null Beeld

Bedelbendes in België: hoe erger de handicap, hoe groter het medelijden en hoe groter de giften

Achter het rammelende bekertje van de gehandicapte schooier of de smekende stemmetjes van bedelende Romakinderen in Brussel, Gent of Antwerpen zit vaak een smerige vorm van mensenhandel waar we weinig over weten.

'De slachtoffers zijn al blij met één maaltijd per dag en een dak boven hun hoofd. Dat is méér dan ze in hun thuisland hadden'

Vijftien jaar geleden was hij al een bekend gezicht aan de Brusselse kruispunten: de bedelaar met de bochel die, schuddend met zijn koffiebekertje, om aalmoezen smeekte tussen de aanschuivende auto’s voor het rode licht. Winter en zomer stond hij daar in ontbloot bovenlijf, jas en hemd rond zijn heupen geknoopt, zodat iedereen zijn mismaakte torso goed kon zien: één bult aan de voorkant en één aan de achterkant. Als het licht op groen sprong, hinkte hij altijd nét iets te laat naar de kant tussen het voorbijrazende verkeer.

‘Wij hebben dikwijls gedacht: straks wordt hij overreden,’ zegt commissaris Christiane Roelants, die zich bij de Brusselse politie al jaren het lot van bedelende kinderen en gehandicapten van Roma-afkomst aantrekt. ‘Later heeft hij me verteld dat zijn bazin hem verplichtte om in het midden van de weg te blijven staan. Volgens haar bracht dat meer op. Hij is een keer effectief van zijn sokken gereden, waardoor hij naast zijn aangeboren handicap ook mankte.’

Christiane Roelants «We kenden de man al jaren en we wisten bijna zeker dat hij werd gedwongen om te bedelen en daarna zijn geld moest afgeven. Maar zolang hij daar zelf niks over kwijt wilde, konden we hem niet helpen. Zelf ontkende hij altijd dat hij uitgebuit werd.»

Tot de gebochelde Romabedelaar vorig jaar in oktober plots voor haar in het politiecommissariaat stond om een klacht in te dienen tegen de mensen die hem al vijftien jaar uitbuitten. Hij vertelde hoe hij in 1999 in Roemenië was geronseld door een Romabende. In de metro van Boekarest was hij gevolgd door een vrouw die ook bedelde en hem vroeg om met haar mee te gaan. Zij en haar broers beloofden een huis voor hem te bouwen met het geld dat hij in België met schooien zou verdienen.

Hier aangekomen namen ze zijn identiteitskaart af en bezorgden ze hem een nieuwe identiteit: officieel was hij getrouwd met de vrouw voor wie hij nu aan kruispunten en in de Nieuwstraat ongeveer tien uur per dag z’n hand ophield. Als het tegenzat, verdiende hij maar 10 tot 15 euro, maar op een goeie dag kon hij 300 tot 400 euro ophalen. Dat geld moest hij elke avond afgeven. Zijn bazin sloeg hem op de benen met een bezemsteel als ze dacht dat hij iets achterhield. Hij moest minimum 50 euro per dag binnenbrengen, anders sloot ze hem ’s avonds buiten als straf. Haar echte wederhelft en haar broers dreigden er vaak mee om hem te doden als hij niet meewerkte. Later gaf de vrouw hem valselijk aan als de vader van de twee kinderen van wie ze in het Sint-Pietersziekenhuis beviel. Het kindergeld, zijn uitkering als mindervalide en de grote sommen die het bedelen opbracht, stuurde ze naar haar familieclan in Roemenië.

Toch was de bochelaar niet ontevreden. Hij kreeg kost en inwoon – overschotjes van het eten en een vuile matras op de grond in een krot in Anderlecht. Af en toe stopte de vrouw hem een joint toe. Dat was méér dan hij in Roemenië had.

HUMO Waarom diende hij na vijftien jaar plots wel klacht in?

Roelants «Omdat de mishandelingen wreder werden. De man had last van incontinentie en was te ziek om te bedelen. Hij bezorgde de bende meer last dan profijt en werd nog slechter behandeld dan vroeger. Het was genoeg geweest. Hij was het beu. Toen ik hem voor me zag zitten, schatte ik hem 70 jaar oud, terwijl hij in werkelijkheid maar 37 was. Hij was totaal afgeleefd, een gevolg van het jarenlange bedelen in weer en wind, tussen de uitlaatgassen, en van de ongezonde voeding en miserabele leefomstandigheden. Medische verzorging had hij ook nooit gekregen. Terwijl we hem verhoorden, plaste hij de stoel in ons bureau onder, maar dat besefte hij niet eens meer, zo ver was hij heen.»


Erecode

Dat de bedelaar met de bochel zijn verhaal uiteindelijk aan de politie deed, is heel uitzonderlijk. De meeste gehandicapte bedelaars die worden uitgebuit door mensenhandelaars, creperen nog liever. ‘Omdat de slachtoffers volledig afhankelijk zijn van hun uitbuiters en hen dikwijls als hun redders beschouwen,’ zegt Ann Lukowiak, referentiemagistraat mensenhandel voor het parket Oost-Vlaanderen.

Ann Lukowiak «De uitbuiting van de bedelarij is een Romafenomeen: zowel daders als slachtoffers zijn Romazigeuners, vaak afkomstig uit Roemenië of Bosnië, waar ze worden gediscrimineerd en in afschuwelijke omstandigheden leven. Ik ben zelf in Romadorpen in Oost-Europa geweest waar nergens elektriciteit of stromend water was. De slachtoffers die naar België komen, zijn dus al blij met één maaltijd per dag en een dak boven hun hoofd.

»De Romagemeenschap is heel gesloten. Geen enkele bedelaar die je van de straat plukt, zal toegeven dat hij of zij wordt uitgebuit. Er is een erecode die zegt dat je nooit een andere Roma verlinkt aan een buitenstaander – ‘gadje’, noemen ze de niet-Roma.»

Volgens het federaal migratiecentrum Myria, dat zopas haar nieuwe jaarrapport uitbracht, komen bedelaars almaar meer in de handen van mensenhandelaars. ‘Maar er gebeurt bij ons nog altijd weinig onderzoek naar,’ zegt Stef Janssens, expert mensenhandel en -smokkel bij Myria.

Stef Janssens «Vorig jaar zijn er in heel België maar tien bedeldossiers in het kader van mensenhandel opgestart, terwijl het probleem veel groter is. Veel pv’s worden zonder gevolg geklasseerd. Omdat een onderzoek heel veel tijd en middelen vergt en altijd kan mislukken. Je moet als magistraat al erg gemotiveerd zijn om eraan te beginnen. Die bedelbendes zijn heel mobiel. Zodra ze voelen dat de politie hen in het vizier krijgt, pakken ze hun biezen. Al het werk van de politie is dan voor niets geweest. Sommigen denken dan ook: ‘Laat die Roma het maar onder elkaar uitvechten’.»

HUMO Wat voor mensen zijn die uitbuiters?

Lukowiak «Kleine familiale Romagroepen van vier, vijf mensen. Naar de buitenwereld doen ze zich voor als grote sukkelaars die het zelf moeilijk hebben. In België leven ze in schamele omstandigheden en maken ze nooit grote sier. Ze gaan vaak mee bedelen met hun slachtoffers, maar dat is alleen om hen te kunnen controleren. Het geld dat hun slachtoffers voor hen verdienen, sturen de uitbuiters op naar hun familie in Roemenië of elders, waar het gebruikt wordt om huizen te bouwen of geïnvesteerd wordt in immobiliën. En het brengt wel degelijk goed op. In een Brussels dossier met vier gehandicapte bedelaars was er sprake van een bedrag van 40.000 euro in 15 maanden tijd. Het is belangrijk om die internationale geldstromen te volgen. Er was onlangs een mooi onderzoek in Frankrijk naar een bekende Romaclan die mensen liet bedelen en stelen. Het geld bleek in Italië te zitten, waar de kopstukken met de opbrengst riante villa’s hadden gebouwd en de rest van het geld in casino’s vergokten.»

HUMO Wie zijn de slachtoffers?

Janssens «Er zijn de bendes die volwassenen met een handicap uitbuiten. Je ziet ze vaak op de Brusselse invalswegen en in de Nieuwstraat. Hoe erger de handicap, hoe groter het medelijden en de giften. Er zijn trouwens ook verhalen over opzettelijke verminkingen.

»Daarnaast heb je de ‘gemengde’ Roma-dossiers met minderjarige en volwassen slachtoffers die op verschillende manieren worden uitgebuit. Kinderen moeten niet alleen bedelen, maar worden ook opgeleid om diefstallen en inbraken te plegen. Voor de meisjes wacht vaak de gedwongen prostitutie. In dat soort dossiers vormt de uitbuiting van de bedelarij maar het topje van de ijsberg.»

HUMO Worden alle Roma-bedelaars die je op straat ziet, uitgebuit?

Janssens «Zeker niet. Er zijn er ook veel die gewoon bedelen om te overleven of hun familie te kunnen onderhouden. Daar is niks strafbaars aan.»

Lukowiak «We weten niet hoeveel bedelaars er in België zijn, wie ze zijn en waar ze vandaan komen, laat staan of ze vrijwillig bedelen of niet. In elke gemeente reageren politieagenten anders op een bedelaar. Sommigen geven een GAS-boete wegens overlast, anderen jagen ze gewoon weg, nog anderen maken een pv op wegens verkeershinder of verdachte handelingen. Zo krijg je natuurlijk nooit een overzicht.»

undefined

'In vijftien maanden tijd konden de uitbuiters 39.868 euro naar hun familie in Roemenië sturen'


73 keer betrapt

In de twaalf jaar dat commissaris Christiane Roelants zich met bedeldossiers bezighield, zag ze alle soorten slachtoffers. Er was de éénarmige bedelaar uit Roemenië die door drie broers werd meegelokt. In België namen ze zijn armprothese en zijn paspoort af en stuurden hem uit bedelen. Om de twee à drie uur kwamen de chefs zijn geld ophalen, naar eigen zeggen tussen de 200 en 250 euro per dag. Zelf kreeg hij daar niets van. Eten deed hij van de grond: ’s avonds kreeg hij de restjes van het eten toegeworpen. Hij woonde in een huis waar ook kinderen waren die mee uit bedelen werden gestuurd. Ze werden geknepen opdat ze zouden huilen, want dan gaven de mensen meer geld. Iedere bedelclan had zijn eigen bedelplaatsen. Soms werd er zelfs gevochten om een bepaald kruispunt. De bedelaars kregen valse adressen mee, voor het geval ze werden opgepakt door de politie.

Roelants «Op de duur kenden we de echte adressen wel. Op ons grondgebied ging het om twee rijhuizen van twee verdiepingen. Op een bepaald moment verbleven er 82 personen van wie iedereen boven de 6 jaar al op heterdaad was betrapt bij het plegen van illegale feiten. Bedelen is voor kinderen vaak het begin van een criminele carrière waar ze in gedwongen worden. Na het bekertje komen de valse petities waar ze geld mee inzamelen voor een niet-bestaand goed doel, het zakkenrollen, en – als ze behendig zijn – ook de woninginbraken.»

undefined

null Beeld


Observatiefoto's uit het politiedossier 'Hinky-Pinky'. Links: uitbuiter en slachtoffer zitten naast elkaar op een bank onder de VRT-toren.

Zo was er Florin. Toen Roelants hem in 2004 voor het eerst zag bedelen in de Nieuwstraat, was hij 6 jaar. Een levendig kind dat altijd in de buurt van de McDonald’s rondhing. Lenig als een kat bewoog hij zich tussen de winkelende menigte en klampte voetgangers aan met een aandoenlijk smekend stemmetje: ‘S’il vous plaît! S’il vous plaît!’ Zijn moeder stond wat verderop om een oogje in het zeil te houden.

Roelants «Meisjes bedelen anders: ze blijven urenlang op hun knietjes zitten, met hun handen gevouwen alsof ze bidden. Hartverscheurend om te zien.»

In de jaren die volgden, ging Florin mee met de iets oudere jongens van de bende om winkeldiefstallen te plegen, en werd hij verschillende keren op heterdaad betrapt.

Roelants «In 2011 zag ik hem terug in de Nieuwstraat. Hij was 13, maar zag er ouder uit, en heel stoer. Een echte overlever. Ik herkende hem direct. Hij was zelf niet meer aan het bedelen, maar haalde het geld op van de andere bedelaars.

»Nog wat later kregen we verschillende pv’s uit andere steden toegestuurd over inbraken die hij had gepleegd, onder meer in Mechelen, en mensen die hij met geweld had beroofd. De jeugdrechter heeft hem toen naar een gesloten instelling in Saint-Servais gestuurd. Voor Roma is dat de ergste straf, dat hun vrijheid wordt afgepakt. Toen Florin uit de instelling vrijkwam, is hij verdwenen.»

Arabela was 16 toen ze een verklaring aflegde als slachtoffer van mensenhandel. Ze stond toen bekend als lid van een bende zakkenrollers.

Roelants «Arabela kwam uit Tandarei in Oost-Roemenië, een streek waar veel minderjarige Roma worden gerekruteerd om te gaan bedelen. Ze was op haar 15de getrouwd en met haar man meegekomen naar België. Haar schoonmoeder bleek een kopstuk in een circuit van bedelaars. Arabela was intussen moeder geworden, en haar schoonfamilie hield haar kindje bij terwijl zij uit bedelen en stelen werd gestuurd. Ik denk dat ze in één jaar tijd 73 keer op heterdaad betrapt is – in 26 verschillende steden in Vlaanderen, van de kust tot in Limburg.

»Na haar aangifte voor mensenhandel is ze een tijdje opgevangen bij Esperanto, een centrum voor minderjarige slachtoffers. Maar ze miste haar kind en is daar gaan lopen. Een maand later werd ze opnieuw opgepakt voor oplichting met een valse petitie. Toen ze meerderjarig werd, heeft ze één maand in de vrouwengevangenis van Berkendael gezeten. Het laatste wat ik van haar gehoord heb, is dat ze met vier andere vrouwen als zakkenroller ‘werkte’ in Laken, in de buurt van Kinepolis en Mini-Europa. Sinds 2014 is ze daar verdwenen.

»Ik zie heel vaak van die meisjes en jongens die tientallen keren worden betrapt, maar er telkens van afkomen met een berisping omdat ze minderjarig zijn, en dus maar blijven doorgaan. Het onderzoek naar zo’n minderjarige kan nochtans het begin zijn van de ontmanteling van een crimineel netwerk. Je moet zoeken naar de opdrachtgevers, de top van de clan. Maar dat vergt schaduwoperaties, observaties, telefoontap, huiszoekingen, onderzoeken naar de geldstromen, stamboomonderzoeken om de structuur van de clan te ontrafelen… Dat soort dossiers is geen prioriteit voor de parketten.»

undefined

null Beeld


Foto uit het politiedossier. Het stokoude bedelvrouwtje dat bij nader inzien één van de uitbuiters bleek.

Hinky-Pinky

Hoe intensief zo’n bedeldossier wel is, ondervonden rechercheurs Johan Debuf en Wim Peirs van de politiezone Brussel Noord vier jaar geleden, toen ze een doorgedreven onderzoek voerden naar een groepje gehandicapten dat bedelde aan het Schaarbeekse Meiserplein, in de schaduw van de VRT-toren.

Johan Debuf (hoofd afdeling mensenhandel) «In die periode zag je overal in Brussel gehandicapte bedelaars met een Oost-Europees uiterlijk opduiken. Op elke belangrijke invalsweg, aan elk groot kruispunt stonden ze. ‘Hoe kwamen die mensen uitgerekend hier terecht?’ vroegen we ons af.

»Op een dag kwamen we aan het Meiserplein, waar alweer een kreupele jongen stond. We besloten om ons aan de kant te zetten en even te blijven kijken. Hij had zijn rechterbroekspijp opgerold tot een stuk boven de knie, waardoor je goed kon zien dat zijn rechterbeen misvormd was. Na een tijdje wandelde hij naar een bankje in een klein parkje vlak bij de VRT. Hij neemt een pauze, dachten wij, want hij wreef met een pijnlijk gezicht over zijn been. Wat later kwam er een man in een knalroze trui naast hem zitten, met een Aldi-zak tussen hen in – een zak die we later nog verschillende keren zijn tegengekomen. Eerst leek het erop dat de twee elkaar niet kenden, maar dan zagen we de bedelaar iets doorgeven: het geld dat hij bij elkaar gebedeld had. Dat was de eerste aanwijzing dat er sprake was van uitbuiting. Vanaf toen zijn we het doen en laten van de bedelaars op het Meiserplein maandenlang beginnen te observeren. Van die eerste observatie kwam ook de naam van het dossier: ‘Hinky-Pinky’. ‘Hinky’ omdat het slachtoffer mankte, en ‘Pinky’ vanwege de roze trui van de verdachte.»

Wim Peirs «Er waren vier slachtoffers: drie mannen die hun misvormde been altijd goed uitstalden tijdens het bedelen, en één oudere kreupele man met een baard en een muts. De vier verdachten waren een Romafamilie uit Roemenië: een ouder echtpaar, hun zoon en diens echtgenote, die ook nog een kind hadden. Ze woonden samen met hun slachtoffers in een groezelig huis in Sint-Joost-ten-Node. De bedelaars hadden één kamer met vier vuile matrassen op de grond. Geen douche, geen kasten, geen koelkast – alleen een hoop plastic zakken, waaronder de fameuze Aldi-zak. Heel vies en smerig allemaal. Elke ochtend vertrokken de bedelaars met het openbaar vervoer of te voet naar hun bedelplekken, waar ze tot na de avondspits bleven werken. Om de twee, drie uur kwamen de uitbuiters langs om te controleren: je zag ze dan een snelle blik wisselen met de bedelaar, die van de weeromstuit een tandje bijstak.»

Debuf «Het lastigste om te bewijzen is dat die mensen uitgebuit worden. In dit dossier hebben we dat gedaan met foto’s en filmpjes waarop je telkens weer ziet hoe de bedelaars hun geld moeten afgeven. Dat gaat altijd heel stiekem. Een vrouw met een wijde rok die naast de bedelaar komt zitten, haar handtas naast hem zet, vooroverbuigt om een sigaret op te steken en hup, het geld zit in de sjakosj. Of het wordt opgerold in een sigarettenpakje, een muts of een sok. En in ruil krijgen de bedelaars een broodje of een slok cola.»

Peirs (lachje) «Om dat goed te kunnen filmen heb ik verschillende dagen op het dak van een gebouw gelegen.

»Tijdens het onderzoek vielen we van de ene verbazing in de andere. Op een dag verscheen er op het kruispunt een stokoud bedelvrouwtje dat helemaal krom liep. Ze kwam met haar hoofd nauwelijks boven de autoportieren uit. Het was zo’n zielig gezicht, ik had er echt medelijden mee. Tot ze na enkele uren plots in de struiken verdween en nogal kwiek het heuveltje op liep. Zodra ze tussen het gebladerte zat, sprong ze recht, gooide haar kruk weg en deed haar oudevrouwenkleren uit. Het bleek één van de vrouwelijke verdachten, die zich vermomd had om de bedelaars te controleren en zelf ook een centje bij te verdienen.»

Debuf «De bedelaars zélf spelen soms ook een stukje theater hoor. Ze manken altijd iets meer als ze staan te bedelen, of kruipen op handen en voeten rond terwijl ze perfect kunnen lopen.»

Peirs «Tijdens de huiszoeking hebben we een grote paraplubak vol krukken gevonden: als ze uit bedelen gingen, namen ze er eentje mee.»

HUMO Hoeveel verdienden ze?

Debuf «Zelf beweerden ze dat ze niet meer dan 15 euro per dag hadden. Maar we weten dat ze op een slechte dag 60 à 70 euro ophaalden, en op goeie dagen 300 tot 400 euro.»

HUMO Allemaal in kleingeld?

Debuf «Ja, maar dat wisselen ze gewoon in de winkels. Tijdens de huiszoeking vonden we een grote postzak gevuld met rosse muntjes: die kun je bij de post gewoon per kilo gaan inwisselen. Uit het onderzoek naar de geldstromen bleek dat de uitbuiters in vijftien maanden tijd maar liefst 39.868 euro naar hun familie in Roemenië hadden gestuurd. Uit het reisgedrag van de bende bleek dat de slachtoffers voordien ook al in Rome en Londen hadden gebedeld.»

Peirs «Toen we ze verhoorden, logen ze allemaal, zowel de daders als de slachtoffers. Op het lachwekkende af, soms: ze beweerden dat ze familie van elkaar waren, maar kenden elkaars namen niet. De slachtoffers ontkenden dat ze hun geld moesten afgeven en beweerden dat ze alleen betaalden voor de huur en de boodschappen. Ze ontkenden het licht van de zon. Daarom hadden we al die bewijzen nodig. We hebben meer dan een jaar aan het dossier gewerkt, soms zelfs met tien agenten.»

In maart 2015 werden de vier Roemeense verdachten door de Brusselse rechtbank tot vijf jaar cel met onmiddellijke aanhouding veroordeeld. Het was een veroordeling bij verstek: na de huiszoekingen en de verhoren was de bedelbende het land uit gevlucht.

Peirs «Vijf jaar lijkt misschien niet zoveel voor een buitenstaander, maar wij vonden het een mooie veroordeling. De daders werden internationaal geseind en in februari 2016 zijn ze in Roemenië teruggevonden. We zijn ze daar zelf gaan halen. Hier kwamen ze uiteraard in de gevangenis terecht, maar ze zijn onmiddellijk in beroep gegaan en hebben toen een veel lichtere straf gekregen: 44 maanden cel, waarvan de helft met uitstel. Dat betekende dat ze er met een paar maanden gevangenis van afgekomen zijn.

»Eerlijk gezegd was dat een slag in ons gezicht. Meer dan een jaar hard werk en wat bereik je?»

Debuf «Soms hebben we de indruk dat mensenhandel een ver-van-mijn-bedshow is voor de rechters die uiteindelijk het vonnis moeten vellen. Als onderzoeker zie je de menselijke ellende die het allemaal veroorzaakt, en ben je daar veel gevoeliger voor.»

In 2014 deed Ann Lukowiak een onderzoek naar het lot van negen slachtoffers van een bedelbende in Gent die zich op de Roemeense ambassade hadden aangemeld. De Romaslachtoffers vertelden dat de bende hun een job in de bouwsector had beloofd. De vrouwen van de groep konden als poetsvrouw in een rusthuis werken en een 16-jarig meisje kreeg een baan als kinderoppas voorgespiegeld. In Gent aangekomen werd de hele groep in een krotwoning gestopt en verplicht om te gaan bedelen. Ze werden ’s ochtends om halfacht opgehaald met een minibus en op verschillende plaatsen in Gent, Kortrijk en Zelzate afgezet om tien uur te gaan bedelen. ’s Avonds werden de slachtoffers gefouilleerd en moesten ze alles afgeven.

Lukowiak «Ze aten uit vuilnisbakken, want ze kregen geen eten van hun uitbuiters. Zes van de slachtoffers zijn trouwens met een voedselvergiftiging in het ziekenhuis beland. Het 16-jarige meisje werd eerst verkracht door de hoofdverdachte en daarna gedwongen om zich te prostitueren. In een bestelwagen in de buurt van een parking langs de E40 werd ze aan vrachtwagenchauffeurs aangeboden die op de parking pauzeerden. Andere slachtoffers werden verplicht om diefstallen te plegen. Op het moment dat ze ook verplicht werden om bouwmateriaal op werven te gaan stelen, hebben de slachtoffers zich verzet. Het is tot een zware vechtpartij met de uitbuiters gekomen en de slachtoffers zijn zich op de Roemeense ambassade gaan melden.»

Toch sprak de rechtbank de verdachten vrij bij gebrek aan bewijzen.

Lukowiak «Er waren sterke aanwijzingen dat hun verhaal klopte, maar de verdachten zijn blijven ontkennen en zeiden dat het om een familieruzie ging. De rechtbank is hen daarin gevolgd. Ik vond het verschrikkelijk voor de negen slachtoffers dat ze niet werden geloofd.»

undefined

null Beeld


De gebochelde bedelaar in 2001, toen hij nog niet lang in Brussel was.

200 meter bedelen

Vanuit het gerecht komt er nu, na jaren de andere kant op kijken, een hoopgevend intiatief: een nieuwe omzendbrief maant de parketten aan om de uitbuiting van bedelarij als een prioriteit te beschouwen, zeker wanneer er minderjarigen in het spel zijn. Stuwende kracht is de Luikse advocaat-generaal Frédéric Kurz, hoofd van het Expertisenetwerk Mensenhandel en Mensensmokkel, die samen met een werkgroep een aantal richtlijnen voor een eenvormige aanpak opstelde. ‘Die omzendbrief is heel belangrijk: zo wordt het probleem eindelijk op de agenda geplaatst,’ zegt Lukowiak.

HUMO Geeft u zelf ooit aan bedelaars, meneer Kurz?

Frédéric Kurz «Nee, nooit. De beste manier om de bedelbendes te bestrijden is om hun middelen te laten opdrogen. Iedereen moet die keuze voor zichzelf maken: niet alle bedelaars worden uitgebuit. Maar als je in de Louisalaan om de 200 meter een bedelaar ziet zitten, is het heel moeilijk om dat onderscheid te maken.»


★★★

Hoe liep het verder met de gebochelde bedelaar die een klacht tegen zijn uitbuiters indiende bij commissaris Roelants? Hij werd ondergebracht in de Brusselse daklozenopvang Samusocial. Omdat het dossier te ingewikkeld werd voor de lokale politie, maakte Roelants het dossier over aan de federale politie, waar het door het vele werk onderaan de stapel bleef liggen.

Roelants «Een tijdje later kreeg ik bericht vanuit Samusocial: de bedelaar was spoorloos verdwenen. Ik beschouwde het onmiddellijk als een onrustwekkende verdwijning: in zijn fysieke toestand kon hij niet zomaar in zijn eentje vertrekken. Zijn uitbuiters hadden hem wellicht opgespoord en meegenomen. We zijn beginnen te zoeken, en uiteindelijk is hij teruggevonden in Roemenië. Volgens de Roemeense politie zit hij daar in een verzorgingstehuis. Voor mij is het dossier daarmee afgesloten. Ik denk niet dat we hem nog zullen terugzien in België, wellicht is hij beter af waar hij nu zit. Hoewel, een verzorgingstehuis in Roemenië? Ik weet niet wat ik me daarbij moet voorstellen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234