Bobby Womack zou vandaag 75 jaar geworden zijn: 'Soul is: de hele wereld vertegenwoordigen'

Het bewogen leven van Bobby Womack (1944 - 1914)? We beginnen met de muziek: hij was nog geen tien toen hij in de jaren vijftig met zijn vier broers het gospelgroepje The Womack Brothers vormde. In het begin van de sixties veranderden ze hun naam in The Valentinos.

(Verschenen in Humo 3746 op 19 juni 2012)

Ze werden onder de hoede genomen door Sam Cooke, gingen rhythm-and-blues spelen en schonken The Rolling Stones een hit met ‘It’s All Over Now’. Daarna ging Bobby solo: hij scoorde hits als het blaxploitation-anthem ‘Across 110th Street’ en speelde gitaar op platen van Sly Stone en Janis Joplin. Er was de obligate cocaineverslaving, en daarna de ziektes: diabetes en kanker. En nu is er de comebackplaat ‘The Bravest Man in the Universe’, gemaakt met Damon Albarn en Richard Russell van XL Records.

Voor eens en altijd: Bobby Womack maakte geen deel uit van de groep Womack & Womack, die eind jaren tachtig een monsterhit scoorde met ‘Teardrops’: dat waren zijn jongste broer Cecil en diens vrouw Linda. Linda’s familienaam was oorspronkelijk Cooke. Ze was de dochter van Sam, en een tijdlang de stiefdochter van Bobby: na de dood van zijn held en mentor, trouwde de toen eenentwintigjarige zanger in 1965 met diens weduwe Barbara. Volgt u nog?

Het huwelijk met de weduwe Cooke was een schandaal, maar er zouden nog grotere privé-drama’s volgen: de zelfmoord van hun zoon Vincent bijvoorbeeld, en de dood van een babyzoontje bij z’n tweede vrouw. In 1974 werd z’n broer Harry doodgestoken door zijn vriendin – in Bobby’s huis.

Een bewogen leven, en tegenwoordig spartelt de gezondheid nog maar eens tegen: afgelopen maart werd opnieuw kanker vastgesteld. Op zaterdag 14 juli 2012 werd hij verwacht op Gent Jazz, maar dat gaat niet door: de dokters hebben hem absolute rust voorgeschreven. Als we de last soul man op een mooie dinsdagavond na veel vijven en zessen aan de lijn krijgen, zit hij in een wellnesscentrum in LA.

HUMO Meneer Womack, blij u eindelijk aan de lijn te krijgen. Dit interview werd een paar keer uitgesteld.

Bobby Womack «Ik zeg altijd maar: we zijn allemaal hetzelfde. Het is niet omdat je in de showbizz zit, dat je geen griep kan krijgen. Of dat je ouders niet sterven. Of dat je niet ineens straatarm kan zijn, en de volgende dag weer stinkend rijk. We hebben allemaal onze ups en downs.

»Maar: er is geen andere job waarmee je én de mensen blij maakt én massa’s geld verdient, haha.»

HUMO Dat klinkt optimistisch. Hoe is het op dit moment gesteld met uw gezondheid?

Womack «Ik zal eerlijk zijn: niet al te best. Ik ben gisteren uit het ziekenhuis ontslagen. Ik heb eerst prostaatkanker gehad, en nu darmkanker. Ik heb twee keer atypische longontsteking gehad, én ik ben een diabeet. Ik had eigenlijk allang dood moeten zijn, en ik ben bang geworden om mijn ogen nog dicht te doen. Zeker nu, met al die goeie dingen die me tegenwoordig overkomen: XL Records heeft het beste uit mij naar boven gehaald voor deze plaat. Ik wil geen hits scoren, ik wil statements maken, en zij hebben dat begrepen.

»Ik weet alleen dit: God left me here for a reason. Als ik nu op een podium sta, dan zie ik ze voor me: Sam Cooke, Johnny Taylor, David Ruffin... Zij waken over mij. Maar ze zijn ook streng: als ik ze niet juist vertegenwoordig, dan geraak ik straks serieus in de problemen daarboven. Dat is soul: de pioniers vertegenwoordigen. Of nee: de hele wereld vertegenwoordigen.»


Last soul man

HUMO Waarom hebt u zo lang geen muziek gemaakt?

Womack «Ik had er genoeg van: iedereen ging toch in McDonald’s eten. Begrijp je wat ik zeg? Toen ik jong was en ik hoorde Jimi Hendrix, wist ik: da’s Jimi Hendrix. Janis Joplin: idem. Stevie Wonder was altijd Stevie Wonder en Ray Charles altijd Ray Charles... Je moest je eigen stijl hebben, of je hield het niet uit. Nu kijkt iedereen gewoon in de popencyclopedie en kiest: ik ga die of die imiteren. McDonalds-muziek.»

HUMO Met een moeilijk woord heet dat postmodernisme. Kan best plezierig zijn.

Womack (onverstoorbaar) «Europa is anders. Hier halen ze de neus op voor een opgewarmde hap. Jullie zijn hipper. Jullie laten de muziek vanbinnen groeien.»

HUMO Hebt u het nu over Damon Albarn? Hij haalde u na al die jaren terug voor ‘Plastic Beach’ van Gorillaz.

Womack «Hij geloofde in mij. Ik vroeg hem: ‘Hoe weet je dat ik nog altijd kán zingen? Ik had allang in een rolstoel moeten zitten!’ Ik zocht naar excuses om er onderuit te geraken, weet je wel. Maar hij zei: ‘No man, ik wil gewoon dat je op mijn plaat zingt.’»

HUMO Het was ook zijn idee om Lana Del Rey met u samen te zetten voor het prachtige duet ‘Dayglo Reflection’ op uw nieuwe plaat.

Womack «Damon zei: ‘Ik heb een chick naar wie je moet luisteren, ze is ongelofelijk.’ Eerst dacht ik: ‘Ik doe alleen een duet met Aretha Franklin.’ Maar toen hij me Lana liet horen, wist ik niet waar ik het had.

»Toen Damon haar belde, stond ze net klaar om op een vliegtuig te stappen. Hij vroeg: ‘Wil je een track doen met Bobby Womack?’ en ze keerde onmiddellijk terug naar de studio. Ik hou enorm van haar stem, die is zo speciaal dat je niet per se hoeft te luisteren naar wát ze precies zingt – de emotie zit in hóé ze het zingt.»

HUMO Bovendien zit er een stukje spoken word van je allereerste mentor Sam Cooke in de intro van die song: ‘As the singer grows older his conception goes a little deeper. Because he lives life and understands what he’s trying to say a little more’.

Womack «Daarom is die song extra belangrijk voor me. En er is nog een reden: toen we hem opnamen, lag mijn moeder op sterven. Damon zei: ‘Ik heb een song voor je, maar we doen het wel een andere keer – ga jij maar weer naar je hotel. Wij zijn klaar als jij klaar bent.’ Maar ik antwoordde hem: ‘Ik ben er nu klaar voor.’»

HUMO Ik vind ‘Dayglo Reflection’ echt een heel nobel en melancholisch lied.

Womack «Oh yeah. It’s so horny.»

HUMO (lacht) De meeste songs op ‘The Bravest Man in the Universe’ ontstonden tijdens de opnamesessies, maar de tekst van de titelsong schreef u zo’n veertig jaar geleden al.

Womack «Yeah. Zoals je weet, schreef ik toen al met Harold Payne – hij heeft me ook bijgestaan voor de teksten. Maar veertig jaar geleden reden we met onze song naar Memphis, naar de Stax studio, bij Isaac Hayes en The Memphis Horns. Maar het deed hun niets.

Dat wil nog niet zeggen dat hij niet goed genoeg was, nee: hij moest gewoon geinterpreteerd worden door iemand anders – mezelf.»

HUMO De eerste keer dat ik het nummer hoorde, dacht ik dat u ‘The bravest man in the universe / Is the one who has forgiven birth’ zong. Maar het is: ‘The bravest man in the universe / Is the one who has forgiven first’. Zoek ik het te ver?

Womack «Meisje, die song is als een abstract schilderij – je mag erin horen wat je wil. Ik zing ook: ‘The bravest man in the universe / Is the man who put down his arm first’. Toen hij dat hoorde, wist Harold onmiddellijk waarover ik het had: we waren eens samen op bezoek geweest bij mijn moeder, en ik had er ruzie gekregen met één van mijn broers. En mijn broer had gezegd: ‘Okay, jij wint.’ Vijf jaar later dacht ik daar nog altijd aan.

»De dag dat ik geboren werd, was er oorlog, en vandaag is er nog steeds oorlog. En iedereen vecht en steelt om macht. You gotta kill to stay alive: dat maken ze ons wijs. Maar ik wíl dat niet.»

HUMO Misschien wordt the bravest man in the universe wel uw nieuwe bijnaam. Eerder werd u al the preacher, the poet en the last soul man genoemd.

Womack «Zo voel ik me nu ook: the last soul man. Want waar zitten ze, de nieuwe soulzangers? Waar zitten de Wilson Picketts? De James Browns? De Michael Jacksons? De kids die nu opgroeien, willen zijn zoals de rappers. Dus zeggen ze allemaal ‘hey bitch!’ als ze een vrouw zien, en die vrouwen vinden dat nog oké ook! But it ain’t cool. Je moet respect voor hen hebben, want we zijn allemaal uit een vrouw geboren.

»Nu, wat ik wél respecteer aan die rappers: ze zijn niet into harddrugs, zoals mijn generatie dat was. Daar zijn ze veel te slim voor. En ze willen ook altijd eerst geld op tafel. Als je een rapper niet op voorhand betaalt, dan gooit hij je uit het raam. Ook daar waren wij te na-ief voor. En achteraf betaalden we ons blauw aan advocaten: die gingen ook nog eens met onze centen lopen (lacht).»

HUMO Is er een blanke zanger die voor u ‘zwart’ is?

Womack «Van Morrison: hij blaast me omver – altijd zo geweest. Hij heeft ook nooit toegevingen gedaan. Hij is gewoon Van, met z’n eigen, onnavolgbare stijl, en die onmiskenbare emotionele waarachtigheid in z’n songs.»

HUMO Heeft u hem ooit ontmoet? Niet dat het iets zegt over iemands ware persoonlijkheid, maar hij heeft de reputatie nogal een lastigaard te zijn.

Womack «Als muzikant wórd je gewoon moeilijk en achterdochtig – dat vergeten de mensen vaak. Je moet in deze business met bijzonder vervelende mensen omgaan. Aasgieren, opportunisten, fakers: ze komen allemaal op je af als bijen op honing. En als het geld op is, zijn zij ook de deur uit.

»Ja, ik heb Van Morrison ontmoet, we zijn eens samen op stap geweest. En ik dacht: die gast is niet gek, hij is gewoon anders. Dat vond ik net leuk aan hem: I had to figure him out.»

Groen, jong en dom

HUMO U zei het daarnet zelf: uw generatie zat zwaar aan de harddrugs. Wanneer hebt u beseft: ik moet afkicken?

Womack «Marvin, Pickett, James Brown, Michael Jackson... Als ik één ding heb geleerd over artiesten, creatieve mensen, is dit het: ze zien geen grenzen. En als dat soort mensen aan drugs beginnen... Dan ben je een ongeleid projectiel, hè. De drugs hebben je zó in een wurggreep: binnen de kortste keren wéét je niet eens meer waarom je ooit high werd.

»Faalangst, podiumvrees: de redenen waarom Marvin Gaye aan de cocaine zat, kende ik ook. Ik vond het gewoon nodig om high te zijn als ik moest spelen, want als ik high het podium opwandelde, dan voelde ik me alsof ik kon vliegen. Tot ik op een dag besefte: you don’t have to fly to fly. De high, dat zijn de mensen. Mijn publiek en ik, we zijn net twee mensen die de liefde bedrijven.

»Het moeilijkste daarna was: breken met mijn drugsvrienden. En dat moest, want ik was –enben–veeltezwakomnogmethenom te gaan: ze hadden me zo weer meegesleurd.»

HUMO U speelde mee op ‘There’s a Riot Goin’ On’ van Sly and the Family Stone uit 1971. Hebt u nog enig contact met hem?

Womack «Toen ik erg ziek was, zei mijn omgeving me: ‘We hebben overdreven, we hebben Sly laten weten dat je doodgaat.’ Maar ik wist dat hij me nooit zou komen bezoeken, want we kunnen niet meer high worden samen.

»Ik hou zielsveel van hem, maar hij herinnert zich niet eens meer wie Sly is – echt niet. Hij heeft nog steeds het talent, maar hij wil niet meer herbeginnen. En wat meer is: dat ego van hem is zo opgeblazen, hij heeft het verknald bij zo veel mensen. Hij zou de rest van z’n leven nodig hebben om aan iedereen te gaan uitleggen dat het hem spijt.»

HUMO Toen The Rolling Stones in 1964 een nummer één-hit scoorden met hun cover van ‘It’s All Over Now’, een nummer dat u eerder dat jaar had geschreven, opgenomen en uitgebracht met The Valentinos, was u aanvankelijk heel kwaad, naar het schijnt. Klopt dat?

Womack «Om maar te zeggen wat voor een groentje ik toen was. Pas toen Sam Cooke me aan het verstand bracht dat ik én geld zou krijgen voor die hit én dat ik ook nog eens muziekgeschiedenis zou schrijven, begon ik te kalmeren. In al mijn onstuimigheid zag ik die song als de doorbraaksingle van The Valentinos. Ik had hem niet geschreven voor de Stones! Tell ‘em to go get their own songs! Maar Sam zei: ‘No-noo. De Rolling Stones zullen heel groot worden. Ik ga ze die song wél geven.’ En de Stones brengen het uit, het stijgt in de Billboard top twintig, blijft maar stijgen en wordt nummer één... En de song verkoopt nog steeds, vijftig jaar later.

»Een artiest maakt zijn beste werk als hij pas begonnen is. Dan is hij groen, jong en dom, en legt hij zijn hart in alles wat hij doet. Later wordt hij slimmer, en minder creatief. Tegenwoordig zijn jonge artiesten natuurlijk slimmer: ze doen niks zonder een advocaat. Zelf ben ik ook wijzer geworden, trouwens: niemand die Bobby Womack nog in de luren legt!»

HUMO Wat is de allerbelangrijkste les die Sam Cooke je destijds heeft geleerd?

Womack «Always be a gentleman. Sam behandelde mensen altijd alsof zíj de ster waren. Ik vroeg hem eens: ‘Heb je dan nooit eens géén zin om tegen je fans te praten?’ Hij zei: ‘Ja, maar sommigen van die mensen zijn zo gek van wat je doet en wat je zegt, dat hun leven er van afhangt.’ Als een fan naar een artiest toestapt en zegt: ‘I loooove your music,’ en hij krijgt als antwoord: ‘Man, get the fuck out of my face’... Dat zou ook míjn hart breken, hoor.»

HUMO U haalde aan het begin van ons gesprek David Ruffin aan, de klassezanger van ‘My Girl’ van The Temptations, die door Motown-baas Berry Gordy uit die groep werd gegooid omdat hij met een cocaineverslaving en bijbehorend egoprobleem kampte. Wat was uw band met David Ruffin? U hebt toch nooit op Motown gezeten?

Womack «David en ik waren tieners samen – we zijn allebei begonnen in de gospel. We hebben samen als jongens onder straatlantaarns gezongen. Godverdomme, David was zo cool... Hij kon fraseren als geen ander, en z’n moves waren fantastisch: hij deed z’n splits en turns alsof er vaseline op zijn schoenzolen was gesmeerd, en intussen miste hij geen noot. Hij kwam van Mississippi en ik van Cleveland, en de eerste keer dat we elkaar zagen was in een gospelwedstrijd in Detroit. David zong toen bij de The Dixie Nightingales, uit Memphis. Hij kon niet ouder zijn geweest dan dertien. Wij namen deel met The Womack Brothers – The Staple Singers zouden ook eerst meedoen, maar trokken zich uiteindelijk terug. Dus het was ik tegen David.»

HUMO En wie heeft gewonnen?

Womack «Ik heb verloren, en wel door mijn vader. Hij had me gezegd: ‘Wil je winnen? Nou, kies er een sister uit die goed zit te bewegen op je muziek, loop naar haar toe, kniel voor haar, leg je hand op haar knie en zing gewoon verder.’ Laat de vrouw bij wie ik dat probeerde me daar nu toch recht veren en me een klap verkopen! Ik rende de kerk uit, en ze liep achter me: ‘C’mon boy, stop running!’ De hele kerk lag plat van het lachen. En dus won David. Iedere keer dat ik hem zag, zei ik: ‘David, ik heb nog een trofee van je tegoed.’ En dan antwoordde hij: ‘Bobby, denk je daar nog steeds aan?’

»Ik keek geweldig op naar hem. Ik wist dat ik veel van hem kon leren, maar tegelijk besefte ik: ‘Ik mag David Ruffin niet imiteren, want die bestaat al, ik moet de best mogelijke Bobby Womack zijn. Dennis Edwards, die hem opvolgde bij The Temptations, had dat ook begrepen: hij was slim genoeg om David niet na te doen, en heeft de groep naar een heel ander niveau getild. Met hem zijn ze psychedelisch gegaan.»

HUMO Hebt u met The Valentinos eigenlijk ooit op Motown willen zitten?

Womack «Wat denk je? Cleveland is maar 250 mijl van Detroit. Natuurlijk!

»In ’92 heb ik Berry Gordy gezien op de begrafenis van Mary Wells (de zangeres van de Motown-hit ‘My Guy’, red.), samen met Smokey Robinson. Toen heb ik het hem gevraagd – ik kon het niet laten: ‘Waarom heb je nooit geprobeerd om ons te tekenen?’ Hij zei: ‘Jullie stijl was helemaal anders dan de Motown-sound. Kijk naar The Isley Brothers: hoelang zijn die bij ons gebleven? We hebben ze proberen te kneden, maar dat heeft geen zin. Bij jullie was het net zo gegaan.’ Dat begreep ik, en sindsdien heb ik heel veel respect voor Berry.»


De bel van Janis

HUMO U speelde mee op ‘Pearl’ van Janis Joplin. Hoe was dat?

Womack «Janis was uitzonderlijk: ze had zó’n sterke stem, en een enorme drive. En een heel duidelijke richting: de hare. Ze was koppig, maar op een aardige manier. Ze mocht je, of ze mocht je niet.»

HUMO En mocht ze u?

Womack «Yeah... Het was grappig hoe we elkaar leerden kennen. Op een dag kreeg ik telefoon: ‘Hey Bobby, Janis Joplin hier.’ Ik zei: ‘Ja natuurlijk, en ik ben James Brown.’ Ze begon te lachen en zei: ‘Serieus, dit is Janis. We zijn aan het opnemen in de Sunset Sound Studios. Ik zou het leuk vinden mocht je me één van je songs brengen.’ Ik had net een song geschreven voor The Pointer Sisters: ‘Trust Me’. Dus ik naar de studio. Ze zei: ‘Speel maar. Als ik met deze bel rinkel, vind ik de song slecht.’ Ik speelde ‘Trust Me’ op mijn gitaar, en de bel ging niet af. Dit wordt een makkie, dacht ik: ik krijg hier gewoon al mijn songs op de nieuwe plaat van Janis Joplin. Maar bij alles wat ik erna speelde, rinkelde ze met die bel van haar. ‘Don’t you get it? Ik moet alleen je eerste song hebben!’»

HUMO Was Janis Joplin ‘zwart’?

Womack «Janis had soul. Alles wat ze deed, deed ze vanuit haar hart.

»Na de opnames gingen we iets drinken. We praatten wat over de muziekbusiness, en toen vroeg ik haar naar haar schooltijd. Ze zei: ‘Ik was het lelijkste meisje van de school, zo noemden ze mij echt. Maar zodra ik een plaat had gemaakt, was ik het mooiste meisje van de school.’ Het kwetste haar dat ze altijd was afgerekend op haar uiterlijk, dat mensen nooit in haar ziel hadden gekeken. Dat is haar altijd blijven achtervolgen. Ik zei: ‘Janis, je kan niet willen dat iedereen je aardig vindt. But you’re a beautiful person.’»

HUMO Janis Joplin stierf op 4 oktober 1970, tijdens de opnames van ‘Pearl’. U bent de laatste persoon die haar in leven heeft gezien.

Womack «De op één na laatste: haar dealer was de laatste. Ik was bij Janis op bezoek in het Landmark Hotel, en ze had heroine nodig. Ik kon haar niet helpen, want ik had alleen cocaine bij. Ik zei: ‘Waarom probeer je niet wat van mijn spul?’ Maar ze antwoordde: ‘I don’t wanna be up, I wanna be down.’

»Op een gegeven moment ging de telefoon. Het was haar dealer: of er iemand bij haar in de kamer was. ‘Ja,’ antwoordde Janis, Bobby Womack.’ – ‘Ik kom niet naar boven, tenzij Bobby weggaat,’ zei hij. ‘Vraag hem om de lift te nemen, dan kan ik met de trap naar je kamer komen.’ Janis smeekte me: ‘Bobby please, verpest dit niet voor me.’ Dus ik nam de lift, en intussen kwam haar dealer langs de trap naar boven. Ik was wel nieuwsgierig: wie was die gast? Hij wist duidelijk wie ík was, want ik moest weg. En hij heeft Janis’ leven genomen.»

HUMO Wanneer hoorde u dat ze dood was?

Womack «De dag erna. Ik woonde toen in Pasadena, en daar kreeg ik telefoon van Paul Rothchild, haar producer: ‘Janis is dood. We hebben haar gevonden in haar hotelkamer.’ Ik was er kapot van. ‘Ze lag tussen het bed en de muur, en er lag een plaat van jou op haar grammofoonspeler.’ Ik had haar inderdaad een plaat cadeau gedaan – ik kan me niet meer herinneren welke. Ze stond op toen ik de kamer verliet.

»Paul vroeg me ook of er nog iemand bij haar was. Ik zei: ‘Some guy, but he wouldn’t come up.’ Ik vraag me nog altijd af wie die gast was die Janis dat fatale shot heeft verkocht. Misschien leeft hij zelfs nog.»

HUMO Meneer Womack, we have to wrap it up. Bedankt voor het gesprek.

Womack «Het was me zeer aangenaam. Misschien komen we elkaar nog weleens tegen. Dan zeg je me maar: ‘I was the girl who told you we had to wrap it up.’»


Bekijk: 'Whatever Happened To The Times'

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234