'Begrafenisondernemer is een sociaal beroep: je komt de échte mens tegen, zonder franjes'

Wat gebeurt er met een mens tussen het ogenblik van zijn overlijden en het moment dat hij op de tonen van ‘Con te partirò’ in de oven of kuil verdwijnt? Wat zijn de voordelen van een massief eiken doodskist ten opzichte van een goedkoper exemplaar in mdf? Hoe kan iemand die iedere werkdag opnieuw met de dood geconfronteerd wordt toch gelukkig zijn? Op die en andere vragen krijgt u een antwoord in ‘Komen te gaan’, een nieuwe Eén-reeks van Woestijnvis waarin zes begrafenisondernemers worden gevolgd tijdens hun dagelijkse bezigheden. Gert Verhaert is één van hen.

Gert Verhaert «De voornaamste reden waarom ik aan dit programma heb meegewerkt, is dat de dood nog altijd een lastig gespreksthema is. Hoe dikwijls gebeurt het niet dat ik in een huiskamer binnenstap waar twee volwassen mannen zich hardop zitten af te vragen wat nu precies de wens van hun overleden moeder was: een begrafenis of een crematie? Zelfs in mijn eigen vriendenkring ligt het onderwerp erg moeilijk: dat heb ik gemerkt toen ik zeven jaar geleden een punt zette achter mijn job als psycholoog-consulent, en bij een begrafenisondernemer in dienst ben gegaan.»

HUMO Waarom zette u destijds die stap?

Verhaert «Ik ben graag met mensen bezig, en begrafenisondernemer is een sociaal beroep bij uitstek: 20 procent van je tijd ben je met de overledene bezig, 80 procent met de nabestaanden. Bovendien is het een job waarin je de échte mens tegenkomt, zonder franjes. Want wie in zijn onmiddellijke omgeving met de dood wordt geconfronteerd, valt – om het op z’n Antwerps te zeggen – plat op z’n gat.»

HUMO Twee jaar nadat u in de sector was begonnen, richtte u uw eigen begrafenisonderneming op, Rustpunt. Markant detail: u deed dat in uw eigen woonkamer.

Verhaert «Ik had de middelen niet om al meteen grootse dingen te doen, en dus heb ik een deel van onze woonkamer afgebakend om er een ontvangstruimte van te maken. Ik kocht een drukmachine voor de bidprentjes, en ook een lijkwagen die ik in een gehuurde garagebox stalde. Zo ben ik begonnen, in de veronderstelling dat ik het wel zou redden met twee uitvaarten per maand. Althans, wanneer ik geen grote investeringen zou doen en geen mensen in dienst zou nemen. Maar ’t is allemaal anders gelopen: inmiddels heb ik verscheidene mensen in dienst, en heb ik de oude toonzaal van een autogarage omgebouwd tot rouwcentrum met aula – in januari vorig jaar zijn we geopend.»

HUMO Een opgemerkte aanwezige bij de opening – te zien in aflevering één – was de plaatselijke pastoor. Die zag uw concurrentie somber tegemoet: ‘Allee, alweer slecht nieuws voor mij.’

Verhaert «Dat was al lachend, hoor. Onze pastoor is nog jong, en hij beseft dat de Kerk op dit moment een evolutie doormaakt. Hij vindt ook niet dat mensen die niet kerkelijk zijn, toch per se een afscheid in de kerk moeten krijgen. We willen tenslotte hetzelfde, hè? Een mooie, plechtige uitvaart met het grootst mogelijke respect voor de overledene en de nabestaanden. Kortom: een begrafenis zoals je er voor jezelf eentje zou willen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234