null Beeld

'Boxing Stars': Bekende Vlamingen zien echte sterren

In ‘Boxing Stars’, vanaf donderdag op VTM, nemen zestien BV’s het tegen elkaar op in de ring. ‘Geen lafhartig schaduwboksen,’ benadrukken ze allemaal, ‘het wordt écht.’ Onze Man volgde de trainingen van Natalia, Erik Goossens, Bieke Ilegems, Bill Barberis en Stéphanie De Roover, en is voortaan te herkennen aan zijn boksersneus.

Jeroen Maris

'Toen er 'actie' werd geroepen, zag ik iets veranderen in zijn ogen: een paar seconden later lag ik knock-out tegen de grond'

‘Ik wil weten hoeveel ik kan incasseren,’ zegt Natalia (37), en ze kijkt een beetje gevaarlijk, alsof ze elk moment in ‘I’ve Only Begun to Fight’ kan uitbarsten.

NATALIA «Maar mijn deelname aan ‘Boxing Stars’ is in de eerste plaats een eerbetoon aan mijn overleden vader. Hij was een boksfanaat, hij stond ’s nachts op om op televisie naar de grote kampen te kijken. In de jaren negentig is hij nog ondervoorzitter van de Koninklijke Belgische Boksbond geweest. Gisteren heb ik ‘Rocky’ nog eens opgezet. Die bekeek ik vroeger vaak met mijn vader – net als de Rambo- en James Bondfilms. Prima rolmodellen, hè (lacht).

»Leefde hij nog, mijn vader zou hier bij elke training gestaan hebben. Voornamelijk om zich te moeien (lacht).»

Wat Willy Druyts dan gezien zou hebben, is een dochter die zich anderhalf uur lang – van het driftige touwtjespringen als opwarming tot de laatste vuistslagen van de sessie met haar sparringpartner – in eerlijk zweet werkt. Ze bokst, en ze bokst héftig – in haar slagen gloeit winnaarsvuur.

NATALIA «‘Ik doe mee, en ik zie wel wat het wordt’ of ‘Ik ga mijn best doen, maar ik wil vooral sympathiek blijven’: neen, dat zit niet in mij. Of het nu ijsschaatsen, kantklossen of boksen is, ik kan niets half. Maar dat betekent niet dat ik een competitiebeest ben. Ik ben altijd al een goeie verliezer geweest. Als ik moet zwemmen of dansen tegen iemand, geef ik het beste van mezelf. Als die ander beter blijkt, is dat prima. Behalve in de boksring, weet ik sinds kort: ik wil wínnen. Het heeft te maken met het pure van de sport, denk ik. Boksen is iets heel primairs, hè. Twee mensen die uitmaken wie de sterkste is, iets dat teruggaat naar de brute essentie van wie we zijn. Ik ben helemaal doordrongen van wat ik in ‘Idool’ en ‘Sterren op de dansvloer’ níét voelde: de drang om mijn tegenstander te verslaan. Liefst met een knock-out (lacht).

»Eigenlijk was mijn vader de enige mens ter wereld die me steeds weer uit m’n kot kon lokken: spel of sport, altijd wilde ik me bewijzen tegenover hem. Ik had dat met niemand anders. Voor het eerst sinds zijn dood ga ik nu echt in competitie met iemand.»

Daniëlla Somers (53), achtvoudig wereldkampioene boksen, glimlacht. Ze is nu eigenaar van The Bulldogs, de boksclub in Merksem waar ze naast Natalia ook Bill Barberis, Laura Tesoro en Oscar Willems voorbereidt op ‘Boxing Stars’. ‘Mijn vader nam me weleens mee naar een bokswedstrijd,’ zegt Natalia. ‘Ik heb Daniëlla nog zien vechten.’

DANIËLLA SOMERS «Die verbetenheid van Natalia, die móét je hebben. In het voetbal heb je nog tien copains die voor jou kunnen lopen als je met een kater op het veld staat. Maar in de ring kan je niet besluiten om het vandaag rustig aan te doen: je kan niet een beetje boksen.»

undefined

null Beeld

undefined

'Eerlijk: ik heb nog nooit zo hard moeten nadenken tijdens een sport' Natalia


RAMBO MET TATTOOS

Aan de andere kant van Merksem, onder één van de gewelven van het Fort, glinstert in prozaïsch tl-licht het zweet van een echtpaar: Erik Goossens (50) en Bieke Ilegems (46). Goossens is net tot het uiterste gegaan, en rolt de ring uit.

ERIK GOOSSENS (hijgend) «Ik heb het onderschat. Ik heb het fucking onderschat. In onze kamp moeten we drie keer negentig seconden boksen. Dat zou wel lukken, dacht ik – ik kan verdorie drie keer negentig seconden mijn adem inhouden. Maar het is fysiek zó hard. Op training kan ik in die laatste negentig seconden m’n handen nauwelijks nog omhooghouden – terwijl dat toch, euh, redelijk cruciaal is bij boksen.

»Ik wist ook niet dat boksen zo’n technische sport is. Hoe je je voeten zet, hoe je je handen houdt: het is allemaal veel complexer dan je als toeschouwer kan vermoeden. Ik had ook verwacht dat ik mijn instinct in techniek zou moeten omzetten, maar het omgekeerde is waar: de techniek moet instinct worden. De reflexen van een lichaam dat aangevallen wordt, zijn contraproductief in de boksring: vaak moet je net het omgekeerde doen van wat je lijf je beveelt. Je moet je intuïtie kalmeren.»

Dat moet bovendien op korte termijn, want de zestien deelnemers, verdeeld onder vier trainers, kregen amper twee maand voorbereidingstijd, goed voor twintig uur training.

GOOSSENS «Terwijl je in principe twee jáár moet trainen voor je de ring in mag. Een beetje onverantwoord dus, maar goed: het is televisie.»

NATALIA «Een maandje extra was wel goed geweest: veertig uur training in plaats van twintig.»

'Ik wilde iets doen waar ik echt bang van was. Moed, lef en durf tonen – alles wat ik voorheen in mijn leven niet gehad heb'

In de ring van Boxing Instruction Merksem deelt Bieke Ilegems klappen uit, en incasseert ze. Ik probeer de gelaatsuitdrukking van Erik Goossens te peilen terwijl hij ziet hoe plompe bokshandschoenen dat tengere lichaam bepaald niet zachtaardig kussen.

undefined

GOOSSENS «Ik ben wel bezorgd, ja. Bieke is de madam die bezig is met yoga, met gezond koken, met schrijven – allemaal heel zachtaardige dingen. Het heeft iets wreeds om haar plots in die ring te zien staan.»

BIEKE ILEGEMS «Maar dat is nu net waarom ik meedoe: omdat het echt niets voor mij is. Ik heb toegezegd omdat ik een grens over wil. Ik heb een boek volgeluld over leren incasseren en weer rechtkrabbelen. Daar ben ik trots op, maar het werd tijd om al die mooie principes zélf eens in de praktijk te brengen. Ik wilde iets doen waar ik echt bang van was. Moed, lef en durf tonen – alles wat ik voorheen in mijn leven niet gehad heb.»

Gewezen bokser Hubert Firens – die ook nog Eline De Munck en Faroek Özgünes onder zijn hoede heeft – vadert mooi over het echtpaar Goossens–Ilegems. Technische aanwijzing hier, schouderklopje daar, schop onder de kont ginds.

GOOSSENS «Wat een fijne mens. Ik wist niet dat dat nog bestond, mensen die zich zo op hun passie toeleggen. Echt waar: ik vecht voor Hubert.»

ILEGEMS «Hij is alles wat je je níét voorstelt bij een bokser. Niet de agressieve Rambo met tattoos, intimiderende spierballen en mommy issues, maar wel een fijne, tactiele kerel met een gigantisch hart voor de bokssport. Vooral zijn zorgzaamheid raakt me: geen enkele van de gasten die hij traint in de club is een nummer. Hij geeft echt om hen. En Hubert voelt perfect aan wanneer hij je vertrouwen moet schenken. Op een bepaald moment dacht ik: ‘Het gaat niet. Ik kan dit niet.’ Ik was een eendje dat kopje onder was gegaan, en wanhopig spartelde om weer boven water te raken. Hubert heeft me toen weer naar het oppervlak gebracht.»

undefined

null Beeld

undefined

'Waarom ik meedoe? Omdat het echt niets voor mij is' Bieke Ilegems


MOOI SLAAN

Weer aan de andere kant van Merksem, bij The Bulldogs van Daniëlla Somers, zie ik acteur Bill Barberis (36) met een ernstige frons zijn training afwerken – bij hem lijkt boksen op explosief studeren.

BILL BARBERIS «Ik vat het ernstig op, ja. Ik wil eer bewijzen aan die prachtige sport, want ik ben ongelooflijk van boksen gaan houden. De setting van deze club alleen al: je komt binnen in een anoniem pand, in een zaaltje dat wat kaduuk oogt. En dan zie je die ring: een vierkant van glorie en grandeur.

»Ik vind het fijn om mezelf vorderingen te zien maken. Ik krijg meer inzicht in de sport, ik ga spaarzamer om met mijn energie – ik word béter.»

Barberis heeft dan ook enige ervaring: hij deed vorig jaar mee, toen zes BV’s in de ring het openingsfeestje van de televisiezender CAZ – wijlen ACHT – opluisterden.

BARBERIS «Daniëlla was er toen al bij, en we konden het meteen prima met elkaar vinden. Ze is heel zacht, ronduit áárdig – terwijl ze me makkelijk tot moes zou kunnen meppen (lacht).»

Dat doet ze vandaag niet. Het valt op hoe Somers in het trainingspartijtje niet zozeer de nadruk legt op efficiënt boksen, als wel op móói slaan.

SOMERS «Ik was een heel technische bokser, en ik hoop dat dat een beetje afstraalt op mijn vier pupillen. Ik wil dat ze het goed doen, uiteraard, maar ik hoop ook dat ze het mooi doen. Ik vind boksen een heel esthetische sport. Als het allemaal goed wordt uitgevoerd, als er lenigheid in de aanval zit en souplesse in de verdediging, is dat voor mij pure schoonheid. Een tennisser moet dat gevoel voor esthetiek toch ook hebben, nee? Dat grote geluk bij een perfecte slag, of een bal die net voor de lijn valt. En natuurlijk is boksen intrinsiek wreder: een bokshandschoen in je gezicht is net iets minder subtiel dan een perfecte tennisopslag. Maar ik vind het even mooi.»

ILEGEMS «Hubert zit op dezelfde lijn. Hij wil ons techniek leren, zodat boksen een mooie choreografie wordt – dansen in de ring.»

Ontroerend, die beginselverklaring. Maar is boksen dan niet het feest van de toegelaten agressie? De kermisknokpartij waar geen agent je voor mag bekeuren?

ILEGEMS «Dat kán het zijn: we zijn naar het Antwerps Boksgala gaan kijken, en het trof me hoe gruwelijk mensen daar reageerden. Hoe harder er geslagen werd en hoe meer pijn iemand had, hoe enthousiaster het publiek begon te joelen: ‘Klopt erop!’ Terwijl ik wilde gillen: ‘Asjeblieft, stop daarmee!’ Het leek mij te erg op het brood en spelen uit de tijd van de Romeinen.»

BARBERIS «Ik hou ook niet van dat machokantje. Zo’n agressieve testosteronbom als Mike Tyson, daar zie ik de schoonheid niet van in. Nee, het echte boksen gaat om fair play. Twee gasten die elkaar eerst kapot willen maken, maar na de kamp in elkaars armen vallen: dat is voor mij de prachtige paradox van het boksen.»

GOOSSENS «Beroepsboksen is inderdaad brood en spelen. Soms betekent het gewoon: in een Oostblokland iemand gaan halen die zich hier voor vijfduizend euro op z’n bakkes wil laten slaan. Maar dat heeft niets te maken met het olympisch boksen. Daarin gaat het om punten pakken, niet om iemand knock-out meppen, en dan blijven slaan. Op dat Boksgala stond ik eigenlijk versteld van de sereniteit. Het publiek zat vol testosteron, ja – luide agressie. Maar de boksers en hun begeleiders? Die waren collegiaal, respectvol, beheerst. Ik vind dat van de gemiddelde voetbalmatch véél meer agressie afstraalt dan van een bokskamp.»

SOMERS «Ach, de bokssport wordt al zoveel jaren stiefmoederlijk behandeld. Ik ben echt blij met een programma als ‘Boxing Stars’. Zo kunnen mensen tenminste zien dat de bokssport geen pleisterplek is voor criminelen en marginalen. Want dat beeld leeft nog altijd, ja. Als ik op zoek ga naar sponsors voor m’n club, ketst het altijd weer af op dat stereotype.

(op dreef) »Weet je, boksen gaat helemaal niet over twee woestelingen die op elkaars muil timmeren. Het is een technische en tactische sport waarin je alles tegelijk moet doen. Boksen is schaken. Alleen heb je aan een schaakbord de tijd om na te denken, en in de ring niet. Daar neem je je beslissingen in een fractie van een seconde.»

NATALIA «Eerlijk: ik heb nog nooit zo hard moeten nadenken tijdens een sport.»

GOOSSENS «Ja, ik noem het zonder ironie een denksport. Je zou denken dat je je in die ring door je oerinstincten laat leiden: angst, gevaar, opwinding. Maar zo werkt het niet. Je moet net slim zijn, efficiënt je krachten gebruiken, de oppervlakte waar je geraakt kan worden zo klein mogelijk houden, vooruit denken.»

undefined

null Beeld

undefined

'Ik heb al een paar keer ferm op mijn neus gehad. Zo'n scheve neus is het enige waarvan ik denk: dat zou echt klote zijn' Bill Barberis


ALLEMAAL BEESTJES

In de Savate Boxing Club Zemst in Elewijt praat coach Farid El Houari intens met Stéphanie De Roover (40), de vrouw van Jeroen Meus. Hij is strikt als het gaat over technische fouten, maar beertjeszacht als er peptalk nodig is.

STÉPHANIE DE ROOVER «Ademen! Ik moet ademen. Ik heb de neiging om al mijn lucht binnen te houden, en zo raak ik snel uitgeput. Boksen is snel nadenken en snel rekenen: je mag niet zomaar motten. Maar ik denk te lang na over mijn slagen.»

El Houari – die ook Hans Van Alphen, Sieg De Doncker en Hilde De Baerdemaeker leert dat je in een boksring niemand tutoyeert – neemt haar even apart, kijkt haar in de ogen en zegt haar dan met een forse innemendheid dat ze het kán. Dat ze niet zo moet twijfelen.

DE ROOVER «Farid voelt zijn boksers aan: hij is meer buddy dan dirigent. Hij zag meteen dat ik de slapste van zijn groepje ben, en is er vervolgens in geslaagd om me wat op te tillen. Op de juiste momenten weet hij me te prikkelen, en me iets nijdiger te maken dan ik van nature ben. Want ik denk dat ik een beetje te week ben voor deze sport. (Verontschuldigend) Ik mep niet graag op iemand. In het begin zei ik ook altijd sorry tegen mijn sparringpartner.

»Om goed te boksen moet je kwaad zijn. Maar ik bén niet kwaad, en ik wil niemand pijn doen. Farid vertelde me dat zijn trainer hem altijd aan het haar trok net voor hij de ring in moest: ‘Daar werd ik woest van.’ Vooraf dacht ik dat ik de gemene bitch in mezelf wel zou vinden, maar helaas: ze is nergens te bekennen. Er komt in die ring niets donkers in me naar boven. Farid moedigt me altijd aan: ‘Zoek het beestje in jezelf. De woede die daar ergens moet zitten.’ Maar er is gewoon niets.»

Daniëlla Somers merkt het ook bij haar vier boksers. ‘Het gebeurt dat ze zich excuseren als ze op mijn oog geslagen hebben.’

SOMERS «‘O, pardon,’ zeggen ze dan. Waarop ik: ‘Néé! Niks pardon! Super!’»

NATALIA «Ik vond dat eerst toch wat vreemd. ‘Gij laat u dus gewoon op uw bakkes slaan door mij?’ Het heeft even geduurd voor ik Daniëlla vol in het gezicht durfde te slaan. Ik heb een paar keer op janken gestaan, ik wilde niemand pijn doen. Dat is een heel gek gevoel, hoor. Ik ben geen vechter, besef ik ondertussen. Ik kan me in het dagelijkse leven ook niet afreageren door met dingen te gooien. Roefelen vind ik leuk – een beetje ravotten, een speels schijngevecht met mijn vrienden of mijn lief. Maar dat is voor de fun, het heeft niets met pijn te maken.»

ILEGEMS «Ik vind de trainingen geweldig, zolang ik op een bokszak mag slaan. Maar in de ring, tegen ménsen? Ik vind het een vreselijk idee dat ik op iemands gezicht mik, en het was ontnuchterend om te horen dat dat echt wel moet.»

undefined

null Beeld

undefined

'Om goed te boksen moet je kwaad zijn. Maar ik bén niet kwaad' Stephanie De Roover

SOMERS «Je moet bereid zijn om op het gezicht te slaan van iemand met wie je eigenlijk helemaal geen problemen hebt. Daarom moet je je emoties zoveel mogelijk onderdrukken, het is een spel dat je speelt. Je moet scoren. En de accidentjes af en toe, die zijn een noodzakelijk kwaad. Ik ben nooit een fan geweest van mensen in elkaar kloppen – die aandrang is me volkomen vreemd. Maar ik hield wel van het spel, en ik wilde het winnen.

»Kunnen incasseren is trouwens even belangrijk als kunnen uitdelen.»

NATALIA «Ik dacht dat ik in woede zou ontsteken zodra iemand me probeerde te slaan. Maar er gebeurt niets. Ik besef dan wel dat ik mezelf moet herpakken, de situatie omdraaien. Maar woede? Neen, die voel ik niet.»

GOOSSENS «Ik dacht ook dat ik razend zou worden zodra ik een patat kreeg. Maar Hubert heeft me geleerd om kwaad te zijn op mezelf. Dat is boksen: je vecht tegen jezelf, niet tegen de tegenstander.»

DE ROOVER «Als ik een mossel krijg van mijn sparringpartner, doet dat eigenlijk geen pijn. Het is iets anders, ik ben dan een fractie van een seconde wég. Je hebt een klap gekregen, en je hebt dat niet kunnen tegenhouden. Dat is een heel bizar gevoel. Het is de paradox van de bokssport: je stapt in de ring voor iets waar je in het dagelijkse leven van wegloopt – gevaar, de mogelijkheid om een pak rammel te krijgen.»

ILEGEMS «Je mag dat mentale aspect echt niet onderschatten. Boksen is iets ongecontroleerds: je hebt geen enkele houvast. Je weet niet wat er in die ring gaat gebeuren. Daar krijg je angst van – een oergevoel. Met dat oergevoel hebben we hier in het Westen geen affiniteit meer. Eigenlijk zou iedereen dat eens moeten ontdekken. Hoe reageer ik op angst? Wie word ik zodra er een oerkracht in me woedt?»

BARBERIS «Het doet iets met een mens, ja, op je gezicht krijgen. Ik heb al een paar keer heel emotioneel gereageerd. Dan heb ik het gevoel dat er iets in me loskomt – iets vaags van vroeger, een frustratie uit het verleden. Toch word ik mentaal krachtiger van klappen krijgen. Weten dat die klappen zullen komen, en een manier vinden om ermee om te gaan, dat sterkt je. Je mag niet instorten. Je mag niet in foetushouding op de grond gaan liggen. En dat pas je toe in de sport, maar ook in het echte leven.»

SOMERS «Je staat daar, en je moet de zaken oplossen. In het voetbal heb je vervangingen, de koers heeft de bezemwagen, maar in het boksen zit je gevangen in de ring. Dáár moet het gebeuren. Soms gaat dat goed, soms niet. En dan kan je ook mentaal tegen het canvas liggen.»

DE ROOVER «De eerste sparringsessies waren de hel. Ik wilde gaan lopen. Ik heb me bij elkaar moeten rapen, en mezelf verplicht om wat harder te worden.»

Niets in de handen, niets in de mouwen: allemaal bereiden ze zich voor op een échte kamp tegen een échte tegenstander – in de eerste aflevering Natalia tegen Marie Verhulst en Erik Goossens tegen Kamal Kharmach. Best riskant voor wie zich in zijn beroep geen boksersneus, bloemkooloren of versplinterd gebit kan veroorloven.

NATALIA «Het is mijn leven – en dus ook mijn lijf. Ik neem de beslissingen. Het leek me leuk om te doen, en dus heb ik toegezegd.»

ILEGEMS «Er zijn geen afspraken gemaakt, we gaan niet lief zijn voor elkaar. Maar iedereen neemt wel zijn voorzorgen. We dragen een helm en zo’n mondstuk.»

BARBERIS «Ik heb al een paar keer ferm op mijn neus gehad. Zo’n scheve neus is het enige waarvan ik denk: dat zou echt klote zijn. Maar het moet al wel heel erg zijn voor er blijvende schade is, toch?»

GOOSSENS «Ik hou mezelf voortdurend voor dat ze maximaal drie keer negentig seconden op mijn bakkes kunnen slaan. Al kan dat ook al voldoende zijn, natuurlijk: eergisteren hoorde ik iets kraken toen ik een patat op mijn oog kreeg. Ik ben trouwens al eens knock-out geslagen, jaren geleden. Ik presenteerde de ‘Super 50’ en we hadden iets geënsceneerd in een boksring. Een wereldkampioen bodybuilding – één groot, fors, zwart stuk vlees (lacht) – moest me tegen de grond slaan. Ik was een mager ventje, dat contrast was grappig. We repeteerden dat, want het was natuurlijk niet de bedoeling dat hij me écht pijn zou doen. Maar zodra er ‘actie’ geroepen werd, zag ik iets veranderen in zijn ogen: de bokser werd wakker. Een paar seconden later lag ik knock-out tegen de grond. (Droog) Ja, dat gebeurt, hè.»

undefined

null Beeld

undefined

'Als je voelt dat je slaag gaat krijgen, sla dan eerst. Zo heb ik altijd geleefd' Natalia


BIJ DE PSYCHOLOOG

Wat opvalt, zowel in de twee clubs in Antwerpen als in Elewijt: er wordt weleens gelachen, maar de barometer staat toch vooral op ernstig.

BARBERIS «Ik ben er de hele tijd mee bezig. Als ik mijn ogen sluit, zie ik mezelf in de ring en overloop ik de mogelijke scenario’s. Ik mediteer af en toe, en zelfs dan komt het boksen soms in de weg lopen. Er gewoon aan denken jaagt mijn hartslag al de hoogte in – dat heb ik tijdens het joggen vastgesteld op m’n hartslagmeter.»

NATALIA «Ik heb er al van wakker gelegen. En erover gedroomd!»

Zou het kunnen dat de boksring dezelfde functie heeft als de divan van de psycholoog? Natalia knikt bij de suggestie.

NATALIA «Iedereen draagt wel iets mee dat-ie niet verwerkt krijgt. En natuurlijk komt dat eruit in de boksring. In die zin heeft boksen voor mij dezelfde functie als optreden, ik leer omgaan met de tegenstrijdige gevoelens die in me zitten. Ik leer mezelf helemaal kennen. Je moet dat kunnen en willen toelaten.»

BARBERIS «Boksen helpt me om standvastiger te worden. Er zit niet superveel competitiedrang in mij, en ik wandel wat te nonchalant door het leven. De dingen zijn voor mij al snel oké. Door ‘Boxing Stars’ leer ik dat het geen kwaad kan om ergens echt voor te gaan. Dat strijdlust en ambitie, iets echt willen, je vooruit kunnen duwen.»

GOOSSENS «Herkenbaar: ik gebruik ‘Boxing Stars’ als assertiviteitscursus. Ik ben een fundamentele pleaser, ik ga makkelijk met mensen mee, stem altijd toe, en werk zo mezelf naar de achtergrond. Dat werkt niet in een boksring, daar mag je niet pleasen.»

undefined

'Ik mep niet graag op iemand. In het begin zei ik ook altijd sorry tegen mijn sparringpartner'

BARBERIS «Fight, flight or freeze. Dat zijn de drie mogelijke reacties als je aangevallen wordt – vechten, vluchten of bevriezen. Ik denk dat wij in onze samenleving heel veel aan freeze doen. We leggen onszelf hoge druk en grote verwachtingen op, en verkrampen vervolgens. Ik denk dat boksen je kan leren om daarmee om te gaan. Tijdens mijn eerste trainingen bevroor ik altijd even als ik werd aangevallen – ik had nog te veel ontzag voor de agressie van de ander. Nu weet ik: je mag je nooit in de hoek laten drummen. Niet in de ring, niet in het echte leven.»

★★★

‘Nog tien seconden,’ roept Daniëlla Somers. Natalia zit in het defensief, maar dribbelt zich met een vinnige beweging uit de hoek.

NATALIA «Het is één van de levenslessen van mijn vader: als je voelt dat je slaag gaat krijgen, sla dan eerst – en zorg dat het hard genoeg is, zodat de ander blijft liggen. Zo heb ik altijd geleefd. En nu pas ik die raad voor het eerst létterlijk toe.»

Ze gaat pittig in de aanval, en pakt uit met een stevige linkse hoek – Somers moet incasseren.

NATALIA «Sorry, Daniëlla! Sorry!»

SOMERS «Maar neen! Super!»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234