Bob Dylan & The Band in de kelder: Humo's dwingende koopadvies

Over ‘The Basement Tapes’ (opgenomen in 1967, gedeeltelijk uitgebracht in 1975) werd weleens geschreven dat ze klonken alsof ze toevallig onder een steen gevonden waren. Nu heeft Bob Dylan die steen eindelijk helemaal opgetild: bijna vijftig jaar na de originele opnames worden alle 138 tracks van z’n knetterende theekransje met The Band voor het eerst vrijgegeven.

:: De grote verdwijntruc

Op 29 juli 1966 kreeg Bob Dylan in Woodstock, toen nog een gat als een ander in upstate New York, een motorongeluk. Het was niet zijn jaar, ’66: uitgejouwd door het publiek dat hem eerst omarmd had (‘Judas!’), aan het kruis genageld door de farizeeërs van de folkrevival, omdat hij zijn eigen elektrische zin deed. De hele wereld zat hem op zijn nek, en de timing van z’n ongeluk was dan ook perfect. Zo perfect dat wij, meestal na een trappist of twee, de waarachtigheid ervan weleens in twijfel durven te trekken. En wij niet alleen.

Herstellen deed Dylan ook in Woodstock. Toen het wat beter met hem ging, belde hij enkele van de weinige vrienden op die hij nog had: The Hawks, de jongens die hem op het podium hadden bijgestaan toen hij eerder dat jaar in de clinch was gegaan met het Britse publiek. Tegen 1967 stond de wereld in lichterlaaie en Dylan, de dichter en visionair die mee het vuur aan de lont had gehouden, was nergens te bekennen. Psychedelica, burgerrechten, vrije liefde en Vietnam gingen aan hem voorbij. Bob zat met The Hawks in de kelder.

The Hawks kennen we nu als The Band. De kelder was die van Big Pink, het huurhuis in West Saugerties (op een boogscheut van Woodstock) dat ook z’n naam aan hun eerste elpee zou geven. Al werd er ook op andere locaties opgenomen: het is de mythe die telt.

:: De onzichtbare republiek

De wereld waarin Dylan en zijn vrienden zich terugtrokken, werd door de Amerikaanse criticus Greil Marcus, die hier veel beter, intelligenter en onleesbaarder over geschreven heeft dan wij, ‘de onzichtbare republiek’ gedoopt. Een republiek die geen tijd, geen locatie en geen buitenwereld kent, bevolkt door zwervers, muzikanten, freaks en circusklanten, mijnwerkers en mythische figuren. Een veteraan van de Burgeroorlog zit er, nog in Zuidelijk uniform, aan de toog met de vicepresident. Jesse James komt binnen met uitpuilende zakken – net weer een trein laten ontsporen – in het gezelschap van John Henry, de man met de hamer. Het is een harde wereld, donker, vuil en zonder franjes, maar iedereen is er gelijk.

In die wereld spelen Bob en de jongens ten dans.

:: Negen levens

Dylan houdt tot vandaag vol dat het niet de bedoeling was om ‘The Basement Tapes’ ooit uit te brengen. De opnames waren niet meer dan bladmuziek, die alvast even was ingespeeld: ze werden aangeboden aan verschillende uitgevers, met de bedoeling om door andere artiesten te worden opgenomen.

‘Tears of Rage’, ‘This Wheel’s on Fire’ en ‘I Shall Be Released’ stonden in 1968 op ‘Music from Big Pink’, het debuut van The Band. Veel van de andere tracks werden effectief gecoverd door 1.001 uiteenlopende artiesten (van Manfred Mann tot Miriam Makeba, de singlehoesjes staan in het prachtige boekwerk bij de luxe-editie van ‘The Bootleg Series Vol. 11’).

We gaan als volleerde spoorzoekers de gangen na van vijf bijzondere tracks.

- ‘You Ain’t Going Nowhere’ en ‘Nothing Was Delivered’: vonden in 1968 hun weg naar The Byrds, al enkele jaren tevreden klanten van Dylan. Hun ‘Sweetheart of the Rodeo’, met Gram Parsons aan de teugels, plaveide de weg voor de countryrock van The Flying Burrito Brothers (nog eens Parsons), maar spijtig genoeg ook voor Eagles. Nog eens bedankt, Bob!

- ‘I Shall Be Released’: werd mede dankzij Richard Manuels onnavolgbare falset de grootse slotsong van ‘Music from Big Pink’, én het ‘We Are the World’-achtige orgelpunt (150 sterren op één podium) van The Bands zwanenzang ‘The Last Waltz’. We willen daarnaast ook nog eens de mooie, ingehouden versie van The Box Tops aanstippen. De piepjonge Alex Chilton die op de toppen van zijn tenen gaat staan: fraai beeld.

- ‘This Wheel’s On Fire’: werd door Julie Driscoll, samen met Brian Auger & The Trinity alsnog regelrecht de psychedelica ingetrokken. Driscoll nam begin jaren 90 een nieuwe versie op met Adrian Edmondson, voor de begintune van ‘Absolutely Fabulous’.

- ‘I’m Not There’: volgens Greil Marcus de droevigste song aller tijden. De tape waarop het nummer stond, belandde in de ranch van Neil Young, die ’m dertig jaar voor zichzelf hield – hadden wij ook gedaan. ‘I’m Not There’ werd in 2007 de titel en de titeltrack van de vreemde Dylan-film van Todd Haynes. De enige ons bekende cover staat ook op de soundtrack van die film, en is van de hand van Sonic Youth: zonder ballen zo groot als die van Kim Gordon moet je er dan ook niet aan beginnen.

Intussen circuleerden er van de originele versies van Bob & The Band verschillende bootlegs van wisselende kwaliteit, die fans en critici bezighielden tot in 1975 besloten werd om toch een officiële selectie uit te brengen. Samensteller Robbie Robertson – briljant muzikant, voornaamste songschrijver van The Band en ook een beetje een sjacheraar – bestond het op die dubbelaar acht Dylan-loze tracks van z’n eigen groep binnen te smokkelen. Acht goeie tot geniale tracks, daar niet van, maar op ‘The Bootleg Series Vol. 11’ zijn ze terecht weggelaten. Wat krijgen we dan wel?

:: De dunne

De dunne telt twee cd’s, uitstekende liner notes van Sid Griffin (zie The Long Ryders en die mooie Gram Parsons-docu van tien jaar geleden) en foto’s die glanzen als sneeuw in de zon. De cd’s bevatten:

- De tracks die in 1975 de eerste selectie hadden gehaald, in afwisselend een restored of alternate version. Die klinken allemaal een stuk helderder dan voorheen.

- Alle nummers die sindsdien op andere Dylan-uitgaven verschenen zijn. De glorieuze niemendallen ‘Santa Fé’ en ‘Minstrel Boy’, de oerversies van ‘I Shall Be Released’ en ‘Quinn the Eskimo’, en ‘I’m Not There’.

- Enkele covers, traditionals en hernemingen van eigen, oude Dylan-songs. Die laatste tonen aan dat Dylan als mens veranderd is. In ‘One Too Many Mornings’ wordt het eerste couplet overgenomen door Richard Manuel, en hij doet dat geweldig.

- Een handvol originele Dylan-composities, geschreven en opgenomen in Woodstock, die hier voor de eerste keer het licht zien. Joehoe!

:: De dikke

De dikke omvat zes cd’s en twee lijvige boekwerken, waarvan er één uitsluitend prachtige, zelden geziene foto’s van zowel Dylan als The Band bevat (opvallend: zelden samen), goed voor maanden plezier en een Grand Canyon-achtige leegte in uw portefeuille.

:: Laurel of Hardy?

De vraag is nu: twee cd’s, of zes? Het antwoord: drie à vier.

Dikkie Dik heeft van elke Basement-track die we al kenden twee of meer versies in de aanbieding. Leuk om één keer te horen, daarna zou je je eigen favoriete versie naar huis moeten kunnen meenemen. De ‘nieuwe’ songs zouden wij dan weer niet willen missen, al moeten we toegeven dat ze in wisselende staat van afwerking verkeren, dat er tijdens de sessies al eens een glas werd gedronken én dat die lieve Bob verschillende hoogtepunten ook op de korte versie heeft gezet. ‘Sign on the Cross’ bijvoorbeeld, zeven uitzonderlijke minuten jammerende religie met een dreunende hoofdrol voor het orgel van Garth Hudson, of de funky, meerstemmige rhythm-and-blues van ‘All You Have to Do Is Dream’.

Nee, de volslanke (net een commissie over de vloer gehad) maakt vooral het verschil door de schat aan traditionals en covers op de eerste twee cd’s: The Impressions, Hank Williams, John Lee Hooker, het oude, nimmer geëvenaarde Sun-spul van Johnny Cash... Dáár spraken Dylan en The Band, in het begin van een reis die meer dan een jaar zou duren, af welke taal ze onderweg zouden spreken, dáár vonden ze elkaar in hun liefde voor muziek. Dáár word je als amateurhistoricus echt verwend.

:: De derde weg

‘The Basement Tapes’ is niet de meest baanbrekende of revolutionaire plaat van Dylan. Er wordt weleens gezegd dat ze aan de basis van de americana ligt, maar wij kennen eerlijk gezegd weinig platen die zo klinken. Niet de belangrijkste plaat van uw of ons leven, dus. Maar misschien wel van het zijne.

De rebellie had hij gehad. Conformisme? Je hoeft maar één keer z’n vileine snerp te horen of die blik in z’n ogen te zien om te weten dat dát er niet inzat. Op ‘The Basement Tapes’ koos hij voor de derde weg: wég van het publiek, uit het oog van de stormen die hij jarenlang zelf veroorzaakte. Sindsdien is hij hoogstens nog eens in het weerstation geweest. Alles aan deze 38 of 138 songs – het is, vergeet het niet, úw leven – ademt afzondering.

Wat goed is voor Bob, is goed voor ons. Er zijn veel platen die rust brengen, een aantal daarvan brengen je zelfs op plekken waar je nooit eerder geweest bent. ‘The Basement Tapes’ doen beter: ze nemen je mee naar een plaats en een tijd die zo moeilijk te definiëren vallen, dat je met een beetje geluk nooit meer teruggevonden wordt.

Geen ebola, geen Zweedse coalitie, geen Zweedse krimi’s, geen nieuwe van U2, geen meningen op Radio 1, geen statusupdates, geen Ice Bucket Challenge, geen kijkfiles, geen Boekenbeurs, geen Zalando, geen linkse verzuring, geen jihadisten, geen domheid in 140 tekens, geen grapjes van de telefoniste, geen ‘salukes en dada’. Boek vandaag nog uw kapitaalvlucht.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234