'Brabançonne': Amaryllis Uitterlinden in zwart, geel en rood

Midden in ons gesprek, in de foyer van een Brussels hotel, begint Amaryllis Uitterlinden plots te zingen. De melodie is die van het kerstige ‘Adeste Fideles’, maar de tekst bekt vuiler dan ik ‘m gewend ben: ‘Pis, kak en stront. Pi-his, kak en stro-hont...’Ze zingt over één van haar vroegste theaterherinneringen, terwijl achter haar een witte plastic kerstboom blinkt en naast ons een gepixeld haardvuur flikkert.

Regisseur Vincent Bal gebruikt in ‘Brabançonne’ de Belgische dualiteit als backdrop voor een muzikaal liefdesverhaal. Denk ‘West Side Story’, maar vervang de muziek door Vlaamse en Franstalige klassiekers, de Jets door een Vlaamse harmonie en de Sharks door hun Waalse evenknie. Tijdens een concours dat moet uitmaken welke van beide harmonieën het land mag verdedigen in de Europese competitie, valt de Vlaamse solotrompettist dood neer. De Walen denken dat de Europese titel binnen is – hun trompettist Hugues heeft onmiskenbaar talent – maar dan bedenken de Vlamingen opeens dat alles te koop is, ook een Waalse trompettist. Hugues gaat al snel overstag, maar minder voor het Vlaamse geld – ‘Tienduizend euro. Tweeduizend in ’t zwart’ – dan voor de mooie ogen van Elke, de dochter van de Vlaamse dirigent. Het is de eerste hoofdrol voor Uitterlinden (30), tot voor kort vooral bekend van haar stemmige duetten met Ozark Henry.

Amaryllis Uitterlinden «‘West Side Story’, dat is het inderdaad. Maar met dat verschil dat het Waals zijn van Hugues niet de reden is dat Elke eerst niet voor hem kan kiezen. Ze zit gewoon vast aan de keuzes die ze ooit heeft gemaakt. Keuzes die vooral praktisch zijn en niks te maken hebben met wat haar hart verlangt.»

HUMO De Vlaamse cast bulkt van de bekende koppen: Jos Verbist, Tom Audenaert, Rilke Eyckermans, Liesa Naert. De namen van de Waalse acteurs klonken me minder bekend in de oren.

Uitterlinden «Mij ook. Vlamingen en Walen kennen elkaar niet meer. Jammer, want het is zo’n rijkdom. Die taal alleen al. Ik was dolgelukkig dat ik de hele dag Frans mocht spreken op de set. Een echte voertaal hadden we niet. Nederlands, Frans, Letzeburgs: alles hoorde je er door elkaar. Soms stonden we met een groepje acteurs Frans te praten en kwamen we opeens tot het besef: ‘Wat staan wij hier nu te doen? We zijn allemaal Vlaams.’ (lacht)»

HUMO In ‘Brabançonne’ worden de communautaire clichés flink in de verf gezet. Wanneer de Vlaamse harmonie in Wallonië op fabrieksbezoek gaat en dirigent Jozef vraagt hoeveel mensen er werken, klinkt het monkelend in de Vlaamse rangen: ‘Niemand, want we zijn in de Walen.’

Uitterlinden «Ik ben blij dat Vincent en scenarist Pierre De Clercq die mopjes durfden te maken. Anders waren die clichés uitgegroeid tot de olifant in de kamer. Nu gebeurt het op zo’n luchtige manier en in beide richtingen, dat niemand er aanstoot aan neemt.»

HUMO Werden die mopjes ook gemaakt op de set? Lachten de Vlaamse acteurs weleens met het arbeidsethos van hun Waalse collega’s?

Uitterlinden «Nee, want de Walen werkten keihard. Ik heb de indruk dat het voor Franstalige acteurs nog net iets harder krabben is dan voor Vlaamse. We durven in Vlaanderen weleens te klagen, maar eigenlijk leveren we vrij veel en behoorlijk fantastische Vlaamse films en tv-programma’s af. In Wallonië wordt er weinig fictie van eigen bodem gemaakt. Wil je het daar maken als acteur, dan ben je haast verplicht om uit te wijken naar Frankrijk. Een voordeel, zou je denken – Vlaamse acteurs vinden maar moeilijk hun weg naar Nederlandse tv- en filmproducties – maar in Frankrijk zijn die Waalse acteurs en actrices kleine visjes in een hele grote poel.

»Iets anders dat ik op de set heb geleerd, is dat ze in Wallonië geen BW’s hebben, Bekende Walen. Ze kennen dat concept niet.»

HUMO Misschien verklaart dat waarom trompettist Hugues vertolkt wordt door een Franse acteur.

Uitterlinden «Puur toeval. We hebben heel lang gezocht naar een Waalse Hugues, maar de aha-erlebnis bleef uit. Tot Vincent ‘Mobile Home’ zag, waarin Arthur Dupont de hoofdrol speelt. Omdat het een Belgische film is, ging hij ervan uit dat Arthur ook van hier was. Toen bleek van niet, was de beslissing eigenlijk al genomen: Arthur was de Hugues die we zochten.

»Je mag niet zomaar uitgaan van wat je ziet. Dat heb ik geleerd toen ik rond mijn 20ste een jaar in Boston woonde. Ik zat er op Berklee College, een gerenommeerde muziekschool. Ik ging ervan uit dat al die jonge muzikanten er min of meer hetzelfde wereldbeeld op nahielden als ik, maar dat was dus niet zo. Als ik dan tegen iemand uit de doeken deed hoe de meeste Belgen president Bush als een soort gangster beschouwden, dan bleek opeens dat mijn gesprekspartner helemaal niet zo ruimdenkend was en dat ik ’m tegen z’n schenen had geschopt. Je beseft ook pas hoe ingewikkeld dit landje is, als je een Amerikaan probeert uit te leggen hoe België werkt. De basis – de drie officiële landstalen – kreeg ik nog wel uitgelegd, maar bij de verschillende regeringen ging ik de mist in. Op den duur zei ik gewoon: ‘Google het maar.’ Ze zijn daar ook niet zo bezig met andere landen. Ik herinner me dat een oudere man me in een diner in Wisconsin vriendelijk vroeg: ‘So where are you from, little lady?’ ‘From Belgium,’ antwoordde ik. Waarop hij: ‘Belgium, Wisconsin?’ (lacht)»

ZANGERES, ACTRICE EN BAKKER

HUMO Je was naar Boston gegaan om zang te studeren.

Uitterlinden «Ik had er net een jaar kleinkunst op de Studio op zitten. Daar zat ik absoluut niet op mijn plaats. Ik was er ongelukkig. Toen ik die zomer naar Berklee ging voor een cursus songwriting – dat had ik de zomer voordien ook gedaan – heb ik beslist: ‘Hier hoor ik wel thuis. Ik schrijf me hier in.’»

HUMO Terwijl de Studio net je natuurlijke biotoop was: je mama, actrice Ilse Uitterlinden, had er zelf gestudeerd en gaf er les; je papa Karel Hermans coördineerde er de opleidingen.

Uitterlinden «Ik heb ontelbare uren, dagen van mijn jeugd doorgebracht op Studio Herman Teirlinck. Ik heb er alle mannen van het gezelschap Olympique Dramatique zien afstuderen: Geert Van Rampelberg, Stijn Van Opstal... Ik zie me nog als klein meisje naar die grote jongens opkijken. Op Geert was ik echt verliefd. Maar toen het mijn beurt was, was alles anders: de toneelopleiding was net geschrapt en veel mensen, onder wie ook mijn ouders, waren er gekwetst vertrokken. De hele school verkeerde in rouw.

»Zodra ik voor mezelf had toegegeven dat de Studio me niet lag, steunden min ouders me 100 procent in mijn keuze voor Berklee. Ik ging er songwriting, jazz-zang en piano volgen. Financieel was het geen sinecure – zo’n jaartje in Amerika studeren kost bakken geld. Samen met mijn mama ben ik zelfs op zoek gegaan naar mecenassen om me te sponsoren. Uiteindelijk heb ik mijn jaar gefinancierd met een beurs van Berklee en de steun van drie fantastische kunstminnende vrouwen die in mij geloofden.»

HUMO Je had een veel makkelijkere weg kunnen kiezen en in 2000 één van de platencontracten kunnen tekenen die je onder de neus werden geschoven na je tweede plaats in ‘De Grote Prijs Bart Peeters’.

Uitterlinden «Ik was toen 16. Ik werd overspoeld door voorstellen van platenlabels, maar het gekke was dat het zelfs niet bij me opkwam om zo’n contract te tekenen. De keuze was zo simpel dat ik er geen nacht slaap voor heb gelaten: ik wilde liedjes maken en ik had er nog niet genoeg voor een plaat. Ik wil mijn eigen verhalen kunnen vertellen – da’s altijd mijn drijfveer geweest.»

HUMO Beschouw je jezelf nu eigenlijk als een actrice of als een zangeres?

Uitterlinden «Allebei. Als kind zei ik altijd dat ik later actrice én bakker wilde worden. Ik bak nog steeds, maar in mijn tienerjaren wilde ik plots alleen nog maar zingen. Pas na Amerika heb ik het acteren weer opgepikt en ik voel steeds meer hoe die twee passies zich versmelten in mij. Ik heb het wel lange tijd heel spannend gevonden om te acteren. Toen ik in de musical ‘Pipi Langkous’ speelde, zei ik tegen mijn toenmalige vriend: ‘Vandaag gaan ze het doorhebben.’ ‘Wat dan?’ vroeg hij. (Op fluistertoon) ‘Dat ik maar doe alsof.’ Het gevoel van elk moment te kunnen ontmaskerd worden. Intussen weet ik wel dat ik niet de enige actrice ben met die angst.»

HUMO Waarom draag je eigenlijk de achternaam van je mama?

Uitterlinden «Mijn ouders zijn echte hippies. Voor hen was het absoluut niet vanzelfsprekend dat een kind de naam van z’n vader krijgt. Het verhaal gaat dat mijn mama zes jaar later mijn zus na de bevalling in de armen kreeg met op een armbandje de naam Fleur Hermans. Waarop mijn mama en papa elkaar aankeken: ‘Eentje voor mama en eentje voor papa?’ En daarmee was de zaak beklonken. Ik ben wel blij met die naam. Ik vind ’m beter bij me passen. Ik lijk in elk geval enorm op mama, en dan heb ik het niet alleen over dat rode haar. Het is pas met ouder te worden dat ik besef hoeveel ik ook van mijn vader heb geërfd.

»Ik was een heel actief kind. Thuis blijven zitten was geen optie, dus ging ik altijd mee als mama moest spelen. De stukken waarin ze speelde, mocht ik nog niet zien – ze speelde bij de Blauwe Maandag Compagnie – maar toch herinner ik me bepaalde scènes. Dat alle acteurs op een rijtje stonden te zingen, bijvoorbeeld (met haar engelachtige heldere sopraanstem): ‘Pis, kak en stront. Pi-his, kak en stro-hont.’ Het shockeerde me niet in het minst. Het theater was mijn thuis.»

SUIKERSPINFILM

HUMO Deze film is ook de reden waarom je nu niet meer bij Ozark Henry zingt. Daar heb je deze zomer, toen die breuk kwam, weinig woorden aan vuilgemaakt.

Uitterlinden «Ik wil daar nog altijd niet veel woorden aan vuilmaken. Op een bepaald moment bleek gewoon dat én ‘Brabançonne’ filmen én de internationale tournee van Ozark Henry niet te combineren vielen. Dat was geen fijn besef.»

HUMO Had je ‘Brabançonne’ ook kunnen laten vallen en voor Ozark Henry kiezen?

Uitterlinden «Dat lijkt me heel moeilijk. België is een klein land. Ik wilde in elk geval heel graag deze film doen. In een ideale wereld had ik de twee gecombineerd, maar dat is dus niet gelukt.»

HUMO Kranten hebben het nu over de doorbraak van Amaryllis.

Uitterlinden (lacht) «Ik heb al véél doorbraken gehad. Of ik dat zelf zo zie? Ik weet het niet. Al die zogezegde doorbraken beschouw ik wel als visitekaartjes, als kansen om mezelf te tonen. Als mensen niet weten wie je bent, word je ook niet gebeld voor toffe projecten. Ik wilde al heel lang een film doen en ‘Brabançonne’ leek me op het lijf geschreven. Waarschijnlijk heeft dat met het genre te maken. Ik hou wel van romantische komedies. Ik ben soms zo druk bezig, dat ik in mijn vrije tijd een zekere lichtheid nodig heb, een portie positivisme om mijn donkere, melancholische kant te bestrijden. Niet dat ik al bijzonder heftige dingen heb meegemaakt, maar ik beleef mijn emoties nu eenmaal altijd intens. Mijn leven kabbelt nooit, het gaat altijd zo (gaat met haar hand op en neer).»

HUMO Maar ‘Brabançonne’ sluit dus aan bij je positieve kant.

Uitterlinden «Mensen zeggen me dat ze opgewekt worden van de film. Daar ben ik blij om, al sta ik er ook wel van te kijken. Voor mij waren de meeste draaidagen best zwaar. Dat wijst erop dat dit geen suikerspinfilm is: de personages zijn écht. Elke is haar moeder kwijt en heeft haar vader door zijn verdriet moeten loodsen. Ze heeft zich afgesloten voor emoties en moet leren hoe ze weer kan liefhebben.»

HUMO De lichtheid die je als kijker ervaart, heeft vooral te maken met de liedjes. Het is tenslotte een musical.

Uitterlinden «Ik noem het liever een muzikale film. Musical dekt de lading niet helemaal.»

HUMO In elk geval zetten de acteurs het van bij het begin op een zingen: ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’, ‘Tombe la neige’, ‘Goeiemorgen morgen’ – allemaal klassiekers die jullie in een ander jasje hebben gestoken. Op papier denk je: ‘Aiai!’ maar hier werkt het wonderwel.

Uitterlinden «Dat is de verdienste van Vincent. Hij wist heel goed welke valkuilen hij moest vermijden. In een klassieke musical valt de film op gezette tijden stil om plaats te maken voor de muziek. Hier gebeurt dat niet. Elk nummer is eigenlijk een gezongen dialoog en stuwt het verhaal voort. Voor de acteurs was dat een groot cadeau. Bij elke song voelde het alsof je zevenmijlslaarzen aantrok.

»Die positieve noot heeft zeker ook te maken met de kracht van samen musiceren. Ik heb nooit in een harmonie gezeten, maar ik kan me er wel wat bij voorstellen: de samenhorigheid, de trots, dat groepsgevoel in een harmonie. Dat werkt aanstekelijk. Het was een geniale ingeving om onze Belgische kwesties door twee harmonieën te laten uitvechten.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234