null Beeld

Blade Babe Marlou van Rhijn: 'Ik wil dat ze eerst naar mijn gezicht kijken, en dan pas naar mijn benen'

Ze is de snelste vrouw zonder benen ter wereld: op haar blades verovert ze het ene wereldrecord na het andere. Ze is hét gezicht van de paralympische sport, en sinds kort ook dat van Nike, dat haar uitkoos voor zijn reclamecampagne naast iconen als Roger Federer, Tiger Woods en Cristiano Ronaldo. Vergeet Oscar Pistorius: hier is Blade Babe Marlou van Rhijn.

Op de Paralympische Spelen van Londen in 2012 scheen de ster van Marlou van Rhijn (23) voor het eerst: ze haalde goud op de 200 meter en zilver op de 100 meter. ‘Alleen omdat mijn concurrente over de streep viel, was ze 0,06 seconden sneller,’ vertelt ze in haar woonplaats Purmerend, ten noorden van Amsterdam. Hardlopen doet ze omdat ze het graag doet, én omdat ze van het applaus houdt.

Marlou van Rhijn «Als kind al wilde ik musicalster worden, gewoon actrice volstond niet (lacht). Daarom presteer ik ook zo goed in volle stadions. Winnen vind ik heerlijk, daarin ben ik zelfs arrogant. Ik heb het ook voor psychologische oorlogvoering: ik geniet als iedereen in de call room voor de wedstrijd vet zenuwachtig is en ik er lachend rondloop.»

Er is veel veranderd sinds Londen: eindelijk krijgen de paralympiërs aandacht en erkenning. Vroeger mochten ze pas aantreden als de stadionlichten van de Olympische Spelen waren gedoofd, maar in Londen zag de hele wereld dat ook zij professionele topsporters zijn. Zelf is Marlou van Rhijn sindsdien een rolmodel.

Van Rhijn «Ik heb mezelf nooit zo neergezet, hoor. Maar als mensen mij zo willen zien, vind ik dat een groot compliment.

»Ik besefte wel meteen dat ik er iets mee kon. Zo krijg ik nu een podium om te zeggen dat er geen verschil is met valide atleten, want er mag best wel meer integratie zijn in onze maatschappij.»

HUMO Hoe ver staan we daarmee?

Van Rhijn «Een lastige vraag. Het gaat de goede kant uit, maar het kan beter: een gehandicapte moet niet zielig zitten wachten tot ze hem het stoepje op helpen, en omgekeerd hoeft er geen medelijden getoond te worden. Maar op het Nationale Sportgala heb je prijzen voor de Sportman en de Sportvrouw van het Jaar, én daarnaast voor de beste gehandicapte sporter. Dat vind ik onzin: ik ben toch gewoon een sportvrouw?»

HUMO Op dat Sportgala verscheen je in een witte jurk met korte snit, waardoor je protheses goed zichtbaar waren. Was dat een statement?

Van Rhijn «Ik durf niet meer te zeggen van niet, maar ik vond het gewoon een mooie jurk (lacht). Ik kon ook op pumps lopen, dankzij de man die de protheses van Heather Mills maakt (model en ex van Paul McCartney, red.). Ik vind het wel belangrijk om er mooi uit te zien op zulke gelegenheden, en er bijvoorbeeld niet rond te lopen op carbonbuisjes met voeten eronder. Dat begrijp ik niet: juist dan kijken de mensen eerst naar je benen, en daarna pas naar jou – daar heb ik echt een hekel aan. Mijn benen lijken net echt, je ziet zelfs aderen, en ze hebben tenen met nagels.»


Een voetje af

Marlou van Rhijn werd geboren met fibula-aplasie: de kuitbenen ontbraken, en haar voeten waren vergroeid.

Van Rhijn «De dokters vertelden mijn moeder dat ik nooit zou kunnen lopen, maar zij dacht er anders over. Toen ik een half jaar oud was, zei ze: ‘Marlous hersenen willen dat ze loopt, dus moeten we er iets op vinden.’ Ze heeft er zelf voor gezorgd dat ik een soort spalkje kreeg, want in de medische wereld was er niks voorhanden. Mijn moeder heeft me nooit zomaar in een rolstoel gezet. Nee, ze hamerde er voortdurend op dat ik zelfstandig moest worden.»

HUMO Nog meer bij jou dan bij je zus of je broer?

Van Rhijn «Ook bij hen. Ik kom uit een familie van ondernemers: niet afhankelijk zijn van anderen zit in ons bloed. Maar dat was in mijn geval natuurlijk niet vanzelfsprekend: ik zou aanvankelijk niet eens kunnen lopen, hè. Ze zei ook: ‘Je moet je aanpassen aan de maatschappij, want die past zich niet aan jou aan.’ Veel mensen vonden mijn moeder trouwens erg hard voor mij. Ik weet nog hoe ik aan zee altijd mekkerde dat ze me uit het water moest komen halen – ik was nogal een drama queen (lacht). ‘Kom zelf maar terug,’ riep ze dan. Waarop de mensen rondom ons: ‘Dat kun je dat arme gehandicapte meisje toch niet aandoen?’ Maar zij vond dat ik het moest leren, want over een paar jaar zou ze me niet meer kunnen tillen. Daarvoor ben ik haar heel dankbaar: ze is echt mijn held. Stel dat ze me iedere keer had getild, dan weet ik niet wat er van me geworden was.»

HUMO Op een bepaald moment werd besloten om je voeten te amputeren.

Van Rhijn «Eerst mijn rechtervoet, toen was ik 5 jaar. Het was een praktische beslissing: hij groeide te veel naar buiten. Op mijn elfde besloten we hetzelfde te doen met mijn linkervoet.»

HUMO Werd je daarin geconsulteerd?

Van Rhijn «De tweede keer wel. Ik vond zelf ook dat er iets moest veranderen: met mijn rechterbeen liep ik dankzij een prothese gewoon beter. Tot opluchting van mijn moeder nam ik dezelfde beslissing als zij zes jaar eerder, ergens zat ze met de angst dat ze met die eerste amputatie een fout had gemaakt. Nu weten we dat het de beste en ook de enige optie was. In het buitenland zouden ze het trouwens veel sneller gedaan hebben.»

HUMO Hoeveel moeite kostte het om de knoop door te hakken?

Van Rhijn «Het is niet gemakkelijk: je speelt een stukje van je lichaam kwijt, en dat is een raar idee. Ik heb al mijn zenuwen nog, waardoor het soms lijkt alsof ik nog met mijn tenen kan wiebelen. Fantoompijn ken ik niet, maar onlangs schrok de dokter toch toen ik zei dat ik pijn had aan mijn kuit (lacht). Bleek dat er nog een stukje van mijn kuitspier in mijn been zat, en die was door de knelling in mijn blade overbelast geraakt.»

HUMO Had je moeite om je handicap te aanvaarden?

Van Rhijn «Nee. In mijn hoofd ben ik niet gehandicapt: als ik een zeldzame keer mijn rolstoel gebruik, is dat net zo vreemd voor mij als dat voor jou zou zijn. Ik merk natuurlijk wel dat ik anders ben, dat zal ik ook nooit ontkennen. Maar dat ik geen benen heb, is voor mij geen issue, al kan ik dat sommige mensen niet aan hun verstand brengen.»

HUMO Moest je je nooit stoerder voordoen dan je was? In de gymles, bijvoorbeeld?

Van Rhijn «Daar wel. Ik mocht nooit meedoen, iedere keer opnieuw moest ik voor scheidsrechter spelen – dat verhaal hoor je trouwens bij elke gehandicapte sporter. Ik vind het nog altijd heel kwalijk van die leraar. Daardoor kwam ik er ook pas op mijn twaalfde achter dat ik veel talent voor sport had. Maar gepest werd ik nooit, vooral dankzij mijn vrienden – allemaal jongens, trouwens. Als je anders was, vonden ze dat net cool. Dat ik met zo’n vreselijk wit gehandicaptenbusje naar school kon komen, bijvoorbeeld. Dat was eigenlijk niet nodig, maar ik ben nogal lui aangelegd – ik ben niet voor niks sprinter geworden, hè. Dus liet ik me met dat busje naar huis brengen en zij reden stiekem mee, terwijl ze er eigenlijk niet in mochten. Als ik er zo over nadenk, heb ik best wel van mijn handicap genoten (lacht).

»Zielig heb ik me nooit gevoeld, maar dat komt door mijn opvoeding. Ik draag in de zomer korte jurkjes of een bikini: ik heb geleerd om te gaan met die starende blikken. Ik begrijp het ook wel: als ik zelf op straat iemand met pakweg een enorme bult zie, blijf ik ook staan kijken. Het positieve aan de paralympische beweging is dat mensen aan protheses kunnen wennen. Daardoor is het niet meer zo interessant. Kinderen stellen zich er weinig vragen bij, merk ik.»

HUMO Bij jou is er geen verborgen tragiek.

Van Rhijn «Nee, al blijft iedereen wel doorvragen. Natuurlijk was de amputatie van mijn voeten niet leuk. Maar om het daar nu de hele tijd over te hebben... In Nederland hebben we de drang om alles te zeggen, maar een beetje schroom kan soms geen kwaad. Ik ben mijn handicap niet: ik ben een atlete, en dáárom moet je mij interviewen. Ik wil me ook helemaal niet bewijzen omdát ik een handicap heb, wel omdat ik hard kan rennen. Het is geen gevecht tegen mezelf, maar tegen zeven andere mensen.»

HUMO Het is de buitenwereld die aangeeft dat er een verschil is.

Van Rhijn «Precies. Maar de paralympische sporters hebben daar zelf ook in gefaald, vind ik. Onlangs was ik op een feest waar opnieuw het beeld werd opgehangen van de zielige gehandicaptensporter die ondanks alles toch de top bereikt, dankzij zijn vechtlust en zijn doorzettingsvermogen. Gelukkig kwam er iemand naast me zitten die hetzelfde dacht als ik: ‘Dit kan toch niet, zo zien we de gehandicaptensport al lang niet meer.’ Ik wil ertoe bijdragen dat het publiek mijn sport serieus neemt, al denken ze daar bij de NOS nog altijd anders over. Onze grote Mart Smeets zei letterlijk: ‘Wij mensen willen dit niet op televisie zien.’ Die uitspraak vond ik heel eng.

»Hun eerste vraag is ook altijd: ‘Is dit nou topsport of niet?’ Als je naar mijn wedstrijden kijkt, dan zíé je dat het topsport is. Mocht ik nu 20 kilo zwaarder wegen en tijden rond de 15 seconden lopen, tot daar aan toe. Als ik een wereldrecord loop zal het ook nooit in het sportjournaal zitten, zij zien het als maatschappelijk nieuws. Daarom vind ik het zo mooi dat Nike mij heeft uitgekozen voor hun commercial – zij erkennen mij wel.»

HUMO Dat je er goed uitziet, zal ook wel meegespeeld hebben.

Van Rhijn «Klopt, met een bult op mijn hoofd hadden we hier niet gezeten. Toen ik de eerste keer op tv kwam, had niemand op Twitter het over mijn prestaties, wel over mijn uiterlijk. Daar was ik wel door gecharmeerd, net als door mijn bijnaam Blade Babe (naar analogie met Blade Runner, de bijnaam van Oscar Pistorius, red.). Blijkbaar wist niemand dat gehandicapte mensen er ook goed kunnen uitzien, en denken ze meteen aan iemand die kwijlt.»


Vrouwelijke Pistorius

HUMO Ik sprak ooit met Oscar Pistorius, een bijzonder innemend man. Twee jaar geleden schoot hij zijn vriendin in onduidelijke omstandigheden dood. Kwam dat des te harder aan omdat hij zo sympathiek was?

Van Rhijn «Ja, want ik was zo onwijs fan van hem. Nog steeds heb ik bewondering voor wat hij als atleet heeft bereikt. Hij heeft onze sport zichtbaar gemaakt, deuren geopend en mensen een doel gegeven.»

HUMO Hij liep de 400 meter in 45,07 seconden, een absolute toptijd.

Van Rhijn «Hij was waanzinnig goed. Hij werd beoordeeld op zijn tijden, niet over hoe en wanneer zijn benen geamputeerd waren. Door hem werd je sneller geaccepteerd als paralympische sporter, het ging niet meer om het zielige verhaal eromheen. Ik wil mijn sport op dezelfde manier uitdragen, en op dezelfde manier mensen inspireren.»

HUMO Heb je hem ooit ontmoet?

Van Rhijn «Een paar keer zelfs. Ik kon geen woord uitbrengen, ik zat maar wat te giechelen – echt gênant, want hij is best wel een knappe man, hoor (lacht).

»Het is vreselijk wat hij heeft gedaan. Ik heb soms het gevoel dat ik het er niet over mag hebben, anderzijds vind ik dat je niet terzijde mag schuiven wat hij allemaal voor de sport heeft verwezenlijkt. Daarvoor blijf ik bewondering hebben, hoe slecht hij als mens ook mag zijn. Positief vind ik wel dat de paralympische sport overeind is gebleven, zelfs al is haar boegbeeld weggevallen.»

HUMO Neem jij nu zijn plaats in als de nieuwe Pistorius?

Van Rhijn «Nee, dat is onmogelijk: Oscar was te groot om in zijn voetsporen te kunnen treden. Als je het me drie jaar geleden had gezegd, had ik het een groot compliment gevonden. Nu heeft het een nare bijsmaak: ik ben Oscar niet, en ook niet zijn vrouwelijke tegenhanger.»

HUMO Deel je zijn ambitie? Wil jij deelnemen aan wedstrijden met valide atleten?

Van Rhijn «Mijn ambitie nu is gouden medailles winnen op de Paralympische Spelen van Rio de Janeiro in 2016. In Nederland ben ik voor een gemengde sport, anders zou ik geen wedstrijden kunnen lopen. Maar als ik heel eerlijk ben, weet ik niet of het wel eerlijk is om tegen valide atleten uit te komen. Mijn tijden komen nog niet in de buurt van die van hen, het scheelt toch nog een paar seconden.»

HUMO Heb jij een voordeel van de blades?

Van Rhijn «Ik denk het niet: bij Pistorius zijn er testen geweest en toen bleek dat er zowel voordelen als nadelen waren. Het Internationaal Sporttribunaal oordeelde dat het niet oneerlijk was tegenover atleten met twee benen. Maar omdat ik twijfel, wil ik het niet doen. Ik kan er ook niet over oordelen: ik loop geen 11 seconden op de 100 meter (haar huidige record is 12,96 seconden, red.). En stel dat ik het ooit wel zou kunnen, dan zou ik het maximum bereikt hebben en zou ik wellicht eerder stoppen dan per se aan de reguliere Spelen te willen deelnemen. Ik droom vooral van meer concurrentie in de paralympische sport, want daar was Oscar eigenlijk naar op zoek. Dat zou de sleutel zijn tot nog meer uitstraling, dan zijn we van al die negatieve reacties af en zijn we niet langer het ondergeschoven kindje.»

HUMO Toen Pistorius toptijden begon te lopen, vonden de valide atleten hem plots niet meer zo sympathiek.

Van Rhijn «Dat is me ook al overkomen. Toen ik op een meeting een wereldrecord liep, kreeg ik er de prijs voor de beste prestatie. Dat de organisatie dat erkende, vond ik een serieuze stap in de goede richting. Maar toch ontstond er weer een nare, persoonlijke discussie: sommigen vonden mijn wereldrecord als gehandicaptensporter niet waardevol genoeg, ze zagen liever zichzelf met hun persoonlijke besttijd bekroond.»


Liefde op de piste

Voor de foto’s verhuizen we naar de atletiekbaan waar Van Rhijn traint. Ze haalt haar blades boven: hightech carbon, maatwerk met een prijskaartje van 6.000 euro per paar.

Van Rhijn «Daar wil ik iets aan doen, want niet iedereen kan dat bedrag neerleggen. Daarom wil ik de blades commercieel interessant maken voor bedrijven, zodat ze naast de gewone spikes in de winkel liggen. De hoge prijs zit hem in de koker, die op maat wordt gemaakt zodat de stomp er perfect in past. Die heb je sowieso al voor je prothese, en als je er dan één extra krijgt van het ziekenfonds, moet je enkel nog de blade zelf kopen.»

Ze wisselt haar protheses voor de blades. ‘Geen stompies in beeld,’ zegt ze half lachend, half ernstig. Het volgende halfuur zal ze de hele tijd staan wiebelen, stilstaan blijkt onmogelijk. Ze vertelt hoe het voelde om op haar 18de voor het eerst te kunnen lopen.

Van Rhijn «Het ging alle kanten op, ze moesten me bij de hand nemen (lacht). Ik had tot dan heel stijve protheses: als ik moest lopen om de bus te halen, had ik net zo goed kunnen wandelen, want sneller ging het niet. Maar met mijn blades merkte ik dat wat mijn hoofd wilde, mijn benen ook deden. En dan dat gevoel van snelheid, met de wind door je haar – dat was echt heel cool. Als ik het filmpje ervan terugzie, merk ik hoe langzaam ik liep, terwijl ik naar mijn gevoel echt vloog (lacht).»

HUMO Technisch gezien is het niet vanzelfsprekend om ermee te lopen.

Van Rhijn «De balans is het belangrijkste: met blades kun je je evenwicht niet zo gemakkelijk corrigeren als met je voeten. Eén misstap en ik lig meteen vijf stappen achter. Die perfecte balans vereist veel training, alles gebeurt vanuit de heupen. En als je moe wordt, verlies je die controle. Veren doen blades niet, zoals weleens wordt beweerd, al heb je wel een soort demping.

»Op blades is niemand sneller dan ik, daarom train ik sinds kort met mensen die twee benen hebben – zij zijn het snelst, en van hen kan ik het meeste leren. De meesten focussen zich op hoe ze de blades sneller kunnen maken, maar daar heb ik afstand van genomen. Ik ben gaan kijken hoe iemand zonder een beperking start en loopt, en van die techniek leer ik enorm. Een voorbeeld: door me meer uit te strekken, zoals elke sprinter hoort te doen, doen mijn blades precies wat ik wil dat ze doen. Dat bewijst dat mijn focus voordien verkeerd lag.

»Er wordt ook wel gezegd dat het een materiaalsport is, maar daar ben ik het absoluut niet mee eens. Mijn vriend Stefan is een wheeler, hij sprint in een rolstoel, en bij hem draait het wel meer om bandendruk en techniek. Hij is enorm gedreven, en ook heel goed.»

HUMO Verliefd geworden op de atletiekpiste?

Van Rhijn «Ja, romantisch, hè. Ik wilde in eerste instantie helemaal geen gehandicapte vriend. Sorry, ik weet het, wat ik nu zeg, klinkt eigenlijk heel erg (lacht). Maar ik ging ook nooit met gehandicapten om, ze wáren er gewoon niet in mijn omgeving. Achteraf dacht ik: ‘Dat is achterlijk, je valt toch op een persoon?’»

We ronden af, en Van Rhijn relativeert nog eens alles, vooral de beladenheid die soms rond haar persoon hangt. Mocht ze niet meer winnen, dan zou ze zich al die moeite en dat harde trainingslabeur niet meer getroosten. Haar leven zou niet stilvallen, want ze heeft nog veel plannen.Van Rhijn «Ik heb het soms wel lastig met sport. Je kunt heel mooie dingen laten zien, maar het is geen hogere wiskunde. Je doet het voor jezelf, en het is fijn als je er iets in bereikt. Sommige mensen slaan erin door: sinds Londen doen ze alsof ik een godin ben. Dat is ook heel raar. Ik ben dolblij als ik over de Spelen kan praten, maar het is toch aan jezelf om met beide voeten op de grond te blijven.»

HUMO Mooi om jou dat te horen zeggen.

Van Rhijn «Ja, ik dacht al dat het raar klonk uit mijn mond (schaterlacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234