BK Veldrijden: Eis Nys!

'De scherpte is weg bij Sven Nys', zo stond het op tweede kerstdag in de krant. Getekend: Erwin Vervecken. Wat was er gebeurd? Na Igorre, Essen en Overijse had Nys ook de Superprestige-veldrit in Diegem niet kunnen winnen. Daags nadien, in Wachtebeke, beet de wereldkampioen opnieuw in het zand. Was de Onoverwinnelijke eindelijk weer op aarde neergedaald? Weer een gewoon mens geworden, na twee jaar van Merckxiaanse heerschappij?

Nee dus. Want twee dagen later kopte de krant alweer vrolijk: 'Wereldkampioen oppermachtig in Hofstade - Nys snoert concurrenten de mond'. En nog eens twee dagen later: 'Nys vernedert tegenstand in Loenhout.'

Ja, zo gaat dat in het veldrijden: als je niet iedere dag opnieuw schittert, vrijelijk je kunstjes vertoont, tien hoog op je handen in de dakgoot gaat staan, je achterwaarts in een salto mortale smijt en de tegenstand belachelijk maakt, ben je 'op de terugweg', 'is er wat aan de hand' en gaan 'de alarmklokken luiden'. Het lijkt de journalistiek wel.

En zo komt het, folks, dat ik tussen kerst en nieuw zelf op onderzoek trek, richting wereldkampioen. De in winterse duisternis gelegen villa van Sven Nys ligt flink ver van de dorpskom en wordt afgesloten door een vervaarlijk hek. Als ik aanbel, word ik na enkele zoem- en piepgeluiden doorgeschakeld naar een telefoontoestel dat klinkt alsof het aan de andere kant van de wereld staat: 'Dit is de leugendetector van Isabelle Nys. U zult op enkele zeer gerichte vragen dienen te antwoorden om mijn waarheidsproef te doorstaan...'. Typische coureurschic.

Ik schreeuw mijn naam, maar er gebeurt helemaal niets. Daar sta ik dan, in the middle of nowhere genaamd Baal. Het kan toch niet dat de Sven aller Svennen, die mij vorig jaar zo vriendelijk en uitgebreid te woord heeft gestaan, mij nu laat stikken! Ik maak al aanstalten om weer naar mijn auto te lopen, maar plotseling wordt er in de villa een licht aangestoken, en enkele tellen later schuift het hek langzaam opzij. De voordeur draait open en daar staat hij dan, in volle glorie, helemaal in het wit en blozend van gezondheid: Sven Nys, de beste veldrijder van zijn generatie.

SVEN NYS « Ik was net een dutje aan het doen. In tien dagen tijd rij ik acht crossen: iedere vrije minuut kruip ik onder de wol.»


HUMO Toen ik je vorig jaar interviewde, stond je aan de vooravond van een werkelijk fabelachtige periode. Tien dagen later werd je met sprekend overwicht Belgisch kampioen, en nog 's drie weken later, in het Duitse Sankt-Wendel, werd je eindelijk wereldkampioen. Ik herinner mij dat je in die tijd wel 's op je borst stond te roffelen, roepende: 'De nieuwe Sven Nys staat klaar!' En die nieuwe Sven Nys is er inderdaad gekomen.

NYS « Ik blaakte van zelfvertrouwen, er was echt geen deuk in te krijgen, toen. In de aanloop naar het WK had ik zowat alles gewonnen wat er te winnen viel. Ik geloofde totaal in mezelf, ik wist zeer zeker: 'Nú gebeurt het.' En alles is in de plooi gevallen (lacht verzaligd)


HUMO Mensen die het kunnen weten, beweren dat 'de nieuwe Sven Nys' eigenlijk het resultaat is van je samenwerking met je coach, Paul Vanden Bosch.

NYS « Paul had er zeker veel mee te maken. En Isabelle, natuurlijk, en Thibau, mijn zoontje. Toen je mij interviewde, had ik de grootste stap al gezet: in de koers deed ik wat ik wilde. De wereldtitel was de kers op de taart, de ultieme bevestiging van wat ik écht kon.»


HUMO Het Belgisch kampioenschap haalde je zonder slag of stoot binnen, maar het WK was andere koek. De faalangst bleef blijkbaar tot de laatste kilometers aanwezig. De omloop lag er spekglad bij en heel Vlaanderen zat voor de buis roepen: 'Dat hij toch maar niet valt...'

NYS « Dat WK gaf wellicht een beetje een vertekend beeld, zeker op tv. Op dat gladde parcours zou het kleinste foutje ongenadig zijn afgestraft. In plaats van er een individueel nummertje van te maken, diende ik iedere ronde opnieuw in de aanval te gaan om mijn concurrenten af te matten. Maar ik ben geen enkel moment in paniek geweest.»


HUMO Op een bepaald moment reed je lek.

NYS « En zelfs toen heb ik niet getwijfeld. De hele koers lang zong het in mij: 'Het zal lukken en het móét lukken en het gáát lukken.' Ik heb die titel niet gewonnen door flair of tactiek, ik heb de concurrentie gewoon kapotgemaakt. Schitterend!»


HUMO Na de race leek het of er een last van je afviel. Je was ongelooflijk blij, en je riep in de microfoon van iedere verslaggever: 'Vanavond drink ik mij een stuk in mijn botten!'

NYS « Dat klopt (lacht). Maar ik heb het uiteindelijk niet gedaan. Want zo zit een kampioen in elkaar: je wint een koers, je steekt je armen in de hoogte, even is er dat zeer hevige genot, en daarna denk je al aan de koers van morgen.

» Als ik het toch op een zuipen had gezet, had ik mezelf geweld aangedaan. Ik zou het niet voor mezelf hebben gedaan, maar voor de anderen, voor de omgeving, voor de journalisten ook. Zo van: 'Ik heb gezegd dat ik ga drinken en nu dóé ik het ook.' Maar dan speel je een rol in het stuk van de anderen, en niet de hoofdrol in je eigen stuk. Nee?»


HUMO Zo denk ik er precies over, Sven. Maar ga verder.

NYS « De grootste druk komt niet uit jezelf, maar van de anderen. De kranten maakten er graag een hype van: 'Zal Sven Nys dan nooit wereldkampioen worden?' Terwijl ik zelf best kon leven zonder die titel: diep in mijn hart wist ik allang dat ik de beste veldrijder van de wereld was. Maar er was altijd die 'maar...'. En van die 'maar...' wilde ik af (grijnst)


HUMO Die week na Sankt-Wendel leek je op wolkjes te leven.

NYS « Ja, dat was pure euforie. Intens genieten. Ik mocht naar de koning, ik ging op bezoek bij ministers, tussendoor probeerde ik nog wat te trainen en te rusten. En toch bleef ik de beste: een heel aangenaam gevoel.»


HUMO Hoe verliep dat contact met koning Albert? Was dat formeel, of heb je een heus dieptegesprek met hem gevoerd?

NYS « Eerlijk gezegd: ik hechtte niet veel belang aan die ontmoeting, en ze is me ook nauwelijks bijgebleven. Ik bedoel: ik ben blij dat ik de koning heb gesproken, maar het was geen hoogtepunt in mijn leven. We hebben wat over het crossen gepraat, en dat was het dan.»


HUMO Kent Albert iets van de cross?

NYS « Nauwelijks. Van het wegrennen weet hij veel meer (lacht)


De verzuring

HUMO Het is een publiek geheim dat Sven Nys een trainingsbeest is. 'Ik maak mijn seizoen in de zomer,' heb je altijd geroepen. Was dat in 2005 ook zo? Ik kan me voorstellen dat je, na alle feestelijkheden die bij je wereldtitel hoorden, met wat minder overtuiging opnieuw aan de slag bent gegaan.

NYS « Net níét. Ik dacht juist: nu moet je laten zien dat je die trui waard bent, Sven. Ik heb me alleen veertien dagen Cuba en één week skivakantie gepermitteerd. Daar heb ik mij perfect kunnen ontspannen, en de fiets is een volle maand op slot gebleven. Maar daarna ben ik er weer ingevlogen.»


HUMO Een echte cross, dat is: een vol uur à fond gaan, zestig minuten in het rood. Toch bereid je die koersen op een heel andere manier voor: door net zoveel kilometers te malen als een wegrenner.

NYS « Met de training voor dit seizoen ben ik al in de laatste week van maart 2005 begonnen. Sindsdien heb ik vele duizenden kilometers afgemalen. Dat zijn monotone dagen, hoor: altijd maar op de fiets, de blik op oneindig en stoempen-stoempen (lacht). In de zomer had ik minstens één en soms twee dagen in de week dat ik meer dan 200 kilometer reed. Veel krachttraining, op je voeding letten, zorgen dat de vakantiekilo's er meteen weer afvliegen, je lichaam medisch laten testen: met de jaren is het een gewoonte geworden. Maar als je iemand dit leven tegen zijn zin zou opleggen, zouden ze van slavenarbeid spreken.»


HUMO Bot met zo'n slavenregime je explosiviteit niet af?

NYS « Nee. Stel dat ik zuiver op dat éne uur cross zou trainen, dan zou ik mijn conditie na twee, drie weken competitie al achteruithollen. Door duizenden kilometers te trainen, leg je een stevig plateau onder je basisconditie. Als je dan 's een minder dagje hebt, kun je daarop terugvallen.»


HUMO Is dat de reden dat je er in bijna alle crossen zo hevig tegenaan kunt gaan?

NYS « Absoluut. Op het eerste gezicht lijkt veldrijden niet zo'n zware sport: de koers duurt niet meer dan één uur. Maar in dat éne uur rij je bijna voortdurend met verzuurde benen. Die verzuring rij ik er na afloop altijd weer uit. Desnoods op de rollen, achterin mijn mobilhome, onderweg naar huis, met mijn vader aan het stuur. Losrijden en eens goed zweten, zodat alle afvalstoffen uit m'n lichaam worden gedreven en ik diezelfde avond al voor een groot deel gerecupereerd ben.

(mijmerend) » Dat is misschien wel mijn grootste wapen: ik recupereer ontzettend snel. Anders kun je onmogelijk acht koersen in tien dagen rijden. Als ik 's zaterdags en 's zondags een veldrit heb gereden, durf ik op dinsdag al een zware trainingsrit in te lassen. Renners met een mindere conditie hebben minstens één dag méér nodig om te herstellen. En zo is de cirkel rond: hoe sneller je recupereert, hoe sneller je weer aan de trainingsarbeid kunt, hoe beter je conditie wordt.»


HUMO Naast een superveldrijder ben je ook een behoorlijk wegrenner. Is zo'n klassieker als Parijs-Roubaix niet vijf, zes keer harder dan één zware veldrit?

NYS « Nee. Eigenlijk kun je die twee niet vergelijken. In een klassieker rij je je energievoorraad langzaam en grondig leeg: je verbrandt vooral suikers en vetten. Als crosser zit je voortdurend in zuurstofschuld, met een hartslag van 180, 185. Na dat uur weet je met jezelf geen blijf van de pijn in je benen. Dat is een heel ander gevoel dan je bak vijf uur lang leegrijden en met een ram van een honger thuiskomen.»


HUMO Een vol uur à bloc. Jij moet fantastisch zijn in bed, Sven.

NYS (schiet in de lach) « Ach, iedere gezonde jongen zal in bed zijn weg wel weten te vinden, veronderstel ik. Jammer dat Isabelle niet thuis is, anders kon je het háár vragen.»


Vuile Hollander!
HUMO Laten wij het voor de verandering even over de zaak-Wellens hebben. In Overijse deelt een moegetergde Bart Wellens, onder het oog van de camera's, een karatestamp uit aan één van jouw supporters. De volgende dag schreeuwen de commentatoren moord en brand.

NYS « Ik vind: beide partijen, het kamp Wellens en het kamp Nys, hebben fouten gemaakt. Maar persoonlijk heb ik met die zaak niets te maken. Kan ik het helpen dat ik supporters heb die tegen Bart Wellens zijn?»


HUMO Tijdens de koers had Bart Wellens je verwittigd: 'Sven, die mannen van jou zijn weer bezig...'

NYS (hulpeloos) « Wat had ik moeten doen? Afstappen en mijn supporters vermanend toespreken? Dat kan toch niet.

» Kijk, die supporters hadden gedronken en ze zijn over de schreef gegaan. Helemaal fout. Maar heetgebakerde supporters horen nu eenmaal bij de sport, en zeker bij de cross. Zolang ze niet beginnen te slaan of te schoppen of te duwen of met modder te gooien, kan ik daarmee leven.

» Maar Bart blijkbaar niet: hij is door het lint gegaan. Ik begrijp dat, hoor: kort voordien was hij tegen de grond gegaan en had hij een moeilijk moment meegemaakt. Als dan bij iedere doortocht diezelfde supporter tegen je staat te brullen, tja, dan kan het je plotseling allemaal te veel worden.

» Bart heeft nu spijt van zijn karatestamp, maar als nuchtere waarnemer moet je concluderen dat het erover was. Stel dat daar toevallig een kleine jongen staat die de pinnen van zo'n veldrijdersschoen midden in z'n gezicht krijgt. Ik mag er niet aan dénken.»


HUMO Je zegt dat je boven het supportersgetier staat. Maar ik veronderstel dat ook jij al wat hebt moeten slikken?

NYS (lacht) « En of! Onvoorstelbaar wat je zoal naar het hoofd geslingerd krijgt: 'Smeerlap! Klootzak! Vuile Hollander! Kaaskop! Koers voor je eigen land!' Nogal wat Belgische supporters nemen het mij kwalijk dat ik voor een Nederlandse ploeg rij, snap je. Het gekke is: 't zijn altijd dezelfden. Onderhand weet ik al op voorhand wie er zal gaan schelden. Maar... ik weiger die mensen aan te kijken. En hun woorden gaan het éne oor in en het andere weer uit. Het raakt mij niet. 't Zijn mensen van een laag niveau.

» Hoe goed je ook bent, er zullen altijd supporters bestaan die tegen je zijn. Zelfs Eddy Merckx had in zijn gloriedagen hevige tegenstanders, mensen die 'm zijn overmacht niet gunden.»


HUMO Bart Wellens heeft duidelijk een ander temperament dan jij.

NYS « Bart is daarom geen slechter mens dan ik. Maar hij is wél opvliegender.»


HUMO Na de koers hebben jullie overleg gepleegd. Jullie hebben zelfs samen een persconferentie over het incident gegeven.

NYS « Nog tijdens de cross hadden we erover gesproken. 's Avonds belde Bart mij: hij wilde dat we samen een brief opstelden, maar dat bleek uiteindelijk niet zo'n goed idee. Toen kwam hij met het voorstel van die persconferentie. Ik dacht nog: wat heb ik mij met die zaak te bemoeien? Maar aan de andere kant leek het mij verstandiger om open kaart te spelen. Op die persconferentie heb ik gezegd: 'Bart, je was fout.' Wat hij meteen toegaf. En vervolgens heb ik mij tot de supporters gericht: 'Mannen, blijf alsjeblieft kalm. We staan voor de drukste periode van het jaar. Maak de cross niet kapot.' Ik voel mij als wereldkampioen moreel verplicht het belang van het veldrijden te verdedigen.»


HUMO Noblesse oblige? Als patron móét je een standpunt innemen?

NYS « Voilà. Als je Sven Nys heet, hoor je het goede voorbeeld te geven.»


HUMO Kén je de man die Wellens het bloed onder de nagels vandaan heeft gepest?

NYS « We weten om wie het gaat. Ik ken hem niet van zien, ik weet alleen dat hij geen lid van mijn officiële supportersclub is. Hij reist dus niet met onze bussen mee. Nou ja, er staan op zo'n cross duizenden mensen langs de kant.»


HUMO Enkele jaren geleden verkocht Richard Groenendaal al eens een klap aan een man die hem de hele cross lang had staan sarren. Misschien heeft jullie hoge benaderbaarheid ermee te maken: in geen enkele andere sport is de afstand tussen supporters en renners zo klein.

NYS « En dat wil ik graag zo houden, want het is één van de grote charmes van de cross. Stel dat er nog eens zo'n incident gebeurt, en nog één, en nog één - dat het hooliganisme naar het veldrijden overslaat. Dat zou het einde van de cross betekenen, vrees ik.

» Het zou al te gek zijn als onze sport wordt kapotgemaakt door een paar idioten. En het zijn er maar een paar, geloof me. Het overgrote deel van de supporters weet zich te gedragen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234