null Beeld

Blokken als de beste: wat we kunnen leren van de onderwijskampioenen in Zuidoost-Azië

Volgens PISA – het Programme for International Student Assessment – en andere rankings wordt er nergens beter onderwijs geboden dan in Zuidoost-Azië. Wat is het geheim van Singapore en die andere onderwijstijgers? En wat kan Vlaanderen van hen leren?

'80 procent van de scholieren in Singapore draagt een bril. Omdat ze er veel te veel in boeken en naar beeldschermen kijken'

Hoezo, je kind kan nog niet delen of vermenigvuldigen? Dat verwijt moest een moeder in Singapore incasseren toen ze haar 3-jarige uk voor de allereerste keer naar de kleuterklas bracht. Maar de anekdote, geplukt van de website sg.theasianparent.com, baarde weinig opzien in Singapore. Zo gaat het nu eenmaal in de stadstaat: de race naar schoolse topprestaties start haast letterlijk in de moederschoot. Baby’s vullen er hun wakkere uren niet alleen met kruipen, duimzuigen en nieuwsgierig om zich heen kijken. Ouders staan boven hun kinderzitjes met flash cards te zwaaien, een populaire manier om woorden en cijfers te memoriseren. Geen moeite is te veel om hun spruit voor te bereiden op een lange en erg competitieve schoolcarrière.

We kennen Singapore vooral als een overgereguleerde politiestaat. Je mag er niet op het gras lopen, kauwgom is streng verboden en op drugsbezit staan sancties tot en met de doodstraf. Minder bekend is dat Singapore de beste scholen ter wereld heeft. Dat blijkt tenminste uit alle toonaangevende rankings. De bekendste is PISA, een vergelijkend onderzoek van onderwijssystemen dat door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling wordt uitgevoerd. Om de drie jaar wordt in 72 geïndustrialiseerde landen en regio’s een representatieve selectie van 15-jarigen aan een reeks gestandaardiseerde tests onderworpen.

In Vlaanderen lokten de recentste PISA-resultaten, gebaseerd op tests afgenomen in 2015, gemengde gevoelens uit. Onze scholieren zijn nog altijd top: voor wiskunde eindigden ze op de zesde plaats, voor wetenschappen staan ze op tien. Wat lezen betreft behoren ze echter tot de subtop, en een gedetailleerde analyse van de cijfers bracht nog meer onrustwekkends aan het licht. Zelfs onze toppresteerders voor wiskunde en wetenschappen zijn sinds 2012 gevoelig achteruitgeboerd. Pijnlijk is vooral de steeds bredere kloof tussen de best en de slechtst scorende leerlingen, een kloof die rechtstreeks gelinkt is aan sociale factoren zoals migratieachtergrond, inkomensniveau en geletterdheid van de ouders.

In Singapore daarentegen knalden de champagnekurken. Wiskunde, wetenschappen, leesvaardigheid: het land is nummer één in alle categorieën. In TIMSS en PIRLS, twee rankings die minstens even gezaghebbend zijn als het OESO-onderzoek, bekleedt Singapore dezelfde plek. Onbetwist is de kopplaats van Singapore evenwel niet: de leider wordt op de hielen gezeten door Japan, Zuid-Korea, Hongkong en Taiwan. Opvallend: ook enkele afzonderlijk geëvalueerde provincies van de Volksrepubliek China zetten uitstekende scores neer. Zonder uitzondering gaat het om hoogontwikkelde of opkomende kenniseconomieën. Maar landen zoals Duitsland, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk vallen ook onder die categorie en presteren veel minder goed. Dan rijst de vraag: wat maakt het onderwijs in Zuidoost-Azië zo goed? En kunnen we er in Vlaanderen wat van leren? Roger Standaert, emeritus professor vergelijkende en internationale pedagogiek aan de UGent, heeft een groot deel van zijn carrière aan die kwestie besteed.

Roger Standaert «Ik ben weleens in Singapore geweest. Wat meteen opvalt, is de kwaliteit van de infrastructuur. De scholen zitten in moderne, perfect onderhouden gebouwen, de klassen zijn van alle didactische snufjes voorzien. Onderwijs is er centraal georganiseerd, in clusters van tien tot twaalf scholen, en alles wordt er top-down aangestuurd. Leerboeken wiskunde? Bij ons zijn er voor elk leerjaar een half dozijn in omloop, maar in Singapore gebruiken alle scholen hetzelfde officiële leerboek.

null Beeld

»Competitie is de hoeksteen van het systeem. Op 12 jaar is er een eerste centraal examen, waarbij de leerlingen in drie niveaugroepen worden ingedeeld. Op 16 jaar volgt dan een tweede centraal examen, het orgelpunt van de hele schoolcarrière. Hoe je presteert op dat examen, bepaalt immers of en naar welk soort universiteit of hogeschool je kunt doorstromen, wat op zijn beurt een beslissende invloed heeft voor je carrière en maatschappelijke positie. En dan ben je nog niet klaar: een laatste examen op 18 fungeert als extra filter op de weg naar voortgezette studies. Ook leerkrachten worden voortdurend geëvalueerd. Er zijn vijf mogelijke beoordelingen, die met letters worden aangeduid. De D staat voor danger, de E voor exit. Het is een op-en-top meritocratisch systeem.»

HUMO Maar wel erg goed.

Standaert «Afgaand op de PISA-ranking wel. De vraag is of die uitstekende score alleen aan de kwaliteit van het onderwijs ligt. Cultuur en traditie spelen ook een belangrijke rol. Singapore heeft eeuwenlang deel uitgemaakt van het Chinese keizerrijk, net zoals die andere onderwijskampioenen Taiwan, Hongkong, Japan en Zuid-Korea. Al die landen zijn zwaar getekend door het confucianisme, een ideologie en levensbeschouwing waarin respect voor kennis en leerkrachten vooropstaat. In het Chinese keizerrijk waren examens dé manier om carrière te maken, vandaar het belang dat er nog altijd aan wordt gehecht. En Singapore is een geval apart: de stadstaat heeft geen andere grondstof dan zijn menselijk potentieel. Toen het in 1965 onafhankelijk werd van Maleisië, was het een arme buitenpost met een laaggeschoolde bevolking, onder wie veel analfabeten. Dat ze in een halve eeuw zo’n kwantumsprong hebben gemaakt, kon alleen door massaal te investeren in een onderwijssysteem dat zowel extreem centralistisch als nationalistisch is. Maleiers, Chinezen en Indiërs: alle bevolkingsgroepen worden in dezelfde mal geperst. Een succesverhaal, maar de doorgedreven competitiviteit heeft een schaduwzijde.»

HUMO Welke dan?

Standaert «De focus ligt eenzijdig op wat economisch rendabel is: wetenschappen, wiskunde, informatica en talen. Perfect meetbaar voor instrumenten zoals PISA, vandaar de topscores. Maar het plaatje zou er helemaal anders uitzien mocht men andere parameters hanteren, zoals creativiteit of sociale vaardigheid. Of het geluksgevoel van de leerlingen, want daarmee is het triest gesteld. Kinderen staan onder een enorme prestatiedruk, al vanaf hun kleuterjaren. Zeker in de aanloop naar het centrale eindexamen neemt dat ongezonde proporties aan. Want de school stopt niet als het laatste belsignaal weerklinkt.

»Private tuition is in alle Zuidoost-Aziatische landen een miljardenindustrie. Ouders betalen zich blauw om hun zoon of dochter klaar te stomen voor het examen. Elke dag bijles, tot tien uur ’s avonds of zelfs later. Dat wreekt zich ’s anderendaags op school: sommigen vallen letterlijk in slaap in de klas. Die bijlessen zijn erg saai, repetitief en gericht op memoriseren. Teaching to the test heet dat: de leerinhoud staat volledig in functie van dat allesbepalende eindexamen. Aan het stimuleren van sociale vaardigheden of creativiteit wordt geen aandacht besteed. Ook niet op school, trouwens, leerkrachten worden afgerekend op het scrupuleus respecteren van leerplannen. Tijd voor hobby’s of vrienden hebben middelbare scholieren niet. Bijziendheid is een plaag in Singapore: 80 procent van de scholieren draagt er een bril. De oorzaak laat zich raden: veel te veel in boeken en naar beeldschermen kijken.»

HUMO Welke ouders doen hun kind dat aan?

Standaert «De meritocratie is diepgeworteld, ouders zijn ervan doordrongen. Het concept van de tiger mother, de Aziatische moeder die de lat zo hoog mogelijk legt, komt niet uit de lucht vallen. Als hun kind slecht presteert op school, beschouwen ouders dat als een persoonlijke blamage.

»De Singaporese autoriteiten realiseren zich dat hun onderwijs te eenzijdig is, ze proberen het roer om te gooien door creativiteit en persoonlijkheidsontwikkeling van bovenaf, via de leerplannen, op te leggen. Maar dat lukt slechts mondjesmaat, vooral omdat het botst met de ingebakken prestatiedwang van de ouders. Er speelt ook een economisch motief. Landen zoals Singapore kennen nauwelijks sociale voorzieningen, ouders rekenen daarom op hun kinderen voor hun oude dag. Ze hebben er dus belang bij dat hun kind goed presteert op het eindexamen en naar een prestigieuze universiteit gaat, want dan ligt een carrière met veel status en geld binnen handbereik.»

undefined

null Beeld

undefined

'De hoeksteen van het systeem is competitie. Maar er is geen aandacht voor creativiteit en sociale vaardigheden'


Underdogcomplex

De Vlaamse filmmaker Steven Dhoedt is in meerdere opzichten een bevoorrecht waarnemer van het Aziatische onderwijssucces. Hij heeft als uitwisselingsstudent zijn laatste jaar middelbaar overgedaan op een school in Hongkong, de stad waar hij later vier jaar heeft gewoond en gewerkt als regisseur en scenarist. Vorig jaar pakte hij uit met ‘Reach for the SKY’, een internationaal bekroonde documentaire over het schoolsysteem in Zuid-Korea. Dhoedt volgde drie jongeren tijdens hun voorbereiding op de Suneung-test, het eindexamen voor middelbare scholieren.

Steven Dhoedt «Suneung is een gestandaardiseerde test die in het hele land op hetzelfde moment wordt afgenomen. Je score bepaalt je verdere studiekansen. Alle Koreanen willen naar dezelfde drie topuniversiteiten in Seoel, waarvan de beginletters de ‘SKY’ uit de titel van de documentaire vormen. Als je daar binnen raakt, zo gelooft iedereen, is je broodje gebakken en kun je carrière maken bij Samsung of een ander topbedrijf. Probleem is dat de toegang ongelooflijk selectief is. Bij ons spring je een gat in de lucht als je 95 procent haalt op een test, maar bij Suneung ligt de lat veel hoger. Je moet op alle onderdelen nagenoeg foutloos antwoorden om naar de universiteit van je dromen te kunnen gaan. Stel je voor: slechts één op de duizend studenten weet zich voor één van de drie topuniversiteiten te plaatsen.

»In feite hebben de Koreanen hun examensysteem van de Japanners gekopieerd, alleen hebben ze het tot het uiterste doorgedreven. Typisch Zuid-Korea, een land met een underdogcomplex. Mensen beschouwen er hard werken als hun patriottische plicht. Nergens wordt die strebermentaliteit duidelijker dan in het onderwijs. 90 procent van de middelbare scholieren volgt universitaire studies. Op handenarbeid wordt neergekeken, iedereen wil dokter, advocaat of ingenieur worden. Dat wordt op termijn een groot probleem, in sommige sectoren is er nu al een nijpend tekort aan arbeidskrachten.»

HUMO Ook Zuid-Korea is een vaste waarde in de top drie van de PISA-ranking. Dankzij de Suneung-test?

Dhoedt «Dat zou ik niet durven te zeggen. Geen enkele Koreaan gelooft dat de gewone school volstaat om je op het centrale eindexamen voor te bereiden. Allemaal volgen ze één of andere vorm van privéonderwijs – gezinnen besteden er fortuinen aan. Het aanbod in een stad als Seoel is gigantisch: privéscholen, mentoren die aan huis komen... Ik heb een kerel ontmoet die schatrijk geworden is met onlinemodules Engels. En al die bijlessen hebben maar één doel: de leerling door het eindexamen loodsen. Dat maakt het systeem elitair: hoe rijker, hoe beter men zich kan voorbereiden. Maar ook minder gegoede families plooien zich dubbel om privéles te betalen.

»De maatschappelijke druk is enorm, ik heb daar sterke verhalen over gehoord. Een moeder verweet haar dochter dat ze al om tien uur ’s avonds wilde stoppen met studeren. Ze moest een voorbeeld nemen aan haar beste vriendin, die iedere dag tot halftwaalf doorging. Niet dat de gemiddelde scholier veel aansporing nodig heeft. Soms zijn het de ouders die voor redelijkheid pleiten. Overdrijf niet met studeren, ga op tijd slapen of neem wat ontspanning. Dat valt dan in slechte aarde bij zoon of dochter. Immers, ze willen niet onderdoen voor hun vrienden of leeftijdgenoten die zich allemaal uit de naad werken.»

HUMO De Suneung-test wordt afgenomen in november. Op de dag van het examen houdt Korea letterlijk de adem in: autowegen worden afgesloten, het luchtverkeer staat op een laag pitje. Niets mag de concentratie verstoren, en er worden extra bussen ingelegd om de leerlingen tijdig en zonder bijkomende stress naar de examencentra te voeren.

Dhoedt «Het heeft iets van een volksfeest. Studenten worden op weg naar het examen aangemoedigd, ze krijgen schouderklopjes of bloemen van wildvreemden, op de bus of de metro staan andere passagiers hun zitplaats af. Maar een echt feest is het uiteraard niet. De faalangst is enorm: Korea kampt niet toevallig met een plaag van tienerzelfmoorden. Het is zelfs zo erg dat ze in Seoel op de bruggen over de Han bordjes met ‘Doe het niet’ hebben geplaatst. De grafieken liegen niet, het aantal tienerzelfmoorden piekt ieder jaar rond het eindexamen.»

undefined

null Beeld

undefined

'Sommigen leggen zelfs een verband tussen het eten van rijst en schoolprestaties'


Sudoku’s en trucs

Zuid-Korea is de onbetwiste wereldkampioen op het vlak van tienerzelfmoorden. Maar ook andere PISA-kampioenen kennen het fenomeen. In Singapore waren er vorig jaar 27 gevallen, in Hongkong 35. Een zwaar probleem dat inherent is aan ultracompetitieve onderwijssystemen, erkent Dirk Hastedt. De Duitse onderwijsdeskundige is de directeur van IEA, de International Association for the Evaluation of Educational Achievement die achter de TIMSS- en PIRLS-onderzoeken schuilgaat. Hoewel hij niet blind is voor de perverse neveneffecten van de Zuidoost-Aziatische onderwijssystemen, is zijn oordeel opvallend positief.

Dirk Hastedt «Het succes komt niet uit de lucht vallen. In al die Aziatische landen wordt enorm veel waarde gehecht aan onderwijs, en niet alleen door de overheid. Japan en Zuid- Korea hebben een groot onderwijsbudget, en toch geven ouders met z’n allen nóg eens zoveel uit aan allerlei soorten privéonderwijs. Taiwan maakte zich zorgen toen het land in 2007 een teleurstellend resultaat boekte in ons TIMSS-onderzoek. Onmiddellijk werd een actieplan gelanceerd. Lesgeven staat erg hoog aangeschreven in Taiwan, alleen de sterkste studenten uit de opleiding worden tot het vak toegelaten. Daardoor bleef er een groot reservoir over van leerkrachten die nét niet goed genoeg waren bevonden. Die reserve hebben ze toen aangesproken: de extra leerkrachten werden naar de scholen uitgestuurd om leerlingen individueel te begeleiden. Naar geld werd niet gekeken, het niveau moest en zou opgekrikt worden.

»Dat Singapore erboven uitsteekt, is geen toeval. Singapore heeft net als Hongkong een voordeel als compacte stadstaat. Onderwijs kan er efficiënt worden georganiseerd, maatregelen hebben een directe impact. Maar het moet gezegd: ze voeren ook een verstandig beleid. Leerkrachten worden erg goed begeleid. Ze mogen elk jaar 100 uur op bijscholing, een luxe waar hun Duitse collega’s alleen maar van kunnen dromen. De onderwijsinstanties zijn zélf ook leergierig: ze sturen voortdurend experten naar alle hoeken van de wereld om succesrecepten te bestuderen en te kopiëren.»

HUMO In Vlaanderen en bij uitbreiding Europa wordt weleens laatdunkend gereageerd op die Aziatische onderwijssuccessen. Het is het gevolg van schoolse slavenarbeid, luidt het: leerlingen worden gedrild met eindeloze herhalingen, ze kunnen als geen ander uit het hoofd leren, maar zijn niet in staat tot creatief of kritisch reflecteren. Bent u het daarmee eens?

Hastedt «Uiteraard worden onderwijssystemen beïnvloed door cultuur en tradities. In Azië behoren hard werken en respect voor leerkrachten tot de kernwaarden van de maatschappij. Maar om daaruit af te leiden dat hun onderwijs neerkomt op dom papegaaienwerk, met de leerkracht die vanachter zijn katheder cijfers en data oplepelt? Onzin, wiskundeleraars in Singapore gebruiken een heel arsenaal om de stof spannend te maken, van sudoku’s tot goocheltrucs. Dat blijkt overigens als je onze onderzoeksresultaten analyseert. Voor wetenschappen presteren Singaporese leerlingen sterker op de onderdelen ‘toepassingen’ en ‘probleemoplossend denken’ dan voor zuivere kennis.

»We hebben vergelijkende tests gedaan met Japanse en Duitse scholieren. Beide groepen kregen dezelfde wiskundige problemen voorgeschoteld. De Duitse leerlingen kwamen met één oplossing, de methode die ze op school hadden geleerd. De Japanse leerlingen leverden verschillende oplossingen aan, waarvan sommige ad hoc bedacht. Dat kan alleen omdat hun school veel aandacht besteedt aan creatief denken. De waarheid is gewoon dat ze in die landen verschrikkelijk goede leerkrachten hebben.»

Dhoedt «Het klopt dat leraren wiskunde en wetenschappen een hoog niveau halen. Maar voor talen en kunsten ligt dat toch anders. Het Koreaanse systeem zet heel zwaar in op Engels, en toch is de meerderheid van de 18-jarigen er niet in staat om een eenvoudig gesprek te voeren.»

HUMO Niet iedereen wordt als bolleboos in de dop geboren. Is de prestatiedruk en het streven naar uitmuntendheid niet pijnlijk voor de achterblijvers?

Hastedt «Ze hebben daar geen last van egalitaire reflexen, toch niet als het over onderwijs en kennis gaat. Excelleren wordt als erg positief bekeken. Ik was op bezoek op een middelbare school in Singapore waar alle leerlingen een geel uniform droegen. Met uitzondering van de best presterende leerlingen, die liepen in het blauw rond. Discriminerend? Zo wordt het niet ervaren, de meritocratie staat ginder als een huis.»

HUMO Voor de boze mails binnenstromen: ook Vlaanderen heeft uitstekende leerkrachten, qua opleidingsniveau staan ze in vergelijkende onderzoeken aan de top. Ons kleuteronderwijs is zelfs een model voor de rest van de wereld. Niettemin dringt de vraag zich op: kunnen we ons voordeel doen met het Aziatische wonderrecept?

Hastedt «Je kunt onderwijssystemen niet zomaar naar een andere cultuur overplanten, maar je kunt er wel best practices uit kopiëren. Zoals de manier waarop Aziatische landen leerkrachten valoriseren: daar kunnen we veel van leren.»

Standaert «Ik ben daar sceptisch over. Ja, aan de investeringen in infrastructuur en omkadering zouden we een voorbeeld kunnen nemen. Maar het systeem? Daarvoor zijn de culturele verschillen te groot. Bij ons ligt de nadruk veel meer op sociale vaardigheden en kritisch nadenken. Jammer genoeg zijn die kwaliteiten moeilijk meetbaar.

»We moeten die vergelijkende studies ook kunnen relativeren. Ja, volgens PISA zijn zelfs onze toppresteerders fors achteruitgegaan voor wetenschappen. Maar hoe komt dat? Omdat onze leerplannen veel tijd uittrekken voor proeven en labwerk, praktische kennis die niet wordt gemeten. PISA is vooral handig om trends te ontdekken. Als je in 2015 veel slechter presteert dan drie jaar voordien, dan moet je de alarmbel luiden. Maar verschillende landen naast mekaar leggen? Dat is zoals appels met peren vergelijken.

»Dat gezegd zijnde: het eeuwige pijnpunt is de groeiende kloof tussen de sterkste en de zwakste leerlingen, die samenvalt met een sociale kloof. Erger nog, het onderwijs lijkt die sociale kloof nog te verdiepen.»

HUMO Schiet het Vlaamse onderwijs hier tekort?

Hastedt «Die kloof is universeel. We zien het in al onze onderzoeken: onderwijsprestaties worden in hoge mate bepaald door het opleidingsniveau en de sociale status van de ouders.»

Standaert «De PISA-onderzoeken worden kapotgeanalyseerd, men probeert er de gekste correlaties in te ontdekken. Sommigen zouden zelfs een verband leggen tussen het eten van rijst en schoolprestaties. Allemaal flauwekul, maar er bestaan wel causale verbanden die onweerlegbaar zijn. Dat het opleidingsniveau van ouders een beslissende rol speelt, is er zo één. In dat opzicht is de fameuze hervorming van het middelbaar onderwijs in Vlaanderen een slag in het water. Het uitstellen van de studiekeuze is een goede manier om los te komen van die sociale bepalende factor. Maar er is weinig van in huis gekomen: Vlaamse scholieren moeten nog altijd kiezen terwijl ze de verschillende opties nog niet kennen. Ook het compleet voorbijgestreefde onderscheid tussen verschillende onderwijsvormen zoals ASO, TSO en BSO is intact gebleven – een gemiste kans.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234