null Beeld Manon van der Zwaal
Beeld Manon van der Zwaal

Interview

Beatrijs Smulders: ‘Ik was dol op seks, ik kwam al klaar van de wind’

Beatrijs Smulders is de bekendste vroedvrouw van Nederland. Ze richtte het Geboortecentrum Amsterdam op, schreef talloze zwangerschapshandleidingen en schuwt de straffe uitspraken niet. We spraken haar over perfecte mannen, depressie en tegengas.

Ze is een jaar of 12 als haar vader, vooraanstaand huisarts te Bergeijk, zich bij haar roept in zijn studeerkamer. Het is tijd voor Het Gesprek. ‘Beatrijs,’ begint hij, ‘vanaf nu zit je op een schatkist. In die schatkist bevinden zich prachtige witte parels en één ruwe diamant. Die parels zijn je toekomstige kinderen. Die ruwe diamant, dat ben jij. Op een zeker moment zal die prachtig fonkelen. Maar realiseer je: er zijn overal kapers op de kust. Rovers, onnozele boeren. Ze sluipen allemaal rond jouw schatkist. Willen er een graai in doen. Daar moet je voor oppassen, want ze kunnen hem ruw openbreken, de diamant vroegtijdig beduimelen en zelfs voor altijd kapotmaken.’

Het advies dat volgde, zegt Beatrijs Smulders, was simpel en bijzonder effectief. ‘Hij zei: onderbroek zo lang mogelijk aanhouden!’ Ze lacht uitbundig. ‘Alleen de koning mocht binnenkomen, zei mijn vader. Pas als een jongen de onderbroek respecteert, is hij misschien een koning. Het is de snelste manier een koning van een pummel te onderscheiden.’

Ze is inmiddels 68, heeft zich een leven lang beziggehouden met vrouwen, met seks en zwangerschap, met baren, orgasmes, testosteron en oestrogeen, verkrachtingen, prostitutie en wat dit alles doet met een mens, en weet één ding zeker: haar vader had gelijk. ‘Het was het beste advies dat ik kon krijgen. Bescherm de diamant.’

Beatrijs Smulders was lang de bekendste vroedvrouw van Nederland. Ze richtte in Amsterdam het Geboortecentrum op, opende geboortewinkels, schreef populaire handboeken en hielp vierduizend baby’s ter wereld. Als uitgesproken pleitbezorger van ‘natuurlijke’ bevallingen, met zo min mogelijk onnodige medische ingrepen en als het even kan zonder pijnstilling maar mét liefdevolle zorg, kreeg ze een schare bewonderaars – maar ook felle tegenstanders. Meer dan wie ook klom ze op barricades om te strijden voor thuisbevallingen en de positie van verloskundigen, maar die emancipatiestrijd is nog niet gestreden. De eerstelijns verloskundigen met een eigen praktijk die bij vrouwen thuis komen, dreigen uit te sterven.

Uren en uren en uren bracht ze door naast het kraambed van vrouwen uit alle lagen van de bevolking – vaak in het holst van de nacht, wachtend op het verlossende moment. Ze hoorde hun verhalen, schreef die op, samen met haar eigen gedachten, in stapels blauwe schriftjes. Ze kwamen goed van pas bij het schrijven van het eerste deel van haar autobiografische trilogie, Bloed. Ze schrijft in het drieluik hoe het haar zelf is vergaan, als tiener in de jaren 60, als vrijgevochten jonge vrouw tijdens de seksuele revolutie, als vroedvrouw temidden van krakersrellen, als moeder, minnares, en tijdens de vermaledijde overgang.

Beatrijs Smulders
Beatrijs Smulders (Bergeijk, 1952) komt uit een geslacht van artsen. Haar vader is huisarts in Bergeijk, haar grootvader Johan eveneens. Overgrootvader Ferdinand was vroedmeester en chirurgijn in Sint-Michielsgestel. Johan schreef in de jaren 30 een controversieel en revolutionair boek, Periodieke onthouding in het huwelijk. Ook broers en zussen werken als medici. Smulders studeerde in 1978 in Amsterdam cum laude af als verloskundige. Met haar man, regisseur Roel van Dalen, heeft ze twee zonen.

‘Als jong meisje had ik zó’n romantisch beeld van seks. Ik dacht: o, yes!’ zegt ze in haar huis aan een Amsterdamse gracht. ‘Mijn verwachtingen waren hooggespannen. Wij waren zo blij met die seksuele revolutie, met de pil, dat we gewoon hetzelfde als de jongens waren. Wilden gewoon meedoen, pasten ons aan, niet flauw zijn. Iedereen deed dat in die tijd, in mijn vriendenkring in ieder geval.’

Voor de jongens was het een snoepwinkel, zegt ze. Maar na een paar jaar was het onder haar vriendinnen een slagveld. ‘Ze waren sip, gedeprimeerd of bedrogen, lagen in een scheiding, liepen geslachtsziekten op, kwamen in de Bloemenhovekliniek terecht voor late abortussen. Hun zelfbeeld aan diggelen.’

Hoe het vaak ging: vriendinnen werden verliefd, belandden in bed. ‘Was het allemaal leuk en gezellig, tot de vulva in beeld kwam. Dan was het ineens rats, doorstoten en er vandoor. Bleef zo’n meisje achter, hé, hallo, zonder mij? Helemaal naar en ellendig. Dat heet dan geen verkrachting, maar het lijkt er wel erg op, hè. Maar dat is moeilijk uit te leggen, je gaat toch met die jongen in bed liggen?’

Seks kan de hemel zijn, schreef ze in haar dagboek, maar ook de hel.

‘Begrijp me goed, ik vind dat de feministen geweldig werk hebben verricht, ik bekritiseer niemand, al die uitwassen waren niet te voorzien. Maar we hebben toen niet gedacht: hoe zit onze eigen seksualiteit in elkaar? Want die is heel anders dan de mannelijke. Mannen, dat is opwinding, dopamine, dopamine, orgasme, klaar, over. Vrouwelijke seksualiteit heeft te maken met weerloosheid. Met opengaan. Met een man die jou helpt open te gaan. Met als het goed is veel oxytocine, het bindingshormoon, en liefde – en als je dan helemaal open bent, kun je je overgeven en is klaarkomen geen probleem. Een goeie man vindt niks fijner dan dat, die krijgt dan ook veel oxytocine. Dan is er liefde, verbinding, dan is hij verkocht.’

Na al die jaren veldwerk heeft ze zo haar theorieën over typen mannen. De helft bestaat uit de ‘goddelijken’: de goede mannen en minnaars, de leiders, de schrijvers, de betrouwbare politici. 40 procent behoort tot de ‘sneuen’: beschadigde mannen, jongens die door hun moeder zijn verpest, gefrustreerd, mannen met een krasje. En 10 procent is gewoonweg scum. Massamoordenaars, geweldplegers, corrupte macho politici. ‘De laatste groep is relatief klein, maar maakt veel stuk in de wereld. De Poetins, de Trumpen, Bolsenaro’s. Mannen met enorme ego’s. Mannen willen graag macht, houden van competitie, zijn strijdbaar. Op zich is daar niks mis mee, dat was noodzakelijk voor de overleving van de soort. En als macht in liefdevolle handen is, dan kom je bij de goddelijken uit.’

De perfecte man heeft naast een flinke dosis testosteron ook een vleugje vrouwelijkheid, zegt ze, en optimaal is de verhouding 80-20. ‘Zulke sterke, zorgzame kerels zijn harder nodig dan ooit. Er heerst een neo-masculiene golf. Het erge van die cultuur is dat vrouwen niet meer als kostbaar worden gezien. Ze worden continu geschoffeerd, kijk naar wat iemand als Sigrid Kaag te verduren krijgt op Twitter.’ Ze pakt de krant erbij. ‘En kijk,’ wijst ze, ‘dit stond er vanochtend in.’ Een stuk over de Britse website Everyone’s Invited, waarop duizenden verhalen binnenstromen van meisjes en jonge vrouwen die te maken kregen met seksueel wangedrag op scholen. ‘Laatst sprak ik een jongen die zei: ik heb in een paar maanden tijd wel honderd meisjes geneukt, want ja, Tinder, dat is een gratis hoerenkast. Ik vroeg: zit je niet stoer te doen? Nee, zegt hij, je kiest een leuk meisje en dan heb je een leuke nacht en drie dagen later neem je weer een ander.’

Er is te weinig penisbeschaving, zegt ze. ‘Toen in 2016 de MeToo-beweging ontstond, dacht ik: godsamme, dit is écht nog maar het topje van de ijsberg. Ik zag het in mijn praktijk, het klopt helemaal met de statistieken die zeggen dat 40 procent van de Nederlandse vrouwen een nare seksuele ervaring heeft gehad.’ Het gevolg kán zijn: blokkades, aantasting van je zelfvertrouwen en zelfbeeld. ‘Er is onveiligheid gezaaid in je vagina en het bekken. Je gaat op slot, laat niemand meer binnen – of juist iedereen. Ik zag het ook bij bevallingen, waar het juist allemaal draait om ontsluiting; sommige vrouwen waren ontzettend bang voor een vaginaal onderzoek.’

In extreme vorm interesseert het vrouwen niet meer wat daaronder gebeurt. Ze wijst naar buiten, vlakbij liggen de Wallen. ‘Ik interviewde veel prostituees. De meesten zijn misbruikt. Die zeggen: ik voel er niks meer bij, en zo verdien ik er tenminste nog een Volvo mee.’

Hoe verging het haar zelf, in dat slagveld van liefde en lust? Ze laveerde er aanvankelijk ongeschonden doorheen. Dankzij de tip van haar vader. ‘Tot mijn 20ste hield ik mijn onderbroek aan. Dat was lang hoor! Zijn advies gaf mij een enorm vertrouwen, zo van: ik heb iets te beschermen, iets kostbaars. Mijn vader liet mij zien: jij bent de baas. Toen ik eindelijk ontmaagd wilde worden, nam ik zelf de regie.’

Een parade bewonderaars trok aan haar deur voorbij. Klasgenootje Siebe en vakantiescharrel Jack, de zorgeloze Tim, de langharige, zachtaardige Guus werd ingeruild voor zijn buurjongen Koen. Knappe antropoloog Julius. De geestige astronoom Leo en bouwkundige Kasper waren elkaars concurrenten. Autoritaire Martin kwam langs, carrièretijger Loek. Een in haar boek niet met naam genoemde ‘rockster’, die opvallende gelijkenis vertoont met Herman Brood, probeerde haar te versieren terwijl zij zijn vriendin hielp bevallen. ‘Ik laat een spoor van gebroken harten achter’, schrijft ze in Bloed. ‘Steeds hetzelfde patroon. Ik kan niet lang zonder, maar ook niet lang met een man. Het is als een cocaïneverslaving. Even waan je je in de hemel, maar al snel sta je weer met beide benen op de grond.’

‘Dat heb ik vrij lang volgehouden,’ zegt ze peinzend. ‘Ik werd altijd gek op de mannen van wie ik dacht: die dumpen mij niet. Ik was dol op seks, ik kwam al klaar van de wind. Het was spannend en avontuurlijk, maar niet intiem. Ik was daar niet trots op. Ik deed precies hetzelfde als die mannen. Op een gegeven moment dacht ik: lust brengt mij nergens. Je kunt neuken tot je een ons weegt. Als je daarmee geen liefde genereert, sta je met lege handen. Het vrouwelijk geslachtsorgaan wil liefde en het hart ook.’

Ze heeft er vaak over nagedacht hoe het zo kwam. ‘Je valt vaak op iemand die lijkt op je vader, of je moeder, of een combinatie van hen. De mensen die jou primaire hechting gaven. Nou, ik viel dus of op autoritaire macho’s die zichzelf moeilijk konden geven, gesloten als een kokosnoot, net als mijn vader, of op heel zorgzame types.’ Waren die dan weer te soft? ‘Ja, en ook niet geil genoeg.’ Lacht. ‘Ik heb echt iemand nodig die tegengas geeft. Die zegt: hallo, dit gaan we echt niet doen, Trijs.’

Het gerommel duurde tot haar 34ste. ‘Toen bombardeerde ik mezelf weer tot maagd. Ik besloot pas weer naar bed te gaan met de man van wie ik dacht: hij is écht fantastisch. Ik dacht dat dat nog jaren zou duren, maar ik kwam hem al na drie maanden tegen, tijdens een rondreis door Indonesië. Een Balinese prins, van 18.’

Ze kijkt dromerig naar buiten. De Balinese prins was perfect. De eerste drie dagen dat ze in zijn armen lag moest ze vaak huilen van ontroering, zo intens voelde het. ‘Een zielsverwantschap. Pure magie.’ Ze heeft het geprobeerd, hij naar Nederland, liep hij vanuit de Indonesische hitte ineens in een coltrui over de gracht. Maar het leeftijdsverschil met Putu was te groot, zag ze toen ze hem als verrassing opzocht op zijn 19de verjaardag, terug op Bali. ‘Ik kwam binnen en zag het ineens: er was een kinderpartijtje aan de gang! Het kon niet. Maar ik wilde hem niet kwijt. Ik besloot dat we samen een stuk grond moesten kopen op Bali en liet er een huis op bouwen, zodat we elkaar daar de rest van ons leven konden blijven zien, met onze families en geliefden.’

Aldus geschiedde. Hun vriendschap duurt voort. Hij werd filmregisseur en trouwde later met een actrice, een Balinese schoonheid. Beatrijs bracht hun kind ter wereld. Zij vond de liefde bij Roel, een regisseur met wie ze bijna dertig jaar samen is en twee zoons heeft – na moeilijke bevallingen, want de jongens lagen gedraaid. ‘Putu en ik hebben nog steeds een heel sterke band, dat gaat over de grenzen van seks heen. Mijn echtgenoot is daar gelukkig helemaal niet jaloers op. Met hem deel ik andere dingen, hij is echt mijn man.’ Daarover schrijft ze meer in deel twee van haar trilogie, belooft ze, dat wordt een vrolijk boek.

Ze schenkt nog een kop thee in. De zon verdwijnt achter de bomen aan de overzijde van de gracht. De latere periode van haar leven is weerbarstig, stof voor deel 3. Haar levenswerk – het Geboortecentrum (waarin ze alle hulp rond zwangerschap en geboorte bijeenbracht) en haar strijd voor eerstelijns verloskundige zorg – leek onder haar handen te verkruimelen. Achter de schermen woedt een hevige strijd. Ziekenhuizen trekken de regie meer en meer naar zich toe, waardoor bevallingen zakelijke processen worden, vreest Smulders. Sneller aan de kunstmatige weeënopwekkers, vaker een ingreep.

‘Ziekenhuizen willen vrouwen maar al te graag tot een verdienmodel maken,’ zegt ze, ineens boos. ‘De marktwerking in de verloskunde is een schande. Ziekenhuizen willen het liefst alle bevallingen naar zich toetrekken en verloskundigen in loondienst. Hoe meer ingrepen, hoe meer er gedeclareerd kan worden. Een masculiene werkelijkheid van technocraten, zorgverzekeraars en managers die niet kijken naar wat voor vrouwen het belangrijkst is: keuzevrijheid, persoonlijke zorg en bescherming tegen onnodige ingrepen. Eerstelijns verloskundigen zijn bij uitstek geschikt om dat te waarborgen. Ik ben natuurlijk niet tegen ziekenhuisbevallingen, ik moest zelf uiteindelijk in het ziekenhuis bevallen, maar ik wil dat de vroedvrouwen – betaald – mee kunnen naar de verloskamers, om zelf de vrouw te kunnen begeleiden met wie ze de hele zwangerschap hebben doorlopen.’

Rond 2010 keerde het tij, zag ze. De vroedvrouwen hadden het gedaan, die kregen het verwijt verantwoordelijk te zijn voor te hoge babysterfte. ‘Er was een heksenjacht gaande. Heel heftig. Ik voelde me meer en meer alleen staan. Gynaecologen die ons altijd hadden gesteund, hielden ineens hun mond. En de meeste vroedvrouwen zijn oestrogeenvrouwen hè, heel zachtaardig maar niet zo strijdvaardig.

Ik raakte in de overgang, ik kreeg opvliegers, werd labiel. Soms barstte ik tijdens een toespraak zomaar in tranen uit. Riep ik: ‘We gaan het verliezen!’ Niemand snapte me. ‘‘Beatrijs Smulders draait door’’ was het.’

Haar Geboortecentrum kwam in financiële problemen. Zorgverzekeraars werden strenger, beknibbelden op uitgaven. ‘Ik moest ineens aan targets voldoen, terwijl we de beste zorg ever gaven. Ik kreeg het niet meer rond. Een ontzettend zware tijd. Ik plofte helemaal in elkaar. Ik begon aan mezelf te twijfelen, kreeg angstaanvallen, het gevoel dat ik niet sterk genoeg meer was.’

Neemt een slok thee. ‘Mijn vader was gelukkig toen al dood, want voor hem mocht ik niet instorten. Hoe kon dat nou, zo’n sterke vrouw en dan paniekaanvallen. Daarna werd ik depressief. De hormonen hadden mijn ego vergruisd. Ik had me te veel geïdentificeerd met de gedachte dat ik de beste vroedvrouw van Nederland was.’

Het helende proces, vervolgt ze, dat waren haar man, haar zoons, haar therapeut en een bevriende ondernemer. ‘Allemaal mannen. Die vriend kwam binnen toen ik als een soort etterbuiltje op de grond lag, één hoopje ellende. Hij zei: schat, kom hier, wat is er? Ik huilde: ik heb alles fóut gedaan in mijn leven, ik heb het niet gered! Hij antwoordde: ik ben nu even jouw ridder, stap maar in mijn zijspan en ik rijd jou naar betere tijden. Hij stak meteen een paar ton in het Geboortecentrum. Ik vroeg waarom hij dat allemaal voor mij deed. Omdat je een onverschrokken vrouw bent, daar zijn er maar een paar van in de wereld, zei hij.

Zo zijn gouden mannen, zegt Beatrijs Smulders stralend. ‘Die zien niet het uiterlijk, het omhulsel, maar de shining star die het even laat afweten om te shinen.’

‘Bloed; een vrouwengeschiedenis’ is uit bij Nijgh & Van Ditmar € 22,50

(AD)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234