Ayrton Senna overleed 25 jaar geleden: 'Hoe sneller ik ga, hoe kwetsbaarder ik me voel. Want het kan allemaal voorbij zijn in een fractie van een seconde'

De beste racer aller tijden verdiende de beste racefilm aller tijden. Een film die, net als hij, de sport oversteeg. Een film die, net als hij, een breed publiek kon fascineren, ontroeren, finaal van de sokken slaan. Hij heeft hem gekregen. Humo-journalist Davy Coolen trok in 2011 naar Londen om er de gelijknamige, veelvuldig bekroonde documentaire over de mythische f1-coureur Ayrton Senna gaan bekijken. Lees zijn relaas.

(Verschenen in Humo 3698 op 18 juli 2011)

'Je zou deze beelden in een capsule de ruimte in moeten schieten: zo begrijpen aliens waar de mens toe in staat is'

Ayrton Senna is die racer, en ‘Senna’ die film. En omdat in dit dwarse land niet één donkere zaal hem draait, spring ik op een zaterdag in juni in mijn fonkelrode Ford Capri 1.6 L uit ’74, laat ‘The Chain’ van Fleetwood Mac opklinken, de muziek die de formule 1uitzendingen van de BBC van oudsher inleidt, en zet koers naar Londen. Plankgas, net als hij.

Oké, eigenlijk neem ik de Eurostar in Brussel-Zuid. Met anderhalf uur vertraging. En eenmaal in Londen wandel ik van St.-Pancras International richting Piccadilly Circus. Ik heb niet eens een rijbewijs. Maar zoiets beken je niet in een inleiding bij een stuk als dit, toch? Curzon Soho aan Shaftesbury Avenue: eindhalte, in deze bioscoop is ‘Senna’ vandaag vijf keer te zien. Trap af, waar de lobby iets van een schrijn heeft: op een flatscreen speelt de trailer opnieuw en opnieuw, aan de wand hangen portretten van de protagonist, en kingsize versies van de affiche kleuren de ruimte geel – het geel van die beroemde helm, die lang geleden ook mijn jongenskamer oplichtte. Erboven roept een quote van ‘Top Gear’-presentator Jeremy Clarkson passanten toe: ‘COMPLETELY UNMISSABLE’.

Onmisbaar? De feiten lichten al een tip van de sluier. Sinds zijn première in Japan en Brazilië, vorig najaar, won ‘Senna’ op het Amerikaanse Sundance Film Festival de World Cinema Audience Award for Documentary Film – de publieksprijs, zeg maar, en dat in een allesbehalve F1-gek land. Op de invloedrijke filmdatabank IMDb.com heeft hij een score van 8,8 op 10 – geen docu doet beter. En in z’n openingsweekend in Engeland, bij mijn bezoek net een week geleden, bracht hij 375.000 pond in het laatje, een record voor een Britse documentaire. In mijn vuistdikke knipselmap zoek ik vergeefs naar één negatieve recensie.

Showtime. Samen met haast evenveel vrouwen als mannen, en evenveel jongeren als ouderen, ga ik voor het witte doek zitten, en laat de cijfers nog eens doorsijpelen. Ayrton Senna, geboren in São Paulo op maandag 21 maart 1960 om 2.35 uur. 162 wedstrijden in de formule 1, de eerste in 1984. 65 pole-positions, 41 overwinningen, 80 podiumplaatsen, 614 punten, 3 wereldtitels. In totaal reed hij 8.219 ronden, waarvan 2.986 aan de leiding. 12,2 seconden na zijn laatste doortocht als leider, in de grote prijs van San Marino op het circuit van Imola, op zondag 1 mei 1994 om 14.17 uur, verliet zijn wagen de baan – voorgoed. Die avond, in het Maggiore-ziekenhuis in Bologna, om 18.40 uur, werd hij doodverklaard.

Op internetfora roept sindsdien elk jaar wel een petrolhead: ‘Ach, heeft die Senna zijn godenstatus niet vooral aan zijn vroege heengaan te danken?’ Waarop ’m wordt ingepeperd dat ‘die Senna’ bij leven al een halfgod was. Een zelden geëvenaard rastalent, maar daarom niet minder bezeten door techniek. Tegelijk hoogintelligent en opvallend naïef – een trek die wel vaker met arrogantie verward werd. Tegelijk diep spiritueel en meedogenloos. Zijn rijstijl paarde agressie aan schoonheid, was tegelijk inspirerend en angstaanjagend. Hij zocht obsessief het gevaar op, maar was aldoor doordrongen van de risico’s.

Citaat: ‘Hoe sneller ik ga, hoe kwetsbaarder ik me voel. Want net dan kan het allemaal voorbij zijn, in een fractie van een seconde.’ Die zin galmt nog in me na als de lichten uitgaan. Als ze een uur en drie kwartier later weer aangaan, zijn zowat alle emoties uit me gewrongen. Ik weet weer helemaal waarom Ayrton Senna zo’n lange schaduw over de formule 1 blijft werpen, en wat de wereld zeventien jaar geleden verloren heeft. ‘Senna’ grijpt hoog, wijd en diep.

‘Goeie film?’ sms’t Humo’s chef reportage een uur later, terwijl ik door de motorsportsectie van boekhandel Foyles dwaal, op zoek naar dat bekende gezicht. ‘Nog altijd van de kaart,’ laat ik weten. Van de terugreis herinner ik me niks meer. Completely unmissable. Goed. Wie wil uitleggen waarom de makers con brio geslaagd zijn, moet uitleggen hôé ze ’t gedaan hebben. Of beter nog: ze blijven porren via Facebook en Twitter, tot ze je zelf voorstellen: ‘Bel me anders eens?’

'Goede tijden: Ayrton Senna en Alain Prost op het podium na de Grote Prijs van Australië in 1988. Het was warm tegen koud bloed, passie tegen pragmatisme'


Ware fictie

‘Ze’, dat is om te beginnen scenarist Manish Pandey, Brits Indiër, arts van opleiding en van kindsbeen gepassioneerd door F1 en Ayrton Senna.

Manish Pandey «Mijn vroegste herinnering aan hem? De grote prijs van Monaco van ’84. It was crazy. De regen sloeg zo hard neer dat jouw landgenoot Jacky Ickx de race al na tweeëndertig ronden afvlagde – die was toen wedstrijdcommissaris. Op een zucht van de meet stormde een lelijke witte kar – de inferieure Toleman van Senna – de leidende McLaren van Alain Prost voorbij. Ayrton stak zijn vuist in de lucht, dacht dat hij gewonnen had; hij wist niet dat de uitslag zou worden bepaald op basis van de voorlaatste ronde, en dat hij dus tweede zou blijven. Maar hij had zijn visitekaartje afgegeven, en een legendarisch duel – Senna versus Prost – had zijn opmaat gekregen.

»Begin 1985 zond de BBC een special uit om de wagens en rijders voor het nieuwe F1-seizoen voor te stellen. En daar was Ayrton weer. Hij stond zijn Lotus te inspecteren – hij en de wagen allebei in het fameuze zwart-en-goud van de sponsor, sigarettenfabrikant John Player Special – alsof het een samoeraizwaard was. En toen zei commentator Murray Walker iets wat ik nooit meer zou vergeten: ‘Als één man het kampioenschap kan winnen in zijn eerste seizoen in een competitieve machine, dan is het deze man.’ Die woorden, en dan die beelden van Ayrton... Ik dacht: ‘You’re the man!’ Op en top heldenmateriaal.

»In oktober ’85 zag ik hem voor het eerst live in actie, tijdens de GP van Europa op Brands Hatch. Hij reed niet met die Lotus, hij danste ermee. Ik werd weggeblazen. En hoe beter ik hem leerde kennen – zijn kleine kantjes incluis – hoe meer hij me aantrok.»

Een andere Britse jongen, James Gay-Rees, was minder onder de indruk toen zijn vader, die werkte voor John Player Special, hem datzelfde jaar vertelde over de Braziliaan die in hun kleuren hoge ogen gooide: kleine James had het meer voor voetbal. Pas twee decennia later, toen hij in The Times een artikelenreeks las over de tiende verjaardag van 1 mei ’94, floepte er een lichtje aan: ‘Bloody hell! Hier zit een film in.’ Gay-Rees, intussen een succesvol producent, pitchte het idee bij het Britse productiehuis Working Title. Waarna het lot hem een handje hielp, vertelt Manish Pandey.

Pandey «Mijn vrouw was in die tijd hoofd Ontwikkeling bij Working Title, en zij bracht James en mij samen. Op onze eerste ontmoeting, in oktober 2004, gaf ik meteen tegengas: ‘Je kan niet zomaar een film over Senna’s dood maken – dan mis je het punt. Als je het publiek wil tonen wie hij werkelijk was, moet je een film over zijn léven maken.’»

De drie bedrijven had Pandey die dag al in gedachten: Senna’s klim naar de top, die hij bereikte in 1988, toen hij zijn McLaren vóór die van Prost naar z’n eerste titel stuurde; zijn gevecht om zich daar te handhaven; en zijn laatste raceweekend.

‘Fantastisch,’ zei Gay-Rees. ‘Zet je iets op papier?’ Een maand later leverde Pandey een tien pagina’s lange outline af. Het project stond op de rails, maar zou pas na zes jaar hordelopen zijn voltooiing naderen. Grootste horde: de Senna-familie overtuigen, die al lang het hof werd gemaakt door regisseurs (onder meer, naar verluidt, door Michael Mann en Ridley Scott) en tot dan iedereen beleefd wandelen had gestuurd. Pas in maart 2006 leidden verkennende gesprekken tot een ontmoeting met Viviane, Ayrtons zus en de bewaarder van zijn nalatenschap, in São Paulo.

Pandey «Toen ik de presentatie wilde starten, via de beamer, gebeurde er... niks. Geen beeld, geen geluid. Niks. Vlug plugde ik de speakertjes van mijn iPod in mijn laptop en deed ik mijn ding met behulp van alleen dat kleine scherm, terwijl Viviane over mijn schouder meekeek. Bizar genoeg werd het net daardoor een intense ervaring. Na afloop stonden we allemaal te snotteren. En Viviane fluisterde in mijn oor: ‘’t Is alsof jij mijn broer écht hebt gekend. Jullie hebben mijn zegen.’»

Tweede-grootste horde: de sleutel te pakken krijgen van het immense, magische beeldarchief van Bernie Ecclestone, de commerciële baas van de F1 – een sleutel die nog nooit iemand had gekregen.

Pandey «Viviane had een voorzet gegeven: ‘Die jongens hebben je hulp nodig, Bernie. Wil je ze ontvangen?’ Een paar weken later stonden we met klamme handjes in zijn kantoor in Londen. Hij kwam binnengebeend, ging niet eens zitten, stelde vragen, gaf advies, en op het eind zei hij: ‘We zullen zien wat we kunnen doen.’ Hij wist ook wel dat we ’m geen 50 miljoen dollar konden bieden – ons budget bedroeg zo’n 3 â 4 miljoen dollar: veel voor een docu, weinig voor een bioscoopfilm – maar hij zag dat het ons menens was. Na zeventien minuten stonden we weer buiten. Op dat moment wisten we dat we gebeiteld zaten, ook al zou het nog een hele poos duren eer de deal op papier stond.»

In februari 2007 vonden Pandey en Gay-Rees hun regisseur: Asif Kapadia, ook Brits Indiër, en de bekroonde maker van drie drama’s (het bekendste: ‘The Warrior’ uit 2001). Met behulp van YouTube-clips knutselden hij en Pandey een tien minuten lange demo van ‘Senna’ ineen. Die zorgde er niet alleen voor dat Universal, moederonderneming van Working Title, het licht definitief op groen zette, maar gaf Kapadia ook het idee voor dé meesterzet van de film.

Asif Kapadia «Voor ik aan boord kwam, zou ‘Senna’ half uit archiefbeelden en half uit nieuwe interviews bestaan, zoals een conventionele documentaire. Maar die demo deed me inzien dat we helemaal geen talking heads nodig hadden. Ayrton Senna was een ster geworden in een sport waar camera’s omnipresent waren, en de camera’s waren overduidelijk dol op hem – hij was één en al charisma, en kon als geen ander verwoorden waarom hij deed wat hij deed. Dus zei ik tegen de anderen: ‘Waarom portretteren we hem niet met alléén archiefbeelden?’ Dan kan je de film zo opbouwen dat het lijkt alsof je naar een volbloed drama zit te kijken. En daardoor kan ook een kijker die niet van formule 1 houdt méé zijn, het personage begrijpen en erdoor geraakt worden. Ondertussen heb ik ook een naam voor die nieuwe vorm: true fiction

Niet dat aan ‘Senna’ geen minutieuze research te pas kwam. Eén groepje medewerkers reisde de wereld af om kroongetuigen te interviewen: de Senna-familie, die ook oude homevideo’s ter beschikking stelde; Alain Prost, natuurlijk; F1-arts en boezemvriend Sid Watkins; teambazen als Ron Dennis; journalisten als de Belg Pierre Van Vliet. Maar hen hoor je alleen off-screen, waardoor ze vaart en richting geven in plaats van te onderbreken. En de voornaamste stem blijft die van de hoofdrolspeler.

Kapadia «We wilden het publiek laten ervaren hoe het was om Ayrton Senna te zijn. Het gaat niet om wat anderen vandaag over hem te zeggen hebben; we wilden hem zijn eigen verhaal zoveel mogelijk zélf laten vertellen, achter het stuur en achter de schermen.»

Een ander groepje kampeerde vier weken in de kluizen van Ecclestone, waar ze dagenlang tapes bekeken die op drie, vier keer de normale snelheid werden afgespeeld – in totaal kwamen vijftienduizend uren beeld voorbij. En ook de BBC, het Braziliaanse Globo, dat Ayrton al sinds zijn prille carrière volgde, en het Japanse Fuji TV openden hun archief. Zelfs ongevraagd kwam er hulp: zodra filmcomponist Antonio Pinto, bekend van ‘Cidade de Deus’, hoorde dat er een film over Senna aankwam, nam hij zelf contact op met Pandey om zijn diensten aan te bieden. Gratis.

Pandey «Hij leverde de themamuziek zonder een frame van de film te hebben gezien; ze was louter uit zijn herinneringen aan Ayrton voortgevloeid. Nadat ik er voor het eerst naar had geluisterd, was ik gevloerd.»

'Ayrton Senna was een grote meneer, op meer dan één manier' Roland Bruynseraede


Warm vs. koud bloed

Uit hun rijke bronnen distilleerden Pandey en Kapadia 104 voor een groot deel nooit geziene minuten, die samen de mozaïek van een man vormen. ‘Een heksentoer,’ zeggen ze unisono, ‘en een aaneenschakeling van pijnlijke keuzes.’ De belangrijkste: de actie beperken tot Senna’s decennium in de formule 1, met een prelude over zijn klim in de kartsport, zijn eerste liefde, die hem in 1978 voor het eerst naar Europa bracht. De tweede belangrijkste: inzoomen op zijn rivaliteit met Alain Prost – bijnaam: Le Professeur, vanwege zijn extreem berekende stijl. Het was warm tegen koud bloed, passie tegen pragmatisme.

Kapadia «In het begin is Ayrton, ook al is hij van rijke komaf, de tengere jonge outsider die van een derdewereldland naar hier trekt om het op te nemen tegen de beste racer, Alain Prost. En willens nillens ook tegen het establishment van de formule 1, waarin geld en politiek een alsmaar grotere rol spelen – dingen, vond hij, die de sport al te vaak dwarsboomden.»

Senna’s clash met Prost en het establishment bereikte een kookpunt in de grote prijzen van Japan van 1989 en 1990, en ook in ‘Senna’ zijn dat sleutelmomenten. Eén Belg – de enige die in de film aan het woord én in beeld komt – zat telkens op de eerste rij: Roland Bruynseraede, tussen 1987 en 1995 starter, koersdirecteur en chef veiligheid bij de FIA, de internationale automobielfederatie. Op zijn eenenzeventigste is Mister Security nog altijd niet van de circuits weg te slaan, en wonder boven wonder: hij staat gewoon in de Witte Gids.

Roland Bruynseraede «Ik heb de film op mijn computer staan. Ik ben er nog niet voor gaan zitten – geen tijd! – maar ik heb er alleen maar goeds over gehoord.»

HUMO Tot het onuitgegeven materiaal in ‘Senna’ behoren beelden van rijdersbriefings. U zit die telkens voor, met aan uw zijde wijlen Jean-Marie Balestre, tussen ’85 en ’93 president van de FIA en bepaald geen doetje – typerende quote, in een woordenwisseling met Senna: ‘The best decision is MY decision.’ Hoe schat u hem in?

Bruynseraede «Hij was een hele persoonlijkheid. Fransman. Veel show. Harde werker. Klein hartje. Onder vier ogen kon hij heel lief zijn; voor een groep wilde hij zijn gezag laten gelden. Hij was niet de gemakkelijkste, dat klopt, maar in een functie als de zijne móét je streng zijn.» Sleutelmoment één: ’89, de GP van Japan op Suzuka, de voorlaatste van het seizoen. Prost voert de WK-stand aan, Senna – al twee jaar zijn teamgenoot bij McLaren – moet winnen om zijn kansen gaaf te houden. Ronde 47: in de Casiochicane duikt Senna naast Prost, Prost sluit de deur, boem. Exit Prost. Senna wordt door marshals weer op weg geduwd, haalt een nieuwe neus voor zijn bolide en wint. Maar intussen is Prost zijn beklag gaan doen bij Balestre, en vlak voor de podiumceremonie wordt Senna gediskwalificeerd. Reden: bij zijn herstart had hij de chicane afgesneden. De niet-Franstalige pers en Max Mosley, die Balestre later zou opvolgen aan het hoofd van de FIA, suggereren dat de twee Fransen onder één hoedje hebben gespeeld. Zeker als Senna later nog een boete van 100.000 dollar en een voorwaardelijke schorsing te slikken krijgt.

HUMO Wat denkt u, meneer Bruynseraede?

Bruynseraede «Die beslissing is genomen door de sportcommissarissen – heren die het reglement van naaldje tot draadje uitspitten, meestal advocaten. Wie die dag gelijk had en wie niet, daar kan en wil ik me niet over uitspreken.»

Sleutelmoment twee: ’90, de GP van Japan op Suzuka, de voorlaatste van het seizoen. Senna voert de WKstand aan, Prost – inmiddels bij Ferrari – moet winnen om zijn kansen gaaf te houden. Vlak voor de kwalificaties komt Senna met de Japanse officials overeen dat de poleposition van de vuile en dus trage binnenkant van de baan wordt verplaatst naar de buitenkant. Senna rijdt de snelste tijd, maar krijgt daarna te horen dat de pole wéér van plaats veranderd is – orders van Balestre. ‘Ik was zo gefrustreerd,’ zal Senna een jaar later bekennen, ‘dat ik mezelf beloofde: als Prost me bij de start inhaalt, gá ik ervoor in de eerste bocht.’ Resultaat: na die eerste bocht liggen ze er allebei uit. Senna is wereldkampioen, voor de tweede keer. ‘Not a bad feeling at all, is it?’ vertrouwt hij de pers op weg naar de pits toe. Maar zijn lichaamstaal spreekt hem tegen. ‘Ook dat moest erin,’ zegt Pandey, ‘want Senna was geen heilige, en ‘Senna’ is geen hagiografie.’

HUMO In de film zien we Senna met u over de plaats van de pole discussiëren.

Bruynseraede «‘Sorry, Ayrton,’ heb ik gezegd, ‘die pole veranderen kan pas volgend jaar.’ Dat kon hij moeilijk aanvaarden, maar Senna was ook maar één van de coureurs, hè.

»Overigens, ik geloof niet dat hij Prost opzettelijk van de baan heeft gereden. Met meer dan tweehonderd per uur? Zo’n risico neemt geen énkele rijder in geen énkele klasse.»

HUMO Kende u hem goed?

Bruynseraede «Toch een beetje beter dan ik de rest kende, ja. Ik heb verschillende keren samen met hem een circuit te voet mogen verkennen. Dan verschilden we weleens van visie: hij was bijvoorbeeld tegen chicanes, zeker als die in de plaats van een – te – snelle bocht werden aangelegd: hij vond dat niet eerlijk tegenover rijders die meer guts hadden. Maar we hebben elkaar altijd gerespecteerd.»

HUMO Wat is uw dierbaarste herinnering aan hem?

Bruynseraede «Ik herinner me één van de jaarlijkse prijsuitreikingen in het hoofdkwartier van de FIA aan de Place de la Concorde in Parijs. Ayrton stond daar, zoals zo vaak, met een hoop mensen om zich heen, maar hij stapte meteen op mij en mijn vrouw af en begroette ons op z’n Frans, met een kus. Dan voel je de kameraadschap.

»En in Japan, nadat hij kampioen was geworden, ik weet niet meer welk jaar, kwam hij achteraf naar me toe en zei: ‘Hier, Roland, een aandenken.’ ’t Was de helm die hij die dag had gedragen. Zo’n geschenk heb ik van geen enkele andere rijder gekregen.

»Hij was een grote meneer, op meer dan één manier.»

'Het ging ons niet om wat anderen vandaag over Senna te zeggen hebben; we wilden hem zijn eigen verhaal zoveel mogelijk zélf laten vertellen' De makers: Asif Kapadia, Manish Pandey en James GayRees


Gesnik in het donker

Het grootst van al was Ayrton Senna in zijn thuisland. Ook dat wordt in ‘Senna’ zonneklaar.

Kapadia «Hij belichaamde de hoop en de dromen van heel Brazilië – rijk, arm, jong, oud, zwart, blank. Het land kwam net uit jaren van militaire dictatuur, was straatarm en hopeloos verdeeld, en hij was het enige waarop ze trots konden zijn. Op al zijn ererondes liet hij een Braziliaanse vlag wapperen, om de wereld te tonen dat Brazilianen ook konden wínnen – zijn 200 miljoen landgenoten adoreerden hem erom.

»Eén sequentie van de film vat Senna helemaal samen, als racer, als man, als Braziliaan: die over zijn eerste overwinning in de grote prijs van zijn land. In 1991 was dat, het jaar van zijn derde titel. Met nog een ronde of twintig te gaan lieten zijn versnellingen het één na één afweten, tot alleen de zesde nog overbleef en alleen wilskracht zijn McLaren nog op de baan kon houden. Als hij als eerste voorbij de zwartwit geblokte vlag rijdt, hoor je hoe hij het uitschreeuwt van geluk – en van de pijn, door de krampen in zijn schouders en nek. Op het podium moet hij alles uit zijn geradbraakte lijf halen om zijn trofee omhoog te kunnen tillen.»

Pandey «Ik heb de film al honderden keren gezien, en bij die scène hou ik het nooit droog.»

Of zoals een Amerikaanse recensent verbaasd schreef: ‘Senna’s overwinning in Brazilië bewijst dat sport kunst kan zijn, of op z’n minst kunstzinnig. ’t Was een pure expressie van de esprit humain. Dat hele segment van de film zou je samen met een model van de David van Michelangelo en een exemplaar van ‘Mingus Ah Um’ van Charles Mingus in een capsule moeten steken, en die vervolgens de ruimte inschieten, zodat aliens begrijpen waartoe de mensheid in staat is.’ Maar elke race brengt de kijker – en Senna – korter bij 1 mei 1994, en het onvermijdelijke einde.

'Slechte tijden: Senna en Prost seconden na hun botsing tijdens de Grote Prijs van Japan in 1989, de kiem van een onverkwikkelijke affaire'

Pandey «Nadat Prost zijn vierde titel had gepakt en met pensioen gegaan was, had Senna zijn plaats bij het onoverwinnelijk gewaande Williams ingenomen. Iedereen verwachtte een walkover, maar de nieuwe wagen was een miskleun, en de eerste twee wedstrijden van het seizoen haalde Senna niet eens de finish. Telkens had coming man Michael Schumacher gewonnen: Ayrton vermoedde dat diens Benetton illegale software gebruikte. Met de frustratie nam ook de druk toe: in de derde GP, op Imola, was alleen winnen een optie.»

Het werd een inferno; Pandey en Kapadia gaan dat niet uit de weg, maar dikken het evenmin aan. De feiten volstaan: de zware crash van Senna’s protegé Rubens Barrichello op vrijdag, de horrorsmak van Roland Ratzenberger op zaterdag, het eerste dodelijke ongeval in de F1 sinds 1986. En dan wordt het zondag: bij verschillende incidenten raken toeschouwers en mecaniciens gewond, en een leven op de limiet eindigt tegen onvergeeflijk beton naast de plankgasbocht Tamburello – live te zien in miljoenen huiskamers wereldwijd. De oorzaak blijft een mysterie.

Pandey «We wilden er geen doekjes om winden: formule 1 is gevaarlijk. Ayrton wist dat voor hij eraan begon, en hij wist het toen hij voor het laatst insteeg. »Eén ding denk ik nog vaak: was hij die dag maar van het hele circus weggelopen. Zijn dood was één van de meest traumatische gebeurtenissen van mijn leven. Het was alsof ik een oudere broer verloren had.» Kapadia «Op het einde ziet hij er zo ongelukkig uit, zo ontgoocheld in zijn sport. Na het ongeval van Ratzenberger had F1arts Sid Watkins tegen Senna gezegd: ‘Je bent de beste van allemaal, je hebt drie keer het WK gewonnen: waarom kappen we er niet allebei mee en gaan we lekker vissen? Hij dacht lang en hard na en zei: ‘Nee, dat kan ik niet, Sid. Ik móét doorgaan.’»

De familie kreeg de definitieve versie van de film te zien in een speciaal voor de gelegenheid afgehuurde zaal in Cannes, vlak voor de grote prijs van Monaco 2010, waaraan Vivianes zoon Bruno deelnam.

Kapadia «Wij waren zo nerveus, en zij zo emotioneel... Het was haast ondraaglijk.»

Pandey «Voor ons is ‘Senna’ tweedimensionaal, voor hen driedimensionaal – de man die daar op dat scherm wordt uitvergroot was ooit één van hen. Zelfs tijdens de lichtere momenten kon je gesnik horen in het donker.

»Na afloop zei Viviane: ‘You guys did it. Jullie hebben de fijne lijn gevonden tussen Ayrtons genie op het circuit en zijn menselijkheid ernaast.’ Tel daarbij de onverdeeld positieve reacties uit zowel de F1 wereld – ik heb zelfs een knuffel gekregen van Bernie! – als mensen die nooit begrepen hadden wat er zo speciaal kon zijn aan een kerel die rondjes reed voor de kost, en je begrijpt dat we tevreden zijn.»

Ayrton Senna liet een dubbele erfenis na. Door zijn dood kwam in de hele autosport een kruistocht voor meer veiligheid op gang die vele levens zou redden. En in Brazilië, waar hij een staatsbegrafenis kreeg waarmee de film (hartverscheurend) afsluit, vormde zijn fortuin de basis van een naar hem genoemde en door zijn zus geleide stichting die zich over straatkinderen ontfermt.

Pandey «Over de details van onze deal met Universal mag ik niet uitweiden, maar ik kan je wel vertellen dat de Ayrton Senna Foundation nu al profiteert, en in de toekomst nog zal profiteren, van het succes van de film.

»Weet je, voor mij is de boodschap van ‘Senna’ heel universeel: je wordt geboren, je leeft je leven met de talenten die je hebt, je sterft. En hoe puur je ook bent in het begin, onderweg zal het leven je op één of andere manier onderuit proberen te halen – je krijgt te maken met geld, met politiek. Niemand rijdt een foutloos parcours, maar wat telt is dat je trouw blijft aan jezelf. Als je ergens werkelijk voor gáát, hoe hard de omstandigheden ook zijn – en dat heeft Ayrton Senna gedaan – maakt het niet uit of je vierendertig wordt of vierennegentig.»

Kapadia «En daarom, om al die dingen die je niet in statistieken kan vatten, was Senna de beste.»


Senna & Prost minor collision of the 1989 F1Japan Grand Prix

Ayrton Senna: GP Brasil 1991

Senna & Balestre in heated discussions over safety in drivers briefing

Ayrton Senna saved Eric Comas

Een scène die de film niet haalde: tijdens de kwalificaties voor de Grote Prijs van België 1992 snelt Senna zijn gecrashte collega Eric Comas te hulp. Asif Kapadia: 'Die scène zegt alles, hè? 't Was niets minder dan een heroïsche daad. Als ik er nu naar kijk, sla ik me nog altijd voor het hoofd, en kan ik niet geloven dat we die scène er niet hebben ingelaten.'

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234