NAAR ARCHIEF:26/07/99(BL.) ben crabbeBeeld LUKAS

WonderjarenBen Crabbé

Ben Crabbé: ‘Ik had een ogenblik van godsdienstwaanzin. Maar het ging voorbij’

(Verschenen in Humo op 16 december 1993)

Toen Ben Crabbé tien jaar was, kocht hij zijn allereerste plaat: ‘Dark side of the moon’ van Pink Floyd. Het was meteen gedaan met de rust in huize Crabbé in Tienen, waar tot dan Glenn Miller en Mireille Mathieu het hoge woord hadden gevoerd.

BEN CRABBÉ «Ik draaide ‘Dark Side of the Moon’ van ‘s ochtends tot ‘s avonds, hoewel ik absoluut niet begreep wát de groep zong. In elk geval werkte dat lawaai mijn ouders flink op de heupen. De ergste straf die er voor mij bestond, was dat ze mij die plaat afnamen. Daarom verstopte ik mijn dierbaarste bezit op een veilige plaats.»

HUMO Uit wat voor milieu kom je?

CRABBÉ «Burgerij. Mijn vader was secretaris in de Vlaamse Economische Hogeschool in Brussel. Mijn moeder wilde graag méér dan alleen maar huisvrouw zijn; daarom werd ze op latere leeftijd bestuurslid van diverse verenigingen. Mijn twee oudere zussen en ik waren dus vrij veel alleen thuis. Voor mij was dat ideaal, want dan kon ik mijn muziek keihard zetten. Maar zodra mijn pa van zijn werk thuiskwam, verlangde hij maar één ding: rust.

»’Dark side of the moon’ is ongeveer een half jaar lang mijn enige plaat geweest. Je moet weten: wij kregen niet zoveel zak-geld. Daarom ging ik al vanaf mijn twaalfjaar regelmatig babysitten. Al het geld dat ik zo verdiende, investeerde ik in de aankoop van nieuwe platen. Tot ik op mijn zestiende - in hoge geldnood - een enorme stommiteit beging: ik verkocht al mijn singles op een rommelmarkt. Later, toen ik met een vriend een discobar begon, heb ik die allemaal terug moeten kopen.

»Ik wilde al heel vroeg in een groepje spelen. In een jeugdclub in Tienen, waar ook Luc Van Acker actief was, repeteerden groepen als White Spirit, Crossword en Extension. Hetzelfde gebeurde in “t Kelderke’, een café waarover de wildste verhalen de ronde deden. Daar werden naar verluidt drugs verhandeld. Dat sprak enorm tot mijn verbeelding, maar ik ben er nooit binnen geweest: het café werd gesloten toen ik veertien was.

»De gasten die in die groepjes speelden, benijdde ik erg. Ze hadden ongeveer mijn leeftijd, maar waren van rijkere komaf. Ik wilde graag drums spelen, maar ik had helaas geen rotte frank. En op mijn ouders hoefde ik niet te rekenen. Oké, die konden dat wel betalen, maar ze wilden het gewoon niet. ‘Als je dat zo dolgraag wilt, moet je daar maar zelf voor sparen’, zeiden ze.

»In afwachting dat ik genoeg geld bij elkaar had, vormde ik vanaf mijn elf jaar een drumstel met Dixan-dozen. Daar klopte ik urenlang op bij mijn oma in Bierbeek. Het stak daar namelijk niet zo nauw: ik mocht er zoveel lawaai maken als ik wilde. Het heeft nog tot mijn vijftiende geduurd voor ik eindelijk een ècht drumstel had. In april ‘78 - ik zal het nooit vergeten - nam ik deel aan een radioquiz van Zaki. Ik won toen 6.700 fr. Daarmee kon ik een tweede-hands-drumstel kopen. Een jaar later won ik in een gelijkaardige kwis op de Heizel een pick-up. Die heb ik nog altijd, net als de versterker die ik met het geld van een vakantiejob kocht. Het was de periode waarin ik met twee neven begon te spelen bij de punkgroep The Dogz. Om je maar te zeggen: behalve voetballen en de KSA was muziek maken het enige wat me in die jaren interesseerde.»

HUMO Terwijl je ouders geen muzikale wortels hadden?

CRABBÉ «Absoluut niet. Maar juist door de relatieve tegenkanting die ik van hen ondervond, werd ik nog onverzettelijker in mijn wil om te drummen. Ik was in die tijd een koppigaard, hoor. Ook op andere vlakken. In tegenstelling tot nu had ik bijvoorbeeld lang haar. Elke avond, vlak voor het eten, speelde zich ongeveer hetzelfde scenario af. Mijn vader: ‘Wanneer ga je nu eindelijk eens je haar laten knippen?’ Ik: ‘Ik laat het niet knippen, want ik wil het nog verder laten groeien.’ Hij: ‘Ga dan maar eten in de keuken!’ De volgende dag weer hetzelfde liedje, zodat ik op den duur al op voorhand zei: ‘Ik zal maar in de keuken gaan zitten, zeker?’ Maar dat mocht niet. Eerst moest hetzelfde ritueel van vraag en antwoord afgewerkt worden, en pas dán vloog ik naar de keuken (lacht). Op mijn veertiende wilde ik ook niet meer mee met mijn ouders en mijn zussen op vakantie naar Spanje. Dat werd me niet in dank afgenomen. Maar ik was niet te vermurwen. Dat alles gaf me de reputatie van ongelooflijke ambetante.»

HUMO Ben je nog altijd zo koppig?

CRABBÉ « Ik kan nu veel beter relativeren. Maar als ik iets doe, wil ik wèl graag winnen. Als kind voetbalde ik bijvoorbeeld heel graag, ik trainde ook fanatiek, maar uiteindelijk bleek dat ik toch niet die onvoorstelbaar begaafde voetballer was. Daar heb ik mee moeten Ieren leven.

»Mijn ouders verwachtten van mij natuurlijk ook goede schoolresultaten. Ze hadden me laten inschrijven in de Latijnse afdeling van het Onze-Lieve-Vrouwecollege. Daar sloeg ik me zonder veel problemen door, tot ik in het tweede trimester van het vijfde jaar deel uitmaakte van de Leuvense groep The Singles, die in 1980 tweede werd in HUMO’s Rock Rally. We repeteerden twee keer per week en traden elk weekend op, met als gevolg dat ik ineens gewoon niks meer deed voor school. Het interesseerde me totaal niet meer: tijdens examens gaf ik soms zelfs een wit blad af. In het laatste trimester werd ik trouwens geregeld bij de directeur geroepen. Die schold me dan telkens de huid vol. Op een dag zei ik hem: ‘Meneer, ik denk dat ik een identiteitscrisis doormaak’, maar het enige wat ik eraan overhield, was een paar lappen om mijn oren (grijns).

»In dat voorlaatste jaar van de humaniora werd ik dan ook glansrijk gebuisd. Toen ben ik naar het atheneum overgestapt, om daar zo gauw mogelijk de humaniora af te maken. Nadien heb ik niet meer verder gestudeerd. Ik hen toen meteen naar Leuven verhuisd, wat in die tijd zowat het Amsterdam van België was.

»lk kom nog vrij regelmatig gasten tegen met wie ik in dezelfde klas heb gezeten. Van sommigen, zoals Luc Van Acker, merk ik dat ze dezelfde zijn gebleven. Maar anderen zijn heel erg veranderd. Mij kan het niet schelen dat iemand een pak aantrekt en in de verzekeringen gaat werken, maar dan denk ik wel eens: ‘Jij hebt zó hard geschreeuwd, en kijk eens wat er van je is geworden.’ Terwijl ik nooit op de barricaden heb gestaan, maar toch altijd consequent heb proberen te leven naar mijn ideeën van toen. Een van de weinige eigenschappen die ik mezelf toedicht, is relativeringsvermogen. lk ben al blij dat ik kan doen wat ik graag doe. Want ik zie zoveel leeftijdsgenoten van me tegen hun goesting gaan werken. En dat moeten ze nog meer dan twintig jaar volhouden. Ik heb oprecht medelijden met hen.»

HUMO Verliet je het ouderlijke huis met slaande deuren?

CRABBÉ «Nee. Het was gewoon beter dat ik wegging. Ik was het beu altijd stil te moeten zijn. Tijdens het kijken naar ‘Avro’s Toppop’ bijvoorbeeld werd het als storend ervaren dat ik op mijn knieën het ritme van de liedjes van T-Rex meeklopte. Ik had te veel energie die ik niet kon uitleven. Geen seconde zat ik stil. Nu heb ik dat nog: ik moet met veel dingen tegelijk bezig zijn, anders voel ik me niet goed.

»Ach, ik ben ervan overtuigd dat mijn ouders het beste met me voorhadden, maar anderzijds vond ik de sfeer toch niet optimaal. We leefden meer naast elkaar dan mét elkaar. Omdat dat voor iedereen beter uitkwam.»

HUMO Heb je ergens spijt van?

CRABBÉ «Aan de muziekacademie van Tienen wilde ik slagwerk volgen, maar de lerares notenleer lachte me vierkant uit. Toen heb ik het vertikt nog langer naar de notenleerles te gaan. Mijn ouders brachten me er wel naartoe, maar ik weigerde het gebouw binnen te gaan. In de twee laatste jaren van het atheneum kregen we gelukkig muziekonderricht, zodat ik daar mijn schade een beetje heb ingehaald. Maar echt beslagen in het lezen van noten ben ik niet. Dat is een van de weinige dingen waarvan ik zeg: ‘Spijtig dat ik dat nier heb afgemaakt.’»

HUMO Had de televisie veel invloed op je? Zag je daarvoor jezelf een rol weggelegd?

CRABBÉ «Als ik eerlijk ben: nee. Het enige wat ik belangrijk vond, was dat ik in een groepje kon spelen. En die prioriteit is tot op vandaag gebleven. Stel dat ik geen televisiewerk meer had, dan zou ik dat jammer vinden, maar een ramp zou pas zijn dat ik geen deel meer uitmaak van een groep.

»Let wel: ik keek heel graag naar de BRT-jeugdseries. Uit ‘Fabian van Fallada’, dat nu opnieuw uitgezonden wordt, herinner ik me bijvoorbeeld letterlijk allerlei conversaties. Met de jongens van het orkest spelen we die trouwens soms na. Héél plezant. Maar dat ik zelf ooit op tv zou komen, daar durfde ik niet eens van te dromen! Daarvoor was het medium te wonderlijk in mijn kinderogen. Ik weet nog: toen ik tien jaar was, kwam Nonkel Bob op een dag naar Tienen. Met de auto van een plaatselijke middenstander werd hij aan het station afgehaald en naar het scoutslokaal gebracht. Honderden mensen stonden elkaar te verdringen om toch maar een glimp van hem te kunnen opvangen. Samen met Armand Pien was dat toen de man. Hè.»

HUMO Waren je ouders streng katholiek? 

CRABBÉ «En of! Tot mijn plechtige communie stond ik zó hevig onder invloed van de catechismus, dat ik zelfs even godsdienstwaanzinnig ben geweest. Ik ging vol overtuiging naar de kerk, ik deed mee aan het jaarlijkse kerstspel, enz. Maar op mijn dertiende hield ik dat allemaal voor bekeken. In plaats van naar de mis te gaan. speelde ik op de flipperkast in De Blauwvoet, een rockcafë dat ooit op een zondagmiddag letterlijk ingestort is. Gelukkig was ik er toen niet.» 

HUMO Wie was je absolute jeugdheld? 

CRABBÉ «Johan Cruijff. De Wereldbeker ‘74 in München - ik was toen twaalf - was de eerste die ik echt maniakaal heb gevolgd. Ik denk dat ik zelfs van alle wedstrijden nog de uitslag ken, inclusief de doelpuntenmakers. Tranen met tuiten heb ik geweend toen Nederland de Finale tegen West-Duitsland verloor. Vandaag is Ajax trouwens nog altijd de ploeg van mijn hart.»

HUMO Heb je veel puberale liefdesverdrieten gehad?

CRABBÉ «Net als iedereen had ik op weg naar school wel een lief. Maar als ‘t al was, werden daar - van mijn kant - niet veel tranen bij geplengd.»

HUMO Bij de andere partij misschien des te meer?

CRABBÉ (blaast) «Dat weet ik niet... Ach, ik was niet zo geweldig populair bij de meisjes, hoor. Of liever: ik had er maar weinig oog voor. Als ik een lief had, moest die zich er altijd mee verzoenen dat ik op vrijdag en zaterdag met mijn groepje ergens ging spelen. Dat viel niet bij elk meisje in goede aarde.

»Maar ik ben nog altijd blij dat ik toen, als veertienjarige, mijn muzikale ambities de voorrang heb gegeven. Daaraan heb ik het bijvoorbeeld te danken dat ik niet gefrustreerd ben. En ik ben ab-so-luut niet jaloers: ik gun iedereen zijn succes. In het televisie- en rockmilieu is juist het tegendeel schering en inslag. Jaloezie! Afgunst! Dan denk ik: ‘Is het dat allemaal we! waard?’»

HUMO Door wie werd jij seksueel voorgelicht?

CRABBÉ «Toen ik een jaar of twaalf was, hoorde ik mijn moeder daar wel iets over aan tafel vertellen, maar ik wist eigenlijk niet zo goed waarover het ging: ze beantwoordde de vragen van mijn twee oudere zussen. Mij viel de grondige uitleg pas te beurt in het derde jaar middelbaar, via onze klassenleraar Zizi. Goeie naam (lacht).

»Zizi kon, net als andere leraren, streng uit de hoek komen. Soms ongelooflijk streng! Maar moet je dat, achteraf bekeken, erg vinden? Nee, denk ik. Je moet jonge mensen er toch een beetje op voorbereiden dat ze kletsen van het leven zullen krijgen. Je mag ze niet laten opgroeien in een droom, je mag ze niet goedgelovig maken. Want de wereld, mijn vriend, is hard en slecht.» 

HUMO Als jij het zegt.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234