Life Is Meals’, dat boek over eten dat u samen met uw vrouw Kay gemaakt hebt, bevat geen gezondheidstips.

Salter «‘t Is geen kookboek, ’t is geen gezondheidsboek, ’t is gewoon een boek. Het gaat over voedingswaren, gerechten, de tafel – alles wat met eten en drinken te maken heeft, door de jaren heen. ’t Is echt een geweldig boek, ik ben er nog altijd trots op. Je kan een tiener beter dat boek geven dan ’m naar school sturen – ’t is een complete opvoeding.»

Hij ontbiedt Kay, met een exemplaar. Algauw ontstaat enige culinaire hilariteit: die ochtend heeft Kay zich bij het bijvullen van de suikerpot vergist, waarna haar man zich verslikte in een zoute ochtendthee. De gedachte aan alzheimer steekt bij mij onmiddellijk de kop op, maar ik onderdruk ze professioneel. Ze ontmoetten elkaar begin jaren tachtig van de vorige eeuw. De twintig jaar jongere Kay, toneelauteur, kwam in Aspen bij Salter aanbellen, met een onduidelijk verhaal van een in zijn huis vergeten armband. Het werkte en dat doet het tot de dag van vandaag, wonderwel. Het voert ons onvermijdelijk naar de feministische kritiek op ‘Alles wat is’: een oermannelijk chauvinisme zou Salter in de weg zitten om levensechte vrouwelijke personages neer te zetten. De schrijver reageert met onbegrip, omdat hij zich aan de schrijftafel moeite getroost heeft ook het vrouwelijke in zichzelf aan het woord te laten, en met berusting, omdat het verwijt chronisch opduikt. In ‘Alles wat is’ staat dan ook een anticiperende knipoog, wanneer een detectives schrijvende professor ter sprake komt: ‘Zijn vrouw las elke bladzijde en streepte door wat ze niet goed of seksistisch vond.’ We hebben het over de tedere seksscènes in zijn sensuele roman ‘A Sport and a Pastime’: ‘Dat boek beschrijft die periode in het leven waarin het verlangen op zijn toppunt is. ’t Is een ode aan de sensu- ele honger. Ik vind het nog altijd één van mijn beste romans, al ligt die periode met ouder worden steeds verder achter me.’

HUMO Wie ouder wordt, verliest gestaag familieleden, vrienden en collega’s. Dat lijkt me het moeilijkste.

Salter «Dat is ook zo. En wat daarmee onvermijdelijk samengaat: je leeft niet meer in de tegenwoordige tijd. Het heden behoort toe aan mensen tussen twintig en zestig. Je doet simpelweg niet meer mee, alsof het tij is teruggetrokken.

»Je moet daar dus een omgang mee zien te vinden, want het leven spaart niemand. Zo waren de astronauten van de Apollo-vluchten collega’s van me. Alleen Aldrin, met wie ik gevlogen heb, leeft nog. Eén van mijn beste vrienden was Ed White, met wie ik in Korea was. Hij stierf in de brand van de Apollo-1 op de grond in Cape Kennedy, nog vóór de eerste missie naar de maan.»

Salter herdenkt nog meer dierbare doden, onder anderen zijn dochter die hij dertig jaar geleden geëlektrocuteerd in een douchecabine vond, maar wil ze niet in het stuk: ‘Aan een klaagzang vanuit het be- jaardentehuis heeft niemand wat.’

HUMO Denkt u tegenwoordig vaker aan uw eigen dood?

Salter «Ik ben niet bang van de dood, het wordt gewoon steeds meer een praktische zaak. Als je zeventig bent, weet je dat je zal sterven, maar hoef je er nog niet zo nodig meteen veel aan te doen (glimlacht).

»Ik heb lang gedacht dat er een juiste manier van leven en een juiste manier van sterven is, maar de laatste tijd weet ik dat niet meer zo zeker: misschien was dat over dat sterven toch wat grootspraak. Maar ik blijf rotsvast geloven dat er een juiste manier van leven is. Ieder moet ontdekken wat die voor hem of haar is, binnen de limieten van deugden als standvastigheid, gerechtigheid en barmhartigheid. Eigenlijk is het heel eenvoudig: handel wijs, wees verstandig.»

Of me dat geen gepaste conclusie lijkt, vraagt Salter. Het is onderhand genoeg geweest, ‘zelfs voor een schrijver van vitaal proza’. De dag na het interview maakt hij de oversteek naar New Haven, om de Windham-Campbell Literature Prize op te halen: ‘Die prijs wordt voor het eerst uitgereikt, onder de auspiciën van Yale University. Hij is 150.000 dollar waard en dat vind ik geweldig, al houdt me nu vooral de vraag bezig of ze daar een dankwoord van me verwachten.’ Ik feliciteer ’m en suggereer dat de doorbraak onderhand wel definitief zal zijn. Hij lacht: ‘Alle beetjes helpen. Vergeet je niet boven je interview te schrijven hoe geweldig mijn boeken zijn?’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234