Broers voor het leven: Arnout en Harald Hauben, leiders van productiehuis De chinezen

In de laatste aflevering van het onvolprezen ‘De helden van Arnout’, volgende maandag, volgt Arnout Hauben (41) Oscar en Marcel, twee Belgische broers die honderd jaar geleden aan het Russische front vochten. Niet toevallig heeft hij dat verhaal tot het laatst opgespaard: hij wéét wat het is om door onzichtbaar touw verbonden te zijn met een broer, en samen door de loopgraven van het leven te banjeren. Harald Hauben (48) is zelfs eerst vriend en voorbeeld, en dan pas broer.

'Ik reis veel, maar ik ben geen avontuurlijke mens. Bergriviertjes afdalen in een kaduke kano of diep in de jungle doordringen: dat durf ik allemaal niet'

In 2011 gingen de twee ook professioneel samenwerken, toen Harald samen met Arnout, Elke Neuville en Mik Cops – die opgestapt waren bij Woestijnvis – productiehuis De chinezen oprichtte. Tot dan had de oudste Hauben een gulzig kosmopolitisch leven geleid: als consultant in sociale kwesties – op eenvoudig verzoek praat hij u bij over de gehandicaptenzorg in Roemenië, de sociale zekerheid in Palestina en de bescherming van de minderheden in Rusland – had hij de wereld rondgereisd, en onder meer in Griekenland, Roemenië en Siberië gewoond.

Harald Hauben «Maar in 2011 kregen mijn vrouw en ik ons derde kind. Mijn leven speelde zich al een tijdje in vliegtuigen af, en we besloten dat het zo niet verder kon: ik nam ontslag bij het Franse consultancybureau waar ik toen werkte. En net op dat moment vertelde Arnout me over het plan om De chinezen op te richten.»

HUMO Je bent er de zakelijk leider: de man die over het geld gaat.

Arnout Hauben «Het was eigenlijk heel logisch dat we bij Harald terechtkwamen. Hij had al eens een bedrijf van zestig man geleid. En Elke, Mik en ik zijn op z’n zachtst gezegd niet echt bedreven in cijfer- en papierwerk.»

Harald «Ik kende dan weer helemaal niets van televisie. Maar ik heb mezelf verplicht om mee te lopen, om te kijken hoe zo’n televisieprogramma tot stand komt. Alleen maar cijferen is niets voor mij: ik moet ook een inhoudelijke bijdrage kunnen leveren.»

HUMO De drie anderen werkten tevoren bij Woestijnvis. Hun vertrek daar deed behoorlijk wat stof opwaaien.

Harald «Ik kon me wel iets voorstellen bij die emotionele schok. Want de geschiedenis van Woestijnvis kende ik natuurlijk wél: de groep vrienden die ‘Man bijt hond’ uit de grond stampte, en al het moois dat daarop volgde.»

Arnout «Ik blijf benadrukken dat we zijn weggegaan op een hoogtepunt, toen we met ‘Man bijt hond’ nog 1,3 miljoen kijkers haalden. Niet een jaar later, toen VIER niet bleek aan te slaan, en het schip begon te zinken. We hebben toen een principiële beslissing genomen, geen pragmatische: we voelden ons gewoon niet goed bij de aankoop van die zender. Ik ben er trots op dat De chinezen niet uit opportunisme is geboren.

»Ik reis veel voor mijn programma’s, maar toch ben ik geen avontuurlijke mens. Bergriviertjes afdalen in een kaduke kano, of diep in de jungle doordringen: dat durf ik allemaal niet. Maar wat ik wél durf, is op de cruciale momenten in mijn leven kiezen voor het onbekende. Van de mensen die ik in mijn programma’s al ben tegengekomen, heb ik geleerd dat spijt veelal gaat over wat je niet gedaan hebt – niet over wat je wél gedaan hebt. Je moet op een bepaald moment iets durven, een sprong wagen waarvan de afloop onzeker is, en je vervolgens aanpassen aan je nieuwe realiteit.»

HUMO Die nieuwe realiteit is een productiehuis. Zo’n bedrijf leiden lijkt me niet evident.

Harald «Zo moeilijk vind ik het eigenlijk niet. Het werkt volgens een heel klassiek businessmodel: je haalt zoveel mogelijk geld binnen zodat je kosten gedekt zijn, en liefst nog wat meer, zodat je iets overhoudt. Wat het wel moeilijk maakt: dat er maar een paar afnemers zijn in de kleine markt die Vlaanderen is, en dat je die dus voortdurend moet overtuigen.»

HUMO En de concurrentie is groot, want een productiehuis oprichten leek de afgelopen jaren wel een mode.

Arnout «Klopt. De reflex is nu: ‘O, we hebben anderhalf programma, laten we een eigen bedrijf oprichten.’ Er wordt niet meer vertrokken van een bepaalde filosofie, van een identiteit. Wij proberen daar tegenin te gaan: we hebben een groep mensen in dienst die we niet zomaar aangeworven hebben. Ze delen iets – een idee over hoe je mooie televisie maakt, een gevoel voor humor, iets jeugdigs. Op die manier kun je als productiehuis een handtekening zetten onder een programma. Dat is nog altijd het grootste compliment: mensen die zeggen dat iets ‘een typisch chinezen-programma’ is.»


Griekse melancholie

De broers komen uit een gezin van vier – er zijn ook nog de zussen Hadewijch en Machteld.

Arnout «Dat Harald en ik zo intens met elkaar optrekken, komt net door het leeftijdsverschil – hij is zeven jaar ouder. Met mijn twee zussen is er maar een klein leeftijdsverschil, waardoor er in onze jeugd vaak competitie ontstond: we maakten van alles een wedstrijd. Terwijl Harald me dingen wilde leren, me liet delen in zijn grote passies. Hij zette de boxen van zijn stereo bijvoorbeeld vlak tegen de muur van zijn kamer, zodat ik aan de andere kant kon meeluisteren. Dat is het eerste waarin mijn broer voor mij van betekenis is geweest: hij heeft me muzikaal opgevoed.»

Harald «Ik vond het fijn om me te ontfermen over mijn jongere broer. Ik zorgde er ook voor dat hij kon gaan voetballen bij VK Holsbeek.»

Arnout «Ik was keeper. Maar een succes was dat niet: na drie trainingen hield ik er wijselijk mee op. Terwijl jij zelfs werd verkocht!»

Harald «Aan het grote Wijgmaal, ja.»

'Ons vertrek bij Woestijnvis was een principiële beslissing, geen pragmatische. Ik ben er trots op dat De chinezen niet uit opportunisme is geboren'

HUMO Jullie vader was professor klassieke filologie en oude geschiedenis aan de KU Leuven.

Harald «Een belezen, geletterde man met een encyclopedisch geheugen – iemand die op een vanzelfsprekende manier de kamer vulde. Precies waar je als tiener tegen rebelleert, en als volwassene ontzag voor hebt.»

Arnout «Hij werd gevreesd door zijn studenten. Voor een mondeling examen trok hij twee uur per persoon uit. En als iemand niet in de studierichting thuishoorde, zei hij dat onomwonden.»

Harald «Tegelijkertijd – en dat vind ik een heel mooie paradox – was hij ook een vertrouwenspersoon, iemand bij wie studenten te rade gingen als ze in de problemen zaten.»

Arnout «Zijn eigen kinderen deden dat dan weer níét: als ik emotioneel in de knoop zat, ging ik naar moeder. (Tot Harald) Of eerder nog naar jou.

»Harald was thuis de rebel, de man die de limieten opzocht, en zonder angst het conflict aanging met vader. Ik denk dat ik iets diplomatischer was.»

Harald «Het is simpel: ik was een opstandige, vervelende puber. En ja, dat leidde tot een heel conflictueuze relatie met onze pa. Arnout kon hem weleens charmeren, ook al had hij iets gedaan dat niet deugde – dan probeerde pa een belerende tirade af te steken, maar moest hij tegelijk hikken van het lachen. Bij mij gebeurde dat nooit. Ik ben net dat tikkeltje bruusker, norser, moeilijker – een grote mond, ja. Maar dat zie je in veel gezinnen, toch, dat de oudste een beetje moet beuken?»

Arnout «En dat de wetten wat minder strikt zijn voor de jongste. Er was minder waar ik tegen moest vechten. Ik had ook gewoon een prachtig voorbeeld: er zat iets dweperigs in mijn relatie tot Harald, een juichende bewondering. Die dadendrang van hem! Dat lef! Die wuivende lange haren! En hij tapte in cafés in Leuven – lekker makkelijk toen ik begon uit te gaan (lacht).

»De grote kracht van Harald was zijn intelligentie. Hij rebelleerde vurig, maar intussen fietste hij op de middelbare school wel vlotjes door de Grieks-Latijnse. Ik was meer een flierefluiter, moest harder vechten op school.»

Harald «Sinds ik zelf kinderen heb, is mijn relatie met onze pa helemaal veranderd. Ik zie nu ook scherper zijn beweegredenen, de dingen die maakten dat hij zo stipt en streng was. Hij kwam uit een gebroken gezin, wat in die tijd zeer uitzonderlijk was. Hij was de speelbal geweest tussen zijn vader en zijn moeder, en wilde dat zijn kinderen absoluut besparen. Het gezin en de gezinswaarden stonden boven alles verheven, en met een fenomenale bevlogenheid deed hij er alles aan om dat niet kapot te laten gaan. En dat is ook gelukt, want onze ouders zijn nog altijd samen. De focus op het gezin blijft bovendien bij alle vier de kinderen sterk doorleven.»

Arnout «Ik vind het mooi om te zien hoe hij geëvolueerd is. Hij is zachter geworden, vind ik: er is een soort van Griekse melancholie over hem neergedaald.»

HUMO Wat voor iemand is jullie moeder?

Harald «Ze komt uit West-Vlaanderen, en dat zag je: ze heeft altijd hard gewerkt, en cijferde zich volledig weg voor haar kinderen. Een joviale, vrolijke vrouw.»

Arnout «Zij was diegene die de boel bijeenhield, die het compromis vond als de strengheid van vader botste met de springerigheid van de kinderen.»


Bril warmhouden

Harald was dus de nerveuze maar succesvolle rebel, Arnout de diplomatische maar wispelturige stuiterbal. En dus werd hij op z’n twaalfde naar het Montfortcollege in Rotselaar gestuurd – een jongensinternaat.

Harald «Er zit geen bureaumens in Arnout: hij kan fundamenteel niet stilzitten. Het moet bougeren. Dat was al zo toen hij nog klein was, en daar zat wel een risico aan verbonden. We woonden indertijd in Linden, bij Leuven, in zo’n nieuwe villawijk die zonder veel nadenken gebouwd was. Wie daar opgroeide, hoorde tot de bevoorrechte jeugd. Maar gek genoeg zijn er wel wat jongeren uit die wijk op het verkeerde pad beland. Ik weet niet precies wat de verklaring daarvoor is. Waren de verwachtingen er té hoog? Was die burgerlijkheid versmachtend? Alleszins: het was een goeie zaak dat Arnout een paar jaar uit die omgeving weg kon.»

Arnout «Zonder dat internaat was het misschien wel slecht met me afgelopen.»

'Arnout: 'Op mijn twaalfde stuurden mijn ouders me op internaat. Anders was het misschien wel slecht met me afgelopen.'

HUMO Toch wordt zo’n internaat nog altijd geassocieerd met troosteloze verveling, ver weg van de roerige wereld.

Arnout «Natuurlijk voelde het een beetje alsof ik van mijn vrijheid beroofd werd. Maar ik herinner me toch vooral de grote vriendschappen die daar ontstonden. Samen sterk tegen het gezag: dat is krachtig cement, hoor.

»Het was allemaal heel intens en romantisch. Als je als tienerjongen op de vierde verdieping van een klooster in een chambrette ligt, en je beslist met drie kameraden om naar beneden te sluipen en te ontsnappen, dan is dat leven op het scherpst van de snee, hè. Door mijn schuld zijn we toen trouwens gepakt: we wilden naar Leuven fietsen, en ik had Vitabissen mee, voor onderweg. Maar de hond van één van de broeders had die geroken, en zo werden we onderschept. In principe was dat een ramp: voor zo’n ontsnappingspoging werd je van school gegooid. Maar na lang argumenteren heeft die broeder toen toch gezwegen.»

HUMO Bij een microkosmos van jongens onder elkaar stel ik me automatisch een jungle voor waar het recht van de sterkste geldt, eventueel zelfs afgedwongen met pestgedrag.

Arnout «Dat is wat overdreven, maar inderdaad: er was een hiërarchie waarin je je staande moest zien te houden. Ik heb verplicht op het toilet gezeten om de bril warm te houden voor de zesdejaars, ja. Maar traumatiserend wil ik dat niet noemen. Ik heb op internaat vooral geleerd om mijn plan te trekken, denk ik: om mijn problemen zelf op te lossen, en niet om te waaien bij elk zuchtje wind. Als je als twaalfjarige in zo’n roedel terechtkomt, moet je sterk en slim zijn. In het begin was ik ook een beetje een ettertje, maar rond mijn vijftiende veranderde dat. Ik werd leider bij de KSA, en er groeide een rechtvaardigheidsgevoel en een sociale bewogenheid in me. Ik schudde de arrogantie af die in mijn vroege tienerjaren aan me kleefde – gelukkig maar.»

HUMO Net op het moment dat er wolken testosteron door je lichaam jaagden, werd je veroordeeld tot een leven zonder meisjes. Sneu, toch?

Arnout «Ik had liefjes, hoor, maar die zag ik dus alleen in het weekend. Dat waren relaties waarin heel veel brieven werden geschreven. Daardoor werd de druk op die momenten in het weekend wel hoog. Want de romantische waarheid, neergeschreven onder een deken in een slaapzaal van een internaat, is anders dan de prozaïsche werkelijkheid in het middaglicht van een slaperige zaterdag. Ik heb al die brieven nog. Niet dat ik er dagelijks uit loop te citeren, maar ik herlees ze weleens: ik herken er mijn eigen psychologie in. Het is mooi om te zien hoe alles op je zestiende zo oceanisch is. Je vóélt zoveel in die periode: immense hoogtes en laagtes, groot verlangen, diep verdriet.»

HUMO Hoe evolueerde in die tijd de band met je gezin?

Arnout «Die werd minder intens – logisch, als je op vrijdagavond in- en op zondagavond uitcheckt. Ik kan me nog precies voor de geest halen hoe mijn moeder afscheid van me nam toen ze me voor het eerst bij het internaat afzette. We stonden voor de trappen die naar onze chambrette leidden. De anderen gingen al naar boven, maar mijn moeder wilde me eerst nog iets vertellen. Waarop ze me in vijf minuten seksuele voorlichting gaf, met de tranen in de ogen. Ze legde me uit hoe de dingen in elkaar zaten, en hoe ik moest reageren als er iets zou gebeuren. Ze vond dat ze me moest wapenen, want in haar familie was er een verhaal van kindermisbruik door paters. Ze was bang dat ik ook lastiggevallen zou worden – wat overigens nooit gebeurd is. Na dat gesprek omhelsde ik haar en klom ik de trappen op. Ergens halverwege keek ik nog eens om, en zag mijn moeder daar in prachtig licht staan. En ik wist, ook al was ik nog maar 12: ‘Dit is het einde van mijn jeugd.’

»Ook mijn relatie met Harald werd wat minder intens. Alhoewel: hij is me in Rotselaar eens komen opzoeken. Plots werd ik uit de studie geroepen, en dat betekende meestal niet veel goeds. Stond hij daar, samen met een heel knap lief. (Vol bewondering) Ik zie haar nog altijd voor mij: een meisje met volle, zwarte krullen. Er was geen protocol voor die situatie, want normaal kreeg je geen bezoek. Maar Harald had zich dus toch binnengeluld, en hij deed me een plaat en een poster van The Kinks cadeau. Voor mij was dat een heel krachtig moment. Ik wist: ‘Mijn broer is er voor mij, en hij zal er altijd voor mij zijn.’»

HUMO Jij studeerde intussen rechten, Harald.

Harald «In het eerste jaar had ik een zware tweede zit – te veel gefeest, natuurlijk. Onze pa zei me toen, heel gemeend: ‘Het is wel duidelijk, Harald: jij kan dit niet aan.’ Die woorden zijn de kentering geweest. Ik was geprikkeld, en wilde absoluut zijn ongelijk bewijzen. Twee maanden lang heb ik me zwaar op mijn cursussen gegooid, en uiteindelijk slaagde ik – net als in de volgende jaren.»

Arnout «Aan het eind van het vijfde middelbaar was ik faliekant gebuisd, en kon ik niet op het internaat blijven. Ik verwachtte een bolwassing van onze pa, een publieke vernedering. Maar in de plaats daarvan kwam er een vaderlijke arm om mijn schouder, en de belofte dat het heus wel allemaal zou goedkomen. Dat maakte ontzettend veel indruk op me: de strenge, rigide pater familias werd op de kritieke momenten een warme, zorgzame man.

»Uiteindelijk kreeg hij ook gelijk. Dat debacle deed me beseffen dat ik, als ik iets wilde maken van mijn leven, mijn passie moest volgen. Dus koos ik na de middelbare school voor een filmopleiding aan Sint-Lukas in Brussel. (Denkt na) Het is mijn grote geluk geweest dat ik niet de oudste ben. Die krijgt doorgaans niet de kans om een parcours van trial-and-error te doorlopen.»

HUMO Jullie gingen samen op kot in Brussel.

Arnout «Het is te zeggen: Harald woonde toen eigenlijk in Siberië. (Tot Harald) Ik weet eigenlijk al niet meer wat je daar precies deed – één of ander pensioenstelsel hervormen? Mijn schoonzus Inge studeerde in Zuid-Afrika, en ik had een kot in Brussel. Harald pendelde dus voortdurend van min veertig naar plus veertig graden, en landde af en toe in Brussel.»

Harald (glimlacht) «Mooie tijd.»

Arnout «Hij leefde in een onafgebroken jetlag. En hij deed het allemaal zonder rijbewijs, hè – hij heeft er nog altijd geen. Harald was de grote avonturier. Pas sinds mijn tv-programma’s ben ik ’m héél stilletjes aan het inhalen qua air miles (lacht).»

HUMO Je zat op kot in de buurt van de KVS, waar tot op vandaag getippeld wordt door droeve hoeren.

Arnout «‘Klein Chicago’, werd die buurt genoemd. Dat was een filmset, hè. Prostituees, Albanese pooiers die op café hun pistool trokken, overvallen... Als je daar iets ging drinken en aan de praat raakte, was dat altijd een beklijvend, bijzonder gesprek. Er kon geen wereld zo ver weg liggen van het internaat als die wijk: ik leerde er het leven in verhevigde vorm kennen.»


Zussen en zo

Nog een bewijsje voor de stelling dat ze van het ‘Samen uit, samen thuis’-type zijn: de broers trouwden met... twee zussen. Ze wonen ook bij elkaar om de hoek, met zicht op het verrukkelijke Josaphatpark in Schaarbeek.

Arnout «Op Haralds trouwfeest ontmoette ik Mieke – de zus van de bruid, dus – voor het eerst. Ik voelde een steekvlam door mijn lijf gaan, maar ik was 17: het soort knulletje dat haar hart nooit had kunnen veroveren. Ter illustratie: een halfuur voor de trouw had ik nog een brommer perte totale gereden. Toch vond ik dat ik goeie kaarten in handen had. Het was alleen een kwestie van ze op het juiste moment uit te spelen. Anderhalf jaar later studeerde ik aan Sint-Lukas, en was mijn haar lang en mijn borst fier genoeg om met opgeheven kin op haar af te stappen: ‘Hier ben ik.’»

'Op het trouwfeest van mijn broer ontmoette ik mijn vrouw voor het eerst. Ze was de zus van de bruid'

HUMO Inge en Mieke zijn Belgische vrouwen, maar ze groeiden wel op in Afrika.

Harald «Ja, als de dochters van expats in Rwanda en Burundi. Werner, onze schoonvader, was daar meneer doktoor. En Inge en Mieke groeiden dus echt op in de brousse.»

Arnout «Op hun zeventiende werden ze naar België gestuurd – eerst Inge, een jaar later Mieke – om op kostschool in Gent het laatste jaar van hun humaniora te doen. Dat was een waanzinnige cultuurshock. Mieke vertelt graag hoe ze op haar zeventiende voor het eerst een roltrap zag, en ’m uit pure verwondering meteen nóg eens nam. Voor ons was dat heel aantrekkelijk, natuurlijk: ze hadden een verzameling pittige verhalen, en ze straalden iets exotisch uit waar we ons aan konden laven.»

Harald «Ze hadden ook een heel andere muzieksmaak: reggae, veel Franstalige dingen. Ik deed Inge een plaat van de Pixies cadeau, maar daar was ze niet van onder de indruk (lacht)

Arnout «Ik werkte in de Nopri om mijn studies te kunnen betalen: een erg opwindend leven was dat niet. Maar dankzij Mieke ging plots de deur naar de wereld open. Ik had nog nooit op een vliegtuig gezeten, maar zij pakte me meteen mee voor een rondreis door Afrika. Plots liep ik tussen de nijlpaarden, kwam ik op gekke feesten terecht, en liet ze me het huis in Rwanda zien waar ze gewoond had, tot ze had moeten vluchten omdat het beschoten werd door rebellen. Onze vrouwen, heel avontuurlijke karakters, waren de blikopeners waarmee wij de wereld te lijf gingen.»

HUMO Maar omgekeerd was het dus moeilijk voor hen om in het burgerlijke België te gedijen?

Harald «In het begin wel, ja. Het weer, de mentaliteit, de way of life: het was allemaal zo anders, zo minder frivool. Nu nog altijd merk ik hoe diepgaand de banden waren die in Afrika onder expats gesmeed werden: die gemeenschap van toen is ook nu nog een hechte groep. Dat gedeelde verleden is echt een ankerpunt. Daardoor hebben Inge en Mieke ook niet zo’n behoefte aan veel nieuwe vriendschappen.»

Arnout «Ze zijn ook opener opgegroeid dan wij in onze villawijk.»

Harald «En meer relaxed. Pas op hun negende gingen ze naar school. Hun moeder – de matrone van de familie, een fantastische vrouw – had hen leren lezen, onder een boom in de tuin.»

Arnout «Het valt me telkens weer op dat Mieke minder conformistisch is dan ik, meer op haar gevoel teert, en zo ook met meer gemak een moeilijke beslissing neemt. Zij neigt altijd naar vrijheid, ik naar veiligheid. Dat is logisch: Inge en Mieke kunnen niet terug naar de plaatsen van hun jeugd. Wij wel, ook al zien die plaatsen er niet meer hetzelfde uit. Maar zij kunnen zichzelf niet toetsen aan wat er was. Hun verleden zit alleen in hun hoofd. Dat maakt hen vrijer.»

HUMO Zijn zij ook zo dik met elkaar?

Harald «O, hun relatie is nog veel intenser dan de onze. Arnout en ik zoeken elkaar vaak op, we zijn broers én vrienden, maar we hebben ook elk onze eigen ruimte nodig. Inge en Mieke zijn echt hartsvriendinnen die elkaar elke dag zien. Zo is het bij ons niet: Arnout en ik ontlopen elkaar soms bewust enkele dagen, om verveling geen kans te geven.»

HUMO Dat typeert jullie, hè: de angst voor verveling?

Harald «We raken de dingen nogal snel beu, ja. Er moet altijd iets zijn dat we kunnen overwinnen, een hobbel die ons provoceert. In het verlengde daarvan ligt ons perfectionisme, dat we van onze pa hebben: we haten het om de dingen maar half te doen. Dat maakt dat we soms veel vragen van de mensen met wie we samenwerken.»

Arnout «Dat bleek ook bij ‘De helden van Arnout’. Mijn redactie heeft me op een bepaald moment gesignaleerd dat ik te snel liep, te veel vroeg, en een te kort lontje had. Daar herkende ik mezelf niet helemaal in, want ik ben in principe helemaal geen man van het conflict. Maar 2016 was een heel zwaar jaar voor mij: een dicht familielid was zwaar ziek, en dat had een enorme impact op mij. Emotioneel zat ik aan de grond. Het is op zo’n moment dat je op jezelf botst: je voelt je verloren, kunt niet meer incasseren, en ontploft snel. Maar goed: het is allemaal achter de rug nu, het familielid is gelukkig genezen, en ik denk toch dat ik mag zeggen dat ik in normale omstandigheden géén onaangenaam mens ben.»

'We raken de dingen nogal snel beu. Er moet altijd iets zijn dat we kunnen overwinnen, een hobbel die ons provoceert.'


Griekse chirurgie

Zelf weet Arnout ook wat het is om de dood in je nek te voelen zuchten. In 2002 was hij in Nigeria gaan draaien voor het Woestijnvisprogramma ‘Bal mondial’, om er meteen daarna een vakantie met Harald, Inge, Mieke en hun schoonouders aan te breien op een Grieks eiland.

Arnout «Daar werd ik heel ziek: een stekende buikpijn die maar niet wegging. Het bleek een gigantisch abces te zijn, opgelopen in Afrika. Ik werd naar Athene overgebracht en lag daar twee weken in een donker ziekenhuis, met in mijn lichaam een etterbol die op ontploffen stond.»

Harald «Ik zie de ambulance op dat eiland nog rijden: Arnout was te lang voor die wagen, en dus kon de deur niet dicht – zijn voeten bungelden over de rand (lacht).»

Arnout «En ik intussen maar kermen. Er bleek geen plaats meer op de ferry naar het vasteland, maar gelukkig spreekt Harald Grieks. Hij heeft toen bij de kapitein een plaatsje in de ziekenkajuit onderhandeld – daar heb ik een hele nacht gelegen. Ik was nét op tijd in het ziekenhuis. Zo erg was het, ja: ik herinner me dat ik een linke operatie moest ondergaan, en eerst papieren diende te tekenen waarin ik stelde dat het ziekenhuis niet verantwoordelijk was als er iets mis zou gaan. Niemand in dat ziekenhuis sprak Engels. Ik herinner me hoe ik met een heel struise dokter communiceerde door in zijn hand te knijpen. Daar leerde ik dat gesproken taal niet noodzakelijk is om mededogen en goedmoedigheid uit te drukken.

»Ik heb toen lang tussen leven en dood gehangen, maar ik spartelde erdoor. En al die tijd zat Mieke aan mijn zij. Daar, op dat ziekenbed, heb ik de grote beslissingen uit mijn leven genomen. Dat Mieke de vrouw was voor wie ik altijd zou vechten, en dat er kinderen zouden komen – niet lang na mijn genezing was Mieke zwanger van ons eerste kind.»

HUMO Je hebt er twee. En jij, Harald, drie.

Harald «Het is ontroerend om te zien hoe ze op elkaar lijken, en elkaars gezelschap opzoeken. Eigenlijk zijn ze meer broers en zussen dan nichten en neven. Ik vind het ook een rustgevende gedachte dat Arnout en Mieke er altijd zullen zijn voor mijn kinderen.»

Arnout «Ja: we zijn de reserveouders van elkaars kroost. Ik ben blij dat ik kinderen heb, want ze hebben ervoor gezorgd dat het centrum buiten mezelf ligt. Dat is de grote kracht van kinderen krijgen: je verdwijnt zelf een beetje.»

HUMO En er kruipt een fenomenale, niet weg te argumenteren kwetsbaarheid in je.

Harald «Absoluut. En dat gaat niet over voortdurend in angst leven dat je kind onder een auto zal lopen, hè. Het is iets onderhuids, een weerloosheid die moeilijk in woorden te vatten is.»

Arnout «Een oergevoel, ja, een ondertoon die ergens in je klinkt. Maar dat is goed: die monumentale kwetsbaarheid, dat is wat liefde is.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234