null Beeld

Bert Govaerts schrijft nieuwe biografie over Ernest Claes, de Zwarte van Zichem

Natuurlijk verdient Nest Claes nog een biografie, ook al is zijn pijp haast vijftig jaar gedoofd: 127 drukken van ‘De Witte’ en 45 straten in Vlaanderen die naar hem genoemd zijn, dat zegt genoeg over zijn populariteit. Maar dat ‘Ernest Claes’ ook nog eens een uitstekend boek geworden is, heeft vooral te maken met een special interest van de biograaf. Bert Govaerts, oud-programmamaker bij de VRT, verkende al eerder het oorlogsverleden van Zichems grootste.

'De geruchten over concentratie­kampen doet hij af als 'al te opvallende reclame van ­joodse zijde'' Ernest Claes met een officier van de Propaganda-Abteilung

‘Ernest Claes is er altijd geweest,’ zegt Bert Govaerts (63), als ik hem vraag hoe hij de man ooit in zijn vizier kreeg. ‘De Vlaamse literatuur wás Ernest Claes.’ We zitten in het Berchemse café RoodWit en ik ontdek in Govaerts een fideel supporter van ‘De Witte’.

Bert Govaerts «‘De Witte’ blijft zeer leesbaar. Het had kwaliteiten die zijn latere boeken niet meer hadden. Claes wou een groot schrijver worden, Stijn Streuvels achterna, maar dat lukte hem niet. ‘De Witte’ is een beetje ‘uit zijn handen gevallen’, het was nog het werk van een student die zijn literaire ambities even vergat en zich gewoon aan het vertellen zette over een wereld die niet meer bestond. Er zit enige wanhoop in dat boek, maar ook veel levensplezier, en daar waren de mensen in 1920, na die verschrikkelijke oorlog, zeer aan toe.»

Het succes van ‘De Witte’ en de vele opvolgers was enorm, de literaire erkenning viel tegen.

Govaerts «Al bij zijn eerste bekroning, voor ‘Bei uns in Deutschland’, zegt de jury dat ze vooral Claes’ morele kwaliteiten wilde loven: hij was ongeschonden de wereldoorlog doorgekomen – wat blijkbaar uitzonderlijk was. Ik heb gezocht naar gedegen kritische stukken over Claes, maar die bestaan haast niet. Sommige boeken zijn nauwelijks gerecenseerd. Van het tweede deel van ‘Het leven van Herman Coene’ was tot voor kort maar één recensie bekend.

»Claes was zijn Kempische vertellingen na een tijd zelf beu, maar hij kon eigenlijk niets anders. En tragisch genoeg besefte hij dat: ‘Ik heb juist schrijverstalent genoeg,’ schreef hij, ‘om in te zien hoe klein het is.’»


Een idiote uitvinding

Het lezen van het complete oeuvre, zegt de biograaf, was een gemengd plezier.

Govaerts «Enkele boeken, zoals ‘Charelke Dop’, waren een plezier om te lezen, maar dikwijls moest ik op mijn tanden bijten. De flauwe humor gaat tegenstaan. En de wereld die hij beschrijft, is wel erg stil. De personages lopen als trouwe huisdieren door het leven, heeft Eugène Van Itterbeek (essayist en criticus, red.) terecht eens geschreven.

»Maar ook Claes’ mindere werken, zoals ‘Kobeke’, haalden grote oplagen. Hij had de juiste contacten. Hij was één van de oprichters van De Standaard, en die krant maakte reclame voor zijn boeken op de voorpagina, naast het logo ‘AVV-VVK’ (‘Alles Voor Vlaanderen, Vlaanderen Voor Kristus’, red.). Claes was al gauw een ‘Vlaamse kop’, zoals Hugo Verriest (de auteur van ‘Twintig Vlaamse koppen’, red.) en Cyriel Verschaeve: zijn politieke activiteiten als strijdend Vlaming versterkten zijn imago als schrijver.»

Claes kwam uit de Grote Oorlog als een gedecoreerde Belgische patriot, maar nadien schoof hij langzaam richting Frontpartij en een radicaler flamingantisme. Voorts viel in het interbellum vooral het radicale antiparlementarisme van deze parlementaire redacteur op; het zuivere algemene stemrecht vond hij bijvoorbeeld ‘een idiote uitvinding’.

Govaerts «En dat voor een ambtenaar die daar zijn brood verdiende… Maar zijn afkeer van het parlement kwam juist doordat hij er met zijn neus bovenop zat. Hij walgde van de eindeloze discussies. In zijn politieke artikelen vind je eigenlijk slechts fragmenten van een politieke ideologie terug. Claes was geen coherente denker die een politiek manifest in de pen had.»

Dat Ernest Claes na 1933 geen onvertogen woord over Adolf Hitler schreef, had allicht ook te maken met de vooraanstaande plek die hij inmiddels op de Duitse boekenmarkt verworven had.

Govaerts «De Duitse markt was veel groter dan de Vlaamse, en de royalty’s waren hoger. Maar Claes ging wel heel ver in zijn steun aan het naziregime, tot en met medewerking aan het SS-weekblad Das Schwarze Korps – een vunzig, antisemitisch ding. Ik heb daarin zes opstellen van hem gevonden: het meest viriele proza dat Claes ooit schreef. Hitler beschrijft hij als de man van het volk die de Duitse reus van zijn ketenen bevrijdt, de geruchten over concentratiekampen doet hij af als ‘al te opvallende reclame van joodse zijde’.»

Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog zag Claes, geheim lid van het VNV (Vlaamsch Nationaal Verbond, red.), een grote rol voor zichzelf weggelegd, maar hij raakte snel ontgoocheld. Hij bleef de VNV-toppers wel frequenteren en op de Duitse overwinning hopen. In zijn dagboek schreef hij op 12 oktober 1942: ‘Ik kan er niets aan doen. Ik voel mij tot Duitschland aangetrokken met al de vezelen van mijn hart en ziel. En ik denk ook dat Adolf Hitler door de Voorzienigheid aan het hoofd van Europa werd geplaatst.’

Govaerts «Hoe naïef kun je zijn te denken dat je met de nazi’s afspraken kon maken, dat je met hun hulp het Belgische huishouden op orde kon krijgen... Nog altijd rammelde het politieke denken van Claes, en het toppunt vind ik dat hij vanuit die ideologie vol gaten in de zomer van ’42 studenten in Herentals ging oproepen zich aan te bieden als fanatieke strijders. Maar aan welk front dan wel?

»Toen hij begrepen had dat de Duitsers het militair niet meer konden halen, werd hij voorzichtiger en trok hij zich terug. Meer en meer was hij te vinden aan een visvijver van een vriend in Meise.»

Intussen had de zakelijke opportunist in hem niet stilgezeten. Als adviseur in loondienst van het genaaste uitgeversbedrijf Dechenne bediende Claes behalve een vriend als Gerard Walschap ook zichzelf rijkelijk.

Govaerts «‘De Witte’ verscheen in verbijsterend hoge oplages, wel 75.000 exemplaren. ‘Goed werk voor Vlaanderen,’ noemde Claes dat achteraf, dat niks met politiek te maken had.

»Zodra de Duitsers verslagen waren, speelde er zich iets heel mysterieus af in de kop van Claes. Na al die lovende passages over Hitler en het Derde Rijk staat in zijn dagboek ineens een lofrede op de prachtige figuur Winston Churchill: ‘Als we die niet hadden gehad…’ Je gelooft je ogen niet: is dat één en dezelfde mens die dat schrijft? Op geen enkele manier legt Claes rekenschap af over zijn verleden. Wat alleen al pijnlijk is omdat hij absoluut geen onverstandige man was.»


De liggende wip

Claes belandde even in de gevangenis in Sint-Gillis, zijn proces eindigde met een vrijspraak.

Govaerts «Het dossier tegen hem was heel slap, er was niet veel onderzoek gedaan. Hij kreeg wel een paar oorvegen van de rechters: ‘kleinzielige zelfbewondering’, ‘tekort aan zedelijke grootheid’. Zijn eigen verweerschrift had een losse relatie met de feiten. Dat hij loog tegen het gerecht, tot daar, maar hij loog ook tegen vrienden. Aan zijn Nederlandse uitgever schreef hij dat hij geslagen was ‘zoals men een beest niet slaat’, wat totaal niet waar was.»

De man die aan de kant van de daders had gestaan, schilderde zich in zijn boek ‘Cel 269’ als een groot slachtoffer af.

Govaerts «Dat klopt. Hij deelt zichzelf bijna letterlijk een stigma toe: in ‘Cel 269’ beschrijft hij hoe zijn vingers met zwaar benagelde schoenen vermorzeld werden, terwijl daar in zijn dagboek geen sprake van is. Hij is in de gevangenis vanaf de eerste dag ontzien: de directeur kende hem, en van bewuste vernedering was geen sprake. Maar na die drie maanden gevangenis stond hij wel vijf jaar op straat, als geschorste ambtenaar zonder wedde.»

Na zijn vrijspraak waren Ernest Claes nog vele jaren gegund, waarin hij met roem overstelpt werd. Hij genoot intens van die roem – anders aanvaard je het erevoorzitterschap van de Nationale Federatie van de Schutters van de Liggende Wip niet.

Govaerts «Nog achttien jaar heeft hij geleefd als monument, als rentenier van de roem, die voor een deel juist voortkwam uit zijn slachtofferschap. Jaren waarin hij met een grote verdwijntruc bezig was. De historische Ernest Claes verdween helemaal achter de eeuwig minzame verteller die in zijn leven alleen goede mensen was tegengekomen. En het hielp hem zeer dat niemand kritische vragen stelde.»

Kritische vragen stelt Govaerts’ biografie wel, maar het boek leest allerminst als een streng requisitoir.

Govaerts «Een biograaf moet geen requisitoir schrijven, maar proberen te begrijpen wat er gebeurd is. Ik heb geleerd om mededogen te hebben met de mensen die ik beschrijf, zeker met de mensen uit de eerste helft van de verschrikkelijke 20ste eeuw. Onze generatie kon communistje spelen zonder enige consequentie, zij konden geen fascistje spelen zonder gevolgen. Dat is een groot verschil.»

undefined

null Beeld
Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234