Autumn Leaves: 'Uptight (Everything’s Alright)’

Voor de allerlaatste keer dalen wij af in de diepste krochten van Marc Diddens oude rock-’n-rollhart, en tegelijk ook in de schier eindeloze iTunes-lijst die daar de klok rond wordt afgedraaid. In deze XL-slotaflevering gaan we helemaal tot aan het gaatje.

'Als u denkt dat u zich de goddelijke song 'Volare' niet herinnert, denk dan gewoon eens aan 'Nel blu dipinto di blu''

Wie de afgelopen zomermaanden met slechts één oog door mijn zomerse liedjeslijst ploegde, zou weleens kunnen denken dat ik de zingende en spelende zwarte medemens iets minder koester dan Britse bleekscheten, Joodse piekeraars of iele blonde meisjes met gitaren. Maar niets is minder waar. Ik hou van talrijke muziekjes, al zijn er, toegegeven, ook soortementen waar ik niet veel van begrijp.

U zal me dus zelden in de opera aantreffen en ook nooit op Tomorrowland. Ik word zenuwachtig van rap en val in slaap bij lounge en aanverwanten. Ergernis voel ik maar zelden, tenzij als goede Vlaamse toneelspelers slechte platen gaan maken.

Maar qua geliefde blacks is de lijst lang: Louis Armstrong, Fats Domino, Nat King Cole, Ray Charles, Bessie Smith, Ella Fitzgerald, Billie Holiday, Thelonious Monk, Miles Davis, Charlie Mingus, John Coltrane, John Lee Hooker, Muddy Waters, Howlin’ Wolf, Aretha Franklin, Otis Redding, Wilson Pickett, James Brown. Ze komen allemaal zo goed als dagelijks aan de bak in mijn huis en liefst met de hifi high en de lights down low.

Iemand als Allen Toussaint – binnenkort overigens te zien in Borgerhout en wel in de sympathieke zaal De Roma – mag op zondagochtend ook altijd binnen, zeker wanneer hij Ernie K-Doe zijn compositie ‘Mother in Law’ laat zingen of Lee Dorsey ‘Working in the Coal Mine’ mag aanheffen.

Maar hadden we het hier vorige keer niet over de letter U? Doe mij dan maar ‘Uptight (Everything’s Alright)’ van Stevie Wonder, een man die ik al verafgood van toen hij nog Little voor zijn naam schreef en hij mij ooit over de twee kanten van één en dezelfde single kon begeesteren. Ik zag hem ooit eens bezig op een kleine zwart-wittelevisie bij een tante van mij en ik blijk toen volgende historische woorden uitgesproken te hebben: ‘Ik wou ik was een kleine blinde neger.’

Die single heette overigens ‘Fingertips’ (Part 1 & 2) maar wat daarna kwam, ‘Innervisions’, ‘Talking Book’, ‘Songs in the Key of Life’ en ook ontelbare geniale singles als ‘Signed, Sealed, Delivered (I’m Yours)’, ‘Superstition’, ‘Sir Duke’ en ‘I Was Made to Love Her’ zijn nu natuurlijk muziekgeschiedenis, maar mag ik u allen toch vriendelijk verzoeken daar enige plezierige studie-uren aan te wijden en ervan te genieten tot de extase erop volgt.


V

Wat de mooie song ‘Vaya con Dios’ betreft, een tranentrekker van de zuiverste soort, moet ik u andermaal meenemen naar diep in mijn persoonlijke geschiedenis.

Het lied stamt uit 1952, toen ik pas 3 was, en ik zweer u dat de openingszin van dat lied – ‘Now the hacienda’s dark / The town is sleeping / Now the time has come to part / The time for weeping’ – één van de eerste was die toen door mijn nog kleine hoofd begonnen te spoken en mij al vroeg deden beseffen dat ik een fucking romanticus was die iets had met woorden en muziek. De degelijke oerversie door Anita O’Day had ik toen nog nooit gehoord omdat uit de radio van mijn ouders vooral de versie van Les Paul & Mary Ford kwam gekropen. Ik zwijmelde telkens wanneer ik ze hoorde en zelfs toen ik later tientallen andere uitvoeringen leerde kennen (van mensen als Pat Boone, Nat King Cole, Connie Francis, Jim Reeves en Chuck Berry) bleef ik trouw aan Les & Mary, met toch ook een boon voor de instrumental die Chet Atkins ervan maakte.

Atkins (foto links) was, net als Les Paul trouwens, een ware gitaargod die zijn genre, country & western, graag en vaak oversteeg. Ooit zag ik hem aan het werk in het Amerikaans Theater te Brussel en veertig jaar later kwam ik hem nog eens hoogbejaard tegen bij een muziekhandel in Nashville, Tennessee. Hij had zijn gulden slee een beetje hinderlijk voor de deur van de zaak gestald, vlakbij een verkeersbord waarop ‘Absolutely No Parking’ stond. Toen Atkins uitstapte had ik de neiging om hem daarop te wijzen maar toen zag ik wat er nog onderaan op dat bord stond, in een iets kleiner lettertype: ‘Except for Chet Atkins’.

Behalve als zanger en gitarist verdient hogergenoemde Les Paul natuurlijk ook nog zijn plaats in de muziekgeschiedenis als ontwerper van de nog steeds fameuze Gibson Les Paul-gitaar en als pionier voor allerhande opnametechnieken. Tot op zeer hoge leeftijd bleef hij wekelijkse gitaardemonstraties geven in een New Yorkse club. In 2009 stopte hij daarmee. Vooral omdat hij datzelfde jaar overleed. Mijn boodschap aan Les: ‘Ga met God’, wat toevallig ook nog ‘Vaya con Dios’ betekent in het Spaans.

Van eenzelfde tijdloosheid is natuurlijk ‘Volare’, door Italië in 1958 naar het Eurovisiesongfestival gestuurd, en daar door Domenico Modugno ook feilloos gebracht. Dean Martin had er echter een wereldhit mee en als u nu denkt dat u zich die goddelijke song niet herinnert, denk dan gewoon eens aan ‘Nel blu dipinto di blu’. Juist!

En ga ook eens op zoek naar Dean Martin. Hij staat op de wereldranglijst der crooners niet op hetzelfde schavot als Frank Sinatra maar hij kan beslist tippen aan diens talent. Als u me niet gelooft, moet u er maar eens zijn versie van ‘You’re Nobody Till Somebody Loves You’ op naslaan, of vooral ‘Ain’t That a Kick in the Head?’

Ook met de V van ‘Veel gedraaid bij mij thuis’: ‘Vesoul’ van Jacques Brel. Een opzwepend nummer over de moeilijkheid van het samenzijn, een ziekte die liefdesparen weleens overvalt. Heb ik van horen zeggen. Op het ritme van het wilde musette-accordeonspel van Marcel Azzola brult Brel dat hij een hekel heeft aan musette-accordeons en dat hij graag naar Dutronc zou gaan kijken, en naar Antwerpen, maar dat zij niet wil. Tot hij niet meer wil. Dan wil ze weer wel. ‘Vesoul’ is een zenuwachtige maar fantastische song van een Brel die zich in 1968 op het hoogste niveau van zijn roem en kunnen bevindt. Op zijn lp ‘J’arrive’ staan behalve de titelsong en ‘Vesoul’ ook nog een ruim handvol geweldige songs als ‘L’Ostendaise’, ‘Un enfant’, ‘Je suis un soir d’été’, ‘La bière’ en ‘Comment tuer l’amant de sa femme’. Respect!

‘Vicious’ van Lou Reed (foto links)? Ja, natuurlijk. Al vond ik het destijds bevreemdend wanneer ik kinderen van vrienden het nummer vrolijk hoorde meezingen als zijnde een liedje dat over ‘Visjes’ ging, terwijl het natuurlijk een gemene mannenruzie betreft waar sm nooit ver uit de buurt is.

Ook V en echt onsterfelijk: ‘Victoria’ van The Kinks, uit hun rockopera ‘Arthur’, alsook het hele ‘The Village Green Preservation Society’, misschien wel de meest onderschatte langspeelplaat uit de rockgeschiedenis.

En qua krop in de keel, iedere keer opnieuw: ‘Veronica’ van Elvis Costello, een liefdevol portret van een dementerende vrouw. Costello schilderde het naar het model van zijn eigen grootmoeder, samen met niemand minder dan Paul McCartney. Costello zingt uitermate pakkend over de bijna afwezige vrouw die hij bezoekt in een tehuis: ‘She used to have a carefree mind of her own / With a devilish look in her eye’.

Nog goud: ‘Virginia Plain’, de debuutsingle van Roxy Music en een juweel van een moderne popsong waarmee de Britse artrockers al in 1972 duidelijk maakten dat het hen menens was. Vandaag, niet minder dan 43 jaar later, is Roxy niet langer een drijvende kracht achter het hele muziekgebeuren, maar zelfs nu nog voel je in elke vezel van het werk van de ex-leden dat kleine je-ne-sais-quoi dat van hen een uitzonderlijke en ongeëvenaarde groep maakte. Hun hele back catalogue is trouwens onberispelijk en makkelijk beschikbaar: graai erin en geniet met volle teugen. Een beetje brillantine en plateauschoenen zijn niet onmisbaar maar wel aanbevolen. En wat u daarna ook moge doen: ‘Do the Strandsky’!

‘Versatile Heart’ is dan weer zowel de titel van een song als van een lp van Linda Thompson. Er is veel kans dat u ’m niet kent want ik denk te weten dat er slechts drie exemplaren van verkocht zijn in de Benelux, waarvan twee aan mij. Het is één van de platen waar ik het liefst – en dan ook nog telkens helemaal – naar luister. Hoogtepunt: ‘Beauty’, een song van Rufus Wainwright, met bijvoorbeeld Antony (van The Johnsons) op backing vocals. Bijna te mooi om waar te zijn.

Linda Thompson is de voormalige echtgenote en duopartner van de grote Richard Thompson, maar de laatste jaren heeft ze een reeks moderne folkplaten neergezet die niets anders dan van de hoogste orde genoemd kunnen worden. Ik heb het dan over ‘Fashionably Late’, ‘Versatile Heart’ en ‘Won’t Be Long Now’. Niet alleen mooie titels maar ook rijke, volwassen platen vol prachtige, doordachte songs over dingen die een vrouw van 68 zoal kunnen bezighouden. Thompson schrikt er ook niet van terug haar briljante ex en hun beider kinderen in te schakelen, al leidt dat gelukkig nooit tot nepotisch geneuzel. Als u in de wereld van Linda Thompson kunt komen, ga dan ook op zoek naar het werk dat ze samen met Richard maakte in de jaren 70. Hoogtepunten: ‘I Want to See the Bright Lights Tonight’, ‘Hokey Pokey’ en ‘Shoot Out the Lights’.


W

Om enigszins bij het vorige lemma aan te sluiten, moet u maar eens R.E.M.’s zelden gehoorde cover van Richard Thompsons ‘Wall of Death’ beluisteren. En samen met mij vaststellen dat de letter W in rockland toch ook een beetje de W van Weelde is.

Toch zal ik me beperken tot een reeks songs die me telkens wanneer ik ze hoor oprecht gelukkig stemmen. Eentje is ‘Walk Away Renée’, popmuziek op zijn allerbest, en zowel magnifiek in de orginele versie van het New Yorkse barok-’n-rollensemble The Left Banke als in de meer uitbundige en hitgevoelige lezing door The Four Tops.

Maar ook ‘Walking to New Orleans’ (Fats Domino), ‘Walking on the Moon’ (The Police), ‘Walking Back to Happiness’ (Helen Shapiro), ‘Walk Right in’ (The Rooftop Singers) wandelen al mijn hele leven mee met mij, tot mijn grote tevredenheid, en ik kan er zo nog wel een stuk of wat bedenken.

Toch moet ik bekennen dat ik bij het herbeluisteren van ‘Walking on the Moon’, en daardoor ook van hun hele ‘Greatest Hits’, The Police toch een minder beklijvende groep ben gaan vinden dan ik tijdens hun hoogdagen eigenlijk wel dacht. Wat niet wil zeggen dat ik niet graag op de maat van ‘De Do Do Do, De Da Da Da’ of ‘Every Little Thing She Does Is Magic’ door mijn wijnkelder dans.

De W dus. Laat mij in dat verband uw aandacht vragen voor een voor menig mensenoor verborgen parel: ‘The Water Song’ van The Incredible String Band, een Schotse folkgroep die aansluiting vond bij de beweging die een groep als Fairport Convention midden jaren 60 in de UK op gang had getrokken, maar die daar tegelijk ook helemaal buiten stond. Mike Heron en Robin Williamson, de kernleden van de groep, waren allebei multi-instrumentalisten met een grote hang naar experiment en muziekjes uit het Oosten en Noord-Afrika. Hun beste en mooi betitelde lp ‘The Hangman’s Beautiful Daughter’ is vandaag nog erg beluisterbaar, en ‘The Water Song’ heeft nog steeds dezelfde helende gaven als toen ik dat lied in 1968 voor het eerst hoorde. Ik had lang voor de plaat gespaard, wat een slok op de borrel scheelt qua trouw aan een stuk vinyl, in tegenstelling tot muziek die je als slimme webdief tegenwoordig gewoon gratis van het net haalt.

Ook W en ook klassiek in mijn bestaan: ‘We’ll Sweep Out the Ashes in the Morning’ van Gram Parsons en Emmylou Harris, en misschien wel het mooiste liedje ooit over een verboden, zeg maar overspelige liefde. Ik heb ooit mijn best gedaan om het nummer naar het Nederlands te vertalen, maar ik heb er behalve mijn hart ook mijn pen op gebroken. Het Land Van Parsons is trouwens aanbevolen qua reisbestemming voor elke ware muziekliefhebber.

‘The Weight’ van The Band mag ook altijd blijven bestaan in alle bestanden die ik de mijne mag noemen. Een song als een western, maar tegelijk lijkt hij door Robbie Robertson zo uit een minder bekende versie van de Bijbel gescheurd te zijn. ‘The Weight’ is de top van de kolossale ijsberg die het hele oeuvre van de ondertussen gedecimeerde The Band wel degelijk is.

Natuurlijk hoorde ik Jimi Hendrix (foto links) graag zijn instrument berijden alsof het een op hol geslagen mustang was. Maar ik kan de breedvoerige gitaarheld ook smaken in zijn intiemste momenten, zoals bij dat keer op keer naar de keel grijpende ‘Hey Joe’, of toch vooral ‘The Wind Cries Mary’.

Ook: ‘Wallflower’, een song die Bob Dylan niet alleen aan Doug Sahm schonk, maar waar hij ook maar meteen de backing vocals bij verzorgde. Buddy & Julie Miller hebben er ook een mooie versie van, Diane Krall bouwde er een hele plaat rond. Haar echtgenoot Elvis Costello schonk u en mij ook het onuitwisbare ‘Watching the Detectives’.

‘When You Walk In The Room’ van The Searchers, maar eigenlijk van Jackie DeShannon, is een ijzersterke popsong (in België zelfs een kleine, waardige hit voor The Bowling Balls). Maar laat ons de W toch maar te ruste leggen met enig gestamp op The Supremes’ heerlijke monsterhit ‘Where Did Our Love Go’.


X

Songs die met de letter X beginnen ken ik helaas niet. Ze bestaan wellicht maar niet in mijn hoofd en daar ging het de afgelopen weken toch om, nee ?


Y

‘Yakety Yak’ van The Coasters. En ook een les in ‘Hoe schrijf ik een popsong?’ natuurlijk, van de hand van Meesters Leiber & Stoller. ‘Yesterday’ en vooral ‘Yer Blues’ van The Beatles, check’m out! Nog Y en wonderbaar: ‘You Don’t Have to Say You Love Me’ van Dusty Springfield, een superbe sleper die eigenlijk uit het brein van Pino Donaggio kwam.


Z

Ook liedjes waarvan de titel begint met de letter Z blijken eerder zeldzaam voor te komen in mijn muziekbank, maar ik zie daar toch met veel plezier Boudewijn de Groots ‘Ze zijn niet meer als toen’ en ‘Zonder vrienden kan ik niet’ staan, sinds eeuwig en terecht.

Ten slotte ook geen kwaad woord over ‘Zip-a-Dee-Doo-Dah’, een Disney-song uit 1946 die in 1962 door Bob B. Soxx & The Blue Jeans tot pure pop vermalen werd. En laten we het daar maar bij houden. U was werkelijk een fijn publiek.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234