Beth Orton - Sugaring Season

Het is alweer twintig jaar geleden dat Beth Orton (42) als piepjonge, maar niet bijzonder hippe - zeg maar gerust ouderwetse - folkie via de dancewereld de muziek werd binnengesmokkeld.

Een wereldvreemd, slungelig, verlegen geval was ze, dat zich met gastvocalen bij William Orbit (onder andere op een cover van John Martyns ‘Don’t Wanna Know About Evil’) en The Chemical Brothers (zie ‘Alive Alone’ op ‘Exit Planet Dust’, en vooral de single ‘Where Do I Begin’ op ‘Dig Your Own Hole’) in de kijker werkte.

Soloplaten maakt Orton al sinds 1996. Als je op haar debuut ‘Trailer Park’ die cover van ‘I Wish I Never Saw The Sunshine’ van The Ronettes herbeluistert, hoor je dat ze toen al wist dat de girl groups ter hoogte van de Brill Building vergif in hun suikergoed mengden - lang voor de Kate Nash-en en Faris Badwans van deze wereld, en in een tijd dat dat meisjesgeluid totaal niet bon ton was.

De wereld werd in die dagen geregeerd door in lager, XTC en bakkebaarden gesmoorde Britpop. Het is dan ook een beetje oneerlijk dat Orton zich op haar veertigste moet zien staande te houden in een muzieklandschap dat vergeven is van de jonge, hippe, maar daarom niet betere - laat staan smaakvollere – folkies.

Passons. ‘Sugaring Season’ is Ortons zesde, en in navolging van de zes jaar oude voorganger ‘Comfort of Strangers’ is het een hommage aan de Britfolk in haar puurste vorm. Geen spoortje elektronica of experiment, wel stem, melodie, en even spaarzame als warme arrangementen - de bekendste namen op de uitgebreide gastenlijst zijn Brian Blade, Tucker Martine, Sam Amidon, Laura Veirs en Marc Ribot.

Nergens bombast of gratuite aandachttrekkerij te bespeuren, géén hysterisch gefiddle en zeker ook niks wereldschokkends vernieuwends, maar ‘gewoon’ goeie tot zeer goeie songs met het juiste evenwicht tussen volwassen vakmanschap en oprechte emotie.

Opener ‘Magpie’ is geen cover van de bijna gelijknamige Donovan-song, maar wasemt wél vintage Britfolk uit iedere porie. In ‘Candles’ en ‘Something More Beautiful’ wordt er gelonkt naar iets Amerikaans tussen Rickie Lee Jones en Cat Power: het is wat roestiger, het ruikt naar leer en het gebeurt in de woestijn. ‘Poison Tree’ en ‘Mystery’ zijn dan weer mystieke folksongs, zo van een onder de rijp bedolven Norfolkse winterweide geplukt. Let er bij het luisteren ook op hoe Orton zich ontpopt heeft tot een sterke leadgitariste.

Het is veel te laat (of, met het oog op een revival, veel te vroeg) voor Beth Orton om nog hip te worden, en festivalmeutes opjutten zit er al helemaal niet in. Maar het zou treurig zijn mochten de jonge fans van pakweg Laura Marling en de Mumford-fabriek niet eens de moeite doen om haar klasse te ontdekken.

Voorbeluisteren:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234