Benjamin Feys: Belgische cokedealer in een Boliviaanse cel

Op 26 december 2011 rinkelt ergens in Wevelgem de telefoon. Marleen Vandamme neemt op, en schrikt als ze een Boliviaanse politieagent zichzelf hoort voorstellen – waarom zou díé haar een gelukkige tweede kerstdag willen wensen? Er volgt een klamme mededeling in kaduuk Engels: ‘Your son is arrested, and he is crying.’ Exact op dat moment ziet Karl Feys, de man van Marleen, een e-mail binnenlopen van de narcoticabrigade. Benjamin, hun enige zoon, is op de luchthaven van La Paz gesnapt met cocaïne – véél cocaïne – en zal er berecht worden. Het gekraak van de telefoonlijn wordt dat van een wereld die instort.

Bijna vier jaar lang – van zijn negentiende tot zijn tweeëntwintigste – leidde Benjamin Feys een vrijbuitersleven dat hem in zowat alle hoeken van de wereld bracht. Een crimineel vrijbuitersleven, wel: de West- Vlaming kocht, smokkelde en verkocht grote partijen cocaïne, en verdiende daar bergen geld mee. Tot het dus misging, en zijn geanimeerde jetsetleven – vol spanning, exotica, vrouwen en andere pepertjes voor het jongenshart – een benauwd bestaan in de gevangenis van La Paz werd. Humo ging langs bij zijn ouders, en liet vooral Feys zelf – hulde aan Skype! – zijn verhaal doen. Dat begint in een bescheiden West-Vlaams plaatsje: in Wevelgem groeit Benjamin Feys op als een kleine brokkenpiloot.

'Ik was geobsedeerd door de gedachte om op m'n vijftigste miljonair te zijn'

Marleen Vandamme «Zeg maar: een enfant terrible.»

Karl Feys «Normaal stond niet in zijn woordenboek. Het moest extreem.»

Marleen «Ken je ‘Jackass’ (stuntprogramma op MTV van zo’n tien jaar geleden, red.)? Dat was helemaal Benjamin: op daken klimmen, uit hoge bomen springen, met zijn fiets in een kleiput wegzakken. De rode draad: hij deed iets, maar vergat de gevolgen ervan in te schatten.»

Karl «Benjamin kende geen angst, en zocht altijd de schijnwerpers op. Hij was – en is – een auto zonder remmen.» Marleen «Hij had ook lelijke buien. Dan werd hij razend en sloeg hij met de deuren. Maar twee minuten later stond hij wel weer beneden om zich te excuseren.»

Karl en Marleen schakelen de school en het CLB in, en betalen dure consultaties bij psychologen en psychiaters. Maar ze moeten zich vooral niet te veel zorgen maken, klinkt het overal: Benjamin is gewoon aan het puberen.

Karl «Alles zou zichzelf wel oplossen. (Cynisch) Maar toen hij twintig was, was hij nog aan het puberen.»

Marleen «Wij waren zogezegd de te bezorgde ouders.»

Karl «Misschien hadden we wel strenger moeten zijn. Benjamin was lui, hè. Marleen en ik koken graag – vooral in het weekend nemen we onze tijd om iets lekkers klaar te maken. En Benjamin, tja, die had zijn voeten maar onder tafel te steken.»

Marleen «Hij begreep maar niet dat er gewerkt moet worden om iets te verdienen. Dat verband leek hij simpelweg niet te kunnen leggen.»

Benjamin haalt wel een beroepsdiploma, en begint aan een zevende jaar automechanica. ‘Maar niet met volle overtuiging,’ zegt hij nu.

Benjamin Feys «Ik was slecht in keuzes maken. En ik was bang voor de onbenulligheid van mijn toekomst: moest ik echt mijn hele leven banden op auto’s monteren? Ik werd zenuwachtig, het voelde alsof alles stilstond. En op een dag ben ik rechtgestaan in de klas, heb ik mijn agenda op het bureau van mijn klastitularis gelegd, en heb ik gezegd: ‘Ciao, ik stop ermee.’ Ik wilde wég.

»Het idee was: ‘Ik zal mijn eigen geld wel verdienen. Zijn jullie maar de sukkels die zich braaf de wet laten dicteren, ik start mijn eigen business wel op.’ Ik was geobsedeerd door de gedachte om op m’n vijftigste miljonair te zijn. Heel naïef en kortzichtig, hè.»

Het begint zoals het altijd begint: met wiet. Feys gebruikt zelf niet, maar dealt wel. Benjamin «Kleine, onschuldige trafiekskes, niets opzienbarends: er zijn véél mensen in Vlaanderen die wiet verhandelen. Ik verdiende er ook helemaal niet veel mee – iets van een vierhonderd euro per maand.

»Ik was correct – leverde de bestellingen volgens afspraak af, en bezorgde het geld netjes aan mijn baas. Na een halfjaar werd ik zijn rechterhand. Dat liep goed, tot we plots een schuld hadden. Een loopjongen moest in de Veldstraat in Gent een schoenendoos wiet afleveren, maar hij had er andere plannen mee: die doos is nooit bij de klant terechtgekomen, en de loopjongen en de wiet hebben we nooit teruggezien. Maar die klant had wel al op voorhand betaald – dat was de voorwaarde waaronder we werkten. We moesten hem iets van een zeshonderd euro terugbetalen, en dat heb ik uit eigen zak gedaan. Enfin, ik heb toen ook een inzamelactie voor een verzonnen goed doel gedaan – ik was echt een klein boefje.

»Hoe dan ook: zeshonderd euro was toen veel geld voor mij. Ik was negentien jaar, een kleine jongen nog, en ik zat aan de grond.»

HUMO Je had kunnen zeggen: ik moet weg uit dit wereldje, en snel.

Benjamin
«Ja: voor de meeste mensen is zoiets een signaal om het rustiger aan te doen en voor het rechte pad te kiezen. Maar ik deed het omgekeerde. Dat het zo fout was gelopen, was helemaal mijn schuld niet, vond ik. En ik was gulzig geworden. Ik besefte niet dat ik beter gewoon werk kon zoeken. Normaal doen kwam niet in me op. Eigenlijk leed ik toen al aan grootheidswaanzin: ik was ervan doordrongen dat ik verder en hoger kon raken, ik wilde een groots en spannend leven – en dat heeft me verder in die wereld gedreven. Ik deed het voor het geld, uiteraard, maar ook voor de opwinding: de autoriteiten te snel af zijn, en de kick die me dat gaf.»


Zeg maar flex

Feys trekt naar Antwerpen, waar hij via enkele contacten aan een afspraak raakt met vertegenwoordigers van een grote criminele organisatie uit Rotterdam – voornamelijk Surinamers en Curaçaoënaars. Specialiteit: cocaïne. Feys springt naar the next level. Benjamin «‘Bij ons kan je groeien,’ beloofden die gasten. Maar eerst moest ik me natuurlijk bewijzen. Bij wijze van test vloog ik naar Ecuador om er cocaïne op te halen. Ik bleef er zeven dagen: gezellig op het strand, zonder zorgen, living the life. Maar voor de terugvlucht naar Madrid was ik erg zenuwachtig. De organisatie had er nochtans voor gezorgd dat ik probleemloos de drugshonden op de luchthaven zou passeren. De controle was omgekocht – een gangbare praktijk – en er was anti dog op mijn kleren gespoten.»

HUMO Anti dog?

Benjamin
«Da’s een spray met een doordringende koffiegeur die maakt dat de honden de drugs niet ruiken.

»Enfin, ondanks al die voorzorgen deed ik het in mijn broek. Letterlijk, ja. ‘What’s the problem?’ vroeg een stewardess. Toen heb ik maar geantwoord dat ik gekmakend veel vliegangst heb. Waarop zij me vol medelijden in business class zette, en me de hele vlucht volgoot met rode wijn (lacht).

»Alles verliep goed, en aan die ene opdracht hield ik tienduizend euro én een Audi over. Met het geld keerde ik, samen met iemand anders uit de organisatie, terug naar Ecuador, en daar kocht ik mijn eerste kilo. Die verlapte ik vervolgens in Europa. Dat waren mijn eerste stapjes in de cocaïnehandel.

»Die Audi heb ik trouwens meteen verkocht. Ik heb altijd een schijthekel gehad aan autorijden, en sowieso vond ik het veel handiger om per vliegtuig, Thalys of tgv te reizen.

HUMO Vond je meteen je weg in de internationale drugswereld?

Benjamin «Na die eerste gelukte deals bezorgde de familie – zo noemden we de organisatie – me een hoop nuttige contacten in heel Europa. Zo kon ik de coke zelf slijten.

»Mijn naam binnen de familie was Flex. Omdat ik zo jong, gulzig en flexibel was: de gasten van de organisatie vonden dat geweldig. Zelf waren ze allemaal tussen de 35 en de 45, en ze vonden het formidabel dat ze plots zo’n jonge welp in hun midden hadden. Ik was hun chouchou: de wonder boy die het helemaal zou gaan maken.»

HUMO Kreeg je je opdrachten van de organisatie?

Benjamin
«Ik regelde m’n zaakjes vooral zelf. Maar bij iedere kilo coke die ik verkocht, gaf ik 5.000 euro aan de organisatie. Dan hield ik er zelf nog altijd 25.000 tot 30.000 euro aan over. Dat was de manier van werken van de organisatie: eigenlijk was het een koepel van zelfstandige drugsbazen. Iedereen werkte voor zichzelf, maar stond een percent af – en in ruil kreeg je logistieke hulp, en werd er over je gewaakt. Als er iets misliep, of als er ergens een onverwacht hoge som betaald moest worden, kon ik terugvallen op de familie. Na verloop van tijd kreeg ik ook meer zeggenschap. Ik was er altijd bij als er in Londen of Rotterdam grote beslissingen genomen werden. En ik kreeg mannetjes ter beschikking die voor mij de drugs overvlogen.»


Rijk dankzij de sjeik

In een mum van tijd wordt Feys een routinier. Hij reist naar Colombia, Peru of Bolivia om er cocaïne in te slaan – maximumprijs: 3.500 dollar per kilo. Vervolgens zijn er twee mogelijkheden: de coke wordt in containers naar de haven van Rotterdam, Antwerpen of Portsmouth gesmokkeld, of gewoon via het vliegtuig vervoerd. Wanneer Feys voor die laatste optie kiest, gebruikt hij een relatief recente techniek: de coke wordt opgelost en geimpregneerd – verwerkt in zijn kleren.

Benjamin «Of in gelijk welk ander product: tegenwoordig kan je overal spul in verwerken. Cocaïne is een actieve stof, hè, en dus makkelijk op te sporen in luchthavens. Maar als je de coke impregneert, wordt de stof inactief. En zo raak je ermee door de scanner. Dan is het natuurlijk nog altijd mogelijk dat ze intensief je bagage controleren, en een druppeltest doen – als de roze vloeistof blauw wordt, ben je gesnapt. Daarom bleven we ook de controleurs omkopen.

»Meestal werd er ongeveer één kilo per keer gesmokkeld. In Europa verbrandde ik dan al mijn kleren: zo werd een chemisch proces in gang gezet waardoor ik de – weer actief gemaakte – cocaïne overhield. En daarna ging ik op zoek naar een koper. In België kan je een kilo kwijt aan 30.000 euro: tel uit je winst.»

HUMO Maar je smokkelde dus ook vaak via havencontainers?

Benjamin
«Als het Antwerpse stadsbestuur die aangekondigde war on drugs écht wil voeren, heb ik één gouden tip: focus op de mensen die in de haven werken. Dáár zit het lek in het systeem. De havenarbeiders worden rijkelijk betaald om containers niet te controleren.»

HUMO Maar je vloog dus ook veel van en naar ZuidAmerika. Vonden douaniers het niet verdacht dat zo’n jonge gast zo vaak en zo ver reisde?

Benjamin
«Ik heb maar twee keer onder mijn eigen naam gevlogen. Al die andere keren deed ik het met valse paspoorten – die kreeg ik van de organisatie. Officieel ben ik maar twee keer in Zuid-Amerika geweest. (Lachje) In werkelijkheid was het net iets meer. Eigenlijk is het ongelooflijk dat dat, ook na 9/11, allemaal nog zo makkelijk lukt.»

HUMO Kende je je klanten persoonlijk?

Benjamin
«Ja. Ik had een vast netwerk – dankzij de lijst die ik van de organisatie had gekregen – en ging het spul altijd persoonlijk leveren. Zo ben ik zowat overal ter wereld geweest – tot in Abu Dhabi, waar ik een sjeik moest bevoorraden. Als ik er nu op terugkijk, is het maf wat ik allemaal gezien en gedaan heb.

»Die klanten waren altijd onder de indruk van mijn leeftijd. Logisch: ik was 20 of 21, terwijl de meeste dealers die deden wat ik deed dertigers of veertigers waren. En ik had een zeker naturel, een vlotheid die maakte dat ik graag gezien was. De klanten bewonderden mijn lef, en de zekerheid die ik uitstraalde: ik wist wat ik deed.»

HUMO Veel geld verdienen, bijvoorbeeld.

Benjamin
«De afspraak met de organisatie was: per maand minstens één kilo binnentrekken. Maar ik was onstuimig, ik wilde veel meer. En dus maakte ik maandelijks zo’n 150.000 euro winst. Die investeerde ik wel altijd weer in nieuwe bestellingen. Ik zat niet stil, ik was altijd bezig. Dan kreeg ik in Turijn een telefoontje met de vraag of ik een week later in Engeland kon leveren, en stond ik zeven uur later al in Londen. Mijn naam was Flex, hè.»


Liefdevol buitengeschopt

Een vaste verblijfplaats heeft Feys in die snelle jaren niet. Hij slaapt vooral in hotels. Benjamin «Mijn ouders hadden me aan de deur gezet. Een begrijpelijke beslissing: ik zou zo’n zoon al veel vroeger buitengeschopt hebben. Ik was echt een klootzak in die tijd – een pain in the ass en een betweter.

»Het contact met mijn ouders was altijd al stroef geweest. En dan was ik ook nog eens die zombie geworden die gestopt was met school en weigerde om te gaan werken. Maar: tot een echte breuk is het gelukkig nooit gekomen. Ik belde mijn ouders nog regelmatig, en ik ging thuis nog weleens een Westmalle drinken. Eigenlijk ben ik liefdevol buitengeschopt.»

Niet onbelangrijk in het hele verhaal: Karl en Marleen zijn niet op de hoogte van wat hun zoon uitvreet. Feys slaagt er wonderwel in om zijn clandestiene leven verborgen te houden. Zijn dekmantel: hij werkt voor Element, een bekend Amerikaans bedrijf dat boards, kleren en schoenen voor skaters verkoopt. Maar dat is een leugen. De organisatie heeft zijn contracten bij Element nagemaakt.

Karl «Benjamin moest die firma overal ter wereld vertegenwoordigen. Wij geloofden dat, want hij kon ons altijd die contracten laten zien. En: skaten was inderdaad een grote passie van hem.»

Marleen «Wanneer hij op bezoek kwam, droeg hij ook altijd T-shirts en schoenen van dat bedrijf. Het leek allemaal geloofwaardig.»

Karl «Zelfs toen hij met een taxi naar hier kwam en vertelde dat hij in het duurste hotel van Kortrijk logeerde, bleven we zijn verhaal geloven. Maar langzaamaan begonnen we ons wel af te vragen waar hij al dat geld haalde.»

Marleen «Het werd steeds decadenter. Hij trakteerde me op een royaal ontbijt in een hotel. Ik kreeg dure Bongobonnen cadeau. En hij was zo vaak in het buitenland. Dan kregen we plots een e-mail: ‘Ik ben hier in Amerika aan het kijken naar het Vrijheidsbeeld!’»

Karl «Hadden we geweten waar Benjamin mee bezig was, dan waren we naar de politie gestapt.»

Marleen «Ik heb het hem gevraagd, de laatste keer dat hij hier was: ‘Benjamin, zit jij aan het vies spul?’ Maar hij ontkende verontwaardigd. Welk verhaal heb je dan?

»Het is vreselijk om als ouder te voelen dat je kind je ontglipt. Weten dat er iets niet in de haak is, maar er niet precies de vinger op kunnen leggen. Na verloop van tijd redeneer je dan: ‘Zo is het maar. Wij hebben alles gedaan wat we konden. Nu is het aan jou. Regel jij je leven maar.’»

Feys kan het verhaal ook voor de buitenwereld volhouden, omdat hij effectief een begenadigd skater is.

Benjamin «Het was de perfecte dekmantel. Ik had mijn skateboard sowieso altijd bij me. Omdat ik écht een goeie skater was, en dat nog altijd heel graag deed. Skaten was een perfecte uitlaatklep, én ik wekte er geen argwaan mee.

»Ik heb intussen al twee jaar geen skateboard onder mijn voeten gehad, en ik mis het geweldig.»


Getrouwde vrouw met pony

Het handeltje van Feys blijft floreren. Al blijft hij wel bij de coke – heroïne is een no go. Benjamin «Heroïne, dat is de duivel. Ik had in die tijd niet veel last van ethisch besef, maar dát was me een brug te ver.

»Ik heb ook nooit kleine hoeveelheden verkocht aan junkies. Het was de jetset waar ik me op richtte: bedrijfsleiders uit Milaan die hun feestjes wilden opvrolijken, rijkelui uit Londen die van decadentie hielden. De sukkelaars op straat heb ik nooit bevoorraad.»

HUMO Gebruikte je zelf eigenlijk?

Benjamin
«Ik heb het enkele keren geprobeerd, maar het bleek echt niets voor mij: ik werd er telkens ziek van. Dan liever bier of whisky.»

HUMO Wat deed je met de poen die je binnenhaalde?

Benjamin
Ik kocht er alleszins geen dure auto’s mee – ik heb zelfs nooit m’n rijbewijs gehaald. Ik was meer iemand die naar Londen vloog om er whisky te drinken, en vier dagen later wakker werd in een Bed and Breakfast in Glasgow, met een getrouwde vrouw naast mij en het aankoopbewijs van een pony in m’n binnenzak (lacht). Echt gebeurd!

»In New York ben ik zo ’s wakker geworden mét broek, maar wel op een ietwat vreemde manier: de pijpen waren om m’n heupen geknoopt. En verder droeg ik schoenen én zo’n Vrijheidsbeeldkroontje.

»Ik hield van luxe. Peperdure hotels, chique restaurants, fancy feestjes waar ik kon flirten met vrouwen die op de cover van de Vogue stonden. Maar: ik ben altijd in m’n skatersplunje blijven rondlopen. Een kostuum, dat was niet ik. En zo bleven mensen ook makkelijk geloven dat ik in de skatewereld werkte.»

HUMO Vertel het maar: héb je met modellen geslapen?

Benjamin
Dat gebeurde weleens (grijnst).

»Op een keer zat ik in een restaurant in het Rockefeller Center in New York. Op weg naar het toilet passeerde ik een tafel waar een knap meisje zat te dineren – ook alleen. En net op dat moment viel haar vork op de grond. Ik heb toen m’n voet op de tanden van die vork gezet, waarna ze omhoogwipteenikzemetm’nhanduit de lucht haalde. Dat was pure overmoed, want net zo goed was die vork in mijn oog beland. Maar wel overmoed met resultaat: dat meisje is me toen, euh, naar het toilet gevolgd.

»Ach, ik voelde me cool in die tijd, ik kon de wereld aan. Dácht ik.»


Flirten met de dood

Meer dan drie jaar kan Feys zijn met drugsgeld gesponsorde, paradijselijke leventje leiden – zonder ooit op kwaaie flikken te stoten.

Benjamin «Eén keer had iemand me verlinkt. Gelukkig was er nog een andere rat die me per sms – ‘Don’t do it, don’t do it. There’s cops.’ – inlichtte dat ik verraden was. Ik stond in St Pancras, het Londense Eurostarstation, op het punt om een valies in de trein te zetten. Ik ben toen meteen weggelopen, en in een taxi richting Manchester gestapt. Ergens ver weg van Londen heb ik de deal toen toch nog kunnen afwerken.

»Meestal was ik het die speelde met de politie, in plaats van omgekeerd. In Portsmouth had ik de flikken ’s een tip gegeven over een container met tien kilo coke erin. Resultaat: die flikken euforisch om hun vangst, ik dolblij omdat er op hetzelfde moment onder hun neus een container met tweehonderd kilo coke doorvoer. Ik stond op een container op de kade met een verrekijker in m’n handen te dansen: ‘Súkkels!’ Ik heb daar echt staan snikken van het lachen. Het gaf zo’n machtig gevoel om als 21-jarige de autoriteiten zo’n loer te draaien.

»Die techniek van de valse tip wordt trouwens in Antwerpen en Rotterdam ook gebruikt. Als de politie dus in de kranten opschept over een grote cocaïnevangst, moet je dat voortaan misschien maar met een korreltje zout nemen.»

Het ene jongensachtige avontuur na het andere levert Feys tientallen triomfantelijke verhalen op. Aan introspectie doet hij niet: hij is ethisch onderkoeld. Maar langzaamaan komen er scheurtjes in het cocon van onbekommerde opwinding.

Benjamin «Er gebeurden dingen die me de ogen hadden moeten openen. Op een bepaald moment liep een deal in de haven van Rotterdam helemaal mis. Er kwam een vuurgevecht van, en ik was er zeker van dat ik dood zou gaan. Maar vreemd genoeg voelde ik geen paniek: er kwam een soort van aanvaarding over mij. Ik heb toen – nota bene de eerste keer dat ik een vuurwapen in m’n handen had – één van mijn belagers in het been geschoten, waarna ze allemaal op de loop gingen.

»Later werden mijn collega’s en ik in de haven van Portsmouth verrast door een andere organisatie. Die gasten begonnen te schieten, en we zijn moeten vluchten – ik ben toen met m’n kop keihard tegen een metalen buis gelopen.

»Aan die twee incidenten heb ik een klein trauma overgehouden. Ik kan nog steeds niet kijken naar films waarin geschoten wordt. En bij een onverwachte knal schrikt mijn hart altijd op.»

Dat Feys geen doden op zijn gewetenheeft,iseenbelangrijke geruststelling voor zijn moeder.

Marleen «Hij heeft dommigheden uitgestoken, hij is een crimineel geweest, hij heeft zijn ouders, zijn familie en zijn vrienden veel pijn gedaan. Maar hij heeft niemand vermoord. Dat is te midden van al die ellende toch een troost voor mij.»

Toch: er zijn niet alleen de twee schietincidenten. Feys begint steeds vaker zélf te flirten met de dood.

Benjamin «In Ecuador ben ik ’s bijna verdronken in de stroom van een waterval. En in Peru ben ik stomdronken gaan surfen in golven van vier meter. Ik viel, kwam keihard op m’n zij terecht, en spoelde bewusteloos aan op het strand. Ik kwam weer bij in een auto, omringd door een vriendin en drie Australische meisjes. Ze brachten me naar een hotelkamer, waar ik wéér flauwviel. Vier dagen later werd ik wakker in het ziekenhuis, aan een infuus.

»Dat was, weet ik nu, zelfdestructief gedrag.»

HUMO Onder de criminele glamour het gapende gat?

Benjamin
«Ik kwam tot het besef dat ik helemaal alleen was. Ik was een vrije vogel die de hele wereld afreisde, ik was zó heavy en monomaan bezig dat ik simpelweg geen tijd had voor vrienden. Mijn leven was één langgerekte roes die dat gemis wegdrukte. Maar steeds vaker begon het te stormen in mijn hoofd. Was ik wel gezond bezig? Was ik mezelf nog emotioneel aan het verzorgen?

»Eigenlijk was ik een spook. Want dat bén je als je geen angst meer voelt – en ik voelde geen angst meer. Een mens verliest zichzelf naarmate zijn leven groter wordt. Het is hetzelfde mechaniekje dat je ziet bij stervoetballers die plots tonnen geld verdienen, dagelijks media-aandacht krijgen en aanbeden worden door de meisjes: ze raken zichzelf kwijt. Maar ik liep weg van de twijfel, en kropte mijn verdriet op. Ik wilde stoer en cool zijn: vrienden had ik niet nodig. Bullshit, natuurlijk – dat heb ik nu wel geleerd.»


De slechtste zoon

En dan is er de kerst van 2011. In de luchthaven van het Boliviaanse La Paz ruikt een drugshond onraad, en vooral: coke. Feys heeft liefst veertien kilo op zak, en wordt dus onmiddellijk gearresteerd.

Benjamin «In afwachting van mijn proces verbleef ik met 29 anderen in een cel van twee op drie. Een Frans meisje dat gesnapt was met een gram marihuana leende me haar telefoon, en ik belde naar huis. Ik kreeg eerst mijn vader aan de lijn. Die was natuurlijk onthutst: hij had al die tijd niet geweten waar ik mee bezig was, en plots bleek ik in een cel te zitten op 10.000 kilometer van Wevelgem. Een slechtere zoon kan je je niet inbeelden.»

In Wevelgem kan Karl alleen maar bevestigend knikken. Karl «In die laatste dagen van 2011 werd alle grond onder onze voeten weggeslagen.»

Feys wordt beschuldigd van het bezit van cocaïne met de duidelijke intentie om die naar Europa te smokkelen, en wordt veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf – wat in principe neerkomt op vier jaar effectief. Hij wordt opgesloten in de San Pedro-gevangenis van La Paz. Die ligt op 3.500 meter hoogte. Een klimatologisch grapje: in de zon is het er 35 graden, maar zodra er een beetje bewolking komt opzetten, daalt de temperatuur er meteen tot tien graden.

Benjamin «Het is een grauwe gevangenis. Het eten smaakt naar stront. En het is hier onhygiënisch, een echte broedplaats voor ziektes. Enkele maanden geleden is er meningitis uitgebroken. Zestien doden zijn er toen gevallen. Gelukkig heb

ik een Europees immuunsysteem, waardoor ik veel minder vatbaar ben voor zo’n ziekte.

»Er hangt hier voortdurend agressie in de lucht. Er zijn hoogoplopende discussies, gevechten, rellen. De politie durft hier niet binnen te komen. (Droog) Als een politieman dat zou wagen, zou z’n matrak binnen de minuut in z’n kont zitten.»

HUMO Hoe ziet een dag eruit voor jou?

Benjamin
«De eerste maanden was ik vooral buiten m’n cel te vinden. Ik heb toen veel gevochten. Op een bepaald moment werd een vriend van me met een mes aangevallen door een andere gedetineerde. Ik kwam tussen, probeerde die gast KO te meppen, maar hij stak me in het been. Je kon het bot zien! Ik heb er een fors litteken aan overgehouden.

»Na dat incident zag ik in dat ik me moest terugtrekken. Nu sta ik op, eet ik een stukje brood en drink ik wat poederkoffie, en blijf ik voor de rest van de dag in mijn cel. Ik schrijf, ik teken, ik luister muziek, ik zit op Skype en Facebook, ik rook.

»Mijn cel is klein – ik pas er maar net in, eigenlijk. Ik heb ze zo gezellig mogelijk ingericht. Een sofa, behangpapier met beertjes en luchtballonnen. Kan kinderachtig klinken, maar ik heb het bewust gedaan: ik wil zo vredig mogelijk leven. In iedere gevangenis leeft een zwarte energie. Iedereen is down, en dat werkt als een heel besmettelijk virus. Daarom kies ik voor isolatie.

»Ik kan goed overweg met een aantal Colombianen en Peruvianen – waarschijnlijk omdat zij het dichtst aanleunen bij de Europese manier van denken. Maar echt vrienden kan ik ze niet noemen. Als ik hier ooit buitenstap, ga ik niet meer bij ze op de thee.»

Eén keer onderneemt Benjamin een ontsnappingspoging. Hij acteert een flauwte en mag naar het ziekenhuis voor onderzoek. Daar zet hij het op een lopen, in de richting van een vluchtwagen die een gedetineerde met connecties buiten voor hem geregeld heeft. Net voor hij de vluchtwagen bereikt, wordt hij overmeesterd. De sanctie is navenant: drie maanden Muralla.

Benjamin «Muralla is de Boliviaanse variant van de isoleercel – het is eigenlijk een lange, smalle gang tussen twee hoge muren. Die drie maanden waren een afschuwelijke lijdensweg – ik ben er ongezond veel kilo’s verloren. Het ergst was het modderpoeltje net voor de poort. In het midden daarvan ligt een grote, ronde steen, en in de modder zitten glasscherven. Soms – mij is het één keer overkomen – verplichten ze je om op die steen te gaan staan. Vervolgens spuiten ze met water, zodat de steen glad wordt en je eraf valt – op die scherven. Verschrikkelijk pijnlijk.»

De pijnlijkste ervaring ligt nog vers in het geheugen: half december raakt Marcelo, een gevangene die Feys vaag kent, vermist. Er wordt een zoekactie opgezet. Feys moet een afvalberg doorploegen, en vindt plots een plastic zak met daarin het hoofd van Marcelo.

Benjamin «Ik heb tien seconden met die zak in mijn handen gestaan zonder het te beseffen. Toen drong het door dat dat zijn hoofd was – ik zag de angst nog in zijn ogen – en ben ik beginnen roepen. Ik heb toen twee uur gekotst.

»De rest van zijn lichaam werd ook in die afvalberg gevonden. Hij is vermoord door een andere gedetineerde, ja, maar we weten niet wie. Het onderzoek loopt nog.»

De lugubere vondst zindert nog altijd na.

Benjamin «Het is met voorsprong het ergste dat ik heb meegemaakt. Ik kan er nog altijd niet van slapen.»


Hoog bezoek

Nauwelijks anderhalve maand vóór Het Hoofd is Feys wél gelukkig. Eind oktober – hij zit dan bijna twee jaar in La Paz – wagen Karl en Marleen het erop: ze vliegen naar Bolivia en hopen er hun zoon te kunnen bezoeken. Met de hulp van enkele landgenoten die het land en zijn geplogenheden kennen, slagen ze in hun opzet: de gevangenisdeuren gaan open. Karl en Marleen mogen op audiëntie bij ‘De Kolonel’ – de directeur van de gevangenis, die Feys meteen uit zijn cel gaat halen. Pas op dat moment gelooft de zoon van Karl en Marleen écht dat zijn ouders in La Paz zijn. De directeur stuurt Feys zijn bureau binnen, maar blijft zelf tactvol buiten.

Karl «En toen waren er tranen, veel tranen.»

Marleen «In al die grote emotie leek het ons beter om niet over het verleden te praten. Niet roepen: ‘Benjamin, wat heb je nu toch allemaal gedaan?’ Dat komt later wel. We wilden vooral niet bruuskeren, en zoveel mogelijk genieten van dat moment samen.»

Karl «Het was zo heftig. De afgelopen twee jaar heb ik me al zo vaak afgevraagd: hoe moet ik met al die emoties omgaan?»

Marleen «Ja: hoe doe je dat, zo veel verwerken? Het briefje dat Benjamin even na ons bezoek naar België stuurde, hielp wel. Hij schreef erin dat hij heel blij was dat we gekomen waren, en dat het hem gelukkig maakte dat we hem nog altijd als een zoon zien. En dat hij geweldig in het krijt staat bij ons.»

De dagen na het bezoek is Feys euforisch.

Benjamin «Het deed zo goed om mijn ouders gewoon nog eens te zien. En om te merken dat ze gezond en wel zijn – want dat vraag je je af, als je twee jaar in afzondering zit.

»Tegelijk viel er een groot gewicht aan schuld op mijn schouders. Pas door hun bezoek besefte ik hoe erg ik m’n ouders verraden heb. En hoe ik dat nooit meer wil doen.»

Zowel Feys zelf als zijn ouders hopen dat hij snel naar een Belgische gevangenis overgeplaatst wordt – al is op dit moment nog niet duidelijk of en wanneer dat kan.

Benjamin «In België moet dan maar blijken hoeveel straf ik nog moet uitzitten. Ik hoop dat er verzachtende omstandigheden kunnen ingeroepen worden – de vreselijke toestanden hier in La Paz, bijvoorbeeld.»

HUMO Heb je concrete plannen voor je leven na de gevangenis?

Benjamin «Absoluut. Maar ik ben niet meer de roekeloze dromer die ik vijf jaar geleden was. Ik probeer realistische ambities te koesteren nu. Mijn eerste prioriteit is: een boek schrijven. Ik ben er volop mee bezig. De titel wordt ‘MIL OCHO’ – ‘1008’, naar het nummer van de Boliviaanse wettekst die de basis was van mijn veroordeling. Ik hoop dat ik er een Belgische uitgever voor vind. Maar sowieso móét ik het schrijven: anders kan ik dat hoofdstuk van mijn leven niet afsluiten.

»Daarnaast besef ik nu wel hoe je geld hoort te verdienen: door te werken. Ik wil een gewone job. En dan is er nog een grote droom die ik hoop te verwezenlijken. Ik voel me heel erg aangetrokken door kunst – de passie van m’n moeder – en muziek – die van m’n vader. Ik zou zo graag een rockclub annex kunstgalerie oprichten. Overdag kan je er iets gaan drinken, en ’s avonds zijn er optredens van bands die je niet op de radio hoort. Alles wat in de marge zit, eigenlijk – zolang het maar authentiek is. En er zijn tentoonstellingen van alternatieve beeldende kunst. Het zal ‘The Riot’ heten. Ik heb al contact met mensen in België die iets zien in mijn project, en me willen helpen. Fingers crossed.»

HUMO Ben je eigenlijk fundamenteel blij dat je crimineel leven voorbij is?

Benjamin
«Het is raar om te zeggen, maar die arrestatie was het beste dat me kon overkomen. Want ik was aan het flirten met de dood.

»De omstandigheden in La Paz zijn afschuwelijk, maar ook daar moet ik blij om zijn. Het principe van de korte, harde pijn: ik heb hier levenslessen geleerd die ik in een Europese gevangenis nooit zou leren. Ik voel mij soms 74 in plaats van 24.»

HUMO Nu betrek je ’t heel erg op jezelf. Maar je hebt de maatschappij natuurlijk ook schade berokkend. Heb je daar spijt van?

Benjamin «Uiteraard wist ik dat mensen mijn cocaïne zouden gebruiken. Maar dat besef drong slechts oppervlakkig door – ik stond nooit stil bij de schade die dat spul aanricht. Voor mij was het: plezier maken en rijk worden. Nu pas besef ik dat ik de maatschappij een beetje naar de knoppen heb geholpen – en dat spijt me oprecht.

»Het grootste schuldgevoel heb ik tegenover de mensen die ik teleurgesteld heb: mijn ouders, mijn familie, mijn vrienden. Omdat ik zo egoïstisch ben geweest, en alleen voor mezelf geleefd heb. Ik wil hun trots heroveren. En die van mijn vrienden. Er zijn er veel die me ondanks alles zijn blijven steunen. Maar ik heb véél goed te maken. Bij Brent Vanneste bijvoorbeeld – ken je die? Hij is de frontman van Steak Number Eight, de groep die vijf jaar geleden Humo’s Rock Rally won. Hij was mijn beste vriend, maar door al mijn geklooi is onze relatie flink vertroebeld. Dat wil ik absoluut rechtzetten. En ik ben me ervan bewust dat het helemaal aan mij is – ik ben de anderen iets verschuldigd, niet omgekeerd.

»Er is spijt, maar geen schaamte. Ik schaam me niet voor de naïeve gast die ik was, de jongen die roekeloos wilde leven en niet begreep dat hij daardoor anderen schade toebracht. Ik leefde in een bubbel: ik besefte niet wat ik aan het aanrichten was. En het lullige van spijt is natuurlijk dat het achteraf komt – anders zouden we onszelf makkelijk kunnen behoeden voor onze dommigheden.»

In het ouderlijk huis in Wevelgem zijn ze intussen blij met de verse inzichten van Feys. Al blijft er ook ongeloof: het leven dat Benjamin geleid heeft, contrasteert fel met dat van zijn ouders.

Karl «Ik werk al 35 jaar gedisciplineerd voor mijn centen. Ik sta daarvoor om 5 uur op – élke ochtend. Dan is het heel moeilijk om de logica te begrijpen van een zoon die makkelijk geld wil scheppen. Meer nog: die door zijn manier van leven anderen in de problemen brengt. Een ander mens in de miserie duwen om jezelf rijker te maken: dat is niet mijn ethiek. Ik volg een vast stramien, heel opwindend is mijn leven misschien niet. Maar het is wel integer: ik kan mezelf elke ochtend in de spiegel bekijken.»

Marleen «Ik kan wel snappen dat een jonge gast bezwijkt voor de verlokkingen. Benjamin is op plaatsen geweest waar wij nooit zullen komen, en heeft mensen ontmoet die wij nooit zullen ontmoeten. Hij was altijd op zoek naar opwinding, en dat maakte van hem een makkelijk slachtoffer voor de drugsmaffia.»

Feys zegt de frustratie van zijn ouders te begrijpen. Benjamin «Ik snap hoe absurd het voor mijn ouders is om dat hele verhaal te horen – om te weten dat hun zoon in een wereld geleefd heeft die zo ver van hen af staat, die bovendien fundamenteel fout was, en waar ze ook nog eens niets van wisten. En toch zien ze me nog graag. De liefde voor je kind, die kan je gelukkig niet wegsmijten.»

Want, zo wordt in Wevelgem bevestigd, daar gaat het om: ouderliefde.

Marleen «Het is frustrerend. Je krijgt een kind, en je doet er alles aan om dat de best mogelijke opvoeding te geven. Je probeert het te sturen, je geeft alle liefde die je hebt. En toch loopt het helemaal mis. Dat is ontzettend tragisch. Maar het verandert niets aan de liefde – wij zien Benjamin nog altijd oeverloos graag.»

★★★

Ik wil nog één ding weten van Feys: of hij aan dat hele waanzinnige verhaal ook iets positiefs heeft overgehouden – afgezien van een korf vol smakelijke verhalen? Benjamin «Ja. In mijn criminele periode dacht ik dat ik stoer was, dat ik ballen aan mijn lijf had – dat ik een man was. Maar dat was zelfbegoocheling. Pas hier, in La Paz, ben ik een vent geworden. Door eerlijk naar mezelf te kijken. En dat is exact wat ik nu wil: eerlijkheid. Ik heb geen zin meer in bullshit.»


Lees ook: 'Dagboek van Benjamin Feys vanuit z'n Boliviaanse cel'

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234