Bob Dylan (Vorst Nationaal)

Net voor de pauze speelt Bob Dylan in Vorst Nationaal 'Tangled Up in Blue', zijn enige jaren 70-song van de avond. De losvast rockende 2015-versie is in die mate uitstekend dat alle Hij Had Kunnen Dits en Hij Zou Beter Dats in de kast mogen. Dylan heeft ook de tekst van 'Tangled up in Blue' grondig vertimmerd: 'Yesterday is dead and gone / and tomorrow might as well be now'.

Even recapituleren alvorens wij onze indrukken bij dat 'might as well be now' van Bob Dylan met u delen. De Wikipedia-pagina over Dylan in het Nederlands stopt bij 'Tempest', plaat van 2012: 'Sindsdien heeft Dylan bijna 200 concerten gespeeld waarin hij als in een soort recital vrijwel altijd dezelfde songs in dezelfde volgorde speelt. 2 songs uit de sixties, 3 uit de periode tot 1975, 8 uit de periode tot en met 2011 en 6 songs van 'Tempest'.'

Dat klopt al lang niet meer: in Vorst komen bijvoorbeeld 7 standards voorbij die we vooral in de versie van Frank Sinatra kennen. Maar 'dezelfde songs in dezelfde volgorde', da's geen echte leugen. Op de officiële Bob Dylan-website bijvoorbeeld is men sinds 21 oktober van dit jaar ctrl-c en ctrl-v kotsbeu. Er staat niks meer genoteerd. Het zijn inderdaad bijna altijd en overal dezelfde liedjes. Brussel krijgt dus krék dezelfde songs als Southampton twee avonden ervoor (en wellicht loopt het vanavond in Eindhoven niet anders). Het zal Dylan uiteraard worst wezen.

Opener 'Things Have Changed' bevat de zin 'I used to care / but things have changed'. De versie van 'She Belongs to Me' lijkt in haar grofkorreligheid op het vrij recente 'Tempest' te staan, en niet op 'Bringing It All Back Home', een plaat uit Humo's reeks die 'Een Meesterwerk van 50' heet. We krijgen hier veel mondharmonica, misschien omdat we in de rest van de set vrij weinig mondharmonica zullen krijgen.

In 'Beyond Here Lies Nothin' (dat aan de begintune van de HBO-serie 'Treme' doet denken) verlaat Dylan de centrale podiumplek waar twee bandmicrofoons naast een modernere variant staan opgesteld; een gitaar heeft hij niet meegebracht. Aan de rechterkant van de bühne staat wel zijn piano te wachten bij het pedal steel-verhoogje van Donnie Heron, die prompt een mandoline bovenhaalt. Drummer George Receli wisselt jazzborstels met vilten bollen af. De bas van Tony Garnier is meestal akoestisch. Leadgitarist Charlie Sexton staat ver van Stu Kimball, die voor akoestische én elektrische aandrijving zorgt.

We hebben ze nu allemaal een naam gegeven, de fantastische, de hele avond door in zeer verschillende klankkleuren schilderende muzikanten. Ze vormen het jazzsextet dat onlangs de prachtplaat ‘Shadows in the Night’ volledig live opnam, en de tien standards telkens in een paar takes heeft afgewerkt, zonder overdubs, zonder vocal booths, zonder hoofdtelefoons, en met bijzonder weinig opgestelde microfoons. Het is het uit die plaat getrokken 'What'll I Do' (van Irving Berlin) dat in een plots heel klein wordend Vorst Nationaal voor de eerste echte magie zorgt. En dat lijkt zowat iedereen hier te voelen en te weten, want de applausmeter gaat de hoogte in.

Is 'Duquesne Whistle' daarna iets verwaarloosbaars? Allesbehalve, want het heeft een mooie, lichte toets gekregen. Ook in 'Pay in Blood' is de storm in Dylans rauw grommende stem een beetje gaan liggen - de man lijkt niet meer elke dag met steengruis te gorgelen. Maar de wereld van 'Melancholy Mood', de b-kant van de eerste single van Frank Sinatra uit 1939(!), is een heel andere wereld. Dylan wacht lang voor hij het lied begint te croonen, maar dat moest Sinatra in 1939 ook een dikke minuut lang doen toen hij nog louter 'featuring' was bij Harry James & His Orchestra. In die lange minuut doet Dylan de beste 'Ik kan mezelf geen houding geven, en dan toch weer wel' die we hem al hebben zien doen, en het is niet de enige keer dat zijn 74 jaar oude lichaam een goeie Charlie Chaplin neerzet.

De derde standard, 'I'm a Fool to Want You', moet het niet alleen tegen de berg Frank Sinatra opnemen, maar mag zich evenmin laten van de wijs brengen door de enigszins definitieve Billie Holiday-versie. Hoe Dylan dat oplost? Door de zachte blazers van zijn plaatversie niet mee on the road te nemen. Door de pedal steel - een instrument dat hij al vaak heeft gebruikt - de rol van strijkorkest te laten spelen. Door een vals einde in te lassen, de song daar uit te kleden tot-ie alleen wat cimbaalgeroffel en gestrijk in de lage basregisters bevat, en de draad daar weer op te nemen, in een wereld die de hele fluwelen jazz- en croonertraditie onder zich lijkt weg te trappen om er tegelijk de kern van te vatten. Als u het ons vraagt is dit 'I'm a Fool to Want You' het hoogtepunt van de avond geworden.

'Tangled up in Blue' doet daarna iets anders: rocken. Het is vooral voor dit soort losvaste versies van oude songs dat wij ons hart vasthielden en op zondagmiddag - voor we naar Vorst treinden en tramden - onze lower your expectations-oefeningen hadden gedaan. Maar die waren nergens voor nodig. In de tekst is de verteller trouwens een hij geworden, één voor wie het verleden niet meer even 'close behind' is als voor de Ik-figuur van 1975. Dylan vraagt zich niet meer af of de mensen die hij heeft gekend wiskundigen dan wel vrouwen van timmermannen zijn geworden. De dingen zijn veranderd. 'Some of ‘em live up on a mountain / And some of 'em went down to the ground', gaat het nu. En het is dus hier dat wij van de grootmeester die zin aangereikt krijgen om bij na te denken bij een pauzebiertje: 'Yesterday is dead and gone / and tomorrow might as well be now'.

In de tweede helft zitten nóg vier crooners: 'Why Try to Change Me Now', 'All or Nothing at All' (nog zo'n vroege Sinatra-song, uit 1940 dit keer), de magistrale afsluiter 'Autumn Leaves' (zo mooi als de helblauwe dagen die we dezer dagen meemaken) en 'The Night We Called It a Day', een song met een stuk tekst dat onze gevoelens bij het schrijven van deze recensie in één zin kan vatten: 'I heard the song of the spheres / Like a minor lament in my ears'. Omdat deze sferen ons vooralsnog vrij onbekend zijn. Omdat de Dylan die wij hier horen via de weg van de melancholie net veel van zijn oude blues is kwijtgespeeld, om in de plaats veel aan ritme te winnen.

Zo is 'Spirit on the Water' een jazzliedje in de stijl van 'My Baby Just Cares For Me', maar vooral: een lang en amusant gesprek tussen Dylan aan de piano en Donnie Heron aan de pedal steel. Het doet vermoeden dat er uit deze song-and-dance-man nog meer swing en jazz gaat komen, gewoonweg omdat hij deze genres elke avond verder inoefent, samen met een wel héél goeie groep.

Het concert is er overigens ook één van de beste winterreiziger die wij ons kunnen dromen: iemand die die vierde levensfase vanuit een heel ander gezichtspunt bekijkt dan wat wij elders horen en zien vertellen. Naar deze wonderlijke man is - toen hij elektrisch ging - vanuit het donker ooit 'Judas’ geroepen, terwijl hij geen enkele Messias had verraden. Toen in 1967 iedereen de mond vol had van revolutie en wahwah-gitaren, werd hij een familieman op de vlucht voor opdringerige fans, en schreef hij fantastische countrydingen. Vandaag kan je in de krant lezen dat een hoop mensen in rusthuizen eerder naar The Rolling Stones willen luisteren dan naar oubolliger entertainment. Net op dat moment komt onze favoriete pop-, folk-, rock-, country & bluesman verbazen met liedjes en melodietjes uit de oude doos, die hij schitterend naar zijn hand zet, want beter en indringender hebben wij 'em op een podium eigenlijk nooit gehoord. Voor alle duidelijkheid: wij hebben sedert 2001 al 's mans concerten overgeslagen. Ach wat! Verbluffend is verbluffend, en minder was het niet.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234