Bliksemoverlevers (2): 'Het leek of mijn ogen uit hun kassen kwamen. En mijn rechterarm zat dichtgeplooid'

Een landbouwer wordt van een hooiwagen gebliksemd, hij overlijdt. Een strandredder wordt eveneens geraakt, maar alleen zijn koperen toeter wordt uit z’n hand geslagen, hij blijft ongedeerd. Wat doet de bliksem zoal met een mensenlichaam? Getuigenissen van overlevenden, een bliksemfotograaf en een bliksemdokter.

'Als een blikseminslag zand tot glas kan smelten, wat heeft hij dan met mijn lichaam gedaan?'


Lees ook: Humo sprak met bliksemoverlevers (deel 1) »

Op 30 juli 1994 stond de 53-jarige Rik M. kersen te plukken in een boomgaard nabij Borgloon. Er was onweer in de verte en kort daarop een flits. Zijn buurvrouw zag hoe de kerselaar ‘in een volledige rode schijn’ werd gehuld en hoe de man vier meter hoog werd ‘gekatapulteerd’. Hij had erge brandwonden en kreeg 120 hechtingen. Zijn gouden halsketting werd verpulverd en zat ‘diep in zijn huid gebrand’, tien jaar later zaten er nog altijd goudschilfers onder het litteken. Hem wilde ik interviewen, maar hij is inmiddels overleden. In diezelfde maand juli van 1994 sloeg de bliksem in op hooiers in Arendonk.

Geert Roeymans (toen 22) «Volgens het weerbericht was er die avond kans op onweer. Dat betekende regen en dus wilde mijn toekomstige schoonvader, Gust Slegers, nog tijdig een groot veld hooi binnenhalen. Met drie zijn we die namiddag gaan helpen: zijn buurman Fons Cools, zijn dochter Christel en ik, de aanstaande schoonzoon; we gingen in augustus trouwen.

»Christel bestuurde de maaimachine, dat hooi kwam in blokken en Fons en ik stapelden die blokken met een gaffel op de kar achter de machine. M’n schoonvader stond bovenop die hooikar om alles goed te stapelen. We waren bijna klaar, in de verte hoorden we één of twee donderslagen, het begon lichtjes te regenen en toen kwam die flitsende knal. Het leek of mijn ogen uit hun kassen kwamen en of ik alleen nog een vuurrode schijn kon zien. Daarop zag ik een chaos aan beelden. Ik zag een bekende uit Arendonk die geëlektrocuteerd was geweest en beide benen had verloren en ineens zag ik mezelf ook zonder benen en in een rolstoel, ik moest brede deuren installeren en alles aanpassen in ons nog te bouwen huis.»

Christel sprong van de tractor. Geert en Fons lagen versuft op het veld naast haar vader, die van de hooikar was gebliksemd. Zijn bottines waren ‘uiteengespat’, net zoals de hooipakken, die naar alle kanten waren geslingerd.

'De dokters zeiden me letterlijk: 'Wij weten niet of gij seffens een hartstilstand gaat doen en of ge dit gaat overleven''

Geert «Ik was half verlamd en geraakte niet overeind, ik dacht echt dat ik doodging. Mijn rechterarm was spierwit, die zat helemaal opgeplooid, ik kon hem onmogelijk strekken. Ook de hand aan die arm zat dicht in een vuist, ik kreeg ze niet open. Ik had een derdegraads brandwonde in de lies en later bleken ook mijn urineleiders verbrand. Van mijn schouder tot in mijn lies had de bliksem een patroon getekend, in rood, blauw en zwart (zogenaamde Lichtenbergfiguren, een huidreactie op de stroomstoot red.).

»Familie en buren kwamen toegelopen, één buurman vertelde later hoe het naar verschroeide huid en haren rook. Bij Fons en mij is de bliksem over ons heen gegaan, bij Gust is hij binnengedrongen; hij was er erg aan toe. Een buurvrouw is hem blijven reanimeren tot de ambulance kwam.

»In Arendonk was net een verkeersongeval gebeurd met een gewonde, en die ambulance heeft mij en passant meegenomen. Die mannen wisten niet wat doen. Ze zeiden: ‘Blijf vooral ademen en bij bewustzijn, want wij hebben geen zuurstof bij.’ (lacht)

»Op de spoedafdeling in Turnhout kreeg ik een kalmeermiddel, maar verder krabden die dokters zich in de haren. Ze zeiden letterlijk: ‘Wij weten niet of gij seffens een hartstilstand gaat doen en of ge dit gaat overleven.’ Dat kreeg ik zo te horen!»

'Het leek of mijn ogen uit hun kassen kwamen. En mijn rechterarm zat dichtgeplooid, ik kon hem onmogelijk strekken'


Zwaarmoedig

Geert «Een uur na de inslag kon ik nog altijd geen been bewegen, ook die arm en vuist zaten nog altijd dicht. Pas twee uur later kwam de bloedcirculatie terug en kwam er weer beweging in.»

Na enkele dagen kon Geert het ziekenhuis verlaten, Fons volgde twee weken later. (Schoon)vader Gust Slegers, toen 63, lag zeven weken in coma voor hij stierf. Zijn vrouw moest de boerderij noodgedwongen stopzetten. Het huwelijksfeest van Geert en Christel, gepland in augustus, werd uitgesteld tot het jaar daarop. Een jaar waarin Geert door een ‘soort burn-out’ ging.

Geert «Ik bleef maar met vragen zitten: ‘Wat heeft die bliksem naar ons geleid? Hebben die tractorbanden al rijdende statische elektriciteit opgewekt en heeft dat de bliksem aangetrokken? Wat is er met mijn hersenen gebeurd toen ik die vuurrode schijn zag? En als een blikseminslag zand tot glas kan smelten, wat heeft hij dan met mijn lichaam gedaan?’»

Maanden bleef dat malen, hij raakte uitgeput, werd zwaarmoedig en moest aangepakt worden door zijn huisarts. (‘Ik begreep ineens dat mensen van gepieker zot kunnen worden.’)

'In de broekzak van Geert Roeymans' schoonvader zaten, 'aan elkaar geklonken', geblakerde muntstukken van vijf en twintig frank'

Twee jaar nadien lag hij te zonnen op Gran Canaria en kwamen die Lichtenbergfiguren ineens terug: ‘Ook vies, alsof die bliksem weer op mij was geslagen.’

Geert blijft over het fenomeen lezen. Dokters of piloten zal hij altijd aanspreken op hun ervaringen. En gaat hij skiën in de Alpen, dan hoort hij overal verhalen over blikseminslagen op berghutten en kabelbanen, ‘het houdt mij al drieëntwintig jaar bezig’.

Christel komt thuis. Ze haalt een gewatteerd doosje uit de kast. Daarin geblakerde muntstukken van vijf en twintig frank, die zaten ‘aan elkaar geklonken’ in de broekzak van haar vader.

Nog altijd schrijnt het onbegrip dat ze tegenkwamen: wie gaat er nu hooien bij zo’n weer?

Geert «Zelfs een ziekenhuisverpleegster liet verstaan dat wij het zelf gezocht hadden. Ik heb haar gevraagd: ‘Als het gaat onweren en regenen, laat u dan uw wasgoed buiten hangen?’»

Christel «Het kan je overal overkomen! Diezelfde maand belde een man uit Torhout. Zijn vrouw wilde een mat binnenhalen omdat het ging onweren. Ze bukt zich aan de achterdeur, de bliksem treft haar, op slag dood.»

Drieëntwintig jaar later plooien de arm en de hand van Geert op de meest onverwachte momenten nog altijd dicht.

'Als kind kon ik zelfs praten met de bliksem. Ik zou goud geven om die ontvankelijkheid opnieuw te hebben' Bliksemfotograaf Alex Hermant


Close encounter

Vanuit zijn huis op een heuveltop in Moissac-Bellevue kan hij op heldere nachten onweer zien ‘tot in Barcelona of Corsica, driehonderd kilometer van hier’. De Fransman Alex Hermant (58) is al vijfentwintig jaar bliksemfotograaf. Drie maanden geleden is hij naar het departement Var (in de Provence) verhuisd omdat hier de meeste blikseminslagen vallen van heel Frankrijk. Alex Hermant zoekt meer dan ooit een close encounter met de bliksem.

Alex Hermant «Tot vier jaar geleden deed ik tot honderdduizend kilometer per jaar, puur voor de onweders. Dat was in midden-Frankrijk, dan reed ik in 24 uur soms wel duizend kilometer. In 2012 ben ik veranderd: die afstanden en dat jakkeren, het stond me niet meer aan. Wat als ik iemand aanreed? Wat als ik verongelukte en daardoor m’n vriendin en zoontje groot verdriet zou aandoen? En ook: waarom op een natuurfenomeen jagen met een machine? Dat begon mentaal te wringen.

»Zo ben ik minder gaan jagen en meer gaan beschouwen. Ik zoek nu een plek waar ik vermoed dat het onweer komt, en dan wacht ik af. Als het onweer vlakbij is, zie ik soms het sint-elmusvuur: blauwige vonken op straatlampen en boomkruinen, soms zelfs op mijn autoantenne. Ik heb de bliksem al op twintig meter van mij in een boom weten slaan. En ik zit in mijn auto én in hart van het onweer. Daar wil ik zijn. Eén met de bliksem. Eén met de natuur. Taoïsme. De mens die deel is van de kosmos. Dat heeft iets metafysisch: je stapt binnen in een andere wereld, een wereld die heel weinig mensen kennen.

»Soms ga ik midden in een open veld zitten, roerloos. Ik ben zen, en ik wil alle emoties van dat onweer diep in mijn hart kunnen voelen. Ik ben zelfs overtuigd dat de bliksem mij niet zal doden. Ik denk: de bliksem kent mij al lang, de bliksem zal mij laten leven. Een megalomane gedachte, ik weet het, maar ik vertrouw op mijn buikgevoel: bij het ene onweer ben ik kalm en durf ik veel, op een ander moment ben ik onzeker en neem ik geen enkel risico.

»Soms ben ik zo kalm, dan waan ik mij onsterfelijk. En slaat de bliksem vlakbij in, dan sterkt mij dat in m’n overtuiging: ‘Zie, hij gaat mij niet raken.’ Niet dat ik een doodsverlangen heb, j’aime la vie. Ik zal dat nooit doen bij naderend onweer, dan heb je van die wilde schichten die je zomaar kunnen treffen. Ik doe het als het volop regent: het landschap is dan toch te wazig om nog te fotograferen en de bliksem is dan ook anders; hij raakt vooral hoge bomen, rotspunten of grote gebouwen. Ik ben dan de kleine mens, ik ga op in het landschap, ik ben quasi-onzichtbaar voor die bliksem. Natuurlijk is dat hoogstpersoonlijk en subjectief, niemand moet mij navolgen.

»Eén keer ben ik getroffen al rijdend. Die klap klonk als een hamer op het dak, die auto leek in een verblindend licht te zweven en viel dan stil in het midden van de weg. Maar ik had niks.»

'Ik wil zo dicht mogelijk bij de bliksem komen. Eén zijn met de natuur. De bliksem kent mij al lang. Ik ben overtuigd, hij zal mij niet doden'


Roze pylonen

Hermant «Tijdens een onweer sta ik soms naast koeien en paarden die slecht weg kunnen en kwetsbaarder zijn, omdat ze meer grondoppervlak innemen. Ik probeer me dan in te beelden hoe zij zo’n onweer beleven. Ik heb dat ook met bomen. Als ik een boom getroffen zie worden, doet dat pijn. Ik heb ooit bij een oude eik gestaan en in de verte naderde een onweer. Ik vroeg me af wat hij voelde. Was hij bang? Wilde hij bukken of weglopen, wat hij niet kon? Ik vereenzelvigde me zozeer met hem dat ik er solidair naast ben blijven staan.

»Al vanaf m’n 8ste ga ik ’s nachts onweer observeren. Ik was nogal solitair als kind. Ik hield niet van het leven van alledag, die saaiheid van ouders die zich zorgen maken om geld en om later, dat leek mij géén leven. De schoonheid van het leven lag in de natuur buiten, en in die nachtelijke onweders, een verborgen schoonheid die weinigen kennen. Ik heb bliksems zien inslaan in hoge pylonen, waarbij de hele omgeving lichtblauw en roze kleurde, en waarbij ik die pylonen hoorde grommen en kreunen onder de inslag. Dat was zalig. Dan was ik één met die andere wereld, één met die grootse, onstuimige natuur. Ik kon zelfs praten met de bliksem – romantici zullen dat geweldig vinden, rationele mensen zullen mij een idioot vinden. Zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar!

Echt, die ontvankelijkheid van een kind, dat puur zielsmatig openstaan voor alles, ik zou goud geven om dat opnieuw te hebben.»

'De aanblik van die neergebliksemde surfer zal ik nooit vergeten. Hij zag bruin geblakerd, als brood dat te lang in de oven heeft gezeten'


Bliksemmuseum

Van 1992 tot 2012 beheerde Hermant het Musée de la Foudre in Marcenat. Het enige bliksemmuseum ter wereld lag in een afgelegen dorp in de Cantal (Auvergne), was alleen ’s zomers open, maar trok meteen al volk, ‘op die twintig jaar zijn er tienduizenden langs geweest’. Met dat museum en met zijn foto’s kon hij van de bliksem leven. In het museum lagen ook voorwerpen die door de bliksem verwrongen waren en uiteengerukte kleren van slachtoffers.

Hermant «Er waren de kleren van een boer uit de Cantal en van een alpinist die nabij Chamonix was omgekomen. Zijn ouders hebben die kleren naar het museum gestuurd.»

Sinds 2016 is er een nieuw museum in de Cantal, in Champs-sur-Tarentaine-Marchal. Volgens Hermant is het een kopie van zijn museum, ‘ze teren op mijn succes’.

Hermant verzamelt ook historische verslagen die van zware bliksemongevallen getuigen. Eén van de zwaarste in Frankrijk is op 30 kilometer van Moissac gebeurd, in Châteauneuf, waar op 11 juli 1719 de bliksem in de kerk sloeg: 9 doden en 82 gewonden. Hij ging er kijken, het dorp is sinds de Eerste Wereldoorlog een spookdorp, ‘maar in die ruïne van de kerk zie je het zo gebeuren. Toen men de klok luidde tijdens een hoogmis, viel de bliksem binnen via het gat van het klokkentouw. Een boerin heeft wel drie schichten na elkaar gezien: alsof de bliksem de kerk bewust wilde verwoesten. Stoelen en koorornamenten lagen overhoop en vlogen in brand en tussen die dikke rook lagen tientallen kerkgangers als verlamd op de plavuizen.’

Nu Hermant niet meer van het museum leeft, moet hij rondkomen van de verkoop van zijn foto’s en zijn landschapschilderijen. Geen sinecure, hij ziet de belangstelling voor de natuur afnemen.

Hermant «Ooit waren we holbewoners en hadden we groot ontzag voor de natuur. We waren eraan overgeleverd. Nu hebben we huizen als forten, auto’s als bunkers en oortjes om onze oren dicht te stoppen. We hebben alle beelden van de wereld in 3D-realiteit, maar dat is geen realiteit. Dat is de wereld op een scherf kunststof. Daardoor hebben we ons losgemaakt van de natuur. We kijken niet meer naar haar om. We zien niet dat de natuur sterft. Zeg mij: où sont les insectes? Ze sterven uit. Je ziet ze nog amper op je voorruit en koplampen. Ook de zwaluwen en de vleermuizen sterven uit, zij leven van insecten. Zelfs de bijen gaan dood en die red je niet met Facebook of Twitter. Dat we geen bekommernis meer hebben voor die stervende natuur, dat wordt de dood van die natuur en uiteindelijk ook onze dood.»

Met dat pessimisme nemen we afscheid. Maar ook met een vooruitzicht: in de Var kan het honderd nachten per jaar onweren.


Brand & Bliksem

Dat een ongeluk niet alleen komt, ervoeren tientallen brandweerlui in Saint-Ghislain, waar op dinsdagmiddag 15 mei 2012 brand uitbrak in een groot appartementencomplex. Negentig mensen moesten worden geëvacueerd, drie korpsen werden opgeroepen.

Thierry Trelachaud (adjudant brandweer Mons) «Er waren zo’n veertig manschappen, vier spuitwagens en drie autoladders. De brand was ontstaan in de chauffageketels op de bovenverdieping, met vijftien man gingen we die van binnenuit aanvallen. Toen we er bijna waren, kwam die donderende klap als van een explosie. In een reflex smeten we ons op de grond. Het hele gebouw schudde en beefde.»

Laurent Duquenoy stond in de korf, bovenin de autoladder van Saint-Ghislain.

laurent Duquenoy «Vanop 25 meter moesten wij de vuurhaard met twee lansen bestrijden. Er kwamen donkere wolken en in de verte rommelde het. Ineens was er die immense flits en viel ik in de korf. Het was of ik een blok beton tegen m’n helm kreeg. M’n collega David Castelain lag ook geveld. Onze ladder is meteen omlaaggehaald. Ik was verdwaasd en had hevige oorsuizingen.»

De ambulance bracht hen weg, maar de artsen in het ziekenhuis vonden niets. De twee brandweerlui keerden zelfs terug naar de brand, waar ze ‘nog konden nablussen’.

Zwaarder getroffen was korporaal Bernard Beugnies, op de autoladder van Mons.

bernard Beugnies «Het was een moeilijke brand, die me helemaal opslorpte, ik heb het onweer niet zien komen. Toen kwam die dreun: ik voelde een stroomstoot in m’n arm en m’n hoofd kreeg een zware klap. Ik probeerde op mijn benen te blijven, mijn handen op die korf geklemd, maar het was alsof mijn benen en armen geen spieren meer hadden, ik ben in elkaar gezakt en was bewusteloos tot ze me in de ambulance schoven.»

Later was op een bewakingscamera te zien dat de bliksem op een nabije kerktoren viel en vandaar naar de autoladders sprong. Beugnies werd dezelfde dag ontslagen uit de kliniek, maar hij was nog in shock.

Beugnies «De dag nadien leek het of ik elk moment in huilen kon uitbarsten. Pas een maand later kon ik opnieuw werken. Ik heb drie weken zware hoofdpijn gehad en ik sliep moeilijk. Vaak schrok ik wakker, denkend dat ik bewusteloos was geweest en dat de bliksem mij zonet had getroffen.»

Adjudant Trelachaud stelt zich vragen omtrent de veiligheid van zo’n autoladder: ‘In de handleiding staat uitdrukkelijk: ‘Niet gebruiken bij wind boven 35 kilometer,’ maar over bliksem zeggen ze niks! Een paraplu mag je bij onweer niet omhooghouden, maar zo’n ijzeren ladder 20 meter hoog schuiven, dat is dan zonder gevaar?’

Naar zijn zeggen zijn de andere korpsen in België niet op de hoogte gebracht van het voorval en het risico.

'Een paraplu mag je bij onweer niet omhooghouden, maar zo'n ijzeren ladder 20 meter hoog schuiven, dat is dan zonder gevaar?' Bernard Beugnies


Meeuwen voelen het

In de VS vallen de meeste bliksemdoden in Florida omdat veel mensen er het hele jaar buiten zijn, en meestal in de buurt van zeewater en zwembaden. De Belgische strandredders kennen die risico’s voor watersporters en badgasten, maar hun waarschuwingen worden hen niet altijd in dank afgenomen.

Tom Cocle (hoofdredder Blankenberge) «Zondag 13 augustus 1999 was een echte zomerse dag, maar op de meteobeelden zagen we een fel onweer afkomen. Ook merkten we hoe de meeuwen boven de zee gingen cirkelen en vervolgens naar de dijk vlogen om op de dakranden van de appartementsgebouwen te gaan zitten. Altijd een teken van zwaar onweer, die vogels voelen dat! Wij hebben meteen de zee ontruimd en gezegd dat de mensen beschutting moesten zoeken. De wind was intussen gaan liggen, de zee was nagenoeg plat, maar we zagen tegelijk grote deinende golven die een gevolg zijn van een snelle drukdaling bij zo’n onweer.

Ik ben zelf een fervent surfer, en ik weet: golfsurfers zijn gek op dat soort deiningsgolven, in België komen die amper voor. Wij zwaaiden, toeterden en floten op onze vingers dat ze uit de zee moesten. Alle lokale surfers kwamen – met tegenzin – uit het water, tien à vijftien gasten bleven op zee; eentje stak zelfs z’n middelvinger op.

»De lucht was intussen aardedonker, zelfs een kind kon zien dat er zwaar onweer kwam. Het begon ook gigantisch te stortregenen, één dik grijs gordijn, je kon amper nog zien. Tegelijk bleef het hels bliksemen en donderen, werkelijk apocalyptische toestanden. Toen zagen we de bliksem inslaan, een slinger met een rode vonk op het uiteinde. We dachten: op het staketsel, maar van onze buurzone kwam het bericht dat er een man geraakt was. We zagen enkele surfers uit de zee komen, op een surfplank trokken ze het slachtoffer mee. Ik ben MUG-verpleegkundige van opleiding, ik heb fel verhakkelde verkeersslachtoffers gezien, maar die aanblik zal ik nooit vergeten. Die jongeman zag bruin geblakerd, als brood dat te lang in de oven heeft gezeten (een bruine, ‘gemarmerde’ huid is de zwaarste variant van de Lichtenbergfiguren, red.)

»We begonnen meteen met de reanimatie, wat akelig was. Het hele strand is verlaten, de regen gutst, je bent zelf doornat, het zand is kletsnat, en intussen blijft het knallen en bliksemen boven je hoofd. Het MUG-team stormde de trap van de dijk af, de regen spoelde met hen in golven van die treden. Dus ook zij, met hun metalen reanimatieapparaten, kwamen op dat drijfnatte strand zitten!»

Na een langdurige reanimatie wordt de surfer naar het ziekenhuis van Knokke-Heist gebracht. Na drie maanden coma overlijdt hij. Hij ging die zondag voor het eerst surfen. Cocle zegt dat het ongeval de surfers wijzer heeft gemaakt: ‘Als het nu gaat onweren, zie je geen enkele surfer meer op zee.’

Twee jaar na dat voorval wordt Cocle zelf getroffen. Bij een naderend onweer willen de redders drie kinderen uit de zee halen. Kort bij de waterlijn stapt hij uit de jeep, het bliksemt, en zijn koperen toeter wordt met een snok uit zijn hand geslagen. ‘Ik schrok geweldig, maar verder voelde ik niks. Geen shock, geen pijn, hoe kan dat nu?’


Bliksemdokter

Koen Schwagten is, naast kinder- en neonataal chirurg, ook de auteur van een boek over de gevolgen van een blikseminslag. Hem vraag ik waarom die gevolgen zo onvoorspelbaar zijn: de ene overlijdt, de ander raakt slechts zijn kopertoeter kwijt…

Koen Schwagten «In dit geval sloeg de bliksem in de zee, en in dat zeewater zorgt die inslag van minstens 8.000 graden voor stoom en een druk die ‘wegblaast’: die drukstoot heeft die toeter uit z’n hand gerukt. Ik heb zelf weet van vier hengelaars bij wie de bliksem in hun visvijver sloeg , waarop de drukgolf hen meters ver achteruitgeslagen heeft. Als zo’n drukgolf heel dichtbij is en in je lichaam geraakt, dan kunnen je longen, darmen of trommelvliezen ontploffen.

»Naast die drukgolf zijn er nog twee grote effecten: de hitte en de elektriciteit. De hitte maakt in één fractie stoom van waterdruppels. In bezwete kleren of schoenen zetten die waterdruppels uit en baf, die kleren scheuren uiteen. Bij bomen verdampt alle sap in één keer en die boom spat uit elkaar. Bij de mens zorgt die hitte voor in- en uitwendige brandwonden.

»Het elektrische/magnetiserende effect is het meest fatale. Het kan domotica en garagepoorten ontregelen én het functioneren van je hersenen, zenuwen en spieren verstoren. Als het ritme van je hartspier elektrisch geraakt wordt, gaat je hart doorslaan of zelfs stoppen. Ook spieren en zenuwen kunnen elektrisch geraakt worden, wat maakt dat benen 24 uur verlamd zijn, of dat zo’n arm ‘dichtplooit’ en niet te strekken is. Die zenuw kan zo’n knauw krijgen dat dat symptoom nog jaren kan optreden.

»Zijn je kleren nat of is je lichaam bezweet, dan kan die stroomstoot via die weg worden weggeleid. Dan dringt hij niet in je lichaam en kom je er vaak beter vanaf.»


Blitse gsm

Humo Als een muziekharmonie geraakt wordt, zoals in de getuigenis van vorige week, is dat dan aan hun metalen instrumenten te wijten?

Schwagten «Elke bliksem zoekt de weg van de minste weerstand. In dit geval heeft de bliksem die boom geschampt en is dan weggesprongen naar die mensen. Omdat een mens zoveel water bevat en dus beter geleidt dan zo’n boom in hout. Dus wie dichtbij die boom stond, liep meer kans om getroffen te worden. Die muziekinstrumenten trekken die bliksem amper aan, die hoge boom komt eerst als punt van ontlading. Maar op de plek waar die muzikanten dat metaal vasthielden, kunnen er wel zwaardere brandwonden of elektrocutiegevolgen zijn.»

Humo Een gsm of oortjes trekken de bliksem dus niet per se aan?

Schwagten «Amper. Maar ze kunnen wel voor zwaardere en zelfs fatale verwondingen aan hoofd en hersenen zorgen.»

Humo Uw boek ‘Blikseminslag’ dateert van 1984 en is nog altijd het enige bliksemboek in het Nederlandse taalgebied. U schreef toen dat artsen amper vertrouwd waren met het fenomeen. Meer dan dertig jaar later zeggen bliksem- overlevers hetzelfde. Sommigen artsen wilden al een been amputeren omdat het 24 uur blauw zag en verlamd was.

Schwagten (schudt het hoofd) «M’n boek zou opnieuw moeten uitgegeven worden. Want dat was mijn bedoeling: menselijk lijden besparen door kennis te delen. Vooral omdat bliksemslachtoffers vaak nog te redden zijn, met snelle tussenkomst en reanimatie. Slechts in 20 procent komt het tot een overlijden.»

Humo Over statistieken gesproken: België zou tot 5 bliksemdoden per jaar hebben. Nederland slechts 1 à 2.

Schwagten «Tja, die statistieken! Op de ene site lees je dat Amerika 30 doden heeft per jaar, een recente Amerikaanse cursus spreekt van 50 à 300 doden, wat ook een vaag gemiddelde is. Mijn indruk is dat die statistieken niet op de realiteit gebaseerd zijn. Geen enkele instantie houdt dat ernstig bij. Je kunt bijvoorbeeld ook indirect sterven. De bliksem slaat op je auto, je raakt verblind en sterft tegen een boom. Of de bliksem zorgt voor kortsluiting, je sterft in die woningbrand, maar als doodsoorzaak staat er kortsluiting. Ik denk dat er meer bliksemdoden zijn dan we denken.»


★★★

Eveneens weinig onderzocht en toch vaak getroffen is de rockmuziek. In 4.171 songs slaat daar ‘lightning’ in.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234