'Brussel is een politiek Bokrijk.' De woede na de schandalen: Humo sprak met 6 bekende Brusselaars

De Brusselaar heeft het niet onder de markt: de indruk bestaat dat zijn stad, en alles errond, wordt gerund door graaiende machtswellustelingen, die handig gebruikmaken van de warrige bestuurlijke organisatie. Waarom wil iemand er überhaupt nog wonen? Zes notoire Brusselaars proberen het uit te leggen: ‘Deze stad zou een bakermat van goede ideeën kunnen zijn, maar ze is een politiek Bokrijk.’

'Brussel zou moeten inzetten op vliegende auto's. En seksrobots. Die zijn uitermate geschikt om agressie in te tomen'


‘Twee soorten clowns’

We beginnen bij Luckas Vander Taelen, die zoals veel goede Brusselaars niet geboren is in Brussel. Vander Taelen was een tijdlang schepen in de gemeente Vorst en is al enige tijd volledig vergroeid met de hoofdstad.

Luckas Vander taelen (muzikant en documentairemaker) «Ik ben geboren in de provinciestad Aalst en spreek nog altijd het dialect, maar ik woon nu toch al veertig jaar in Brussel. Nadat ik er gestudeerd had, ben ik niet meer weggegaan. In 1980 ben ik beginnen te werken bij de Koninklijke Bibliotheek, met een soort nepstatuut. Toen al was Brussel een kleine grootstad, minder internationaal dan vandaag, maar wel een stuk buitenland in België. Door mijn toenmalige vriendin – intussen mijn echtgenote – heb ik Frans leren spreken en de Franse cultuur leren kennen. Tegelijk bleef ik de voordelen van de Vlaamse cultuur genieten. Het was een boeiende tijd, met het begin van Rosas bijvoorbeeld: alle creatieve uitblinkers van vandaag zetten toen hun eerste stappen. Ik stond ertussen en ik keek ernaar. Brussel was gewoon spannender – ís spannender.

»Ik woon nu in Vorst en heb lang in Elsene gewoond, maar na mijn studies woonde ik een tijdje op het Brusselse Sint-Goriksplein. Dat was lang nog niet de hippe wijk van vandaag, maar grof en marginaal: eigenlijk was het de Bronx. Ik heb vechtpartijen meegemaakt van alcoholici en van stadsbendes. De Dansaertstraat was toen een smerige straat, met gewóne winkels (lacht). Ik weet waar Brussel vandaan komt, ik weet dat de stad ongelofelijk is veranderd. Op één ding na: de politieke structuren. En daar word ik stilaan wanhopig van. Ik heb Yvan Mayeur nog zien beginnen als jong gemeenteraadslid.»

HUMO Zou u hem, net als acteur Kris Cuppens doet, als een clown omschrijven?

Vander taelen «Qua clowns heb ik twee fasen meegemaakt. De meest acute fase was die van de burgemeesters Hervé Brouhon en Michel Demaret – bijgenaamd Monsieur Dix Pourcent, naar de commissie die hij gewoonlijk opstreek als hij iets regelde. Dat waren wandelende karikaturen. Ik heb Demaret in actie gezien: toen hij aankwam op het terras van hotel Métropole, werd hij begroet zoals maffiabazen doorgaans begroet worden (lacht). Vrienden van mij wilden ooit een café openen in Brussel en waren bij Demaret op audiëntie gegaan om te horen wat mogelijk was. Op het einde wilde één van die vrienden een visitekaartje afgeven. Die zaten in een enveloppe die hij uit zijn binnenzak haalde, waarop Demaret dacht: ‘Aha, nu komt datgene waarvoor men mij Monsieur Dix Pourcent noemt.’ (lacht) Het einde van die fase kwam met François-Xavier de Donnea, een perfect tweetalige Antwerpenaar. Een stijlbreuk. De Donnea was de degelijkheid zelve. Het enige ambetante was dat het hem ontbrak aan een visie op de stad. Hij woonde in een gated community op het einde van de Louizalaan, l’impasse des milliardaires. Brussel was voor hem niet meer dan het decor dat voorbij het raam gleed wanneer hij door zijn chauffeur van de Louizalaan naar het stadhuis werd gevoerd.»

HUMO Het wheelen en dealen, het graaien en het ons-kent-ons-sfeertje wordt nu een typisch Brussels fenomeen genoemd, maar is het dat ook?

Vander taelen «Ik moet toch zeggen dat de modernisering van de democratie enigszins stokt in Brussel. Dat komt natuurlijk door de politieke structuur, een opeenstapeling van lagen zoals in een put die uitgegraven wordt door archeologen. In Brussel zijn het ijzeren, bronzen en stenen tijdperk altijd blijven bestaan, ze lopen door mekaar (lacht). De politieke organisatie is geënt op de situatie van honderd jaar geleden, toen de negentien gemeenten gescheiden dorpen waren, met ertussen weiland. Dat verklaart waarom hier anno 2017 nog altijd aan dorpspolitiek wordt gedaan. In Brussel-stad wordt bestuurd zoals men dat 100 jaar geleden deed.»

HUMO Ondervindt u als gewone burger last van die dorpspolitiek en van dat gesjoemel?

Vander taelen «Ik denk dat er veel geld verloren gaat. Pas op: ik kan u zeggen dat het geld in Vorst niet door de ramen werd gegooid, wel integendeel. In het gemeentehuis kwam een toezichthouder van het gewest drie dagen per week toezien op élke euro die werd uitgegeven. Alleen gaat er ongelofelijk veel geld verloren aan overbodige functies. Er zijn te veel schepenen. In Vorst negen of tien. Ik had collega’s met twee bevoegdheden: sport en crèches, bijvoorbeeld. Daarvoor kreeg men dan een goed loon. Daarbij komt dat élke Brusselse gemeente geld krijgt als er een Vlaming schepen wordt gemaakt. Ik was er zelf één, met – toegegeven – niet zo erg belangrijke bevoegdheden. Omdat de gemeente Vorst zo vriendelijk was geweest om een Vlaming aan te stellen, kreeg ze één miljoen euro van de federale regering. Maar de grootste aberratie is natuurlijk de oprichting van het Brusselse Gewest in 1989, náást de negentien gemeenten. In Londen of Parijs heb je ook arrondissements en borroughs, maar daar bestaat een duidelijke hiërarchie, met een burgemeester die de knopen doorhakt. In Brussel kunnen arrondissementen – want dat zijn de gemeenten – levensnoodzakelijke hervormingen blokkeren. De oplossing is zo klaar als pompwater, maar zal er niet komen: de minister-president moet omgedoopt worden tot burgemeester en de negentien burgemeesters tot arrondissementsvoorzitters. Maar die zullen natuurlijk nooit akkoord gaan.»


‘Ik ben echt woest’

Malika Saissi woont en werkt in Molenbeek. Als coördinatrice van Caleidoscoop, een vereniging voor en met vrouwen, organiseert ze debatten, cursussen en uitstappen. Ze is de sociale spil van de buurt: iedereen kan bij haar terecht. Na de aanslagen was zij één van de motoren achter de solidariteitsbijeenkomst op het gemeenteplein.

Malika Saissi (maatschappelijk werkster) «Mijn ouders zijn immigranten, maar ik ben een geboren Brusselse. Deze stad heeft mij gemaakt tot wie ik ben. Brussel is kosmopolitisch, rijk aan mogelijkheden. Ik heb hier zoveel mooie mensen ontmoet. Ik heb hier leren rijden met de scooter en heb mijn engagement vorm kunnen geven. Als ik na een reis naar Marokko weer in Zaventem land, voel ik een sterke behoefte om mosselen met friet te eten (lacht).»

Humo Vorige week organiseerden tweehonderd misnoegde Brusselaars een zitstaking op de Brusselse Grote Markt. Ze gaven luid lucht aan hun ongenoegen over de schandalen. Heb jij meegedaan?

Saissi «Daarvoor heb ik het hier gewoon te druk. Maar weet je: het verbaast me niet dat ze Yvan Mayeur hebben betrapt. Hij is de zoveelste infidel, de zoveelste die ontrouw is aan zijn opdracht en de verantwoordelijkheid die erbij hoort. Iemand die in armoede leeft, zou veel beter in staat zijn om aan politiek te doen dan de politici van nu. Die voelt aan den lijve waar het misgaat en hoe maatregelen het leven veranderen. Zelfs de jongeren uit onze wijk zouden meer in beweging kunnen zetten dan die onbetrouwbare politici. Zij hebben geen idee hoe het is om in de schoenen van de mensen te staan, ze vinden het vooral belangrijk om geld in hun zak te steken. Mayeur pikte dan nog geld dat bestemd was voor de allerarmsten. Ik begrijp niet dat de man zich niet doodschaamt. Met dat geld had men een school kunnen neerzetten. Ik ben echt wóést.»

'Iemand die in armoede leeft, zou veel beter in staat zijn om aan politiek te doen. Die voelt aan den lijve waar het misgaat'

Humo Heb je zelf al gemerkt dat mensen die wél vrienden in de politiek hebben gemakkelijker dingen voor elkaar krijgen?

Saissi «Natuurlijk! Hoe vaak heb ik hier geen vrouwen in mijn bureau gezien die al jaren op een sociale woning wachten en mij komen vragen: ‘Hoe kan het nu dat die familie die net is toegekomen eerder een huis heeft dan ik?’ Maar dat onrecht is nu wel wat gestabiliseerd.»

Humo Denk je dat het elders beter is?

Saissi « Maar wat is dat nu? Je moet toch niet denken in termen van érge en mínder erge corruptie? Corruptie is funest en moet in haar geheel worden uitgeroeid. We hebben nood aan politici die weer bereid zijn om zich op te offeren voor een betere wereld. Het enige wat ik zie, is dat de armoede om me heen groeit. Er zijn steeds meer kinderen die met een lege brooddoos naar school gaan. Wat denken die als ze horen dat zo’n Mayeur geld van daklozen afpakt? Wat doet dat met hun frustratie? Daarmee duw je die jongeren toch gewoon terug de radicalisering in? Maar ondanks dat onrecht blijf ik strijden. Ik blijf tegen die gasten zeggen: ‘Wentel je niet in je slachtofferrol. Stop met jezelf te excuseren voor je aanwezigheid. Pak je identiteit op, Marokkaan én Belg, zeg dat je wilt meewerken aan een betere samenleving en laat je vooral nooit door niemand zeggen dat je niks bent. Voilà. Dáárom blijf ik in Brussel. Voor de glimlach op de gezichten om me heen en voor al mijn vriendinnen en vrienden die samen met mij tegen taboes vechten. Al denk ik wel dat ik uit Brussel wegtrek na mijn pensioen. Dan kies ik voor de rust en ontsnap ik aan de stress, de vervuilde lucht en het lawaai. Want dat zijn de dingen die me wél storen in Brussel.»


‘De politie lacht je uit’

Wanneer Arnout Hauben eens niet met een tv-camera langs frontlijnen oprukt, betrekt hij met vrouw en kinderen een gezinswoning in Schaarbeek. Nochtans is Hauben opgegroeid in het Leuvense ommeland. Daar kwam abrupt een einde aan toen hij naar filmschool Sint-Lukas trok. Hauben: ‘Ze lieten je er al snel voelen dat je als filmstudent beter niet te lang in de provincie blijft hangen.’

Arnout Hauben (televisiemaker) «Een uitgelezen kans om te ontsnappen uit Leuven, natuurlijk. Nadat ik geslaagd was voor mijn eerste jaar, ben ik vertrokken: dat was de deal met mijn ouders. Met medestudenten ben ik te voet op zoek gegaan naar een kot, en we zijn terechtgekomen in de Hoogstraat, in de Marollen – het hart van Brussel. We belandden in zo’n typisch Brussels bouwwerk, een appartement boven de oude kleermakerswinkel ‘Aux Ciseaux d’Or’. Hoge ramen, vals plafond en een afbladderende gevel. Een eind weg van Sint-Lukas, maar het was een erg dankbare buurt om te wonen.»

HUMO Was het met Brussel liefde op het eerste gezicht?

Hauben «Nee. De school drong erop aan, en het was gewoon een praktische overweging, omdat we toch vaak in Brussel moesten zijn om films te gaan bekijken in het filmmuseum. De rest van het verhaal is klassiek: meiske leren kennen, verliefd gevallen en blijven plakken op de gemeenschappelijke grond. Zoveel jaar later zitten we er nog, mét onze kinderen.»

HUMO Veel koppels ontvluchten Brussel wanneer er kinderen in het spel zijn.

Hauben «Ik vind dat raar. Ik denk dat mijn kinderen een veel rijker leven hebben dan wanneer ze zouden opgroeien in een villawijk buiten de stad. Mijn oudste zoon zit in het tweede middelbaar en begeeft zich overal met metro en tram. Dat móét, want anders geraak je gewoon niet op je bestemming. Ze zullen in elk geval niet opgroeien zoals de kinderen van de achterbankgeneratie die overal met de auto naartoe gevoerd worden. Maar dat hindert hen op geen enkele manier: gisteren is mijn zoon na het studeren, om acht uur, de straat overgestoken om te gaan skaten in het park. Leven in de stad kost hun niet aan levenskwaliteit, integendeel zelfs.»

'Mayeur pikte geld dat bestemd was voor de allerarmsten. Met dat geld had men een school kunnen neerzetten'

HUMO Heb je de onthullingen van de voorbije weken met verscherpte aandacht gevolgd, of kies je voor de berusting?

Hauben «Ik blijf er niet gelaten bij, maar ik was ook niet verrast of zo. Het is de zoveelste illustratie van de verkaptheid van Brussel. Denk aan het eeuwige verhaal van de zes politiezones: een onderzoek naar een misdaad stropt wanneer de pleger de grens van zo’n politiezone oversteekt. Je voelt aan alles dat de structuren niet meer van deze tijd zijn.»

HUMO Ondervind je daar als ingezetene hinder van?

Hauben «Nee. Ik heb niet te klagen over Schaarbeek. Dat is een stad van 130.000 inwoners, een pak groter dan Leuven, maar tegelijk is het een heel toegankelijke stad: als ik mijn burgemeester (Bernard Clerfayt, red.) tegenkom, herkent die mij en schudt hij mij de hand. Als er bijvoorbeeld een sluikstortprobleem is, dan vind ik gemakkelijk mijn weg bij de diensten en geraakt dat snel opgelost. Ik weet natuurlijk niet wat er allemaal gebeurt in de achterkamers, maar als inwoner ben ik content. Ik ben dat soms minder wanneer ik de gemeentegrens oversteek en in 1000-Brussel beland. Het is me al eens overkomen dat er in de auto wordt ingebroken, en dan kom ik terecht in een politiecommissariaat waar veel agenten uit de provincie werken. Bij die mensen voel je geen betrokkenheid, ze zullen je bijna letterlijk zeggen: ‘Waarom komt gij hier ook wonen?’ Schampere lacherigheid, terwijl je van agenten, net als van politici en iedereen in een openbare functie, toch verwacht dat ze de stad mee drágen? Daarom weet ik niet of een fusie van alle gemeenten dé oplossing is: zal Schaarbeek dan nog zo goed werken als vandaag?»


‘Foefelen en agressie’

In Joost Vandecasteeles veelgeprezen televisiefeuilleton ‘Generatie B’ zijn de stad Brussel en belendende percelen meer personage dan decor. Dat mag niet verbazen, want de stad zit Vandecasteele als gegoten – ‘ook al is het in de eerste plaats een kwestie van luiheid dat ik hier woon.’

Joost Vandecasteele (schrijver) «Ik heb hier gestudeerd en daarna had ik geen zin om al mijn boeken naar weer een ándere stad te versleuren. Mijn auto gebruik ik niet meer: wat zou ik er hier mee doen? Ik kom uit Zuid-West-Vlaanderen, en over de twee uiteinden van het spectrum valt zowel veel goeds als veel kwaads te vertellen. Maar ik blijf toch maar hier. Ook al is Brussel luid, druk en agressief. Het is precies dát wat me twintig jaar geleden, vanuit een soort punkgedachte, naar hier lokte: het zou hypocriet zijn om voor diezelfde redenen nu te vertrekken. Want, daar moeten we niet onnozel over doen: het is een stad. Eén die je ziet in het soort films waar ik van houd. En als je in de stad wilt wonen, ben je in België sowieso snel uitgepraat.

»De vraag – blijven of vertrekken – heeft wel een andere lading gekregen doordat ik nu een kind opvoed. Misschien blijf ik omdat ik wil bewijzen dat het níét zo vanzelfsprekend is om weg te gaan ‘zodra hij kan stappen.’ Alsof elke voetstap in gras gedrukt moet worden. Mijn zoon zou het me trouwens niet vergeven, weggaan uit Brussel: het is zijn nulpunt. Als we naar het huis van mijn ouders gaan, is dat speciaal voor hem: ‘Wauw, hier kan ik ademen.’ (lacht) Maar de stad is geen onderdeel van mij, hoe inspirerend ze ook is: ze bepaalt niet alles. Ik zou evengoed ergens anders kunnen schrijven en mijn zoon kan ergens anders gelukkig zijn, alles valt op te lossen. Maar het ding is: deze stad heeft ervoor gekozen om een levensstijl te promoten waartegen ik me verzet. Dat constante verzet houdt mij scherp. Mijn ego zou niet gebaat zijn bij een stad waar ik continu herkend word.»

HUMO Welke levensstijl promoot Brussel precies?

Vandecasteele «Agressie. Sommigen zullen dat interpreteren als anarchistische rebellie of Belgische kunde, maar au fond is het eikelgedrag. En ook dat idee van foefelen: ‘We regelen het wel.’ Deze stad past zich aan aan de ergsten, braaf zijn levert hier niets op. Dat inspireert me enorm, want ik voel me misplaatst. Ik ben geen agressieve macho-eikel die zijn zaakjes goed regelt en elke actie onderstreept met de claxon. Juist daarom ben ik hier graag.»

HUMO Vorige week hielden een paar honderd malcontente Brusselaars een zitstaking op de Grote Markt. Heb je de aandrang gevoeld om mee te doen?

Vandecasteele «Dat was het plan, maar regisseur Pieter Van Hees wou afspreken: we hebben, euhm... ons deel gedaan van op een caféterras. Maar ik was het natuurlijk eens met de boodschap. Want als ik het over gefoefel heb, dan heb ik het natúúrlijk ook over de politiek, die dat gedrag ondersteunt. Ook via de politiek valt alles te ritselen. Een C4, zodat je een werkloosheidsuitkering krijgt. Een parkeerplaats op een plek waar geen auto’s mogen komen. Als je maar de juiste mensen kent. Maar ík heb die contacten niet, dus krijg ik níéts geregeld.

'Brussel schiet zich-zelf constant in de voet. Elke vooruitgang wordt tegengehouden door cynisme'

»Ik moet wel zeggen dat ik niets nieuws of verrassends heb gehoord, de voorbije weken. Het is al lang schaamtelijk. Dat er nu een daklozenorganisatie betrokken is, maakt het gewoon nog net iets gênanter.»

HUMO Acteur Kris Cuppens deed mee met de zitstaking. Met één oog op het stadhuis liet hij de VRT weten: ‘Ik woon hier al 37 jaar en heb hier al redelijk wat clowns zien passeren.’

Vandecasteele «Ze houden de traditie in stand: het zijn clowns met een stamboom (lacht). En altijd is de mantra: ‘Wij zijn gemakkelijk benaderbaar.’ Maar iederéén is hier benaderbaar. Voor een Nederlandstalige Brusselaar volstaat het om één keer café Monk binnen te stappen en iedereen een pint te trakteren om verkozen te geraken. Parlementsleden zijn hier benaderbaarder dan gemeenteraadsleden in de rest van het land.»

HUMO Los van het onrechtvaardigheidsgevoel dat iedereen bekruipt als je erover leest: ondervind je als gewone burger last van de achterkamerpolitiek en het cliëntelisme?

Vandecasteele «Maar natúúrlijk. Mijn straat in Kuregem krioelt van de groothandels en het plein verderop wordt gesaboteerd doordat al die handelaars hun camion daar parkeren. En de gemeente legt hun niets in de weg. Ik wil niet klagen en je zou dat details kunnen noemen, maar Brussel schiet zichzelf zo constant in de voet. Elke vooruitgang wordt tegengehouden door cynisme. Ze weigert haar rol van Europese hoofdstad ernstig te nemen. Deze stad zou een bakermat kunnen zijn van goede ideeën, noem het voor mijn part beschaving, maar het is een politiek Bokrijk. Ik ben een scifi-nerd, geobsedeerd door de toekomst, maar Brussel spiegelt zich op alle vlakken aan een glorieus verleden. Natuurlijk ondervind ik daar hinder van. En het kan me niet schelen of dat dan aan de gewestregering, de burgemeester of een benaderbaar parlementslid ligt: het is de cultúúr. Ik weet niet of het erger is dan elders, maar hier is het wel ongelofelijk gemakkelijk om de schuld af te schuiven. De normvervaging heeft er ook mee te maken dat die mensen nooit worden tegengesproken. Dát is cliëntelisme: ervoor zorgen dat genoeg mensen niet te klagen hebben en je niet meer tegenspreken.»

HUMO Wat moet er ten slotte volgens jou fundamenteel veranderen?

Vandecasteele «Heel concreet? (denkt na) We moeten de beeltenis van een godheid tegen de hemel projecteren, één die elke dag teleurgesteld toekijkt. Ze moet zelfs niets zeggen: af en toe zuchten volstaat. Er is niets zo overtuigend als een teleurgestelde ouder. Verder moeten we inzetten op vliegende auto’s. En seksrobots. Seksrobots zijn beter geschikt dan gemeenschapswachten om agressie in te tomen. Voilà: dat is concreet. En het is gemakkelijker te organiseren dan een eengemaakte politiezone.»


‘Yvan is geen duivel’

Michael De Cock is een buitenbeentje op deze pagina’s, want hij woont niet in Brussel. Hij bracht er zijn studententijd door maar verkaste naar Mechelen om theaterproject ’t Arsenaal te leiden. Sinds vorig jaar staat hij aan het hoofd van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in de Alhambrawijk, geprangd tussen de stadskern en de Noordwijk. De werking van de KVS is traditioneel innig verstrengeld met Brussel.

Michael De Cock (artistiek directeur KVS) «In de jaren 2000 studeerde ik in Brussel aan het conservatorium. Na meer dan tien jaar in Mechelen ben ik nu terug. Als student leef je onder een stolp en het was een andere fase in mijn leven. Vergelijken is dus moeilijk, maar ik heb de indruk dat er veel veranderd is. Ten goede. Denk maar aan de KVS en de Beursschouwburg: dat zijn compleet andere instellingen geworden. Je hebt vandaag ook veel meer samenwerkingen over de taalbarrières heen.

»Maar hét unieke aan Brussel is dat je er midden in de stad dingen aantreft waarvoor je in Parijs naar de banlieue moet. De KVS ligt in laag-Brussel, in een wijk met veel mensen met een migratie-achtergrond. In Brussel vormen minderheden de meerderheid. Als je sociologen mag geloven, is de stad daarom de voorafspiegeling van de rest van Vlaanderen, België en Europa. Brussel is trouwens minder en minder een Franstalige stad: dat bewijst de taalbarometer. Het is ook een plek waar artistiek ongelofelijk veel gebeurt en waar een onwaarschijnlijke vibe hangt, en de meertaligheid speelt daar zeker in mee. Die creëert een grote openheid. Dat openbaart zich in de flamboyante dance scene in de stad, maar ook in het theater zijn er enorm veel mogelijkheden.

»Weinig steden zijn zo organisch als Brussel. De creativiteit spuit hier naar alle kanten. Daarom staat de stad centraal in onze werking, ze is onze belangrijkste sparringpartner. De kunsten hebben dringend een schop onder de kont nodig, en alleen de stad kan die uitdelen.»

HUMO De stad is niet alleen jullie sparringpartner, ze staat ook mee in voor jullie financiering. Jij moet dus weleens aan tafel schuiven met de mensen die nu onder vuur liggen.

De Cock «Ik heb Yvan Mayeur één keer ontmoet in zijn bureau en dat was een aangenaam gesprek. Kláár. Maar het zal u niet verbazen dat Samusocial niet het gespreksonderwerp was.

'Hét unieke aan Brussel: je treft er midden in de stad dingen aan waarvoor je in Parijs naar de banlieue moet'

»Het stadsbestuur weerspiegelt nog veel te weinig de realiteit van de stad: qua samenstelling, maar ook qua dynamiek. Onze kunstscène behoort tot de internationale top: dat kan niet over de organisatie en structuren van de stad gezegd worden. Ik ga niet elke politicus wegzetten als een graaier of randdebiel, want ik kom ook veel goeie, gedreven mensen tegen.

»Natuurlijk lijdt Brussel als gevolg van de verkavelingspolitiek die decennialang gevoerd is, waarbij de bevoegdheden hopeloos versnipperd zijn geraakt, verdeeld over negentien baronieën en een gewest. Zo komt het dat de mobiliteit in één straat van honderd meter op twee verschillende manieren georganiseerd is, omdat ze gedwarst wordt door een gemeentegrens. Daar moet, met liefde voor Brussel, eens écht iets aan gedaan worden. Maar op het vlak van schandaaltjes hebben Gent en Antwerpen toch ook hun deel gehad? Ik stoor mij ook aan het gemak waarmee iedereen nu natrapt op iemand die al op de grond ligt. Een regel van de straat zegt: ‘Je schiet niet op een ambulance.’ Mayeur is de duivel niet, hij is het product van het systeem: met zijn verdwijning zal het heus niet opgelost worden. En macht hééft natuurlijk iets waardoor ze misschien niet iedereen, maar wel vélen corrumpeert. Shakespeare wist dat al. En Brussel is op dat vlak niet anders dan the state of Denmark.»


‘Ouderwetse politici’

Annabelle Van Nieuwenhuyse werd geboren in Parijs, groeide op in Brugge en belandde in Brussel toen ze ging studeren aan Sint-Lukas.

Humo Je bent gebleven.

Annabelle Van Nieuwenhuyse (presentatrice) «Ja, want ik voelde me hier meteen thuis. De Brusselaars zijn zo gastvrij. Ze oordeelden niet. Ik mocht zijn wie ik was. Dat is het gevoel dat ik me vooral herinner. Het was totaal anders dan wat ik gewend was. Ik vond het ook een echte stad, waar je in contact komt met iedereen, niet één waar je alleen maar studenten tegenkomt. Je kunt in Brussel helemaal verdwijnen in de anonimiteit, ergens terechtkomen waar je denkt: ‘Hier kende ik het helemaal nog niet.’ Maar Brussel is tegelijkertijd ook heel klein en er zijn plekken waar je iedereen kent en thuiskomt. Ik woon hier nu vijfentwintig jaar en ben niet van plan te vertrekken.»

Humo Je hebt je lot verbonden met Brussel.

Van Nieuwenhuyse «Ja. Mijn leven is hier, en voor mijn werk kan ik ook geen betere plek wensen. Brussel ligt zo centraal: waar ik ook moet presenteren, op een uur ben ik er. Bovendien is mijn zoon hier geboren en voor kinderen is Brussel ook heel boeiend. Soms heb ik het gevoel dat hij meer mensen kent dan ik. Op weg naar school zegt hij iedereen goeiendag. ‘Die ken ik van in mijn klas,’ zegt hij dan, ‘en die uit de buurt. En die van bij de Fanfakids.’ Hij speelt bij de Brusselse trommelfanfare; allemaal vrienden met verschillende moedertalen en verschillende achtergronden tussen wie hij zich volkomen goed voelt.»

Humo Je woont in Molenbeek. Heb je er al iets gemerkt van cliëntelisme? Kun je er alleen dingen gedaan krijgen als je iemand op het gemeentehuis goed kent?

Van Nieuwenhuyse «Goh, integendeel eigenlijk. Niet dat ik er iemand ken, maar de meesten kennen míj wel – ze hebben me allemaal weleens een evenement zien presenteren of modereren. En dat heeft nog nooit tot enig voordeel geleid. Ik probeer hier regelmatig dingen op het getouw te zetten voor de kinderen in de wijk, maar wat ik ook aanvraag, alles blijft altijd hangen in een molen van papierwerk of stomme regeltjes. Alles zit muurvast. Dat staat zo haaks op de sfeer en de mentaliteit van de mensen hier. Toen ik hier arriveerde, voelde ik een ongelofelijke ruimte en autonomie, geen beperkingen, geen regels. Maar moet je via de gemeente passeren, dan stuit je op een log orgaan: je weet niet bij wie je moet zijn om iets georganiseerd te krijgen; je moet vijf diploma’s hebben om te bewijzen dat je iets kunt; je moet bewijzen dat je Nederlandstalig bent om je kind op een Nederlandstalige school toegelaten te krijgen; je moet bewijzen dat je geen hoofddoek draagt om niet als poetsvrouw aan het werk te moeten. De werkelijkheid van Brussel staat daar zo haaks op. Ik heb universitaire vriendinnen met hoofddoeken, ik heb er die geen diploma hebben maar even straf zijn als een universitair. Maar de politici denken allemaal in ouderwetse vakjes. Die hoofden zouden echt eens goed doorgespoeld moeten worden. Ik kom net uit de metro. Daar was een jonge gast virtuoos muziek aan het maken en dan denk ik: ‘Ja! Ja! Doe! Doe!’ Terwijl die jongen hier in Brussel elk moment opgepakt kan worden. ‘Waarom?’ denk ik dan, ‘Waarom mág dat niet?’ En vorige week kwam ik één minuut voor twaalf het gemeentehuis binnen. ‘Neen, mevrouw,’ was het meteen: ‘We sluiten om twaalf uur.’ Allez! In een stad als Brussel kan dat toch niet. Werk dan toch met shiften en zo, dat de dingen blijven bewegen. Ik had echt verwacht dat een stad als Brussel beweeglijker zou zijn.»

HUMO Dat er negentien gemeentes en evenveel burgemeesters zijn, maakt het er ook niet simpeler op.

Van Nieuwenhuyse «Tja. Kijk, als ik een boete krijg omdat het einde van mijn straat in Koekelberg ligt en niet meer in Molenbeek, en mijn parkeervergunning daar net niet meer geldig is, ja, dat is natuurlijk waanzin – er staat ook niet aangegeven waar de grens ligt. Maar daartegen kom ik al niet meer in opstand. De dagen zijn te kort om me daarin kwaad te blijven maken en het haalt toch niks uit. Het blijft een uitgelezen plek om te wonen. Brussel heeft the best of all worlds. Als ik wil, zoek ik de natuur op – het bos ligt op tien minuten van huis. Heb ik zin in mensen, dan zoek ik de drukte op van de terrassen en de hitte van de bakstenen. Andere dagen zit ik in een kelder om muziek te maken, of op mijn dak om te barbecueën. Ik ben net nog even gaan kijken hoe mijn bejaarde buren het maken en nu moet ik de deur opendoen voor een gast die morgen een toets fysica heeft. Het is examentijd en iedereen in de buurt weet dat ze bij mij mogen aanbellen als ze nood hebben aan een plek om rustig te studeren. Dan doe ik open en zeg: ‘Ga maar zitten.’ Er komen er vier vandaag. Snap je? Dát is mijn Brussel.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234