Bob Dylan: The 1966 Live Recordings

Op 11 november verscheen ‘Bob Dylan: The 1966 Live Recordings’, een box met niet minder dan 36 live-cd’s uit het befaamde jaar dat Dylan elektrisch ging. Hoe begint een mens daar in godsnaam aan? Marc Didden gooide ze alvast gewoon in de lucht.

'Ik was niet verbaasd toen Dylan op een dag elektrisch ging. Hij was altijd al elektrisch'

Weet u nog wat een mikado is? Misschien wel, misschien niet. In het beste geval denkt u aan die in chocolade gedipte stokjes van Lu die ik vroeger wel eens ten overvloede aangeboden kreeg bij één van mijn met lichte baardgroei kampende tantes waar mijn moeder en ik in de vroege jaren 60 weleens op de koffie gevraagd werden. Misschien heeft u zelfs doorgeleerd en weet u dat ‘mikado’ eigenlijk Japans is voor ‘keizer’. Misschien heeft u thuis een computer en weet u dus dat mikado ook de naam is voor een redelijk onnozel Hongaars gezelschapsspel waarbij een speler 41 houten en enigszins gekleurde stokjes van 15 centimeter lang als een bundel in de hand houdt en die dan op tafel gooit met de bedoeling dat daar een zogenaamde wirwar ontstaat. De spelers, Hongaren of niet, moeten die stokjes dan één voor één verwijderen zonder dat er andere bewegen. Uiteindelijk wint er iemand. Verdomd spannend, als u het mij vraagt. En ook een onmiskenbaar bewijs – als u dat al nodig zou hebben – dat het bestaan op deze aarde volledig vrij van zin is.

Weet u nog wat u deed in 1966? Nu, velen onder u waren toen nog aan het studeren voor spermatozoïde, neem ik aan, en waren zich al zwemmend in de loodgieterij van hun verwekker aan het afvragen of het ooit hun beurt zou zijn en, zo ja, wanneer dan?

Zelf was ik 17 en ik herinner me dat ik toen actief kennismaakte met slechte rode wijn en de bijbehorende profumo di donna. Ik dacht toen dat ik een dichter was en droeg daarom een rode sjaal. En ik keek ook kwaad naar iedereen, altijd.

Poète, natuurlijk, maar dan ook graag nog eens maudit. Ik had ook een vriend, en die had een zuster, en die had dan weer een onstuimige en vooral seksuele relatie met een buurman van haar ouders. Niemand wist daarvan. Behalve mijn vriend die het hitsige koppel eens hevig fleppend had aangetroffen in zijn jongensbed, tijdens een overigens gezellig familiefeest. Zijn zus had hem, terwijl ze haar peignoir aantrok – een actie die hij genadeloos kon naspelen – plechtig doen zweren dat hij over de zwierige zwijnerij die hij net aanschouwd had met geen woord zou reppen tegen hun beider pa en ma.

Hij had ook de dure eed gezworen dat hij zou zwijgen als een graf. Een belofte die hij – behalve tegen mij – voor zover ik weet ook écht nagekomen was. Maar wel op één voorwaarde. En die was dat zij de méér dan 400 Belgische frank zou leveren waarmee hij zich Bob Dylans magische dubbelaar ‘Blonde on Blonde’ zou aanschaffen. En zo geschiedde.

‘Blonde on Blonde’ werd ook een beetje mijn plaat. Mijn vriend en ik luisterden er duizenden keren naar, in zijn kelder. We staken daar kaarsen in een chiantifles waarvan we eerst de inhoud in onze jonge magen geledigd hadden. En daarbij rookten we legale sigaretten van het merk Lucky Strike. Gratis. Want ook die troggelde hij van zijn zuster af. We droomden weg bij ‘I Want You’, we schwärmden samen op ‘Just Like a Woman’ en we fantaseerden elk van onze kant over een eigen ‘Sad-Eyed Lady of the Lowlands’. En zo ging 1966 op een zalige wijze voorbij. Waarna we op 1 januari 1967 besloten bokser te worden. Ik herinner me daar vooral van dat ik altijd op mijn bakkes kreeg. Dat kwam omdat ik niet competitief ingesteld ben. Denk ik. En omdat ik geen bokshandschoenen had. Hij wel, natuurlijk. Gekregen van zijn vrolijk en veelvuldig vossende zus.


Kudde wildebeesten

Weet u wat Bob Dylan deed in 1966? Behalve die geweldige ‘Blonde on Blonde’ uitbrengen? Die ging dat jaar van 4 februari (Louisville, Kentucky) tot 27 mei (Londen, Engeland) op tournee en hij deed dat niet alleen. Hij had in zijn bagage een strakke zwarte Fender Stratocaster zitten en als reisgenoten een bende Canadezen die ondertussen legendarisch geworden namen droegen als Robbie Robertson, Rick Danko, Richard Manuel of Garth Hudson. Zij waren toen zijn band en werden niet lang daarna, na toevoeging van Levon Helm, de formidabele The Band.

Die tournee van 1966 heeft de voorbije halve eeuw in kringen van Dylanologen een mythisch karakter van heb ik jou daar gekregen. Er bestaan wettige en onwettige bootlegs van, amateurfilmpjes en heuse documentaires, er zijn halve boeken over geschreven en hele doctoraatsstudies. Er zijn fototentoonstellingen en seminaries aan gewijd en er bestaan gelukkig ook redelijk normale mensen die er totaal onverschillig tegenover staan. Ik ken er zo eentje zelfs persoonlijk. En wel: mijn eigen zelf.

De hele mythologie rond Dylan. Het ‘Spreekbuis van een generatie’-verhaal. De belangstelling van waanzinnigen voor Dylans prullenbak. Het gespeculeer over wat hij wel en niet in bepaalde lichaamsholtes stak in zijn eerste gloriejaren. De verwijzingen naar Shakespeare, T.S. Eliot, Ezra Pound of de Bijbel die hij in zijn werk stak, ze hebben me nooit een kwart ons kunnen boeien. Waarom ik meer van deze Bobbie hou dan die van Kuifje heeft enkel en alleen met rock-’n-roll te maken.

Reeds van toen ik zijn akoestische troubadourswerk van de vroege jaren 60 heb leren kennen, vond ik al dat Dylan swingde als een kudde wildebeesten. Dat hij zowel oude bluesnegers als de jonge heupwiegende Elvis in zich droeg. En Thelonious Monk én Harry Belafonte én Woody Guthrie én het Golden Gate Quartet én Hank Williams. En natuurlijk ook Shakespeare, T.S. Eliot, Ezra Pound en de Bijbel.

Ik vond Dylan al van in den beginne de essentie van rock-’n-roll net zoals ik Miles Davis van zolang als ik mij kan herinneren de essentie van jazz vind. Daarom ben ik ook nooit verbaasd geweest dat Zimmerman op een dag elektrisch ging. Hij was altijd al elektrisch, zelfs toen hij ‘A Hard Rain’s Gonna Fall’ nog akoestisch bracht. Ik heb ook nooit verwacht dat Dylan avond na avond dezelfde voorgekauwde show zou brengen omdat ik hem van bij het begin al een jazzman vond. Iemand die er een erezaak van zou maken om iedere keer dat hij op een podium kroop nieuwe muziek te bedenken. Nieuwe muziek die wel ter plaatse zou worden uitgevonden, ook al was ze vaak gebaseerd op zijn eigen bestaande repertoire, dat op zijn beurt helemaal een doorwerking was van alle Angelsaksische muziek die voor hem kwam.


Arme brievenbus

En wat heeft die mikado daar dan eigenlijk mee te maken zal u ondertussen wel denken? Ik ging het u net zeggen. Op Wapenstilstand heeft heer Dylan namelijk een box in mijn brievenbus gestopt waar nota bene niet minder dan 36 langspeelplaten plus een boekje in zaten. Arme brievenbus, dacht ik.

En arme onvoorbereide muziekliefhebber die zich door dit never ending concert heen moet werken! Want, fasten your snotbells, het gaat hier zesendertig langspeelplaten lang over vrijwel dezelfde setlist die Dylan vijftig jaar geleden afdraaide voor de mensen van Sydney, Melbourne, Copenhagen, Dublin, Stockholm, Londen, Liverpool, Glasgow, Parijs. En nog vele andere plekken.

Maar, hier komt het goede nieuws voor harde fans, vorsers, schriftgeleerden en ware muziekliefhebbers, ‘Bob Dylan: The 1966 Live Recordings’ is meer dan een interessant hebbeding. Het is een bijzonder boeiend document waaruit wie goed luistert veel kan leren. Hoe liveoptredens bijna altijd een meerwaarde zijn ten opzichte van eerder in een studio opgenomen muziek, bijvoorbeeld.

Ik heb die 36 plaatjes boven mijn werktafel gehouden en heb ze daarna stomweg laten vallen om er dan, mikado-gewijs, een paar van op te rapen die ik daarna door de cd-speler joeg. Omdat ik zodoende ontdekte dat op vrijwel elk van die schijven een versie van Dylan’s magnum opus ‘Desolation Row’ voorkwam, heb ik op die diverse lezingen een mentale lakmoesproef uitgevoerd die mij tot de conclusie deed komen dat al die versies van ‘Desolation Row’ zeer goed tot geweldig zijn, wat mij, mits nog iets intensiever scannen, deed inzien dat vrijwel alle concerten uit die mythische tournee geweldig waren en ik eigenlijk liever daar was geweest dan redelijk dronken in de kelder, bij mijn vriend.

Bob Dylan geeft het vaak misbruikte woord ‘live’ een eigen en helemaal echte betekenis. Zijn optredens zijn zo ‘live’ als het leven maar kan zijn. En deze box is daar het lillende verslag van.

En voor wie denkt dat het nu wel even goed is geweest, gooien de Dylan-mensen binnen een week of twee ook nog de dubbelaar ‘The Real Royal Albert Hall’ op de keien. Zo komen we de winter wel door.

Als u niet zo Dylanesk aangelegd bent: ‘Op stap’ van de Romeo’s is ook nog steeds verkrijgbaar bij de betere benzinestations.

‘Bob Dylan: The 1966 Live Recordings’ is uit bij Columbia/Legacy.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234