Boudewijn de Groot - Achter glas

Teenagers die op Tomorrowland gaan dansen op tjingeltjangelmuziek zullen hier niet echt een boodschap aan hebben, maar: Boudewijn de Groot heeft een nieuwe plaat gemaakt en ze staat in ons huisje Weltevree al een week op endless repeat. Ik ben al een paar keer mijn eigen huis voorbijgereden omdat ze nog niet afgelopen was op de iPod. Dat moet van ‘Born Sandy Devotional’ van The Triffids geleden zijn.

‘Achter glas’ is een plaat over onherroepelijkheid: van de tijd, van liefdes, van de dood. Zelden ook een plaat gehoord waar zo vaak over een moeder gezongen werd, trouwens. Regeren is vooruitzien, naar het schijnt, maar ‘Achter glas’ doet aan full-blown achteruitkijken, soms in verwondering, dikwijls met veel melancholie. Zonder pathetisch te worden gelukkig: daar zorgt ondermeer De Groots sobere zangstijl voor, en de subtiele, de muziek op elk moment als een warm dekentje inpakkende productie van Jean Blaute.

‘Achter glas’ is een cd in de vorm van een ouderwetse plaat: A- en B-kant, met elk hun eigen opbouw en dynamiek. Het is drie weken na release niet alleen een nummer 1-hit in Vlaanderen en Nederland, het is een klassieker in wording. Vijftien nummers lang een feest voor ziel en oren.

Er wordt geopend met een ode aan Haarlem, met oude jongere George Kooymans op gitaar, maar daarna figureert Vlaanderen prominent in een paar nummers: ‘Het meisje en het blauwe meer’ speelt zich af in het Gentse en ‘Het regent in Antwerpen’ gaat over Antwerpen en het feit dat het daar regent. Maar niet zomaar wat regen: het regent er voorgoed na vandaag. Treurnis, alom, lief kwijt en (de) zin in het leven ook.

De Groot zingt het met een soort van elegante quiet desperation die het allemaal draaglijk maakt. Geluk is weten dat het niet voor je is weggelegd, en daar hoe dan ook erg rustig om zijn, zoals Herman de Coninck ooit schreef. Zoiets.

De klagende lap steel van Patrick Riguelle kleurt pastelkleuren bij ‘Weerzien’, een lied waarin weer een zoete droom van samen later oud worden uiteenspat. Daarna wiegt ‘Geen uitzicht’ (met tekst van Huub van der Lubbe van De Dijk en het kermisorgeltje van Blaute) ons zachtjes bijna in slaap.

En dan, beste vrienden, komt het tot nu mooiste Nederlandstalige lied van deze eeuw: het heet ‘Schemering’ en ik kan het nog steeds niet beluisteren zonder dat mijn brilglazen beslaan. Over mensen die voor ze echt dood zijn al dood zijn, omdat hun licht uitging ‘voor de laatste schemering’. Simpele gitaren, práchtig refrein, maar ook de rest van de tekst mag ingekaderd en boven bedden gehangen worden.

De B-kant begint uptempo met ‘Witte muur’ maar gaat gauw de nevelen van de tijd opzoeken met ‘Orion verdwaald’, muzikaal het meest avontuurlijke nummer van de plaat. Vervolgens een handvol nummers over kinderen en ouders: ‘Anamorfose’, over zijn zwijgzame en afstandelijke vader, en het knalharde ‘Ik ben een zoon’, waarin hij de vroege dood van zijn moeder op nuchtere maar tegelijk ontluisterende manier bezingt. Het hakt er stevig in, eerlijk gezegd.

Dat doen ‘Piëta’ en vooral ‘Portret’, het laatste nummer van deze wonderlijke plaat, ook. ‘Portret aan de muur, van een meisje van acht’: mischien is het omdat ik ook een meisje van acht heb dat het mij zo raakt. ‘Geen moeder die kust, geen veilige vleugels’. Tranen.

‘Achter glas’ is een onherroepelijk mooie plaat. Het moest gezegd.


Beluister 'Witte Muur'

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234