null Beeld

Bob Geldof over Boomtown Rats, Live Aid en de dood van Peaches

Dertig jaar na de eerste Band Aid-single brengt Bob Geldof deze week een nieuwe versie uit van ‘Do They Know It’s Christmas Time’. Dit keer is het de Ierse rocker en weldoener niet te doen om de hongersnood, maar wil hij de ebola-epidemie uitroeien. De wereld redden kan hij als de beste. In schril contrast staat zijn eigen tragedie: de rauwe pijn die hij voelt, zes maanden na de dood van zijn dochter Peaches.

Je kunt jezelf voorbereiden op een interview met Bob Geldof, maar je kunt jezelf nooit voorbereiden op Bob Geldof zelf. Niet dat hij anders is dan je je had voorgesteld: zo is hij ook, maar dan in de overtreffende trap. Groter, luider, grappiger, erudieter, eigenzinniger, beter geïnformeerd, met meer gevloek. Meer van alles, dus. Hij neemt amper de tijd om adem te halen. Hij vuurt statistieken af over de grondstoffen van onze planeet (‘Over tachtig jaar zal de mens 1.700 procent van de grondstoffen van onze planeet nodig hebben’) en over hoe energieverspillend Google is (‘Elke keer als je iets opzoekt op Google, verbruik je evenveel energie als je auto 65 meter ver laten rijden’). Hij hekelt de BBC-verslaggeving over Afrika (‘Ze zijn enkel geïnteresseerd in de nobele, primitieve versie’), voor hij weer op een ander onderwerp overschakelt.

Vandaag zijn we hier om het te hebben over The Boomtown Rats – volgens sommigen misschien het minst interessante aspect aan Bob Geldof. Zijn muzikale leven wordt al lang overschaduwd door al zijn andere levens, die hier ook de revue zullen passeren: zijn strijd tegen armoede en zijn privéleven, meer bepaald de dood van zijn ex-vrouw Paula Yates aan een overdosis heroïne in 2000 en de dood van zijn dochter Peaches in gelijkaardige omstandigheden in april van dit jaar. Maar het hele Geldof-verhaal begon wel degelijk met The Boomtown Rats. Vorig jaar kwamen de Rats weer samen, om redenen zoals ‘leeftijd, nieuwsgierigheid en geld’. Ze speelden op het Isle of Wight Festival en dat viel zo goed mee dat ze er nog enkele concerten aan breiden en een best of-plaat uitbrachten. Straks beginnen ze aan een tournee langs alle zalen waar ze vorig jaar niet zijn geraakt, en zullen ze weer een best of-plaat uitbrengen. Sommige bandleden hebben een huis af te betalen, vandaar.

Relevante Rats

The Boomtown Rats vonden hun oorsprong in Dún Laoghaire, 12 kilometer ten zuiden van Dublin, in 1975. Aanvankelijk werden ze beïnvloed door de r&b en de stormgeluiden van Dr Feelgood, maar toen kwam de punk en raakten ze daarvan in de ban. Geldof vertelt een grappig verhaal over hoe ze in 1976 langs een aantal scholen tourden met Talking Heads en Ramones. Elke band probeerde het als headliner, maar ‘niemand kon de Ramones bijbenen’. Dus viel de line-up als vanzelf op z’n plaats: eerst Talking Heads, dan Boomtown Rats, dan Ramones, spelend voor een publiek van schoolkinderen met jaren 70-kapsels en olifantenpijpen. Ging de jeugd toen uit haar dak? ‘Nee. Ze konden ons niet vatten. Vooral Talking Heads niet. Ze bleven maar staren.’

The Boomtown Rats vielen nooit helemaal samen met de punkbeweging. Punk was te snobistisch Engels om die jonge Ieren in hun veel te brede broeken in hun rangen op te nemen. Maar de Rats deden het heel goed in de hitlijsten. Ze wisten zelfs John Travolta en Olivia Newton-John met ‘Summer Nights’ van de eerste plaats te stoten met hun ‘Rat Trap’ (met dodelijke ernst verscheurden de Rats elk een foto van Travolta voor de camera’s van ‘Top of the Pops’ – zucht, waar is de tijd dat pop nog iets betekende). Hun songs waren eerder new wave dan punk: ze waren overproduced, met uncoole piano en saxofoon. Maar ze zaten ook tjokvol hooks en staken goed in elkaar. Plus: hun teksten gíngen ergens over. Ze vertelden verhalen.

Dat is nog een reden waarom Geldof vorig jaar instemde met de Rats-reünie. Veel van hun songs vindt hij nog altijd relevant: Britse jongeren zonder toekomstperspectief (‘Rat Trap’), Amerikaanse jongeren die door het lint gaan en hun klasgenoten omverknallen (‘I Don’t Like Mondays’), de Ierse pedofilieschandalen die in de doofpot verdwijnen (‘Banana Republic’), het gevoel van vervreemding dat mensen voelen tegenover hun machthebbers (‘Lookin’ After No. 1’). En toch was het niet hij die de band weer samenbracht: het Isle of Wight Festival vroeg hen of ze wilden komen spelen. Dus spraken de bandleden (of toch vier van de zes, de andere twee hebben ‘een echte job’) af om eens te repeteren, om te zien wat er zou gebeuren. Geldof: ‘Het eerste uur waren we vreselijk. Toen zei er iemand: ‘Stop!’, en namen we een pauze. Daarna begonnen we er weer aan, ietwat aarzelend, omdat we dachten dat het een verloren zaak was. Maar toen gebeurde er iets. Garry (Roberts) storttezich op zijn gitaar. We deden ‘Lookin’ After No 1’ en we zaten er knal op.’

Geldof had er geen probleem mee om weer voor een publiek te staan – hij was nooit gestopt als soloartiest. Het succes van zijn laatste plaat, ‘How to Compose Popular Songs That Will Sell’, had zijn carrière onlangs nog een duwtje in de rug gegeven. En toch: de dag voor de Rats op Isle of Wight zouden staan, vervoegde hij de Duitse band Die Toten Hosen op het podium, om weer het gevoel te pakken te krijgen van voor een publiek van duizenden mensen te staan. Daarna nam hij een helikopter naar Isle of Wight – die helikopter had hij ‘van een maat geleend’ – om in de juiste rock-’n-rollsfeer te blijven. Om zich helemaal in te leven in z’n Bobby Boomtown-personage liet hij ook een pak in imitatieslangenleer maken. Zodra hij zich daarin had gewurmd, was de metamorfose compleet.

‘Tegenwoordig bestaat het Rats-publiek uit mensen van middelbare leeftijd met hun kinderen,’ zegt hij. ‘Aan de sound is er intussen niet veel veranderd. Muzikaal is het allemaal nogal simpel, maar daar gaat het niet over. Hoe je het speelt, dáár gaat het over: de agressie, de energie, het lawaai. En ook de krakkemikkigheid ervan: hoe het ieder ogenblik uit elkaar kan vallen. Er zit een lijn in dat lawaai, het is niet moeilijk te begrijpen. Bovendien zijn we, al zeg ik het zelf, een fantastische liveband.’

Bomen met Kofi en Bono

Hoewel The Boomtown Rats zo’n vijf jaar lang hoge toppen scheerden, heeft het succes Geldof nooit zo gelegen. Hij schreef erover in de Rats-song ‘Wind Chill Factor (Minus Zero)’: ‘It’s one of those days when I don’t like myself / I’ll slip beneath these sheets and shiver here awhile’. Als kind wilde hij niks liever dan beroemd worden, maar toen die droom uitkwam, bleken er allerlei verantwoordelijkheden bij te horen die hij niet had verwacht: interviews, plichten, platenbazen die hem opdroegen een hit te schrijven. ‘She’s So Modern’, een song over tv-presentatrices als Magenta Devine, Paula Yates en Mariella Frostrup, schreef hij om aan dergelijke eisen te voldoen. Hij heeft dan ook nooit echt van die song gehouden.

Dan hebben we het over zangers die waardig ouder weten te worden. Hij houdt van Leonard Cohen en Loudon Wainwright III: ‘Ik kan er niet bij dat hij niet beroemder is.’ Volgens hem kan Van Morrison nog verrassen, Bob Dylan niet meer: ‘Al zou ik mezelf nooit op dezelfde hoogte zetten als die kerels, begrijp me niet verkeerd.’ Hij heeft een groot ego – hij is tenslotte een leadsinger – maar hij weet wat zijn sterke en zwakke punten zijn. Muziek is zijn eerste en langst durende liefde, maar zelf zal hij nooit kunnen tippen aan zijn eigen helden. En toch heeft hij iets wat geen enkele van die andere songwriters heeft: nog een andere job.

Als gevolg van wat je zijn extreme fondsenwerving voor goede doelen kunt noemen – Live Aid in 1985 (opbrengst 190 miljoen euro) en Live 8 in 2005 (om de G8-leiders aan te sporen hun ontwikkelingshulp te verdubbelen) – heeft Geldof duizenden levens gered. Om die reden houdt hij zich op in de hoogste regionen van de samenleving. Hij spreekt belangrijke mensen familiair aan: niet alleen Bono, maar ook Sergey, Larry (Brin en Page, van Google), Gates (Bill, van Microsoft), Zuckerberg (Mark, van Facebook), Kofi (Annan, de vorige secretaris-generaal van de VN). Als hij niet bezig is met muziek, reist hij vooral de wereld rond om speeches te geven.

Een paar jaar geleden richtte hij een private-equityfirma op, 8 Miles, die alleen in Afrikaanse projecten investeert. Het idee erachter is dat de investeerders niet op korte termijn geld verdienen, maar wel op de lange duur. Hij werkt ook samen met One, Bono’s stichting die zich inzet om armoede en ziektes de wereld uit te helpen, vooral in Afrika. Hij heeft het extreem druk, maar zo heeft hij het graag. Hij heeft het nodig om veel aan z’n hoofd te hebben.

Geldof ziet alles altijd groots: de grote beweging, de historische ommezwaai. Hij heeft geen tijd voor mediaroddels, voor het gedoe op Twitter, voor het constante getjirp van moderne technologie. Laatst nog sloeg hij ochtendlijke mails in de ban in zijn succesvolle tv-bedrijf Ten Alps. Iedereen die het bedrijf ’s ochtends probeert te bereiken, krijgt de boodschap dat zijn vraag na 14 uur behandeld zal worden. Geldof: ‘Ik heb die mensen ingehuurd om met ideeën te komen, niet om secretaresse te spelen.’ Zijn gsm is een Nokia 6210, of zoals hij het zegt: ‘De AK-47 onder de mobiele telefoons.’ Hij zweert erbij, omdat hij overal bereikbaar is en de batterij extreem lang meegaat.

Het Geldof-ding

Dan is er nog het drama in zijn privéleven. Een constante sinds de jaren 70, die vooral z’n oorsprong vindt in zijn relatie met Paula Yates: ‘Wij waren het goedkope alternatief voor het glamourkoppel Rod Stewart en Britt Ekland.’ De situatie escaleerde in 1995, toen Yates Geldof na negentien jaar en drie kinderen verliet voor INXS-zanger Michael Hutchence. Na de mediaheisa, de drugsverhalen en het gevecht om de kinderen eindigde het hele verhaal met de dood van zowel Hutchence als Yates: hij pleegde zelfmoord, zij stierf na een overdosis heroïne. Bob nam hun dochter Tiger Lily op in zijn gezin en adopteerde haar in 2007.

Hij heeft al meer tragedies meegemaakt dan een mens doorgaans kan incasseren, maar Bob blijft overeind. Wel is hij het ongeluk dat hem overkomt, het ‘Geldof-ding’ gaan noemen, alsof het om een vloek gaat. En toch zei hij in een interview vorig jaar nog dat hij de voorbije tien jaar gelukkiger was geweest dan ooit tevoren: hij leidde een gesetteld leven met Jeanne Marine, zijn partner sinds jaren; zijn carrière verliep prima; met zijn dochters Fifi, Peaches, Pixie en Tiger Lily ging alles schijnbaar goed. Tot Peaches, zijn tweede oudste dochter, in april van dit jaar dood werd aangetroffen in haar huis in Kent.

Peaches Geldof was een innemende, rebelse, intelligente socialite, schrijfster en tv-presentatrice. Ze leek het geluk gevonden te hebben toen ze trouwde en moeder werd van twee zoontjes, Astala en Phaedra. Een paar maanden voor haar dood was ze op tv verschenen in een debat over attachment parenting of natuurlijk ouderschap – ze veegde er de vloer aan met haar tegenstander. Haar zoontjes waren nog geen 2 jaar oud toen ze overleed; zelf was ze pas 25. In een verklaring na haar dood schreef Geldof: ‘Deze pijn is niet te harden. Ze was de wildste, grappigste, slimste, snedigste en gekste van ons allemaal.’

De eerste helft van het interview blijven we rond Peaches’ dood cirkelen, maar dan valt het onderwerp niet langer te vermijden. Als ik hem vraag hoe het nu gaat, valt Geldof opeens stil. ‘Het komt en gaat,’ zegt hij na een lange pauze. ‘Vliegreizen helpen niet, omdat je dan alleen bent. Ik reis samen met een vriend, die ook mijn agent is, en dan spelen we Scrabble, maar tussen het woorden zoeken door is het er toch weer. Daarom probeer ik meestal te schrijven of te lezen. Alles om het maar niet te voelen, maar dan overvalt het je plots toch. Dat is écht wat het doet: het overvalt je.’

Eerder dit jaar was Geldof te gast op een Britse talkshow om het over Peaches te hebben: ‘Dat deed ik voor de duizenden mensen die me hadden geschreven na haar dood. Zo wilde ik hen rechtstreeks toespreken en hen bedanken.’ Toen en nu vertelt hij hetzelfde: dat hij voor de paparazzi moet schuilen wanneer het verdriet hem doet ineenzakken. Dan loopt hij een steegje in, zodat ze geen foto van hem kunnen nemen terwijl hij staat te janken. ‘Peaches had zo’n grote impact,’ zegt hij. ‘Ik begreep niet goed hoe dat kwam. Bij Paula begreep ik het: zij was een tv-figuur en deed totaal andere dingen dan de mensen in die tijd van een meisje verwachtten. Daar gaf ze geen moer om. Ze was ook erg slim en mooi. Peaches was ook superslim. Misschien wel té slim. Ze kon mensen soms tegen de haren in strijken. Ik kreeg een brief van een New Yorkse taxichauffeur, die zijn wagen aan de kant zette toen hij het nieuws hoorde. Hij moest een pint gaan pakken om ervan te bekomen. ‘Hoe komt dat toch?’ denk je dan. Je leest echt verdriet in de brieven van die mensen – of ze nu 14 of 28 zijn. Zo’n impact had ze op hen. De impact van haar kleine leventje.’

Geldof leest alleen The Financial Times, dus had hij niet gemerkt hoe de berichtgeving over haar dood van toon veranderde toen bleek dat Peaches, net als haar moeder, aan een overdosis heroïne was gestorven. (Aanvankelijk sprak de politie nog over een natuurlijke dood.) ‘Het stond niet in het dossier,’ zegt hij, ‘maar natuurlijk wist ik wat er aan de hand was. Voor mij maakt het geen verschil. De pijn en de verbijstering zijn er niet minder om. Over verslaving beweren sommigen dat het een ziekte is; anderen zeggen dat je het jezelf aandoet. Ik denk dat mensen zijn zoals ze zijn. Volgens mij zit het deels in je genen. Eens geactiveerd is het heel moeilijk te stoppen.’ Een beetje zoals een knop die altijd aanstaat? ‘Ja. Staat-ie aan, dan staat-ie aan. Aan de andere kant: ik ben er zeker van dat je je deels bewust bent van die aan-knop en dat je daarom de activatie ervan moet zien te vermijden.’

Bob de eikel

Zelf gebruikte Geldof coke in de beginperiode van de Rats, toen ze nog signeersessies in Amerika deden waarvoor geen hond kwam opdagen. Iemand uit hun Amerikaanse entourage – ‘een Artie Fufkin’ (uit Spinal Tap) noemt hij hem – legde lijntjes coke uit bij wijze van verontschuldiging. ‘Maar ik was altijd te gierig om het zelf te kopen,’ zegt hij. ‘Ik hield er eigenlijk ook niet van. Het maakte me gespannen en nerveus. Ik voelde me een paar seconden goed, maar daarna zat ik met die Artie Fufkins van deze wereld te praten. ‘Dit was een ramp en het is allemaal mijn schuld,’ zeiden ze dan, ‘terwijl jullie één van de beste platen ooit hebben gemaakt!’ Dan zat ik te knikken: ‘Yeah!’ Terwijl je ergens diep vanbinnen je gezond verstand hoort zeggen: ‘Hoor jezelf nu eens bezig! Wat ben jij een eikel!’ Ik heb nooit aan het straffere spul gezeten, al heb ik één keer per ongeluk heroïne gebruikt.’

Dan vertelt hij het hilarische verhaal over die ene keer, maar alles moet off the record blijven, omdat er een andere zanger bij betrokken was. Die had hem de drugs gegeven en had daarna geprobeerd het met Paula aan te leggen, terwijl Geldof buiten strijd was. Hij geeft een grappige imitatie van Paula, die met haar meest voorname stemmetje ‘No, thank you’ zegt tegen haar aanbidder. Oef, de oude Geldof is terug. Een hele opluchting: voelt hij pijn, dan vult die pijn de hele ruimte.

‘Weet je,’ zegt hij nog over zijn dochters, ‘de kinderen hebben het hard te verduren gekregen. Vooral door The Daily Mail, die hen hun hele leven lang al heeft zitten pesten. Die kleine meisjes. Nooit schreef de pers hoe moedig ze waren, hoe sterk, hoe mooi, hoe talentvol. Gingen ze naar een tienerfeestje, dan waren ze zogezegd onhandelbaar en volgden ze het voetspoor van hun moeder – en we weten allemaal hoe dat geëindigd is. Dat soort berichten hing op school zelfs op het bord met mededelingen geprikt. En telkens als ik hen probeerde te stoppen, trokken ze de kaart van de persvrijheid.’

‘Wat mensen ook van ons denken,’ gaat hij verder, ‘wij zijn een normaal gezin. Doe de deur dicht en alles gaat er heel normaal aan toe. Het zijn je kinderen en jij bent de ouder. Net als overal wordt er bij ons huiswerk gemaakt en ’s avonds samen gegeten. Net zoals bij iedereen gaan de kinderen ’s ochtends naar school, maar bij ons is het meer dan eens gebeurd dat er veertig fotografen voor ons uit liepen. Natuurlijk zijn er in het leven van de kinderen dingen gebeurd die ongehoord zijn. Maar dat is slechts het topje van de ijsberg – boven op alle drama moesten ze ook opgroeien voor het oog van de camera’s. Dat had niet mogen gebeuren – het waren maar kinderen. Ik heb alle bewondering voor hen.’

En ten slotte: ‘Ieder van ons is hierdoor beïnvloed, ieder van ons heeft z’n eigen herinneringen en z’n eigen verhaal, en ieder van ons heeft altijd z’n best gedaan. Eén van ons heeft het niet gehaald. Daar hebben we het allemaal vreselijk moeilijk mee.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234