Bingedrinkers worden steeds jonger: 'Het enige wat meisjes van de drank kan houden, is dat je er dik van wordt'

Met het einde van de examens, het begin van het festivalseizoen en de prestaties van de Rode Duivels zullen de cijfers wellicht stijgen, en nu al belanden in ons land elke week bijna 50 jongeren tussen 12 en 17 jaar in het ziekenhuis na alcoholmisbruik.

'Mijn mama was enorm geschrokken toen bleek dat ik 4,5 promille alcohol in mijn bloed had, want ze wist niet eens dat ik dronk'

‘Ik dacht eigenlijk dat ik heel goed tegen drank kon. Ik heb nog gezegd: dat zal mij nooit overkomen, hoor, een coma (lacht). Dat was in mijn naïeve jaren – zo’n acht maanden geleden.’ Sarah was net 15 geworden toen ze, na het achteroverslaan van liters wodka en rosé, in comateuze toestand en met 4,5 promille alcohol in het bloed op de spoeddienst van een ziekenhuis terechtkwam.

Sarah «Die avond was ik alleen thuis met mijn beste vriendin, mijn ouders waren naar een bedrijfsfeest. ‘Party!’ dachten wij. In de nachtwinkel hadden we drie flessen wodka en een fles rosé gehaald en we zetten muziek op: het nieuwe album van Justin Bieber – om te lachen, want eigenlijk is dat een beetje kinderachtig. Eerst dronken we shotjes, maar we werden snel moe van telkens te moeten bijvullen, dus namen we gewone glazen. We begonnen te dansen en ik was me zo goed aan het amuseren dat ik niet doorhad hoeveel glazen ik al ophad. Ik weet nog dat ik me ergerde dat mijn vriendin zo traag dronk en dat ik het allemaal alleen moest binnenwerken. Toen onze drank op was, heb ik wat sterkedrank van mijn ouders genomen: rum en whisky…

»Dat is het laatste wat ik me herinner. Mijn vriendin heeft me later verteld dat ik die avond heel emotioneel was. Ik had problemen met een jongen, wilde hem blokkeren op Instagram maar heb hem blijkbaar ook nog opgebeld. Ik ben een paar keer gevallen: in de tuin, tegen een kast, op mijn hoofd… Toen wilde ik naar een horrorfilm kijken, maar mijn vriendin zei: ‘Sarah, je moet echt gaan slapen.’ En dan heeft ze me in bed gestoken.

'Voor je 23ste te veel drinken is nefast voor de hersenontwikkeling'

»Daar ben ik beginnen over te geven. Mijn vriendin probeerde me rechtop te houden in bed, maar ik was bewusteloos en begon te stikken in mijn eigen braaksel. Ze heeft toen een vriendin gebeld die vlakbij woonde, en die haar mama heeft een ambulance gebeld. Ze hebben thuis mijn maag leeg moeten pompen tot ik buiten levensgevaar was. Daarna moest ik naar het ziekenhuis. Ik had 4,5 promille alcohol in mijn bloed. Ze dachten eerst dat ik het niet zou overleven. Mijn mama was enorm geschrokken, want ze wist niet eens dat ik dronk. Ze dacht dat ik het, als ik uitging, bij twee krieken hield. Ze had zoiets totaal niet verwacht. En ik eigenlijk ook niet.»

Gevallen als Sarah ziet spoedarts Jan Christiaen (Sint-Augustinusziekenhuis in Wilrijk) vaker dan hem lief is. Het irriteert hem ook.

Jan Christiaen «In mijn tijd dronk ik ook, maar altijd met mate. Sterkedrank werd toen nog vies bekeken door de jeugd – het was te sterk, iets voor volwassenen. Vandaag doen die levensgevaarlijke dranken het wél goed bij jongeren, en ze kunnen ze vlot verkrijgen. Als je geïntoxiceerd bent door bier, dan ben je meestal al ziek of misselijk vooraleer het levensgevaarlijk wordt. Maar met sterkedrank gaat het zo snel, en de resorptie van de alcohol gaat verder terwijl je al in coma bent. Met andere woorden: zo’n jongere glipt weg terwijl-ie al bewusteloos is.»

HUMO Dat zien jullie vaak gebeuren?

Christiaen «Ik heb het in mijn carrière al twee keer meegemaakt dat een perfect gezonde jongen met een halve fles wodka of whisky in z’n lijf het niet overleeft. Als arts is het verschrikkelijk frustrerend om ouders het nieuws te brengen dat zoon of dochter zich heeft doodgezopen. Gelukkig blijven de zware incidenten beperkt, maar toch: het indrinken, het bingedrinken, het voordrinken, het comazuipen – welke noemer ze ook plakken op die flauwekul – zien we té veel. Mijn indruk is dat de drinkers ook jonger worden: 12- tot 14-jarigen zijn geen uitzondering meer.

»Het probleem met alcohol is dat het een perfect cardioplegicum is: het legt de hartspier voor 100 procent stil. Daarom moeten we jongeren ervan doordringen: alcohol is niet onschuldig. Een halve fles whisky naar binnen gieten op jonge leeftijd is dodelijk, punt.

»Ik word vooral kwaad als ik het gevoel heb dat ze drinken onder sociale druk. En dat gevoel heb ik toch vaak. Van studentikoze doopfeesten – op zo’n avond is het bij ons op de spoeddienst laden en lossen – heb ik mijn buik vol. Meestal komen ze dan comateus binnen. Eerst doen we een bloedafname om te zien of ze boven of onder de toxische grens zitten. Voor ons ligt die grens op 3 promille. Wie daaronder zit, laten we z’n roes uitslapen. Wie erboven zit, beschouwen we als in gevaar. Let wel: het is niet zo dat iedereen die boven de 3 promille zit, in levensgevaar verkeert. Factoren als lichaamsgewicht en het metabolisme van de lever spelen een grote rol. Hoe gevaarlijk het is, verschilt van mens tot mens.»


Sweet sixteen

Sarah «Toen ik ’s anderendaags wakker werd, dacht ik eerst dat het tien uur ’s avonds was en dat ik aan het dansen was. Maar toen ik mijn ogen opendeed, zag ik een witte ruimte die ik niet kende – echt eng, ik had helemaal niet door waar ik was. Ik kreeg ook flashbacks van mijn ouders die aan mijn bed stonden: mijn moeder die aan het wenen was en mijn vader die zuchtte: ‘O Sarah, waarom doe je dat nu?’

»Er kwam een dokter binnen die zei waar ik was, en dat ik te veel gedronken had. Ik wilde rechtstaan en weglopen – ‘Laat mij naar huis gaan, mijn ouders vermoorden mij!’ – maar die dokter hield mij tegen. Hij was echt onvriendelijk, zo van: ‘Het is je eigen schuld dat je hier ligt.’ Ik word er nog altijd kwaad van als ik eraan denk. Die dokter begon mij ook de les te spellen waar mijn mama bij was, en zei allerlei dingen die haar alleen nog bozer zouden maken. Dat dat niet normaal was op mijn leeftijd en dat ik veel gedronken moest hebben om aan dat percentage te raken. ‘Zoiets hebben we hier nog niet vaak gezien.’ Ik dacht: ‘Stop, zwijg toch, want straks ga ik zo hard onder mijn voeten krijgen…’ Maar hij ging maar door: dat hij niet geloofde dat het mijn eerste keer was, want dat ik dan nooit zo veel had kunnen drinken. En als het nog eens gebeurde, zouden ze me in de psychiatrie steken. Dat maakte me wel bang.

»Toen ik naar huis mocht, moest ik liters water drinken. Mijn mama moest me ondersteunen, want ik kon niet op mijn benen staan, door de alcoholvergiftiging. Ze moest me helpen douchen – mijn haar zat nog vol braaksel – omdat ik geen kracht meer in mijn armen had en de sproeier niet kon vasthouden. Ik kon ook niks binnenhouden van voedsel of water. Ik heb nog anderhalve dag constant overgegeven.

»Mijn vader was echt boos, hij heeft me eerst een dag genegeerd. Nadien heeft hij me een zware preek gegeven en heeft hij mijn gsm voor een week afgepakt. Ze zijn bijgedraaid toen ik zei dat ik dronk omdat ik me slecht voelde. Als ik me depressief voel, begin ik te drinken in de hoop dat het dan beter gaat en ik niet meer hoef na te denken. Ze zijn met mij naar een psycholoog gegaan, maar eigenlijk ben ik niet zo hard gestraft. Alleen als ik vroeg om uit te gaan, was het altijd van: ‘Ben je vergeten wat er is gebeurd?’»

Ook Gerard belandde op zijn 15de met een dronken kop op de spoedafdeling, in de nasleep van een sweet sixteen-party van een vriendin.

'Ik weet wel wat er met drank allemaal kan mislopen, maar ik ben niet bang voor de dood. Ik wil niet oud worden'

Gerard «Mijn ouders wisten niet dat het een echte fuif was, want voor mijn 16de mag ik van hen niet uitgaan. Dat heeft bij mij het omgekeerde effect: hoe meer ze me verbieden, hoe meer ik rebelleer. Mijn vrienden mogen veel vaker uitgaan dan ik, dus als ik dan eens ga feesten, doe ik dubbel zo zwaar door – om mijn schade in te halen.

»Ik had mijn ouders wijsgemaakt dat we naar de frituur gingen en naar een vriend thuis. Ik had me voorgenomen om stomdronken te worden. Ik wilde weten hoe dat voelde, en ik had geen zin om daar nog een jaar op te wachten. Op weg naar het feestje ben ik bij de nachtwinkel een fles wodka gaan halen, die ik onderweg half heb leeggeslobberd op mijn fiets. Op de fuif heb ik met mijn laatste geld nog enkele breezers en een pint gekocht en gead (ad fundum gedronken, red.). Toen ging het allemaal downwards en had ik een stoer voorstel: ‘Hé gasten, gaan we eens een molotovcocktail maken met een bierflesje en wodka?’ We zijn naar buiten gegaan en ik heb een kwartier geprobeerd om de molotov aan te steken, maar het lukte niet. Uit frustratie heb ik toen maar alle wodka in één keer opgedronken. Drie minuten later ging het licht uit in mijn hoofd.

»Ik herinner me er niks van, maar ik heb blijkbaar beneden de urinoirs staan volkotsen en ik ben gevallen. Mijn vrienden sleepten me naar buiten, ze trokken me voort aan mijn voeten terwijl ik verder kotste en een spoor van braaksel achterliet. Buiten ben ik als een zombie beginnen rond te wandelen, ik ben een paar keer gevallen en heb een kale man in zijn gezicht gespuwd. Toen heeft iemand de hulpdiensten gebeld en is een ambulance me komen halen.

»Toen ik ’s anderendaags wakker werd, had ik geen gevoel in mijn lichaam. Ik zag de ziekenhuiskamer waar ik lag en dacht: ‘Fuck, wat heb ik nu gedaan?’ De verpleegster vertelde me dat ik 2,4 promille in mijn bloed had. Dat is vrij veel, maar ik was niet in coma. Ik ben wel wat geschrokken, maar anderzijds had ik ook een hele fles wodka op dus… what did you expect?»


Doe de dijkel

Volgens de nationale gezondheidsenquête van 2013 drinkt 14 procent van de jongeren tussen 15 en 24 wekelijks zes of meer glazen alcohol bij eenzelfde gelegenheid. Bij jongeren gaat het dus dikwijls om piekdrinken of bingedrinken. Volgens De DrugLijn (VAD) ben je als vrouw aan het piekdrinken als je minstens vier standaardglazen alcohol in een tijdspanne van twee uur drinkt, voor een man gaat het om minstens zes glazen.

Tom Evenepoel (coördinator) «Bij De Druglijn krijgen we steeds meer vragen binnen over alcohol – niet alleen van jongeren, maar van alle leeftijdsgroepen. Doorgaans krijgen we de meeste mails of telefoons over cannabis. Nu merken we dat het aantal alcoholvragen de cannabisvragen aan het bijbenen is.

»Maar meer vragen over alcohol betekent niet noodzakelijk dat het probleem groter wordt. Het wijst in mijn ogen vooral op een wijzigende attitude: jongeren en hun ouders kijken kritischer naar alcohol. Neem het verhaal dat vorig jaar in de kranten stond: een moeder stapte naar de politie omdat haar zoon van 12 alcohol had gekregen bij de Chiro. Wij krijgen tegenwoordig ook telefoontjes van mensen die zich afvragen of ze een klacht kunnen indienen tegen een openbare radiozender, omdat de presentator zich tijdens een uitzending vrolijk maakt over alcoholgebruik: ‘Het is weer weekend, dus straks kun je weer in de pintjes vliegen!’ Al die verhalen illustreren dat er iets aan het bougeren is. Misschien gebeurt met alcohol straks wel hetzelfde als met de sigaret: de vanzelfsprekendheid waarmee men vroeger rookte, is wég. Vroeger was het nog: ‘Je bent geen man als je niet roken kan.’ Oké, tot nader order is het nog altijd: ‘Je bent geen man als je niet drinken kan.’ Maar het zou me niet verbazen als die uitspraak over een aantal jaar evenveel wenkbrauwen doet fronsen als die over tabak nu.»


Bekijk de spot van de Druglijn: 'Teveel drinken heeft nooit leuke gevolgen'

‘Van de vrienden van mijn leeftijd ben ik ongetwijfeld het grootste varken,’ zegt Otto met een grijns. Hij is net 17 geworden, maar met zijn grote gestalte en zijn hoekig gezicht ziet hij er ouder uit. ‘Ik drink vijftien à twintig blikjes bier op een avond. Denk ik toch. Vroeger hielden we de score bij en was het belangrijk hoeveel je er kon verzetten. Maar nu sta ik er niet meer bij stil. Zo’n pintje is in een paar seconden leeg.’

Otto zit in het vijfde jaar sociaal-technische wetenschappen in een college in Antwerpen. Vier uur per week geeft hij turnles aan kinderen. Het geld dat hij daarmee verdient – 40 euro in de week – gebruikt hij om uit te gaan met vrienden. Drinken doet hij al van zijn 13de.

Otto «Ik trek meestal op met vrienden van de scouts die een paar jaar ouder zijn. Toen zij begonnen te drinken als puber, deed ik als 13-jarige gewoon mee. Ik lustte graag bier, en ik kon er ook goed tegen. En dan ga je je limieten opzoeken, kijken hoe ver je kan gaan. Ik vond het wel stoer dat ik met die oudere vrienden meekon. Tegen mijn 14de kon ik er al serieus in vliegen: dan kreeg ik op een avond gemakkelijk een half kratje Carapils op (hij doelt op een pak van 24 blikjes van 33 cl, red.). Intussen is dat wel wat meer. Er is nooit groepsdruk geweest, we vinden het gewoon leuk om samen pinten te drinken en wat te dansen.»

HUMO Drink je snel?

Otto «We doen dijkels. Al van dat fenomeen gehoord? (Toont een blikje) We maken eerst een gat onderaan in de zijkant van het blikje. Dat gat zet je aan je mond, en je opent het lipje dat bovenaan zit. Door de stuwkracht komt er heel snel heel veel bier tegelijk binnen. In twee seconden is je blikje leeg. Dat heet een dijkel. We gaan meestal met ons groepje in een kring staan, we klinken en zeggen een rijmpje, en dan drinkt iedereen tegelijk. Slikken-slikken, aaaah... En dan boeren, vollen bak.»

HUMO Geen ad fundums meer?

Otto «Dat doen we nog weleens op café, maar daar is de drank veel duurder. Meestal gaan we met een groepje vrienden op de kaaien aan de Schelde zitten. We nemen muziek mee en gaan eerst langs de nachtwinkel om een voorraad bier in te slaan. We drinken altijd blikjes Carapils, dat is het goedkoopst. In de nachtwinkel kost een kratje 12 euro, dat is 50 cent per blikje. Tegenwoordig gaan we ook naar de Colruyt, daar kost een blikje maar 20 cent. We maken een vuur en zitten dan de hele avond aan de rand van het water te babbelen. Aan drugs doen we niet. Dijkelen is veel leuker.

»Ik heb op het internet een speciale dijkelsleutel gevonden om een gat in je blikje te maken. Vroeger deden we dat handmatig met onze sleutel, maar zo gaat het natuurlijk veel vlotter. Dijkelen is echt in. Ad fundum is eigenlijk wat passé. We doen ook spelletjes. Om ter eerst in een boom klimmen, bijvoorbeeld. Wie laatst is, moet een tweesprong doen: dat zijn twee dijkels tegelijk.»

Wanneer Otto een slok van zijn frisdrank neemt, merk je aan de grote teugen dat hij de gewoonte heeft om zijn keelgat open te sperren en de drank naar binnen te gieten.


Kleuterpissen

HUMO Moet je nooit kotsen?

Otto «Vroeger wel, maar dat was omdat we nog mengden met sterkedrank. Tegenwoordig doen we ‘een blubke’. Na zo’n reeks dijkels kan de laatste er net te veel aan zijn. Je voelt je even misselijk, en dan komt die laatste pint er direct weer uit, blub: een klets bier zonder brokken aan je voeten.

»Vroeger heb ik wel wat overdreven met sterkedrank. Op mijn 15de heb ik eens, op weekend met vrienden, een weddenschap met mezelf afgesloten: ik moest een fles whisky opdrinken in een halfuur tijd.

»Dat is gelukt. De eerste helft heb ik binnengekapt tijdens het eten – spaghetti, de beste fond die je kan leggen voor drank. Toen mijn bord leeg was, was ik al stomdronken. De rest van de fles heb ik al dansend binnengewerkt, de laatste centimeters in één teug, omdat ik gewoon niet meer kon. Maar het was gelukt, hoera, bravo, iedereen blij. Na twintig minuten kreeg ik plots een klop van de hamer. Ik ben naar boven gestrompeld om te kotsen op het toilet. En nadien heb ik de wijze beslissing genomen om te gaan slapen.»

HUMO Veel heb je niet aan je avond gehad.

Otto «Nee, dat was eigenlijk een verspilde avond. Maar wel een leuk verhaal achteraf. Ik heb er trouwens nog één. Vorig jaar in de grote vakantie waren we met zeven vrienden op weekend in de Ardennen en… wacht, ik zal de rekening van de Colruyt even laten zien. (Haalt het bonnetje uit zijn portefeuille) We hebben toen voor ons zevenen… 600 pintjes gekocht, voor 186 euro. Alleen al de blikken van de mensen toen we met twee grote winkelkarren naar buiten kwamen, volgestapeld met bier (lacht). Dat weekend waren we allemaal varkens. Ik hou het bonnetje bij, als herinnering.

»Het maakt ons echt niet uit wat de mensen van ons denken. Als we in een groepje staan te dijkelen en de mensen kijken raar, dan moeten we daar alleen maar hard mee lachen. Vrijheid, doen wat je wilt, alle remmen los, samen met vrienden, dat is voor mij heel belangrijk.»

HUMO Heb je bier nodig om ‘leuk’ te zijn?

Otto «Ik ben altijd grappig, al zeg ik het zelf, maar als ik zat ben, ben ik extréém grappig. Dan schaam ik me nergens meer voor. Soms ga ik samen met een vriend op een verhoogje staan, hand in hand, allebei met onze broek en onderbroek tot op onze enkels, om synchroon pipi te doen. Kleuterpissen, noemen we dat. Héél grappig! Goh, eigenlijk zouden we dat ook doen als we nuchter zijn.»

HUMO Heb je dan een kater ’s anderendaags?

Otto «Oef, ja. Veel van mijn vrienden hebben dat niet, die gaan keilaat slapen, staan vroeg op en komen direct fris voor de dag. Maar ik voel me soms wel een hele dag suffig, alles gaat trager. Maar voor de rest denk ik niet dat het mij erg beperkt.»

HUMO Voel je geen verschil op zaterdag wanneer je de avond voordien eens níét gedronken hebt?

Otto «Euh, dat heb ik al lang niet meer gedaan, hoor. Zodra ik uit kan gaan op vrijdag en zaterdag, ga ik uit. En uitgaan is voor mij wel stevig drinken, tot een uur of vijf, zes. Als ik dan dronken thuiskom, ben ik altijd blij dat mijn moeder een vaste slaper is. (Lachje) Ze zou mij eens moeten zien binnenstrompelen.

»Ik kom altijd naar huis met de fiets. Dat lukt meestal wel, je maakt een klik in je hoofd zodra je die fiets opstapt. Maar vanaf het moment dat ik in mijn bed lig, begint alles te draaien. Soms moet ik een paar keer rechtop gaan zitten tot het wat overgaat.»


Honkbalknuppel tegen je kop

Voor professor Geert Dom (professor in de verslavingspsychiatrie aan de Universiteit Antwerpen) is het niet verwonderlijk dat Otto nog recht naar huis kan fietsen na zoveel dijkels.

Geert Dom «Jongeren van 18 tot 22 zitten in hun topjaren qua alcoholgebruik: in die leeftijdsfase heeft alcohol een veel minder grote impact op hun motoriek. Ze kunnen sloten drinken zonder dat je veel aan hen merkt: ze beginnen niet te lallen of te waggelen. Bij ouderen treedt het sedatieve effect van alcohol veel sneller in. Jongeren kunnen dus ogenschijnlijk heel goed tegen grote hoeveelheden alcohol. Ogenschijnlijk, want de schade die ze intussen berokkenen aan hun hersenen, voelen ze op dat moment natuurlijk niet. De effecten daarvan accumuleren zich sluipend. Wat het tricky maakt, is dat jonge hersenen net heel gevoelig zijn voor de schade die alcohol berokkent. Ook tricky: de cijfers zeggen ons dat meisjes tegenwoordig net zo vaak piekdrinken als jongens, als ze de jongens al niet hebben ingehaald. En we weten dat vrouwelijke hersenen nóg gevoeliger zijn voor de cognitieve gevolgen van acohol.»

Nico van der Lely (kinderarts in het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft) heeft een goed beeld van wat drinken precies doet met een jong brein.

Nico van der Lely «Ik leg altijd aan ouders en kinderen uit: ‘Kijk, tot de leeftijd van 18 krijg je er van Onze-Lieve-Heer elke dag gratis hersencellen bij.’ Als dokter leer je dat een mens 100 miljard hersencellen heeft. Maar daar heb je niks aan, tenzij die cellen verbindingen met elkaar maken. Dat proces begint pas vanaf de leeftijd van 16 en gaat door tot je 23ste. De facto ben je dus pas klaar met ontwikkelen als je 23 bent. Als je in die fase gekke dingen doet – crack snuiven, cocaïne roken of te veel drinken – dan is dat niet goed. Alleen: dat met name alcohol ook zo nefast is voor de hersenontwikkeling, is niet zo bekend. Als ik vraag aan ouders of hun kind ook cocaïne gebruikt, dan kijken ze me wat gek aan: iedereen is ervan doordrongen dat coke niet al te gezond is. Van alcohol weten ze dat niet. Heel erg kwalijk kun je ze dat niet nemen: op tv is het allemaal alcohol wat de klok slaat. Het is geen toeval dat James Bond in z’n laatste film met een biertje in de hand loopt. Dat is bepaald door de industrie, door allerlei hoge piefen met een stropdas, die nu misschien nog niet veel aan de jeugd verdienen, maar wél over 10 jaar. Want het is bewezen dat, als je onder de 16 start met drinken, je vier tot zes keer meer kans hebt om later héél véél te gaan drinken. Daarom ook dat ik als kinderarts zo actief ben.»

HUMO Je hersenontwikkeling raakt in de war door alcohol. Wil dat ook zeggen dat jongeren dommer worden van een pint?

Van der Lely «Of je na één keer dommer wordt, dat weten we niet. Als kinderen die in het ziekenhuis zijn beland met een alcoholintoxicatie me vragen of ze nu dommer zijn, dan zeg ik eerlijk: ‘Ik weet het niet.’ Alleen in Noord-Korea zou je twee groepen van 10-jarigen kunnen nemen, de ene groep elke week dronken voeren en de andere niet, en dan gaan kijken hoe dom ze worden. We hebben wél al een keer bijna 5.000 kinderen op een rij gezet – da’s best veel – en hun IQ vergeleken met de resultaten van hun CITO-toets, die elk kind in Nederland op het einde van de lagere school aflegt. Daar zagen we dat er een IQ-drop van 10 à 15 punten kon optreden als kinderen voor de tweede keer met een alcoholintoxicatie waren opgenomen. Dat is een daling van 1 à 2 schoolniveaus.»

In Nederland staan ze al verder met hun aanpak van jongeren en alcohol dan bij ons. Zo is de grens voor de verkoop van licht-alcoholische dranken opgetrokken naar 18 jaar – in België is bier drinken verboden onder de 16 jaar en sterkedrank onder de 18.

Van der Lely «De situatie is in België nochtans vergelijkbaar met die in Nederland: kinderen gaan steeds meer drinken, de aantallen zijn minstens even hoog als in Nederland. Meisjes gaan relatief eerder aan de alcohol, omdat ze biologisch vroeger rijp zijn. Ze houden ook meer van zoetigheid en daar zit alcohol heel vaak in verpakt tegenwoordig. Vroeger dronken jongeren vooral bier: met slechts 5 procent alcohol schiet dat niet op. Je staat drie kwartier te plassen in de hoek voor je promillage begint te stijgen. Maar tegenwoordig staat Gold Strike met stip op één genoteerd bij de Nederlandse jeugd: dat is kaneellikeur met een alcoholpercentage van 50 procent – maar liefst 10 keer zoveel als een biertje.»

HUMO Jullie hebben de leeftijdsgrens pas twee jaar geleden opgetrokken. Zien jullie nu al een verschil?

Van der Lely «Ja. We zien geen 10- tot 12-jarigen meer op de spoeddiensten. 13-jarigen heb je nog wel, maar veel minder. De jonkies zijn er dus uit. Daar ben ik heel blij om – de hersenontwikkeling is met name in die fase erg van belang. Het grootste voordeel is wellicht dat de attitude van de ouders is gewijzigd: vroeger vond 20 procent van hen het niet goed dat kinderen onder de 18 dronken, nu is dat 60 procent. Dat reflecteert zich ook in andere dingen: er is laatst een moeder beboet, omdat een meisje – niet haar eigen dochter – op haar terrein dronken was geworden en in het ziekenhuis was beland. Ouders pikken het dus niet meer dat hun kind ergens zonder hun medeweten dronken wordt. Gebeurt het op jouw terrein, dan draag jij de verantwoordelijkheid. Zo lopen er in Nederland momenteel nog vijf rechtszaken.»

Dokter Van der Lely staat in eigen land aan de wieg van de zogenaamde alcoholpoli’s, waar kinderen na een alcoholintoxicatie samen met hun ouders terechtkunnen voor nazorg: ‘Recidive voorkomen is ons voornaamste doel. Ik wil die kinderen niet met de vinger wijzen, maar ze moeten het niet nog een keer doen.’ De plannen om zulke poliklinieken voor jeugd en alcohol ook in België op te richten, liggen klaar.

Van der Lely «Om te tonen hoe bloedserieus we het nemen: in Nederland hebben we een signaalsysteem voor kinderen die thuis geslagen of seksueel misbruikt worden. Kinderen die voor de tweede keer worden opgenomen met een alcoholintoxicatie, zetten we in dezelfde categorie. Of je nu door je vader met een honkbalknuppel tegen je kop wordt geslagen of je drinkt te veel alcohol: je wordt in je ontwikkeling bedreigd. Als de ouders niet meewerken, dan staat de politie bij hen op de stoep.»


Levensdoel: genieten

‘Natuurlijk weet ik dat alcohol slecht is,’ zegt Sarah.

Sarah «Het is slecht voor mijn gezondheid, voor de ontwikkeling van mijn hersenen, voor mijn hart en mijn lever… We krijgen op school echt de hele tijd alcoholpreventielessen. Dit jaar al vier, waarvan één keer een hele dag, met spelletjes en opdrachten en zo. Dan weet je het wel, hoor. Maar ik trek het me niet aan, en mijn vrienden ook niet. Je gebruikt toch maar een bepaald percentage van je hersencellen, de rest hangt er maar wat bij. Het enige wat ons wél kan schelen is dat je van drank dik wordt. Ik worstel met mijn gewicht, en vriendinnen van mij willen ook vermageren. Maar de enige manier om dat te doen is minderen met drank.»

Gerard «Ik weet wat er allemaal kan mislopen met drank, maar ik wil het risico wel nemen. Ik ben niet bang voor de dood, ik wil niet oud worden, en voor mijn dood wil ik nog zo veel mogelijk genieten. Ik wil léven en alles uitproberen. Niet alleen alcohol, maar ook coke, lsd, skydiven… Ik vind niet dat er voor mij een ander levensdoel weggelegd is, behalve genieten.»

Otto «‘Al die risico’s van te veel drinken, mij zal dat wel niet overkomen,’ denk ik dan. En als het toch gebeurt? Pech gehad. Maar dan heb ik wel een mooie tijd achter de rug. Ik sta daar nooit echt bij stil, en daar ben ik blij om. Ik geniet toch maar van het leven. Ik ben jong, nu kan ik doen wat ik wil, later komen de verantwoordelijkheden wel. Dan zal ik wel moeten oppassen, maar nu? Ik heb niets te doen, behalve een beetje werken voor school. Veel doe ik daar niet voor. Ik ben niet de beste van de klas, maar ik kan mee, en dat is voor mij genoeg.»

HUMO Wanneer beginnen de verantwoordelijkheden dan?

Otto «Als ik ga werken. Als ik echt verplichtingen krijg.»

HUMO Ga je dan stoppen met drinken?

Otto «Stoppen niet echt. Maar minderen – niet elke avond ladderzat thuiskomen. Maar nu neem ik het ervan.»

HUMO Weten je ouders dat je zo veel drinkt?

Otto «Mijn moeder weet het wel, maar misschien niet precies hoeveel. Zolang ik op school mee kan en ik ben er als ik er moet zijn, vindt zij het wel oké. Zelf drinkt ze totaal niets, maar mijn vader dronk vroeger ook wat af. Hij was ook van het idee dat je moet doen wat je wilt als je jong bent. Hij vindt het geen probleem zolang er geen aanvaringen zijn met de politie, of iemand in het ziekenhuis terechtkomt. Maar aan comazuipen doen we niet. We kennen onze grenzen allemaal wel. Die grens ligt weliswaar zeer hoog, maar we gaan er nooit over. We kennen nog altijd onze eigen naam.»

HUMO Maar je zoekt die grens wel op.

Otto «Ja. We zuipen nooit tot we erbij neervallen. We zuipen tot we er bijna bij neervallen, en dan stoppen we. Dat is de kunst.»

HUMO Ben je niet bang om later een marginale dronkenlap te worden?

Otto «Neuh… Waarschijnlijk drink ik te veel en volgens de geldende normen ben ik wellicht een alcoholieker. Maar ik beschouw mezelf zeker niet als verslaafd. Dat ben je pas als je alcohol nodig hebt om te kunnen functioneren.»


De jeugd van tegenwoordig

Dokter Hendrik Peuskens (Psychiatrische Kliniek Alexianen in Tienen) vergelijkt het effect van piekdrinken bij jongeren met een jonge boom die door stormweer gaat.

Hendrik Peuskens «Bij één storm buigt zo’n boompje flink door. Dat betekent nog niet dat die boom voor altijd scheef zal groeien. Maar staat hij constant in de wind – létterlijk – dan krijg je hem nooit meer helemaal recht.

»Ik ben voorstander van het optrekken van de minimumleeftijd van 16 naar 18 jaar. Voor de bekabeling van de hersenen helemaal af is, hou je jongeren beter zo ver mogelijk uit de buurt van alle verslavende middelen. Er zijn vier Europese landen die nog de grenzen van 16 en 18 jaar hanteren. Alle andere grote landen zijn naar de grens van 18 opgeschoven, dus in België hinken we achterop. We kiezen qua alcohol nog altijd voor de ‘niet te veel betuttelen’-aanpak.»

'Ik drink vijftien à twintig blikjes bier op een avond. Denk ik toch'

Van der Lely «Er is niks mis met het product alcohol. Dat is al duizenden jaren oud. Ik drink zelf ook mijn biertje en mijn wijntje. Slechts in drie gevallen is alcohol schadelijk: als je veel drinkt, als je vaak drinkt en als je op jonge leeftijd drinkt.

»Ik was vorig jaar uitgenodigd op het politiebureau van Rome. Daar leerde ik dat Italiaanse kinderen op hun 14de al wat witte wijn krijgen bij de pasta, vaak aangelengd met water. Maar ze drinken het alleen op bijzondere momenten. Als je in Italië dronken over straat loopt, dan ben je een loser, want dan ga je slecht met alcohol om. Vergelijk dat met hoe we in Nederland en België met alcohol omgaan en je weet: er is hier een cultuurprobleem. We drinken de klok rond. Eén biertje is niet erg, alleen: niemand drinkt hier één biertje. Er is iets volledig ontspoord. Het is tegenwoordig niet ‘huisje, boompje, beestje’, maar ‘huisje, boompje, biertje’. Drinken mag, maar doe gewoon even normaal met alcohol.»

HUMO Wat is er zo leuk aan dronken worden, Sarah?

Sarah «Ik moet om alles lachen, ik heb geen angsten meer, ook niet over wat mensen van mij vinden. En ik amuseer mij. Dan dans ik, en ga ik naar jongens toe en zoenen we. Fuiven zijn toch bedoeld om mensen random binnen te doen en te dansen?»

HUMO Heb je het gevoel dat je je niet kunt amuseren zonder alcohol?

Sarah «Iederéén van mijn vrienden – ik ook – heeft dat idee. Terwijl ik het soms ook heel raar vind om zo te denken op je 15de. Af en toe heb ik gewoon zin om eens naar de film te gaan met een vriendin zonder dat er drank aan te pas komt. Maar dat gaat niet, want dan zegt die vriendin: ‘Gaan we voor de film met een fles naar het park en nadien nog op café?’ Ik kan eigenlijk niet meer met vriendinnen afspreken zonder dat er gedronken wordt. Betalen is geen probleem, ik heb genoeg zakgeld. Maar er zijn soms avonden dat ik me voorneem om niet te drinken, en je ze ziet denken: ‘Pff, ze drinkt niet, wat een trut.’ En ik voel me dan ook niet zo op mijn gemak en denk dan dat zij het veel leuker hebben dan ik. Dan ga ik vroeg naar huis. Andere dagen denk ik dan weer: ‘Ik wil me amuseren, wat is daar mis mee?’

»(Filosofisch) De jeugd van tegenwoordig, dat is echt niet oké. Als ik erover nadenk dat wij in het derde of het vierde middelbaar al zo veel drinken… Dat is toch niet normaal? We gaan ook naar studentencafés en staan ons dan lam te zuipen met sterkedrank, terwijl we nog niet eens legaal bier mogen drinken. Ik schaam mij altijd als ik daar rondloop tussen al die 20-jarigen. Dan ga ik liever naar een plek waar ik met leeftijdsgenoten kan drinken, daar voel ik me meer op mijn gemak.»

HUMO Zou het voor jou een verschil maken als de leeftijdsgrens voor alcohol naar 18 zou worden opgetrokken?

Sarah «Ik denk het niet. We doen het nu toch ook, terwijl we nog geen 16 zijn. Ik heb zelfs een valse ID waarop ik 17 ben, zodat ik ook op fuiven bier krijg. Een vriendin van een vriendin heeft die voor me gemaakt. Geen echte, maar een foto van een identiteitskaart die ik in mijn smartphone heb zitten. Aan de ingang doe je dan alsof je bang bent dat je je ID zult kwijtraken en dat je er een foto van hebt genomen. Dat werkt.

»Eigenlijk vertel ik dit nu allemaal omdat ik besef dat alcohol ook wel gevaarlijk kan zijn, en dat niemand van mijn vrienden daar echt bij stilstaat. Ik heb een vriendin die echt gek aan het worden is. Ze zuipt zich elke avond lam en in het weekend ook overdag, het is echt overdreven. Soms stuurt ze me via Snapchat filmpjes door van haar en een paar vriendinnen die uitgeteld in het gras liggen, met overal lege flessen amaretto en wodka rond hen. ‘Leuk feestje hier!’ stuurt ze me dan. Ik erger me er soms aan, het is gewoon té, maar ik wil er niet te veel over zeuren want ik wil onze vriendschap niet kapotmaken. En misschien ben ik er door die coma te gevoelig voor geworden.

»Niemand verwacht ooit in een coma te raken, maar als ik zie hoeveel mijn vrienden drinken denk ik: binnenkort gaat er één te ver. Ik heb het hen wel al eens gezegd, maar ze halen hun schouders op. En dat begrijp ik ook wel. Mij hebben ze vroeger ook gewaarschuwd, en ik geloofde het ook niet.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234