Brexit: de 50 Ultieme Britse Songs: 1 tot 10

Als we Theresa May mogen geloven, dan beginnen deze maand de onderhandelingen rond het vertrek van Groot-Brittannië uit de Europese Unie. Humo wuift het Verenigd Koninkrijk nu al uit met de ultieme Brexit-playlist. Van pastorale folk tot pub anthems, van Merseybeat tot Britpop: wat maakt Engelse songs toch zo ontegensprekelijk Engels? Waren Noord-Ierse punks kwader dan de Engelsen? En Schotse rockers de gevaarlijkste? Bye Bye Britannia – de meest Britse songs ooit.


Deel 1: Brexit: de 50 Ultieme Britse Songs: 41 tot 50

Deel 2: Brexit: de 50 Ultieme Britse Songs: 31 tot 40

Deel 3: Brexit: de 50 Ultieme Britse Songs: 21 tot 30

Deel 4: Brexit: de 50 Ultieme Britse Songs: 11 tot 20

10. Black Sabbath – ‘Black Sabbath’ (1970)

Heavy metal die meer met Birmingham dan met Beëlzebub te maken had. Want hoe working class kan je zijn, als je je geluid te danken heb aan een fabrieksongeval? Gitarist Tony Iommi was als metaalarbeider twee vingertoppen verloren, hence zijn monolithische riffs. De occulte interesses van Black Sabbath reikten niet verder dan de Britse Hammer Horror-films.

Ozzy Osbourne ‘Er is een tijd geweest dat iedereen in de muziek de mond vol had over Aleister Crowley. Ik wist zelfs niet wie dat was! Daarom heb ik later de song ‘Mr Crowley’ opgenomen, waarin ik die kwiet vraag: what the fuck are you about?’

Het ging ons om de shock value. In Engeland kwamen we niet eens in de buurt van Status Quo en Slade, in Amerika stonden we door dat shockeffect meteen met hen op affiches. Ik herinner me nog mijn allereerste vlucht naar New York, halverwege geraakte ik in paniek: had het vliegtuig wel genoeg brandstof?’

9. Led Zeppelin – ‘Ramble On’ (1969)

Sommigen zochten het nog verder dan in de natuur: in de fantasiewereld van trollen en kobolden.‘’t Was in the darkest depths of Mordor / I met a girl so fair’ – yep, Robert Plant citeert hier de Engelse fantasy-auteur J.R.R. Tolkien. Zep-gitarist Jimmy Page dweepte ook met de al even Engelse occultist Aleister Crowley (1875-1947) en kocht zelfs diens huis.


Nick Drake –‘Poor Boy’ (1970), de brexit-bonustrack van Serge Simonart


Serge SimonartNick Drake is überBritish door zijn verfijning, de British countryside die in zijn muziek doorklinkt én het upper class Oxbridgetimbre en -accent waarmee hij zingt. Briljante melodieën, uniek gitaarspel, intrigerende en ontroerende teksten, benijdenswaardige precisie en emotieve kracht: Drake had het allemaal. Ik kies ‘Poor Boy’ omdat het een meesterlijk niemendalletje is én omdat ik wed dat Lou Reed, David Bowie en Mick Ronson het hebben gehoord, want het arrangement doet erg denken aan ‘Walk on the Wildside’.'

8. Anne Briggs – ‘Blackwater Side’ (1971)

In onze serie excentrieke folkies die ook van hun échte leven een pastorale maakten:Anne Briggs, het grote voorbeeld van Sandy Denny (zie hierboven Fairport Convention), hier met een prachtig gezongen Ierse traditional. Briggs hield meer van busken dan van optreden en trok zich letterlijk terug uit de muziek door in een caravan in Suffolk te gaan wonen. Haar collega-folkzangeres Vashti Bunyan trok zelfs met paard en huifkar naar de commune van Donovan op het eiland Skye... Opvallend veel plaats voor vrouwen in Britfolk ook.

7. Pentangle – ‘Hunting Song’ (1969)

Eind jaren zestig zochten folkies hun inspiratie in het Britse bucolische leven. Zeer tegen de zin van folkpuristen als Ewan MacColl (‘Dirty Old Town’) kruiste een groep als Pentangle ook folk met jazz en rock. In Pentangle zaten zangeres Jacqui McShee en gitaristen John Renbourn en Bert Jansch, die voor zijn dood in 2011 een bescheiden renaissance beleefde.
Beth Orton (werkte met Jansch op diens plaat ‘The Black Swan’ uit 2006) ‘Bert was compleet origineel en authentiek. Niemand speelt zoals hij speelde, niemand dacht zoals hij dacht. Hij was onze Britse Jimi Hendrix.’

6. The Who – ‘I Can’t Explain’ (1965)

De groep die de Union Jack en zelfs het logo van de Royal Air Force, die blauw-witte schietschijf, uitriep tot rock-‘n-roll-iconen. The Who waren de aanvoerders van de mods: working class jongeren die trots waren op hun afkomst en er alles aan deden om er goed uit te zien. Mod-jongens gingen voor Italiaanse pakken, haren kort naar Frans model, scooters vol chroom. Mod-meisjes spiegelden zich aan de fotomodellen Jean Shrimpton en Lesley Hornby, beter bekend als Twiggy. In ’73 bracht The Who een eresaluut aan de mods met de rockopera ‘Quadrophenia’.

5. Lonnie Donegan – ‘Rock Island Line’ (1955)

Het allereerste Britse jeugdidool. Held van Van Morrison, maar ook van onze Roland Van Campenhout. Lonnie Donegan was een Schot (Glasgow) die in de jaren vijftig voor een skiffle craze zorgde, tot bij ons. Waarom wij sindsdien niet meer over Lonnie Donegan praten? Omdat hij volledig overschaduwd zou geraken door dat groepje uit Liverpool van hierboven. Zijn snel gespeelde folk was een belangrijke invloed op Tommy Steele en Cliff Richard, de zogenaamde ‘Engelse Elvissen’.

4. Beatles – ‘Penny Lane’ (1967)

Ook al is hij vernoemd naar een straat in Liverpool: dé song die je in Mary Quant-minirok/ op Chelsea boots door het Carnaby Street van de sixties wil doen flaneren.

3. The Small Faces – ‘Lazy Sunday’ (1968)

De song die klink als een nest schofterige Eastenders van buren die dag en nacht veel te luide platen draaien en je voortuin vol Benson and Hedges-sigarettenpeuken mikken. Met Steve Marriott zaliger (hij stierf in 1991 in een woningbrand) in z’n allerbeste Cockney: ‘Cor blimey Mrs Jones / How’s old Bert’s lumbago?


Fairport Convention – ‘Who Knows Where The Time Goes?’ (1969), de brexit-bonustrack van Marc Didden


Marc Didden ‘Bij het beluisteren van muziek, of naar mensen for that matter, kan me dat eigenlijk niet zoveel schelen waar die vandaan komen. De zuidkant van Chicago of de Noordkant van Deurne ? Als er maar wat grain op zit, zou ik zeggen.Maar als het om groene akkers van Albion gaat komt toch altijd ‘We Are The Village Green Preservation Society’ van The Kinks boven en is er tastbare Engelsheid in het spel bij een song als ‘People Take Pictures Of Each Other’ op die plaat.’
‘Maar nu ik erover nadenk, zit alles wat ik wil zeggen eigenlijk vervat in de foto op de hoes van Fairport Convention’s legendarische folkrock-LP ‘Unhalfbricking’ en in de muziek die daarop staat.’

2. The Kinks – ‘The Village Green Preservation Society’ (1968)

Wie maar niet begrijpt waarom de BBC zoveel tuin- en natuurprogramma’s uitzendt: luister nog eens naar de plaat van The Kinks met deze titelsong en besef hoezeer de Engelsen houden van hun natuur en tuinen. Om hun Range Rover vandaag die gegeerde back-from-the-country-look te geven, maken Engelse snobs hem zelfs ‘vuil’ met spray-on mud. ‘The Village Green...’ biedt dan een welkome verzuchting naar het ongerepte rurale verleden van ‘Olde England’, met z’n stoomtreinen en custard pies en vooroorlogse music hall-deuntjes.
1. The Kinks – ‘Waterloo Sunset’ (1967)

De meest Engelse groep die er ooit is geweest met hun meest Engelse song. Uit het raam kijken naar de Thames en de taxi’s van Londen, naar die twee geliefden die elkaar iedere vrijdagavond ontmoeten bij Waterloo underground, is vrede hebben met het hele universum. Ray Davies schreef de song voor zijn oudere zus, haar generatie was jong in de Tweede Wereldoorlog en had het swinging London van de sixties moeten missen - in zijn fantasie zag hij haar afspreken met haar minnaar, om samen te emigreren.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234