Bruno Wyndaele, presentator van 'Het zomert met': 'Ik ben lang bang geweest om ontmaskerd te worden: 'Jij bént helemaal geen presentator!''

Buiten is het net iets broeieriger dan in het café waar tv-maker Bruno Wyndaele (52) het hoofd biedt aan een persdag naar aanleiding van zijn aanstaande talkshow. Ondanks de drukkende warmte ziet hij er patenter uit dan de meeste moeders na een persdag in de kraamkliniek.

'Wat we bij De Filistijnen níét maken, is kunst. Artistieke impulsen moeten we tot elke prijs onderdrukken'

Weldra zal Bruno Wyndaele, vijftien jaar nadat hij ‘De laatste show’ voor bekeken hield, zijn oude ambacht van gastheer en interviewer in een praatprogramma weer opnemen. Behalve in de Abdij van Vlierbeek zal ‘Het zomert met’ zich ten faveure van de couleur locale ook in de Plantentuin van Meise en in kasteel Wissekerke in Kruibeke ontrollen.

Vijftien jaar geleden keken behoorlijk veel mensen nog tegelijk naar programma’s als ‘De laatste show’: een gedeelde ervaring die je de volgende dag onder collega’s besprak, of onder medegevangenen tijdens het luchten. Intussen schijnt het dat zulk lineair kijken volkomen uit de tijd is, en dat tv steeds meer à la carte of on demand, en dus geheel geatomiseerd wordt geconsumeerd. Hoe kijkt Bruno Wyndaele, die ook codirecteur van het productiebedrijf De Filistijnen is, tegen die nieuwe tv-gewoontes aan?

Bruno Wyndaele «Dat er niemand nog lineair kijkt, is niet waar. Oké, de kijkgewoontes veranderen, maar er wordt gemiddeld vier à vijf uur per dag naar bewegend beeld gekeken. En tv-makers zijn leveranciers van bewegend beeld, waar zo te zien steeds méér vraag naar is. ‘Wie zal dat allemaal kunnen blijven betalen?’ lijkt mij nu de meest relevante kwestie. Bij de commerciële televisiezenders zijn de reclame-inkomsten niet gegroeid – er wordt meer online geadverteerd – en de openbare omroep moet van de overheid met minder zien rond te komen. Voor de rest wil ik dat er zoveel mogelijk mensen naar mijn tv-programma’s kijken: dát is de drijfveer. Niemand uitsluiten, zo publieksvriendelijk mogelijk zijn»

HUMO Heb je vooraf een welbepaald idee van hoe je het publiek het meest kunt behagen?

Wyndaele «Laat ik zeggen dat publieksvriendelijkheid vooral een streven is. Ik heb al bewezen dat ik dat doel niet altijd heb bereikt (lacht). Voor de rest maken we bij de Filistijnen vooral geen kunst: niets van wat een kunstenaar drijft, mag een tv-maker drijven. Artistieke impulsen moeten we tot elke prijs onderdrukken. Nu ja, niet dat ik er last van heb, want ik bén geen kunstenaar.»

HUMO Uit een onderzoek van Telenet bleek onlangs dat alle Vlamingen samen vorig jaar zes miljoen uren naar de eeuwige herhaling van ‘F.C. De Kampioenen’ hebben gekeken. Wijst dat volgens jou op een soort kwaliteit van ‘F.C. De Kampioenen’?

Wyndaele (lacht) «Neen, daaruit valt geen enkele conclusie over kwaliteit te trekken. In de geschiedenis van de Vlaamse media léék er een paar keer een link tussen kwaliteit en populariteit te bestaan: tijdens de gloriedagen van het weekblad Humo, dat toen het populairste én het beste blad was, en in de hoogdagen van Woestijnvis: topprogramma’s die geweldig goed bekeken werden. Maar er is voor de rest geen enkel objectief verband tussen kwaliteit en populariteit.»

HUMO Was het succes van de programma’s van Woestijnvis dan veeleer toevallig?

Wyndaele «Dat succes was in elk geval beperkt in de tijd, en uniek.»

HUMO Staat je voormalige werkgever Woestijnvis nog op één of andere manier model voor je productiebedrijf De Filistijnen?

Wyndaele «Ik denk niet dat Woestijnvis ooit model heeft gestaan voor wat ik met De Filistijnen wilde. Ik heb er samengewerkt met geweldige mensen, mensen met wie ik me verwant voelde, en ná Woestijnvis ben ik dat blijven doen.»

HUMO Woestijnvis was wel een uitstekend begin voor jou. En voor iedereen die er in de gloriedagen bij was.

Wyndaele «Je mag mij van veel beschuldigen, maar niet van carrièreplanning. Bij Woestijnvis heb ik nooit het plan gekoesterd om er na verloop van tijd met de buit vandoor te gaan en op mezelf te beginnen. Ik ben bij Woestijnvis weggegaan na een meningsverschil met één man: Wouter Vandenhaute. Woestijnvis was: zo hard mogelijk werken voor een zo goed mogelijk resultaat, en dat beginsel hang ik nog altijd aan. Eigenlijk hing ik het al aan toen ik in Leuven onbezoldigd bij Radio Scorpio werkte: dat was mijn introductie in de media en het enige wat ik ooit echt heb willen doen. Mijn ambitie was beperkt.»

HUMO Is er een aanwijsbaar verband tussen hard werken en een goed resultaat?

Wyndaele «’t Is als in de sport: als je talent hebt en je werkt er niet hard voor, dan kun je altijd ingehaald worden door iemand met minder talent maar meer werkkracht. Je moet om te beginnen iets kunnen, maar je zult ook nog hard moeten werken. En voor ik het vergeet: je moet ook nog geluk hebben.»

'Ik ben erg veranderd. Ik ben te oud geworden om nog langer te doen alsof ik anders ben dan andere mensen'

HUMO Heb jij geluk gehad?

Wyndaele «Ik heb alléén maar geluk gehad. Op een dag liep ik het kantoortje van radioproducer Geert Vermaercke binnen en zei ik: ‘Ik hoorde dat jullie iemand zoeken voor ‘Het vrije westen’.’ Had het toen niet meteen geklikt tussen ons, dan was ik later ook nooit opgepikt door Woestijnvis. Ik vind dat ik hard gewerkt heb in mijn leven, maar zonder geluk had ik hard kunnen blíjven werken, met veel minder resultaat.»

HUMO Behalve tv-maker ben je ook ondernemer. Had je daar aanleg voor?

Wyndaele «Ik ben geen groot ondernemer, en De Filistijnen is dan ook geen expansief bedrijf: ’t ging tot nog toe van klein naar heel klein tot gemiddeld klein, en nu is het weer gewoon klein. Mocht ik een betere ondernemer zijn, dan was ik vast ook meer in groei geïnteresseerd. Ik heb wel altijd al graag dingen georganiseerd: bij Scorpio wilde ik niet alleen programma’s maken, maar ook dat die radiozender goed draaide. Toen de zendvergunning bedreigd werd, heb ik ervoor gezorgd dat we die behielden, en ook bij Woestijnvis heb ik altijd mijn eigen mensen aangenomen en mee op de budgetten gelet. Ik heb de neiging om me met alles te bemoeien.»

HUMO Toen ik je een eeuwigheid geleden voor het eerst interviewde, droomde je er hardop van een programma als ‘Rad van fortuin’ te bedenken, een idee van de legendarische Merv Griffin. Koester je die droom nog?

Wyndaele «Jawel. Een format bedenken dat je internationaal kunt verkopen: het is me al gelukt met ‘Eeuwige roem’. Dat programma gaat wel niet de hele wereld rond, maar toch de halve, en daar ben ik trots op.»

HUMO Zijn die internationaal verkochte formats de belangrijkste bron van inkomsten voor een productiehuis?

Wyndaele «Neen, je kunt veel meer verdienen door veel te produceren en dus een gróót productiehuis te zijn. Wij maken één à twee programma’s per jaar, en met de inkomsten van ‘Eeuwige roem’ betalen we mensen die, ondanks onze kleine productie, toch twaalf maanden per jaar bij De Filistijnen op de loonlijst staan.»

HUMO Is het nog een goede tijd voor productiehuizen?

Wyndaele «Als ik terugkijk, denk ik dat er ooit betere tijden zijn geweest, maar ik merk niettemin dat er alsmaar productiehuizen bijkomen. Vorig jaar begon Mathias Coppens met het zijne (Roses Are Blue, red.) en intussen maakt hij, zomaar uit het niets, maar liefst negen programmareeksen. Wat veel te veel is. Of toch minstens: te veel. Te veel willen produceren is een klassieke beginnersfout waar ik me ook aan heb bezondigd, ook al omdat kenners me op het hart drukten dat je veel móést maken, ‘want anders heb je geen fond de commerce, anders kweek je geen goodwill’. Wel, ik kwam erachter dat dat voor mij niet werkt.»


Canvasprofiel

HUMO Denk je dat wat je nu doet je bestemming in het leven is?

Wyndaele «Laat ik zeggen dat ik daar nu minder aan twijfel dan vroeger. Een heel goede vriend is lang ontwikkelingswerker geweest, onder andere in Rwanda, kort na de genocide. Daarmee vergeleken heb ik altijd het gevoel gehad dat ik me met futiliteiten bezighield. Uitgerekend die vriend zegt me dan: ‘Mensen ontspanning bieden is óók belangrijk.’ En intussen weet ik zelf ook wel hoe gelukkig mensen kunnen zijn als ze geëntertaind worden. Ik ben zelfs bewust op zoek moeten gaan naar manieren om zelf nog eens goed geëntertaind te worden.»

HUMO Iets gevonden?

Wyndaele «Ja, na twintig jaar ga ik opnieuw naar concerten. Vroeger waren concerten te vaak teleurstellende ervaringen voor mij: veel te veel mensen op een plek die mij vaak niet zinde, en het optreden zelf was meestal aanzienlijk minder goed dan ik had verwacht. Op een dag zei mijn vrouw: ‘We gaan naar Fleetwood Mac in het Sportpaleis.’ Daarmee zette ze twee zaken op een rij die me niet zinden. Het Sportpaleis! En Fleetwood Mac: wat kunnen die oude zakken nu nog voorstellen? Ik ben toch meegegaan, en het was fan-tas-tisch: energie, niks oude zakken.»

HUMO Je hebt geschiedenis gestudeerd. Werkt die studie nog enigszins na in het leven dat je nu leidt?

Wyndaele «De historische kritiek, de manier waarop je met een bron omgaat, is nog steeds van belang voor mij: wie zegt iets? Wat heeft hij erbij te winnen? En weet hij waarover hij praat? Die vragen komen ook elke interviewer van pas. Voor de rest is er me bijzonder weinig van mijn studie bijgebleven. Ik heb er ook nooit aan gedacht om voor Canvas tv-programma’s over geschiedenis te maken.

»Nu ja, ik vind álle programma’s op tv amusementsprogramma’s. Vergeet niet dat ik oorspronkelijk iemand ‘met een Canvasprofiel’ was: ik heb voor Canvas ‘De Commissie Wyndaele’ gemaakt en ‘Wijlen de week’. De overstap naar Eén was een grote gok.»

HUMO Zou je opnieuw geschiedenis studeren mocht je nu 18 zijn?

Wyndaele «Dat denk ik wel. Ik zou vooral niet naar het RITCS gaan om er tv te gaan studeren. Vroeger trokken mediaopleidingen me ook al niet aan. De meeste tv-makers van mijn generatie zijn trouwens niet naar het RITCS gegaan. Jij hebt toch ook geen journalistiek gestudeerd?»

HUMO Nu je het zegt.

Wyndaele «Ik ben een aanhanger van de 10.000-urenregel: 10.000 uren oefenen om je in een vak te bekwamen. Dat kan geen enkele opleiding je bieden.»

HUMO In ‘Het zomert met’, je nieuwe talkshow op Eén, ga je je oude ambacht van interviewer weer opnemen. Is dat een aangenaam vooruitzicht?

Wyndaele «Ja, al was ik geweldig opgelucht toen ik in 2003 ‘De laatste show’ voor bekeken hield. Ik was moe en het vragenstellen beu. Van het eerste jaar van ‘De laatste show’ herinnerde ik me alle interviews tot in de details en van het laatste jaar weet ik niks meer. Mensen zeiden: ‘Ik ben nog bij jou te gast geweest.’ Ik: ‘Echt waar? Jij bij mij? Geen idee.’ Ik was niet van plan om ooit nog voor interviewer te spelen. Maar de laatste tijd voelde ik dat mijn tegenzin voorbij was. En ik dacht dat zomeravonden zich uitstekend leenden voor een gesprek over de zomer, dat, als alles goed gaat, een gesprek over het leven zal blijken.»

'Ik nodig alleen gasten uit die ik graag mag. Ik ben te oud om met klootzakken te praten'

HUMO Bekendheden zullen het over de mooie zomers van hun leven hebben: ik denk dat nostalgie vaak op sentimentele clichés doodloopt.

Wyndaele «Dat gevaar bestaat. Als het je bedoeling is om mijn twijfels te vergroten, dan ben je geslaagd in je opzet (lacht). Ik reken erop dat het nostalgische gedeelte tot een amusante anekdote leidt. Het gesprek zal uiteindelijk over de mens met al zijn verlangens, gedachten en ambities moeten gaan, denk ik. Hoop ik. Niemand hoeft zich verplicht te voelen om donkere gedachten mee te delen op een prachtige zomeravond.»

HUMO Je gastenlijst bestaat uit mensen van wie de meesten zich al ruimschoots hebben ontvouwd in de media: Bart Peeters, Jani Kazaltsis, Tine Embrechts, Dina Tersago, Fatma Taspinar, Imke Courtois, Alex Agnew, Leen Dendievel en Dieter Coppens. Wat hebben ze met elkaar gemeen?

Wyndaele «Dat ik ze graag mag. Ik ben te oud geworden om met klootzakken te praten. Dat ze zich al uitgebreid hebben ontvouwd in de media, is waar, maar ze zijn populair, en voor het soort praatprogramma dat ik wil maken, is hun populariteit noodzakelijk. ’t Is zomer en de afleidingen zijn zo gigantisch dat je het ruime publiek een goede reden moet geven om voor de tv te gaan zitten.»

HUMO Je gasten brengen een extra gast mee, iemand die hun op één of andere manier na is.

Wyndaele «Ja, en daar zijn ze volledig vrij in: dat kan een nobele onbekende zijn, maar evengoed een beroemdheid. Zo vermijd ik ook het tv-cliché van de verrassingsgast: ineens doemt je stiefmoeder op, die je in geen jaren hebt gezien en die je ook niet gemist hebt. Als je centrale gast zélf een gast aanbrengt, heeft hij daar meestal een goede reden voor.»

HUMO Eerder heb je het programma ‘Beste vrienden’ gemaakt. Vriendschap is misschien wel een thema in je werk.

Wyndaele «Ik vind vriendschap een vrij onontgonnen terrein, in vergelijking met bijvoorbeeld de liefde.»

HUMO Heb je veel vrienden?

Wyndaele «Ik heb niet veel vrienden, neen.»

HUMO Ik ook niet. Ik vrees stilaan dat ik te weinig in vriendschap heb geïnvesteerd.

Wyndaele «Wel, dat denk ik ook. Maar, ach, zulke dingen kun je toch niet forceren: je bent wie je bent. Jij bent toch een vrij sociale mens? (lacht)»

HUMO Ik houd me overeind.

Wyndaele «Er zijn mensen met wie ik veel beter bevriend zou kúnnen zijn. Als ik met hen samenwerk, is onze omgang vriendschappelijk. Maar ik zou het raar vinden om hen bij mij thuis op een wokmaaltijd uit te nodigen.

'Ik heb geleerd dat mensen altijd eerst voor zichzelf kiezen, en dan pas voor iemand anders. Dat heeft me een paar keer teleurgesteld, ja'

»Je weet dat ik een groot muziekliefhebber ben. Enkele Vlaamse muzikanten zijn samen met mij aan hun carrière begonnen: Luc De Vos, Frank Vander linden en Stijn Meuris. Ik kon niet met hen samenwerken, want als muzikant stel ik niets voor, maar ik maakte wel radio- en tv-programma’s waarin zij meer dan welkom waren. In dat opzicht hebben we heel fijn samengewerkt, en ik had het gevoel dat we vrienden zouden kunnen zijn. Zodra ik geen programma’s meer had waarin zij aan bod konden komen, had het ook geen zin meer om ze te vragen. Maar toen de vriendin van Stijn stierf, heb ik hem gebeld. En toen Luc De Vos was doodgegaan, heb ik Frank gebeld, zo van: nu gaan we samen uit eten, om over het leven te praten en niet alleen over de dood van Luc. Ik had Luc toen hij doodging tien jaar niet meer ontmoet. Ik bewonder die drie gasten: het zijn geweldige alleskunners.»

HUMO Is er een zomer die in jouw leven van grote betekenis was?

Wyndaele «Niet echt. Ik heb nooit iets ingrijpends meegemaakt in de zomer, maar niettemin is dat seizoen altijd belangrijk geweest in mijn leven. Terwijl mijn vakanties eigenlijk heel saai zijn: ik ga met vrouw en kinderen in een huis op het Franse platteland zitten. Zodra ik daar ben, lijkt er vanzelf tijd vrij te komen om na te denken over hét en míjn leven. En altijd komen daar ideeën van: zowel voor tv-programma’s als voor de herinrichting van de keuken thuis. Vorige zomer hebben we beslist om ook fictie te gaan maken. De zomer is voor mij altijd het meest creatieve seizoen geweest, al probeer ik dan niet te veel aan werken te denken. Ik moet tijd maken voor mijn kinderen, maar ook weer niet te veel: mijn kinderen zijn 14 en 15, they don’t really care.»

HUMO Wat leer je als tv-maker uit het kijkgedrag van je kinderen?

Wyndaele «Ik hoop dat hun kijkgedrag nog verandert (lacht). Als tv-maker kan ik op dit ogenblik niets voor mijn kinderen maken waar zij van houden. Als ik fictie zal maken, verandert dat misschien. Maar voor een programma met een begin, een midden en een einde, dat langer dan vijf minuten duurt, zijn ze voorlopig niet te vinden (lacht). Moet ik daaruit de toekomst van de televisie afleiden? Ik denk het niet. Ik ben ook geen 14-jarige gebleven.»

HUMO Ik weet dat je al 10 was, in 1975, toen je ouders een televisietoestel in huis haalden. Toen had iedereen toch al lang tv?

Wyndaele «Ja, maar mijn vader was een intellectueel die geen boodschap had aan de volgens hem niet-intellectuele televisie. Toen we tv hadden, hadden we geen kabel, maar wel een gigantische antenne: ik kon dus Avro’s Toppop zien en in die zin heb ik een normale jeugd gehad. Ik kan me ook niet herinneren dat wij, de vier kinderen, ooit om een televisie hebben gevraagd. Mijn vader was leraar geschiedenis en maatschappijleer, en mijn moeder gaf ook geschiedenisles.»

HUMO Vandaar.

Wyndaele «Neen, ik ben niet in hun voetsporen getreden. Ik heb zelf voor geschiedenis gekozen, ook al heb ik de schijn tegen. Je moet weten dat ik in de middelbare school goed was in wiskunde, bijzónder goed: ik zat in een afdeling waarin ik negen uur wiskunde per week kreeg, en twee uur technisch tekenen.»

HUMO Verschrikkelijk. Je had dus eigenlijk burgerlijk ingenieur of erger moeten worden.

Wyndaele «Vandaar dat er weinig begrip was toen ik daar níét voor koos. Wiskundeleraren kwamen langs om me om te praten. Geschiedenis was echt mijn eigen keuze.»


Te oud voor ironie

HUMO Even terug naar ‘Het zomert met’. Ga je een ietwat gereserveerde gastheer zijn of ga je juist emotioneel participeren als je met je gasten het leven zelf aankaart?

Wyndaele «Emotioneel participeren liefst, al heb ik dat nog niet eerder gedaan.»

HUMO Meestal houd je het midden tussen ironie en sarcasme.

Wyndaele «Dat was vroeger. Ik ben meer mens geworden.»

HUMO Voor alle zekerheid: zeg je dit nu zonder ironie?

Wyndaele «Zonder ironie. Ik ben erg veranderd. En die ironische houding van vroeger was de makkelijkste weg: zelfbescherming, hè? Ik moet erbij vertellen dat ik die aanpak altijd plezierig heb gevonden – je moet jezelf amuseren. Maar goed, het leven heeft mij veranderd. En de dood: er vallen mensen weg. Je ziet je kinderen opgroeien en je voelt je steeds kwetsbaarder… En ik ben intussen ook te oud om nog langer te doen alsof ik anders ben dan de andere mensen.»

HUMO Wat valt er zoal te vernieuwen aan een talkshow?

Wyndaele «Misschien is vernieuwing niet eens noodzakelijk: een goede talkshow maken is mogelijk al vernieuwend genoeg. De talkshow is een valabel genre waar ik fantastische herinneringen aan heb: Jan Van Rompaey in ‘Argus’, Sonja Barend, Adriaan van Dis, Michael Parkinson in ‘Parkinson’, Terry Wogan in ‘Wogan’, Jonathan Ross: er is geen reden waarom dit televisiegenre niet meer zou moeten bestaan.»

HUMO Je bent 52: hoe ervaar je je leeftijd?

Wyndaele «Toen ik rond de 40 was, had ik meer last met het zoeken naar een geschikte levenshouding dan nu. Tien jaar geleden vond ik: ‘Op mijn leeftijd moet ik niet meer naar Rock Werchter gaan, want oude zakken horen daar niet thuis.’ Nu ga ik naar Werchter zonder mij daar iets bij af te vragen. En om Bruce Springsteen te zien. Het blijkt daar dan te barsten van de oude zakken. Ik voel me nu minder oud dan toen. Voor het overige betekent 50 zijn dat je moet oppassen met de tijd die je nog rest, want die is kort. Dertig jaar vooruitkijken is er hoogstwaarschijnlijk niet meer bij. En die gedachte helpt je om keuzes te maken: ik wil zo weinig mogelijk tijd verbeuzelen. Ik heb, om mensen een plezier te doen, weleens met een te krap budget tv-programma’s gemaakt waar ik niet blij mee was; ik verdiende er niets aan, en de klant was ook ontevreden. Hoe onnozel kun je zijn? Nooit meer!»

HUMO Wat vind je van de tijd die we nu beleven?

'Ik hoop dat het kijkgedrag van mijn kinderen nog verandert. Ik kan als tv-maker op dit moment niets voor hen maken waar zij van houden'

Wyndaele «In de jaren 50, 60 en 70 is er in maatschappelijk opzicht van alles grondig herzien of gewoon omvergeworpen: het patriarchaat, de kerk en de dominante katholieke moraal, de manier waarop de staat georganiseerd is. Die herziening was een groot succes en de persoonlijke vrijheid nam in die decennia alleen maar toe. Maar nu zie ik dat al die verworven vrijheden in twijfel worden getrokken, en daar word ik niet vrolijk van. De vrijheid om jezelf te zijn is volgens mij bedreigd. De zanger Milow liep gisteren na een optreden de zee in en zijn publiek, duizend mensen, deed hem dat na. Dat bleek ineens een groot schandaal te zijn, want na zes uur ’s avonds mag je de zee niet inlopen. Het regende GAS-boetes! Daarin zie ik de totale teloorgang van de persoonlijke verantwoordelijkheid, zogenaamd in je eigen belang. Verbieden is altijd ‘in ons eigen belang’: die gedachte lijkt veld te winnen, en dat maakt me niet blij.»

HUMO Een wezenlijk deel van je werk is: formats bedenken. Heb je daartoe al een soort methodiek ontwikkeld?

Wyndaele «Neen. Het wordt moeilijker. Ik besef meer dan vroeger dat vrijwel alles al eens eerder is gedaan. Je raakt je argeloosheid kwijt, al kan ik nog steeds heel enthousiast zijn over een idee. Twintig jaar geleden is Billy Joel gestopt met platen maken – hij wou nog wel optreden, maar vond dat hij de liedjes die hij móést schrijven al geschreven had. Soms denk ik dat ook: wat ik moest maken, heb ik al gemaakt. Maar dat is natuurlijk onzin. Ik moet dóórgaan.»

HUMO Wil je zo lang mogelijk aan het werk blijven?

Wyndaele «Zo’n vijf jaar geleden heb ik, alweer op een zomerdag, besloten dat ik tot mijn 50ste zou werken. Daarna zou ik niets meer doen. Ik ben nu 52 en denk: hoe kort het leven ook mag zijn, de dagen zijn vast héél erg lang als je niets meer omhanden hebt. Nu wil ik mijn hele leven aan het werk blijven. Dat betekent niet dat ik hetzelfde werk zal blijven doen. Bij De Filistijnen ben ik de alfa en omega: ik weet op alle vragen over dat bedrijf een antwoord. Ik móét er ook alles van afweten. Maar als ik me straks met tv-fictie zal bezighouden, moet ik níét alles weten: dan mag ik gewoon producent zijn, wat me nu al een aangenaam vooruitzicht lijkt. Ik wil ook geen fictiereeksen schrijven. Dat laat ik graag aan anderen over, en ik weet nu al dat het een werk van lange adem is.»

HUMO Je bent twee jaar niet op de televisie geweest. Er zijn tv-figuren die prompt in een identiteitscrisis belanden zodra ze van het scherm zijn.

Wyndaele «Naar aanleiding van 50 jaar Vlaamse televisie, in 2003, zat ik in een feestelijk gelegenheidsprogramma op een tribune die alleen maar door dat soort mensen was bevolkt. Iedereen was boos op de VRT en sprak bitter over het ontijdige einde van z’n televisiecarrière. Ze voelden zich ronduit afgewezen. Als je op tv komt, word je onnodig opgehemeld. En je hele werkkring is vriendelijk voor je. Achter je rug zijn ze natuurlijk wél realistisch, maar nooit recht in je gezicht. Als je een aantal jaren op de werkvloer te horen hebt gekregen dat je geweldig en uniek bent, en ineens zeggen ze je: ‘Maandag moet je niet meer komen,’ dan is dat niet prettig.

»Lof moet je dan ook niet au sérieux nemen, en mensen die je neerhalen ook niet. Een paar jaar geleden was er in sommige kranten een soort hetze tegen het gebit van Michiel Devlieger. Komaan zeg! Dat is niet eerlijk! Maar ’t was misschien ook niet eerlijk dat hij in Humo’s Pop Poll tot ‘Beste presentator’ werd uitgeroepen. Hij presenteerde gewoon ‘De Mol’, toevallig het populairste programma van dat moment.

»Ik ben ook eens ‘Beste presentator’ geweest: de waarheid is dat Mark Uytterhoeven dat jaar met vakantie was. Als ze je groot maken, kun je dat maar beter niet geloven. Toen ik op die tribune vol mopperende en zure oudgedienden van de VRT zat, dacht ik: ‘Dit gaan wij nooit doen.’ Ik ben er altijd van uitgegaan dat de carrière van een tv-presentator heel eindig was. Ik heb ook nooit tv-presentator wíllen zijn, wel deejay op de radio. Niet op de televisie komen is dan ook geen enkel probleem voor mij.

»Ik heb trouwens lang last gehad van het oplichterssyndroom, waarbij ik vreesde dat men mij binnen de kortste keren zou ontmaskeren: ‘Jij bent helemaal geen tv-presentator!’»

HUMO Vind je dat je genoeg geld verdient?

Wyndaele «Ja. Absoluut. Daar mag ik niet over klagen. Ik heb altijd al gevonden dat ik genoeg verdiende, en ik heb dan ook nooit over mijn inkomen gezeurd. Wel wilde ik altijd naar waarde worden betaald.»

HUMO Hoe weet je wat je waard bent?

Wyndaele «Je vraagt een beetje rond. Je probeert geen onnozelaar te zijn die afgezet wordt. Ik heb zelfs een tijdlang een manager gehad die daarover waakte: Rick Tubbax. Bij Radio Scorpio heb ik negen jaar lang onbezoldigd programma’s gepresenteerd: ik deed toen dezelfde moeite als nu. Alles wat ik sindsdien heb verdiend, beschouw ik als winst.»

HUMO Wat mag er volgens jou nooit meer veranderen?

Wyndaele «De gelijkheid tussen man en vrouw, die volgens mij in het gedrang is. Hier en nu niet, maar wereldwijd wel.»

HUMO Jouw vrouw, Jes Van Gaever, is je naaste zakenpartner.

Wyndaele «Precies, maar los daarvan is ze ook mijn gelijke. Ik heb alles voor mijn kinderen gedaan toen ze klein waren. Ik ben voor ze wakker gebleven, ik heb ze te eten gegeven en verschoond, ik heb ze rondgereden in de kinderwagen en later heb ik ze naar school gebracht. Ik heb gedaan wat vaders van nu doen. Niemand heeft me daartoe gedwongen. Wij, vaders van nu, hebben toch zélf besloten om dat te doen? Niet om vrouwen een plezier te doen, maar omdat we niet wilden zijn zoals de vaders van vroeger, zoals onze vader.»

HUMO Wat is de hardste levensles die je ooit hebt gekregen?

Wyndaele «Dat mensen altijd eerst voor zichzelf kiezen, en dan pas voor iemand anders, hoe nauw hun band met die ander ook mag zijn. Dat heeft me een paar keer teleurgesteld, waarna ik besloten heb om me niet meer te laten teleurstellen en gewoon te denken: ‘Zo is de mens.’ Daarom moet je die specifieke mens niet minder graag zien, want hij had een goede reden om voor zichzelf te kiezen. En vinden dat hij voor jóú had moeten kiezen is egocentrisch. Je kunt niet het middelpunt van iemand anders’ wereld zijn, want dat is die ander zelf.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234