null Beeld

Blogster Anke Wauters (26), auteur van 'Dik. Lelijk. Wijf.'

‘Zo dik dat de Mount Everest hén probeert te beklimmen’: ’t is vaak smakelijk lachen met de dikke medemens, maar: ook een tikje gemakkelijk. In haar debuutboek ‘Dik. Lelijk. Wijf.’ hekelt Anke Wauters de manier waarop onze maatschappij naar afwijkende lichaamsvormen kijkt. En dat terwijl vrouwen in de modebladen steeds dunner worden, en hun tegenhangers in de échte wereld alsmaar beter in het vlees zitten.

mke

'Elke keer als ik buitenkom, loop ik het risico uitgescholden te worden'

De bal van ‘Dik. Lelijk. Wijf.’ ging aan het rollen toen Wauters’ gelijknamige blogpost, waarin ze schreef dat ze het kotsbeu was om tot een zwaarlijvig lichaam gereduceerd te worden, massaal werd gedeeld via Twitter en Facebook.

Anke Wauters «Dat was... waanzinnig. Toen ik de volgende ochtend wakker werd, ontplofte mijn gsm bijna van de reacties en de berichtjes. Er zaten er veel bij van mensen die ik helemaal niet kende, maar die zich in mijn verhaal hadden herkend. Raar, hoor: plots werd ik gebombardeerd tot een soort spreekbuis voor ‘dikke mensen’. Terwijl ik die dag nog het liefst van al wilde verdwijnen.»

HUMO Waren het vooral positieve reacties?

Wauters «Laten we zeggen dat 99 procent van de reacties aanmoedigingen waren, en dat er maar 1 procent venijn tussen zat. Maar dat ene procent heeft me wel volledig genekt. Ik kreeg anonieme haatberichten toegestuurd, waarin stond dat ik maar beter zelfmoord kon plegen. Vrienden zeiden me dat ik me niets van die haatmail moest aantrekken, maar ik had me kwetsbaar opgesteld in dat blogbericht. Als iemand je dáár dan net op pakt... (wringt de handen) Daarom ben ik nu zo zenuwachtig over de publicatie van mijn boek – ik wéét dat er mensen zullen zijn die alleen de titel lezen en op basis daarvan haat gaan spuien. Ik hoop dat mijn vel ondertussen al wat dikker is en ik die kritiek beter zal kunnen plaatsen, maar: ik weet het niet. Als ik iets onderneem, heb ik altijd het worstcasescenario voor ogen.»

HUMO Dan mag het bijna een wonder heten dat je een boek hebt geschreven.

Wauters (lacht) «Ja, ongelooflijk eigenlijk. Dat schrijven ging dan ook gepaard met veel huilsessies en onzekere telefoontjes met mijn uitgeefster. Als je een jaar lang in zo’n schrijfbubbel zit, begin je na een tijd ook aan al je woorden te twijfelen.»

HUMO Waarom ben je er dan überhaupt aan begonnen?

Wauters «Omdat de reacties op dat blogbericht bleven binnenstromen. Na twee maanden kreeg ik nog steeds mailtjes van mensen die zeiden dat het hun enorm goed had gedaan, of dat ze het herlazen als ze een slechte dag hadden. Op een avond kreeg ik een e-mail van een meisje van 14, een heel lang bericht over hoe ze gepest werd en over hoe ze mij bewonderde omdat ik zo sterk in mijn schoenen stond. Dat heb ik met tranen in de ogen gelezen – niet dat dat veel zegt, want ik jank nogal snel (lacht). Maar ik herkende me in haar verhaal: als tiener zat ik ook niet goed in mijn vel. Ik dacht bij mezelf: als ik op die leeftijd mijn essay had gelezen, had ik er misschien ook iets aan gehad. Daarom besloot ik nog meer essays te schrijven en ze in een boek te bundelen.»

HUMO Over bodyshaming en zelfbeeld heb ik hier in Vlaanderen nog niet al te veel gelezen.

Wauters «Er is een serieus gebrek aan stemmen die daar eerlijk over durven te praten. Het is natuurlijk geen gemakkelijk onderwerp, zelf schaam ik me ook nog een beetje als ik erover vertel. Raar, eigenlijk: iedereen voelt zich weleens onzeker over zijn lichaam, maar toch blijft het een groot taboe om het daar met anderen over te hebben. Ik heb zelfs even getwijfeld of ik geen fictie moest schrijven, zodat ik mezelf achter een verhaaltje kon verstoppen. Maar deze vorm is eerlijker.»

undefined

null Beeld

undefined

'Schoon­heids­idealen zijn een perfect middel om vrouwen klein te houden.'

HUMO Waarom hangt er zo’n taboe rond het onderwerp, denk je?

Wauters «Misschien praten we niet graag over onze lichamelijke onzekerheden omdat het zo’n banaal probleem lijkt, zeker in vergelijking met alle ‘serieuze’ issues in de wereld. Terwijl het zo belangrijk is om je goed te voelen in je lichaam. Een positief zelfbeeld: daarmee staat of valt alles.»

HUMO Is dat de boodschap van je boek: hou van jezelf? Klinkt een tikje melig.

Wauters «Nee, die boodschap wordt ons al genoeg door de strot geramd: ‘Love yourself! Be happy!’ Bullshit: níémand zit de hele tijd goed in z’n vel. Ik wil mensen tonen dat het oké is om een mindere dag te hebben, dat je niet constant van de daken hoeft te schreeuwen hoe ongelooflijk gelukkig je bent. Van die druk wordt een mens net ongelukkig – ongeacht z’n lichaamsbouw.»


Kicken en vernederen

HUMO Over lichaamsbouw gesproken: mag ik je eigenlijk dik noemen?

Wauters «Ja, natuurlijk. Ik bén dik, dat ga ik niet onder stoelen of banken steken (lacht). Maar ik snap dat het voor jou ongemakkelijk is om dat woord te gebruiken, dat is het voor mij ook. Terwijl het precies hetzelfde zou moeten zijn als wanneer ik zou zeggen: ‘Jij bent blond.’ (klopt, red.) ‘Dik’ is een woord dat een lichaamsbouw zou moeten omschrijven – niets meer, niets minder.»

HUMO ‘Zou moeten omschrijven’: waarom die voorwaardelijke wijs?

Wauters «Omdat mensen dat woord – ‘dik’ – met allerlei karaktereigenschappen associëren. Dat heeft veel te maken met de heersende stereotypes, met hoe dikke mensen doorgaans in beeld worden gebracht. In films zijn het steevast luide, storende types. Heel magere mensen worden dan weer gezien als extreem fragiele types.»

HUMO In Hollywoodfilms fungeert de dikkere medemens vaak ook als comic relief.

Wauters «Ja, dikke mensen bespotten is nog steeds heel gewoon in onze maatschappij. Veel mensen denken dat het hun eigen schuld is dat ze dik zijn. En dat ze er misschien iets aan zullen doen als je er iets van zegt. Fout, want vaak weet je helemaal níéts over die andere persoon. Misschien heeft-ie wel een ziekte, of is-ie depressief. Dan is het niet aan jou om te beslissen of hij iets aan z’n gewicht kan doen. Eigenlijk zou moeten gelden: als het jouw lichaam niet is, zijn het jouw zaken niet – punt. Maar dat ligt moeilijk vandaag, want we leven in een maatschappij waar iedereen een mening heeft over alles en iedereen.»

HUMO In je boek spreek je in dat verband van de moderne ‘afbreekcultuur’.

Wauters «Ja, we kicken erop om andere mensen te vernederen. Dat geldt niet voor iedereen, natuurlijk. Maar het is wel zo dat de maatschappij mensen die reflex – keihard over anderen oordelen – aanleert.»

HUMO Waar komt dat vandaan?

Wauters «Ik ben geen sociologe, maar veel heeft volgens mij te maken met representatie: welke lichamen we te zien krijgen en welke niet. We zijn één heersend lichaamstype gewoon, in die mate dat alles wat van die norm afwijkt, als abnormaal wordt beschouwd. Het zou dus goed zijn mochten we andere soorten lichamen wat vaker in de kijker zetten.»

HUMO Zulke initiatieven zijn er toch al? Ik denk aan de Dove-reclames en aan plus-size modellen.

Wauters «Een goeie zaak. Maar die nieuwe rolmodellen zijn enorm kwetsbaar. Vorige week was er nog die hetze rond Ashley Graham, een bekend plus-size model. Omdat ze een foto van zichzelf op Instagram had gezet waarop ze er toevallig wat slanker uitzag, kreeg ze tonnen kritiek: ‘Je hebt ons verraden!’ Weer zo’n jammerlijk voorbeeld van die afbreekcultuur.»

HUMO Wordt dat afbreekdiscours niet vooral online gevoerd?

Wauters «De anonimiteit van het internet, hè. Ik ben een overtuigde feministe, maar elke keer als ik een feministisch onderwerp aansnijd, krijg ik anonieme haatberichten of gemene mails. Waarom steken mensen daar in godsnaam hun tijd in? Het verontrust mij dat er mensen zijn die zich blijkbaar beter voelen zodra ze anderen kunnen afbreken. Ik ben dan misschien wel dik, maar zij zijn lelijk aan de binnenkant – en dat is nog veel erger.»

HUMO Je klinkt strijdbaar, maar uit je boek blijkt dat dat niet altijd het geval was: ‘‘Dik’ is een wapen waarmee je iemand veel pijn kunt doen,’ schrijf je.

Wauters «Als ik ‘dik’ zeg, hoor ik nog altijd de mensen die dat woord ooit als wapen tegen me hebben gebruikt. ‘Dik’ heeft me vaak kleingekregen, hoor. Maar ik denk dat elk mens zo’n woord heeft dat tot op het bot kan gaan.»

HUMO ‘What doesn’t kill you, makes you stronger’ klopt dus niet?

Wauters «Nee. What doesn’t kill you, makes you janken op de badkamervloer (lacht). En pas véél later kom je er, in het beste geval toch, sterker uit.»

undefined

null Beeld

undefined

'Zolang je niet aan het ideaal beantwoordt, heb je als vrouw eigenlijk niets zeggen'


Maatje meer

HUMO Herinner je je nog wanneer ‘dik’ voor het eerst als wapen tegen je werd gebruikt?

Wauters «Nee, in mijn hoofd zijn al die voorvallen één grote brij geworden.»

HUMO Was je als tiener ook al dik?

Wauters «Helemaal niet, als ik er nu op terugkijk. Ik was één of twee maatjes breder dan mijn leeftijdgenoten. Maar toch had ik het idee dat ik dik was. Nu denk ik: waarom zag ik toen niet dat ik er best oké uitzag?»

HUMO Als tienermeisje ontwikkelde je zelfs een eetstoornis, schrijf je.

Wauters «Op een bepaald moment ben ik dramatisch beginnen af te vallen. Verschrikkelijk, wat ik mezelf toen aandeed. Maar niemand in mijn omgeving reageerde gealarmeerd, want ik zág er niet anorectisch uit. Integendeel, mensen moedigden me net aan, terwijl ik heel ongezonde dingen deed om die kilo’s kwijt te raken. Dat begon met vasten op school en enkel ’s avonds thuis aan tafel eten, zodat mijn ouders niets zouden merken. Na een tijdje at ik ook thuis steeds minder, om uiteindelijk zelfs maaltijden uit te braken.

»Na een tijdje besefte ik dat ik gevaarlijk bezig was. Ik heb die neerwaartse spiraal dan ook zelf een halt toegeroepen.»

HUMO Denk je dat veel vrouwen met overgewicht met een eetstoornis kampen?

Wauters «Ik denk het wel. En ik denk ook dat ze heel eenzaam zijn: ze voelen zich slecht, maar krijgen constant te horen dat ze net goed bezig zijn. In onze cultuur wordt afvallen als een teken van doorzettingsvermogen gezien. Destijds overlaadden de mensen mij ook met complimentjes. Ergens was ik teleurgesteld: zien jullie écht niet dat het niet goed met mij gaat? Maar als je mager bent, lijk je succesvol. Gelukkig heb ik zelf aan de alarmbel getrokken. Nu, ik heb het nog altijd moeilijk om ‘normaal’ te eten. Ik heb niet graag dat mensen naar me kijken terwijl ik eet: ik eet dus vaak alleen. Doe ik het toch in gezelschap, dan kies ik altijd iets kleins van de menukaart. Omdat ik mij zorgen maak om wat anderen over me zullen denken.»

HUMO Wat denken die mensen dan, volgens jou?

Wauters (lachje) «Dat ik beter wat minder zou eten. Zelfs nu, terwijl ik hier een cola light zit te drinken, ben ik bang dat iemand zal denken: ‘Wat maakt die dikke ons eigenlijk wijs, met haar lightdrankje?’ Hondsvermoeiend, natuurlijk. En belachelijk, want waarschijnlijk kijken de mensen helemáál niet naar mij en naar wat ik eet. Gênant eigenlijk: ik ben een volwassen vrouw, en toch durf ik in de bedrijfskantine niet de yoghurt nemen die ik wil, omdat ik bang ben dat andere mensen me zullen veroordelen.»


1 vrouw, 45 mannen

HUMO Die angst is niet helemaal onterecht: ik schrok ervan hoe frequent jij, volgens je boek toch, met bodyshaming te maken krijgt.

Wauters «Elke keer als ik buitenkom, loop ik het risico uitgescholden te worden. Daardoor word je onvermijdelijk voorzichtiger, meer op je hoede voor andere mensen. Ik heb zelfs een tijdje geprobeerd om me zo onzichtbaar mogelijk te maken. Telkens als ik iets negatiefs te horen krijg over mijn uiterlijk, is dat zo’n teleurstelling, want ik hou van mensen. Ik wil altijd het goede in anderen zien.»

HUMO Uit je beruchte blog: ‘Aan de ingang van het zwembad stuit ik op een luidruchtige groep jongens. Wanneer de ogen van de leider op mij vallen, wordt het stil. De kerel staart me aan en vervolgens spreekt hij drie woorden uit, benadrukt door een punt na elk woord: ‘Dik. Lelijk. Wijf.’ ‘Excuseer,’ mompel ik en ik wring me tussen het groepje naar binnen waarna ze allemaal hartelijk beginnen lachen.’ Die jongen klinkt als een echt monster – of is dat niet per se het geval?

Wauters «Nee, misschien is hij dat niet. Als je heel negatief reageert op iemand die afwijkt van de schoonheidsnorm, zegt dat veel over je eigen zelfbeeld. Mensen die iemand anders uitschelden voor ‘dik lelijk wijf’ of ‘wandelend skelet’ – wat één van mijn vriendinnen naar het hoofd kreeg geslingerd – zijn niet per se slecht. Ik weiger dat te geloven.»

HUMO Dat lijkt me, zeker in jouw geval, geen gemakkelijke denkoefening.

Wauters «Op het moment dat je zo’n verwensing te slikken krijgt, is dat natuurlijk bijzonder moeilijk. Maar ik probeer altijd begrip op te brengen voor dat soort gedrag. Ik geloof dat onze reactie op iets wat er ‘anders’ uitziet altijd tweeledig is: de eerste reactie is aangeleerd, de tweede toont hoe we écht zijn als mens. Dus als je eerste reactie op iets walging is – wanneer je twee mannen hand in hand ziet lopen op straat, bijvoorbeeld – dan is dat wat de maatschappij je heeft aangeleerd. Maar als je daarna denkt: ‘Die twee mensen zien elkaar gewoon graag’, toont dát wie je echt bent. Dus als je mij ziet en je eerste reflex is: ‘Dik wijf!’, dan komt dat door wat je aangeleerd is over schoonheidsidealen. Maar als je achteraf denkt: eigenlijk was dat verkeerd van mij...»

HUMO Zou je van een beschaafd mens niet mogen verwachten dat hij die eerste reflex kan onderdrukken?

Wauters «Ik hoop dat mensen na het lezen van mijn boek eens stilstaan bij de impact van zo’n eerste, kwetsende reactie, ja. Het is belangrijk om mensen te doen begrijpen hoe iets áánvoelt. Want je kunt wel op de barricaden gaan staan voor iets, als je mensen niet in hun hart raakt, zul je hen niet kunnen overtuigen.»

HUMO Ben je na die onaangename confrontatie aan het zwembad nog gaan zwemmen?

Wauters «Het heeft heel lang geduurd voor ik dat opnieuw durfde. Jammer, want ik hou enorm van zwemmen. En net dát plezier namen die jongens me af. Ik ben er later wel opnieuw mee begonnen, maar in dat ene zwembad heb ik me nooit meer laten zien. (Trots) Vorig jaar ben ik trouwens ook weer beginnen te lopen – vroeger was ik daar best goed in. Ondertussen kan ik alweer 5 kilometer lopen. Want het is niet omdat ik dik ben, dat ik niet aan sport doe. Ik weet goed genoeg dat dat belangrijk is om gezond te blijven. (Plots) Sorry, is dat een beetje een goed antwoord op je vraag?»

HUMO Natuurlijk. Ben je niet te streng voor jezelf?

Wauters «Absoluut. Ik heb altijd het gevoel dat ik veel beter kan. Ik leg de lat vaak zo hoog dat ik er nauwelijks nog overheen raak.»

HUMO Heeft dat dan nog wel te maken met wat ‘de maatschappij’ van jou verwacht?

Wauters «O nee, dat doe ik mezelf aan.»

HUMO Dat idee zit ook in je boek: de druk van buitenaf mag dan wel torenhoog zijn, we maken het onszelf ook vaak moeilijk.

Wauters «We saboteren onszelf voortdurend. Mensen vinden zoveel manieren uit om níét gelukkig te zijn. Of ze verleggen dat geluk naar de toekomst: nog één item afchecken van mijn to-dolijst, nog één kilootje minder, en dán zal ik gelukkig zijn.»

undefined

'Als het jouw lichaam niet is, zijn het jouw zaken niet. Punt'

HUMO Je verbindt bodyshaming ook met seksisme: ‘Hongerige vrouwen bijten niet,’ schrijf je.

Wauters «Schoonheidsidealen zijn een perfect middel om vrouwen klein te houden. Ze dringen ons een beeld op waaraan iedereen moet voldoen, en vervolgens gaan we daar met z’n allen al onze tijd en energie in steken, waardoor we natuurlijk niets anders kunnen verwezenlijken. Zolang je niet aan het ideaal beantwoordt, heb je als vrouw eigenlijk niets zeggen. Maar zodra je wél knap, slank en blond bent, is dát het eerste waar je op wordt afgerekend. Dus eigenlijk is het nooit goed (lacht).»

HUMO Zijn dikkere vrouwen extra kwetsbaar voor seksisme? In je boek beschrijf je een incident op een festival: een jongeman kneep je brutaal in de borst, nadat hij je dik had genoemd.

Wauters «Daar heb ik nog niet over nagedacht. Maar het zou goed kunnen dat het seksisme nog extremer is als je niet aan het schoonheidsideaal voldoet.»

HUMO En wat te denken van mannen die vrouwenrechtenactivisten afdoen als ‘lelijke, jaloerse vrouwen’?

Wauters «Het geeft mensen – niet alleen mannen, dus – een veilig gevoel om te denken dat feministes lelijke, behaverbrandende wijven zijn. Omdat ze dan niet over hun stellingen moeten nadenken en die makkelijker kunnen negeren.»

HUMO In je boek zijn het vooral mannen die je uitschelden. Zijn vrouwen minder venijnig?

Wauters «Niet altijd. In het hoofdstuk ‘Vrouwen die vrouwen haten’ heb ik het over mijn relatie met andere vrouwen. Ik zie hen vaak als concurrenten, zeker knappe meisjes, ook al wil ik dat niet. Maar er is ons nu eenmaal ingeprent dat er aan de top van de maatschappij maar plaats is voor één vrouw – en 45 blanke mannen (lacht). Daarom maken vrouwen elkaar soms stiekem het leven zuur, maar daar moeten we dus dringend mee stoppen. Als we elkaar steunen, raken we een heel eind verder.»

HUMO Van seksisme gesproken: bij de mensen die je in ‘Dik. Lelijk. Wijf.’ over hun zelfbeeld laat getuigen, zit geen enkele man.

Wauters «Dat vind ik zelf ook jammer. Ik had een oproep op mijn blog gezet om getuigenissen te verzamelen, en ik werd overspóéld met verhalen. Daar was er welgeteld één bij van een jongen. Hij zei dat hij, net als ik, met zijn zelfbeeld worstelde, omdat hij heel tenger gebouwd was. Maar hij smeekte me meteen ook om zijn getuigenis niet in het boek te zetten. Volgens mij vinden mannen het nog veel moeilijker om over hun onzekerheden te praten. Terwijl ik weet dat zij ook onrealistische idealen opgelegd krijgen. We mogen die druk niet onderschatten: de meeste zelfmoordenaars zijn nog altijd mannen. Dat een vrouw over haar emoties praat, vinden we normaal, maar voor mannen blijft het moeilijker.

»(Denkt na) Dát zou me pas blij stemmen: mochten ook mannen na het lezen mijn boek meer over hun onzekerheden gaan praten.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234