null Beeld

Beirut - The Flying Club Cup

Toen wij, in de hete herfst van 2006, het fantastische 'Gulag Orkestar' van Beirut voor het eerst door de speakers joegen, hingen wij na drie nummers in de touwen: de ongepolijste en onbeschaamd naar Sufjan Stevens en vooral Goran Bregovic meurende songs én de onvaste stem van Zach Condon sloegen meteen een gat in ons pantser dat we niet meer hebben kunnen dichten.

En God knows we tried, bijvoorbeeld door drie weken lang tweemaal daags Slayer door de huiskamer te laten schallen!

Enfin: dat Condons tweede cd 'The Flying Club Cup' ons van bij de eerste beluistering recht in het door 'Gulag Orkestar' wak gemaakte jongenshart zou treffen, viel dus enigszins te verwachten. Maar dat de plaat zoveel gepolijster, dieper en mooier zou klinken dan zijn voorganger, waardoor de nummers trouwens nóg meer in het vel snijden, daar hadden wij dan weer géén poen op durven te zetten.

Dé troef van 'The Flying Club Cup' is, veel meer nog dan op diens debuut, de stem van Condon: tijdens het croonen laat ze 'm, net als die van de jonge Chet Baker, af en toe in de steek, maar dat maakt het net zo ménselijk.

Twee nummers vinden wij van de mooiste die we de afgelopen - we overdrijven niet - jàren hebben gehoord. Één: 'A Sunday Smile', een ontroerende liefdeswals waarin blazers en stemmen door elkaar zwermen terwijl Condon herinneringen ophaalt aan de heerlijke hondsdagen van een nieuwe, nog niet door de banale alledaagsheid gecorrumpeerde liefde. Twee: 'Nantes', een ingehouden drinklied dat halverwege wordt doorbroken door een sample uit een Franse film, compleet met brekend serviesgoed en een verhitte woordenwisseling tussen twee geliefden. 't Nummer drijft op een bloedmooie, door Condon enigszins onvast gecroonde tekstflard ('It's been a long time / since I've seen you smile') die aan het einde van de cd weer opduikt in het upbeat, met lollige ketelslagerij doorspekte 'Cherbourg'.

Voorts is het l'embarras du choix qua hoogtepunten: 'The Penalty', dat een half nummer lang kan volstaan met een krassende ukelele en Condons kopstem; het door Owen Pallet (van Final Fantasy en Arcade Fire, in wiens opnamestudio in Quebec Condon trouwens mocht kamperen) gezongen 'Cliquot'; de weemoedige ketelmuziek van 'Forks And Knives (La Fête)' en het heerlijke 'Un Dernier Verre (Pour La Route)' waarin een knap stel blazers de piano van Kendrick Strauch uitgeleide doet. En dan zwijgen we nog over die gewéldige piano-outro van 'La Banlieue', de hortende en stotende percussie én de perfecte strijkers in 'Guyamas Sonora' of het Rufus Wainwright-achtige 'In The Mausoleum'.

'The Flying Club Cup' is zeker niet de hipste plaat van 2007 (géén gitaren!? géén op hol geslagen of overstuurde synths!? géén beats!?); Condon namedropt in interviews geen rockers, ravers of postpunkers maar Jacques Brel, en op persfoto's draagt hij - o gruwel - afgetrapte Docksides: toch zouden wij 'The Flying Club Cup' voor geen geld willen inruilen voor de platen van onze geliefde hipmeisters.

Tot slot nog even meegeven dat Zach Condon pas eenentwintig is en hij dus - als alles goed gaat - nog een jaar of vijftig heeft om zijn stem en zijn talent als songschrijver aan te scherpen.
(Beirut speelt op 14/11 in de Botanique)

undefined

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234