Bony King: van nergens naar LA

Voor zijn vorige plaat trok Bram Vanparys moederziel alleen naar de Ardennen. De nieuwe van zijn alter ego Bony King is opgenomen in Los Angeles, en kreeg de naam ‘Wild Flowers’ mee: Amerikaanser kan een Gentenaar niet klinken.

‘Zie, dat snap ik dus niet: bestaat er zoiets megapraktisch als een lepel, geven ze je een designstokje waar je niet eens deftig mee in je koffie kan roeren. Ik voel mij soms zo disconnected van deze eeuw.’

Het is begin december en we hebben Bram Vanparys meegenomen naar een trendy restaurant in Santa Monica. Achteraf gezien misschien niet de beste keuze, al dateert het art-deco-interieur uit de jaren 20 van de vorige eeuw. ‘Ik geloof dat het vroeger een bank of zoiets was,’ aldus onze serveerster, die onmogelijk minder in de geschiedenis van het etablissement kan geïnteresseerd zijn, of in geschiedenis in het algemeen. ‘Do you want any sweetener with your coffee?’

In eerste instantie zou je denken dat Vanparys zich van stad heeft vergist om zijn vierde plaat op te nemen. Hij heeft de voorbije drie weken elk vrij moment aangegrepen om LA te ontvluchten. Niet in een 1964 Ford Mustang – dat nog net niet – maar in een economy rental car die hier vrij letterlijk in de koffer van de meeste andere auto’s past. ‘Ik heb gewoon het goedkoopste model gekozen. De rest was al duur genoeg.’

Met ‘de rest’ bedoelt Bony King – Of Nowhere is er ergens afgevallen – het legertje gerenommeerde sessiemuzikanten dat hij rond zich heeft verzameld om ‘Wild Flowers’ op te nemen: onder anderen gitarist en pedal steel-maestro Eric Heywood, pianist Jebin Bruni en Jay Bellerose, de go-to drummer van onder meer T Bone Burnett, B.B. King, Robert Plant, Alison Krauss en Joe Henry. En op viool en bloedmooie backing vocals: Laura Cortese.

Bram Vanparys «Allemaal megagoeie muzikanten! Misschien dat ik ooit nog een plaat in mijn eentje opneem, maar als ik er muzikanten bij betrek, moeten het deze gasten zijn. Jay, Eric, dat zijn niet gewoon mensen die je inhuurt om een plaat te maken, die léven voor de muziek. Als het hen niet interesseert, zeggen ze gewoon ‘nee’. Zeggen ze ‘ja’, dan kun je erop vertrouwen dat het goed komt. Nooit heb ik het gevoel gehad dat de klok aan het tikken was, of dat ze het voor de poen deden.»

HUMO Is het toch niet gewoon goedkoper om een band op te richten, in plaats van deze dure vogels in te huren?

Vanparys «Ik hoor soms verhalen van bands die al jaren samen zijn en in de studio drie dagen aan één nummer zitten te prutsen. Dat komt dan weer duurder uit, geloof ik (lacht). Ik zou dat niet kunnen, in een band zitten. Ik denk te veel na over hoe ik iets wil, en dat zou gewoon niet marcheren. Voor mij heeft dat niets met ego te maken. Ik geloof eenvoudigweg niet in het concept van samen nummers schrijven. Als ik een song schrijf, weet ik al hoe die finaal moet klinken. Ik wil daar niet nog eerst met iemand over moeten discussiëren.»

'Met de meeste Belgische muzikanten voel ik me niet verbonden'

HUMO Maar je huurt toch ook geen briljante muzikanten in om ze gewoon orders te laten uitvoeren?

Vanparys «Tuurlijk niet. Het was juist erg inspirerend om met deze bende samen te werken, ik wil hun bijdrage geenszins minimaliseren. Wat mij het meest heeft verbaasd, is hoe goed ze naar mijn teksten hebben geluisterd. Hun arrangementen zijn bijna een letterlijke muzikale vertaling van de lyrics. Als ze merkten dat er iets donkers in zat, dan hebben ze dat er ook ingestoken, zonder dat ik één woord moest zeggen. Echt waanzinnig. Maar op het einde van de rit bleef ik wel degene die de beslissingen nam.»

HUMO Je komt erg zelfverzekerd over, en je hebt een duidelijke en uitgesproken mening over je muziek. Dat wordt in Vlaanderen algauw verward met arrogantie.

Vanparys «‘Doe maar normaal, dat is al zot genoeg,’ zeggen ze bij ons. Terwijl voor een Amerikaan geldt: the sky is the limit. Als je hier rondkijkt, merk je dat dat niet per definitie positief is, maar het zorgt er wel voor dat Amerikanen creatiever zijn in hun denken. Meer nog: ze zijn soms echt gewoon zot. Als muzikant spreekt mij dat enorm aan, want dat is toch wat een muzikant moet zijn: zot en ambitieus. Ik wil goede muziek maken, dat met zo veel mogelijk mensen delen, en liefst niet alleen in België, want dan ben je snel rond.»


Produced by

Ryan Freeland is de vaste engineer van Joe Henry en Aimee Mann, maar hij heeft ook samengewerkt met onder anderen Grant Lee-Phillips, Bettye LaVette, Ray LaMontagne, Hugh Laurie. De plaat ‘Slipstream’ van Bonnie Raitt leverde hem drie jaar geleden zijn vierde Grammy op. De verrassend zware awards staan netjes naast elkaar op een Ikea-kast in de kamer waar hij nu al meer dan een week de nieuwe plaat van Bony King zit af te werken. Freeland was nochtans niet de eerste keuze van Vanparys: het oorspronkelijke plan was om de plaat al in mei vorig jaar op te nemen met Wilco-frontman Jeff Tweedy als producer. Toen bij diens vrouw kanker werd vastgesteld, werden de opnames eerst naar augustus en vervolgens naar begin 2015 verschoven.

Vanparys «De kans bestaat dat Jeff en ik nog gaan samenwerken, maar ik had echt geen zin om zo lang te wachten. Augustus ging nog – had ik ook iets meer tijd om nummers te schrijven – maar ‘begin 2015’ was mij net iets te vaag.»

HUMO Hoe ben je dan precies bij Freeland terechtgekomen?

Vanparys «Koen Gisen (bekend van An Pierlé & White Velvet, red.), met wie ik mijn eerste plaat heb opgenomen, volgt hem al jaren. Hij wist dat hij geregeld met muzikanten werkt die helemaal in dezelfde sixties- en seventiestrip zitten als ik.»

Freeland «Bram heeft mij op het einde van de zomer opgebeld en een demo opgestuurd. Met die demo heb ik Jay Bellerose kunnen overtuigen, want ik wist dat hij de sleutel was om de band bij elkaar te krijgen. Jay is één van de meest gevraagde sessiemuzikanten in LA. Enerzijds omdat hij een geniale drummer is, anderzijds omdat hij de gewoonte heeft om ‘nee’ te zeggen tegen iedereen met wie hij nog niet gewerkt heeft – hoe groot ze ook zijn.»

HUMO Wat maakt hem zo goed?

Freeland «Misschien wel zijn uitgebreide platencollectie: hij heeft naar elke belangrijke plaat van de afgelopen honderd jaar geluisterd. Alle muzikanten op de plaat hebben zo’n encyclopedische kennis dat ze niet alleen weten wát er allemaal is gemaakt, maar ook hóé ze iets nog net dat beetje anders kunnen doen klinken. Deze stad zit daar zeker voor iets tussen. De muziekindustrie mag dan al niet meer zijn wat ze geweest is, maar Jay, Eric en Jeb komen uit het tijdperk dat LA muziek ademde.»

Vanparys «Als muzikant is het fijn om op een plek te wonen die je inspireert. Als je in een saai hol woont, is het moeilijker om songs te schrijven.»

Freeland «Ben je nu over België bezig?»

Vanparys (lacht) «Nee, totaal niet! Ik heb alle nummers van deze plaat in België geschreven. Al moet ik wel toegeven dat ik thuis onder muzikanten niet hetzelfde samenhorigheidsgevoel opmerk als onder muzikanten hier. Dat is niets nieuws, denk ik. In de jaren 60 en 70 had je in LA ook al de scene in Laurel Canyon rond Joni Mitchell, Neil Young, David Crosby, Stephen Stills en Graham Nash. Die kwamen constant samen om te spelen, terwijl ik in België het gevoel heb dat iedereen op zijn eiland bezig is. Ik trouwens ook, omdat ik mij met de meeste Belgische muzikanten niet verbonden voel. Koen Gisen is een uitzondering. Met hem een avond over muziek babbelen, is gewoon mind-blowing. Maar verder is er niemand in België waar ik echt een band mee heb, behalve misschien Trixie Whitley en Bert Dockx. Ik weet niet wat het juist is, maar als ik die twee bezig zie, dan denk ik: ‘Oké, jullie snappen het’.»

Het mixen gaat die namiddag erg vlot. Zo vlot zelfs dat veruit het enige waar de twee langer dan vijf minuten over babbelen een onnozele fade-out is. Freeland heeft hem liever wat langer, Vanparys korter. De laatste trekt aan het langste eind.

HUMO Is Ryan nu ook officieel de producer van deze plaat of ben jij dat?

Vanparys «We hebben daar al vaak mee gelachen. Telkens als er een muzikant of backing vocalist bij kwam, vroeg die wie de producer was. Ryan was dan meestal de eerste om te zeggen: ‘Ik niet,’ en ik was de tweede (lacht). In feite viel er ook niets te producen. We hebben gewoon muziek gespeeld.»

HUMO Na de publicatie van dit interview krijgen alle producers hun C4.

Vanparys «Ik denk dat een producer nuttig is voor een artiest die geen echte visie heeft op hoe iets moet klinken. Ik bedoel daar niets slechts mee. Leonard Cohen bijvoorbeeld, die schreef het nummer en de tekst, en wat er daarna mee gebeurde, kon hem niet zo veel schelen. Bij hem had het ook echt een meerwaarde dat een producer als Bob Johnston zijn songs erg spaarzaam heeft gearrangeerd. Of neem nu wat George Martin heeft gedaan voor The Beatles, door die strijkers en rare dingen toe te voegen: dat is echt producen.»

HUMO Van The Beatles kun je toch moeilijk beweren dat ze daar geen visie op hadden?

Vanparys «Nee, maar daarom is iedereen het er ook over eens dat George Martin het vijfde groepslid was. Ik denk dat The Beatles dat in de studio ook zo ervaren hebben. Maar eerlijk: het is zelfs mij soms niet helemaal duidelijk wat producers doen. Op de platen van Bob Dylan staat ook dat ze geproducet zijn door Bob Johnston, terwijl dat in feite gewoon muziek spelen is en gaan. Als er bovendien één iemand een visie heeft op wat hij doet, zal het Dylan wel zijn. Volgens mij heeft Bob Johnston nooit veel aan die platen gedaan. Nu, soms zal het ook wel iets met ego te maken hebben, zeker? Als Ryan morgen zegt dat hij als producer op de hoes wil staan, dan ga ik daar niet moeilijk over doen. Uiteindelijk heeft hij de band bij elkaar gebracht, en die band zorgt ontegensprekelijk voor de magie van de plaat. Voilà, we zijn eruit: Ryan is de producer!»

HUMO Jouw debuut ‘Alas My Love’ is geproducet door Koen Gisen. Een geval van ego?

Vanparys (lacht) «Nee, die plaat is er echt wel gekomen dankzij Koen. Hij heeft zowat de helft ingespeeld, en de helft van de songs is ontstaan door samen in de studio te zitten. Ik moet wel eerlijk bekennen dat ik dat geen goeie plaat meer vind. Ik vind het zelfs jammer dat ze is uitgebracht. Er zijn maar een paar nummers waar ik vandaag nog tevreden over ben – allemaal nummers waarin Koen de grootste inbreng had.»

HUMO Omdat je toen nog totaal niet wist wat je wou doen?

Vanparys «Het was echt het allereerste wat ik als muzikant ooit heb gedaan – ik heb niet eerst tien jaar in een garage zitten oefenen – en iedereen heeft het gehoord. Koen heeft die nummers naar een hoger niveau getild, en daarvoor blijf ik hem eeuwig dankbaar, maar je merkt dat ik als artiest nog volop zoekende was. Ik speelde nog maar een jaar gitaar.»

'Ik ben niet gelovig, maar ik geloof wel dat alles een reden heeft. Jeff Tweedy kan niet producen? Oké, dan gaan we op zoek naar een alternatief'

HUMO Het moet dan toch enorm veel voldoening geven om te weten dat je op zo’n korte tijd van een veredelde demo naar een plaat met onvervalste rasmuzikanten bent gegaan?

Vanparys «Kort? ‘Alas My Love’ is opgenomen in 2008. Dat is zes jaar geleden. Ik vind dat niet zo kort. Een metselaar leert toch ook goed metsen in minder dan zes jaar tijd?»

HUMO Zonder metselaars te willen beledigen: daar komt toch iets minder creativiteit bij kijken?

Vanparys «Ja, maar creativiteit kun je niet leren. Die creativiteit heeft altijd in mij gezeten, het heeft gewoon ontzettend lang geduurd voor ik het juiste instrument gevonden heb om er iets mee te doen. Ik heb eerst geschilderd, getekend, gebeeldhouwd, tot ik besefte dat muziek mijn ding was. Sindsdien ben ik aan het bouwen.»


Een Gram Parsons

De dag erop legt Ryan de laatste hand aan de plaat, en om dat te vieren, trekt Bram Vanparys die avond naar Mo’s Restaurant in Burbank, even ten noorden van LA. Jay Bellerose speelt er om de paar weken in een rootsband – just for fun. Het interieur heeft iets van een berghut in Tirol en de helft van het cliënteel heeft meer aandacht voor de skirt steak dan voor de band, maar de Gentenaar geniet zichtbaar. Na een tijd komt ook Eric Heywood erbij zitten, en drie local beers later laden we met z’n allen het drumstel van Jay in de koffer om iets verderop bij hem thuis naar zijn daadwerkelijk indrukwekkende platencollectie te gaan luisteren, whisky te drinken en pijp te roken. Geen hippe waterpijp, maar zo één waar bompa vroeger mee in de zetel in slaap viel.

Vanparys «Zie mij hier nu zitten in een kamer met twee oude kerels: ik voel mij er meer mee verbonden dan met mijn leeftijdsgenoten. Ze hebben mij er de afgelopen weken mee zitten plagen, en ik vind het zelf best grappig, maar toch ook raar.»

Bobby Womack, Jimmy McCracklin, Bobbie Gentry... De ene na de andere steengoede vinylplaat wordt afgestoft en op de platenspeler van Jay gelegd. Vanparys beseft dat zijn dagen in Los Angeles stilaan geteld zijn, maar dat is precies niet zo erg.

Vanparys «Ik hou van steden omwille van de mensen die er wonen. Het concept ‘stad’ zegt mij op zich niets, en omdat ik hier niemand kende, behalve de muzikanten met wie ik al elke dag in de studio zat, ben ik LA in het weekend telkens ontvlucht. Naar Topanga Canyon bijvoorbeeld, omdat ik in Neil Youngs biografie heb gelezen dat hij daar nog heeft gewoond. Maar meer wist ik daar dan ook niet over, en ik ben zeker niet op zoek gegaan naar de geest van ‘After the Gold Rush’ of zo. Ik zag op de kaart van LA gewoon niets staan wat ik kende, behalve Topanga Canyon.»

HUMO Naar Joshua Tree National Park ben je wel gegaan omwille van Gram Parsons, juist?

Vanparys «Niet zozeer omwille van, maar ik ken Joshua Tree in de eerste plaats door Gram Parsons en ik ben er uiteraard ook doorgereden met Parsons in de speakers. Hij bleef vaak slapen in de Joshua Tree Inn omdat hij het park een inspirerende plek vond, en dat is ontegensprekelijk ook zo.

»Naar mijn gevoel is de vroegtijdige dood van Parsons één van de grootste verliezen uit de rock-’n-rollgeschiedenis. Hij was pas 26 – twee jaar jonger dan ik nu ben – maar hij had al zo veel bereikt, en hij had nog zo veel meer in zijn mars.»

HUMO Ben je jaloers op zijn talent?

Vanparys «Dat niet, maar ik benijd hem wel. Hij heeft countrymuziek hip gemaakt bij jongeren, op een moment dat enkel hillbillies ernaar luisterden. Jongeren luisterden in de jaren 60 en 70 naar rock-’n-roll en zwarte muziek, maar Gram Parsons heeft hen ook doen luisteren naar country, omdat hij erin slaagde daar iets helemaal nieuws mee te doen. Dat maakt hem zo geniaal. Na zijn dood zijn Eagles met alle eer gaan lopen, zogezegd zijn dat de grootmeesters van de countryrock. Maar Eagles? Who cares about Eagles? Gram Parsons was de man, hij heeft het gedaan.»

HUMO Is dat iets wat jij nu ook wil doen? Americana vertalen voor jongeren?

Vanparys «Jay en ik hebben het daar onlangs nog over gehad. Ik weet het niet. Voorlopig steek ik mij graag weg achter het excuus dat ik gewoon de muziek maak die ik wil maken. Of nog zo’n dooddoener: in de rock-’n-roll is alles al gedaan, dus waarom moeite doen? Tegelijk voelt het wel alsof ik daadwerkelijk op zoek ben naar een manier om een belangrijke periode uit de muziekgeschiedenis te vertalen naar de 21ste eeuw. Daarom probeer ik ook teksten te schrijven die vandaag relevant zijn en nummers te maken die tijdloos klinken. Call me old-fashioned, maar ik geloof dat mensen altijd geïnteresseerd zullen zijn in een goed nummer.»

HUMO Tot slot: echt geen klein beetje spijt dat je deze plaat niet met Jeff Tweedy hebt kunnen opnemen?

Vanparys (vastberaden) «Totaal niet! Ik ben niet gelovig, maar ik geloof wel dat alles een reden heeft. Jeff Tweedy kan niet? Oké, dan gaan we op zoek naar een alternatief. En misschien was dat alternatief wel beter: een halfjaar later is de plaat af, en ik kan er onmogelijk méér tevreden over zijn. Ik ben echt megablij dat ik het met deze fantastische kerels heb kunnen doen, en dat ik op één van mijn laatste avonden in LA wordt omringd door al die legendarische muziek én muzikanten. Is die fles whisky al leeg trouwens?»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234