Bryan Ferry: kameleon, aasgier, parasiet, maar met stijl

Bryan Ferry afdoen als een aanstellerige dandy – Byron Ferrari – die meer bezig was met mode, glamour en imago dan met muziek, is vergeten hoe vernieuwend Roxy Music was, hoe gedurfd Ferry’s zangstijl, hoe groot zijn talent als componist, hoe stijlvol zijn keuzes als ontwerper/decorateur/visionair. It’s only rock ’n’ roll, maar voor Bryan Ferry, die met ‘Avonmore’ een gloednieuwe soloplaat uit heeft, mocht het altijd iets meer zijn.

Goed, Ferry was een kameleon, aasgier en parasiet, en leende vaak uit de rijke geschiedenis die door symboolblinde, minder gecultiveerde popsterren werd genegeerd: art deco, Cecil Beaton, Bauhaus, Fritz Lang, het oude Hollywood, vintage mode en kunst uit het interbellum... niets was veilig, alles was recycleerbaar. Maar liever dat dan het vieren van beperkingen, zoals de Ramones en bijna alle punkers deden. Roxy was overigens, samen met Bowie, zowat de enige superact die door de punkers niet werd bespuwd. En welke andere artiest, op Bowie na, slaagde erin om een groep drie totaal verschillende incarnaties te geven en het groepsgeluid telkens drastisch te veranderen, terwijl je niettemin vanaf de eerste noot wist: dit is Roxy Music?

‘Am looking for the perfect guitarist: original, creative, adaptable, melodic, scary, fast, slow, elegant, witty, stable, tricky. Quality musicians only!’ Wie in 1971 op deze advertentie gereageerd had, was bij Roxy Music terechtgekomen. En had mee met Ferry een zeldzaam foutloos parcours mogen rijden: theatrale optredens die toch nooit ontspoorden in Spinal Tap; excentrieke onderwerpen en songtitels die toch nooit werden geridiculiseerd of weggehoond; drastische koerswijzigingen en lange periodes van inactiviteit die het einde van de carrière van minder sterke persoonlijkheden zouden inluiden... Bryans vriend Nicky Haslam, zelf een ontwerper, zei over Roxy: ‘Bryan & co zijn de enige rocksterren die een hotelkamer eerder zullen herinrichten dan ze kort en klein te slaan.’Ferry is nu 69, maar ziet er 45 uit. We spreken af in z’n Studio One, een negentiende-eeuws pakhuis ergens in Londen. In de enorme boekenkast valt m’n oog op een reeks eerste drukken van James Bond. Ik laat vallen dat Ian Fleming in mijn top vijf staat van mensen die ik graag had ontmoet, en Ferry heeft het soort leven geleid dat meteen een luchtig antwoord genereert: ‘De vader van mijn vriend Johnson Somerset was een goeie vriend van Fleming, en wordt opgevoerd in ‘From Russia with Love’: Bond gebruikt zijn naam op een vals paspoort, haha.’

HUMO Alleen de allergrootsten maken popmuziek waarbij de luisteraar al na vijf noten, nog voor de zanger z’n mond opendoet, weet: ‘Dat is díé artiest/groep en niemand anders.’ Dat heet een signature sound – je klankkleur is je genre. Weet je nog op welk moment je besefte: ‘Ik heb net een eigen genre uitgevonden’? En wat je toen voelde?

Bryan Ferry «Het was natuurlijk geen moment, geen openbaring, maar een moeizaam proces. I eased my way into it. Achteraf lijkt het tovenarij, een fluitje van een cent, maar in realiteit was het wroeten, uitproberen en schaven... Het waren lange uren, onbetaald, en onder barre omstandigheden.

»Eens je bekend bent, denkt iedereen: ‘Ah, daar is vast veel berekening en tactiek aan te pas gekomen’. Nee, dat komt pas later. Het embryonale stadium van Roxy was veel intuïtiever. Ik speelde met akkoorden die mij natuurlijk en gepast leken. Ik heb een melancholische aard, dus van nature hadden zelfs mijn eerste probeersels om dansbare hits te schrijven iets otherworldly, alsof die muziek werd doorgestraald vanuit een parallel universum. Ik kon niet rechttoe rechtaan rock of blues maken, want ik droeg dat niet in me. Eén van de eerste songs die ik schreef was ‘Psalm’, ook al verscheen die pas op de derde Roxy-elpee.

»En wat voelde ik? (Peinzend) Ik besefte meteen hoeveel werk ik me op de hals haalde, en hoeveel energie het zou kosten om de buitenwereld ervan te overtuigen dat wat ik wilde doen haalbaar en de moeite waard was, en dat er – ten opzichte van een platenfirma, een investeerder – geld mee te verdienen was. Want, geloof me, dat was toen geenszins vanzelfsprekend.»

HUMO Heb jij ooit een berooide Artiest Op Beschimmeld Zolderkamertje-periode gekend?

Ferry «Mijn ouders waren zoals je weet arm, of toch van zeer eenvoudige komaf. Mijn moeder werkte in een lokaal bioscoopje met een aftandse projector en houten bankjes. Ze maakte sandwiches voor de projectionist. Mijn vader was geen mijnwerker, zoals zo vaak fout is geschreven, maar wel een boer die paarden leverde voor de mijnen. In crisistijd verdiende hij noodgedwongen bij als houthakker, voor twee oude vrijsters van goeden huize. (Mijmerend) Later, when I struck gold, ontfermde mijn vader zich over mijn tuin. We herdenken deze maand The Great War, en mijn grootvader is gesneuveld in Passchendaele. Ik heb daar ooit staan snotteren aan zijn graf, in de kou, bij valavond.

»Toen ik vanuit Newcastle naar Londen verhuisde, kon ik meteen een karaktervol appartement delen met een vriend. Eigenlijk werd ik al snel bourgeois, ik woonde comfortabel. Ik moest wel twee dagen per week keramiekles geven, maar ik was een plantrekker. En het waren aantrekkelijke studentes, haha. Mijn wake-upcall was het optreden van de Stax-artiesten dat ik toen op een avond zag: Otis Redding, Sam & Dave... Briljant en bevrijdend.»

Tips voor de jonge verleider

HUMO Punk kwam en ging, disco kwam en ging, grunge kwam en ging, rap, techno... De hele tijd bleef jij onverstoord Bryan Ferry. Je maakte af en toe iets dat wat meer dansbaar of bijdetijds was, maar je bezweek nooit voor de waan van de dag. Was dat moed, visie en koppigheid, of ben je gewoon nog wereldvreemder dan ik dacht?

Ferry (lacht) «Well... Al het bovenstaande in gelijke maten, denk ik (lacht). Vooral koppigheid. En trots. Toen ik ‘The Bride Stripped Bare’ maakte – nog steeds één van m’n favorieten, overigens – dacht ik: ‘Dit is het: een subtiele, elegante, passionele plaat die bovendien de tijdgeest perfect vat!’ En toen brak de punk uit, zowat het minst subtiele, minst elegante muziekgenre denkbaar (lacht). Mijn mooie plaat leek plots passé, een aberratie, een misstap. Niemand wilde ernaar luisteren, of zo leek het toch. Toen heb ik een tijdje gemokt, brooding in a corner (lacht).»

HUMO Niet helemaal waar: wij organiseerden ‘Bride Stripped Bare’-party’s, waarop we schaamteloos en pathetisch jouw look kopieerden.

Ferry «Really? Good for you. Die zes verkochte exemplaren, dat waren jullie dus (lacht).»

HUMO Je verwees daarnet naar je melancholie. Op de nieuwe plaat staat de song ‘Soldier of Fortune’: ‘I’m a soldier of fortune, ambassador of pain’. Samen met ‘Slave to Love’ schildert dat het portret van een hopeloos verliefde sukkel die wel wat hulp kan gebruiken – het tegendeel van je casanova-imago. Je mag deze vraag zo vaag beantwoorden als je wil, of ze helemaal ontwijken.

Ferry «I always do my best to do all of that (lacht smakelijk). Vage antwoorden zijn het geheim van een lange carrière. (Zwijgt lang) Eerlijk: bijna al mijn songs zijn in meer of mindere mate autobiografisch, en gebaseerd op echte gevoelens. Ik heb nooit het nut ingezien van werken met personages of zaken verbloemen. Ik hecht aan mijn privacy – voor zover ik die al heb. Mensen hebben geen zaken met mijn privéleven. Maar ik lieg evenmin, en ik doe mezelf niet beter voor dan ik ben. Natuurlijk heb ik net als iedereen hartzeer gekend, en ben ik afgewezen, en heb ik een pijnlijke echtscheiding moeten verteren, en bezwijken in tegenstelling tot wat mijn imago doet vermoeden lang niet alle vrouwen voor mijn charmes. Het parcours van mijn liefdesleven, met z’n pieken en dalen, zou je kunnen aflezen van mijn songteksten. Alleen zijn die niet chronologisch, en vermeng ik vaak incidenten en karaktertrekken uit relatie drie met mijmeringen over relatie zes, enzovoort. Simpele zielen denken vaak: ‘Ah, hij zingt over een blondine, dus da’s Jerry Hall,’ maar zo werkt het natuurlijk niet. Sommige gevoelens moeten jarenlang marineren voor ze in tekstvorm uit de krochten van m’n ziel naar boven gulpen.»

HUMO In de nieuwe songs is ook sprake van onenightstands. Wie heeft jou daarover verteld, want je kan daarvoor toch niet uit eigen ervaring hebben geput?

Ferry «Nee, natuurlijk niet, hoe kom je erbij. God forbid (lacht).»

HUMO Nog in verband met melancholie: wat is voor jou het muzikale equivalent van comfortfood, uit welke muziek put je troost?

Ferry «Ik speel géén muziek als ik me rot voel. Dan wentel ik me in stilte. Liefst de stilte van een weids landschap. Het landschap van the borders – het grensgebied tussen Engeland en Schotland – is het landschap van mijn ziel: ruig, verlaten, tijdloos. Een landschap dat bijna het tegendeel is van wat men met mij zou associëren.

»Als ik thuis of onderweg al muziek speel, dan is het geen popmuziek. Niet iets met teksten. Eerder klassieke muziek, ook modern klassiek zoals Morton Feldman, of dit (tikt op de cd-box van Charlie Parker die naast ons op tafel ligt). Of Coleman Hawkins, die voelt mij ook perfect aan, ook al heb ik ’m nooit gekend. Of Cannonball Adderley

HUMO Ik heb je al vaak gezien, en ik heb je nog nooit uit je rol zien vallen: altijd rustig, sereen, monkelend, gezapig... Is er iets dat je uit je evenwicht kan brengen?

Ferry «Ik ben zoals veel mensen een stuk rustelozer dan ik lijk. Maar ik ben geen ruziemaker. Ik word meestal uit m’n evenwicht gebracht als fans me rare dingen vertellen: ‘Wij hebben onze dochter verwekt op jouw muziek en daarom hebben we haar naar dat nummer genoemd.’ Well... thanks ever so much. Heel lief, maar ook too much information (lacht).»

HUMO Er lopen dus kinderen rond die ‘In Every Dream Home a Heartache’ heten?

Ferry «Nee, niet voor zover ik weet. Maar wel ‘Avalon’ en... well, you get the picture.»

HUMO Een paar vragen over vrouwen, gewoon om je te jennen...

Ferry «Oh dear...»

HUMO Heeft een vrouw ooit al beweerd dat één van jouw songteksten over haar ging, terwijl dat niet zo was?

Ferry «Há! Da’s een goeie. Ik vrees dat het antwoord luidt: ja (lacht). Da’s één van de gevaren van mijn beroep. Het ego van sommige dames, eh... Kijk eens aan, blijkbaar vereist niet enkel die situatie de grootste tact, maar erover praten ook. Hoe ga ik daarmee om? Ik verander zo snel en zo onopvallend mogelijk van onderwerp. Hoe gaat het trouwens met je ouders (lacht)?»

HUMO P.G. Wodehouse schrijft in één van de ‘Jeeves and Wooster’-romans dat hij een bepaalde plaat oplegt ‘to make the lady quiver like a tuning fork’. Wat voor muziek speel jij privé om...

Ferry «...to create an ambience? Mooi eufemisme, niet (lacht)? Wel, ik beschik niet over de savoir-vivre van Wodehouse, noch over zijn invloed op vrouwen (heel galant van Ferry om dat te zeggen, want Wodehouse was heel lelijk), en ik heb al vroeg geleerd dat het beter is om helemaal géén tactiek te hebben. Het nadeel van een tactiek – jonge verleiders, spits jullie oren (grinnikt) – is dat die jou enkel een voorsprong verleent indien alles volgens plan verloopt. Maar dat doet het nooit. En als de dame in kwestie één ding zegt of doet dat niet in jouw script stond, panikeer je. Al voorziet een goeie verleider natuurlijk altijd een plan B.

»In zekere zin is songs schrijven natuurlijk wel a mating call – een lokroep om te paren. Al gaan heel wat van mijn songs over ongelukkige liefdes en afgewezen mannen. Muziek is ook wel handig om pijnlijke stiltes te camoufleren. Maar daar geldt de regel: als je pijnlijke stiltes vreest, is zij niet de ware, of zijn jullie nog niet klaar voor elkaar. Als ik muziek speel, is het in elk geval iets zachts, iets eenvoudigs, romantisch.»

HUMO Deathmetal.

Ferry (bloedserieus) «Not really. Vintage soul, vaak: Al Green of zo. Het ritme moet goed zitten. Women tend to respond to rhythm.»

HUMO Nooit je eigen muziek?

Ferry (ontsteld) «Nee, nooit. Hoe kom je daarbij? Wat heb ik daarbij te winnen?»

HUMO Ik dacht niet dat jij dat zou doen. Maar Prince bijvoorbeeld wel.

Ferry «Really?! Nu, hij kan zich dat permitteren (lacht). Hij is de meester van het juiste ritme, niet? Je hebt hem net gemist, trouwens. Prince is de enige andere artiest die mijn opnamestudio hier in de kelder heeft gebruikt. Hij was hier pas om nieuwe songs op te nemen met zijn dames, hoe heten ze ook weer...?»

HUMO 3RDEYEGIRL. En?

Ferry «Ik heb hem ook gemist, ik zat in Amerika. Geweldige gitarist, Prince. En zijn drumster is fantastisch, die wil ik wel eens, eh... lenen. Is één van de andere groepsleden geen Belgische?»

HUMO Deens. Deens, Belgisch – één pot nat.

Ferry «Nee hoor, sorry. Haha.»

Flessengeluk

HUMO Welk beeld heb je van de muze? Aan iemand die voor minstens zeven platenhoezen zorgvuldig een femme fatale heeft uitgekozen, moet ik dat vragen.

Ferry «Hoe ziet mijn muze eruit? Mmm, een muze kan vele vormen aannemen. Zij is iemand die inspireert, niet alleen door haar uiterlijk. Ze is een teaser. Haar présence en aura zijn opwindend, stimulerend. She’s someone who gets your juices flowing... Neem dat niet verkeerd op – ze mag ook weer niet té opwindend zijn, want dan kan ik me niet concentreren (lacht). Ze prikkelt me, maar al het harde werk moet ik helaas zelf doen. Da’s één van die idiote misverstanden: men denkt dat ik me te allen tijde omring met vrouwelijk schoon, maar het tegendeel is waar. Componeren is monnikenwerk. Die monniken wisten wat ze deden: één vrouw en je concentratie is weg (lacht). Zo is het toch?»

HUMO Je verzamelt kunst. Van welk werk dat je bezit had je de creatie willen bijwonen – de sfeer in dat atelier of binnen die kunststroming opsnuiven?

Ferry «Ik heb een tekening door Wyndham Lewis van de dichter Ezra Pound. Heel die vriendenkring was fascinerend: veel talent, grote ego’s, hoogoplopende discussies, gedoe met vrouwen – en mannen – grote geheimen, intrigerende, duistere episodes... Ik heb het idee dat Pound zelf nog interessanter was dan zijn gedichten, en Lewis was ook heel intelligent en karaktervol. Dat moet vonken gegeven hebben. Ze zijn allemaal allang dood, maar ik had hen graag uitgenodigd voor een diner – op een avond dat ze iets minder zopen dan anders.»

HUMO Ik heb onlangs de dagboeken van Andy Warhol herlezen – bijwijlen fascinerend, maar ook vaak ellendig oppervlakkig. Ik dacht: als ik één dagboek van de jaren 70 tot nu zou willen lezen, dan wel het jouwe.

Ferry «Ik hou geen dagboek bij. Uit zelfbescherming (grinnikt). En ook wel omdat elke seconde terugkijken betekent dat je een seconde herkauwt, niet leeft. Ik heb wel een stapel van deze dingen (haalt een notitieboekje van het stijlvolle über-Britse merk Smythson uit de binnenzak van z’n kostuumvest). Daarin noteer ik losse ideetjes, observaties, bedenkingen... Die ik de helft van de tijd later niet meer kan ontcijferen. Maar ’t is in de eerste plaats een appointment diary – waar ik wanneer moet zijn. En waarom, en met wie (lacht). Ik vertrouw die digitale spullen niet, ik wil inkt zien.»

HUMO Jouw publiek is een beschaafd, elegant, welopgevoed publiek...

Ferry «Mmm... Ik speel tegenwoordig graag in openlucht, op plekken waar het weer gegarandeerd goed is: wijngaarden in Australië, kastelen in Italië... Ik was onlangs te gast op het huwelijk van een Maharadja in Indië – vijfduizend gasten, geweldige sfeer. Ik was daar ook jurylid bij een classic car-evenement... Mooie plekken, mooie dagen...»

HUMO Maar geef eens een voorbeeld van een fan die z’n boekje te buiten ging?

Ferry «Oh, in Amerika of Canada sprong onlangs, gek genoeg voor het eerst, een vrouw op het podium. Ze stormde op me af. Ik zag ze niet aankomen want zoals je weet zing ik vaak met m’n ogen dicht. Ik voelde plots, eh... vlees, een soort wurggreep... (lacht). Ze was geen moordenaar, gelukkig. Je hoort weleens van die dingen...»

HUMO ...aan die toog waar alle supersterren sterke verhalen uitwisselen...

Ferry «Ha, niet op die manier. Maar ik weet dat, los van wat met Lennon is gebeurd, al een paar collega’s op het podium messteken hebben moeten incasseren... Anyway, dit is geen gezellig onderwerp. Het bleek uiteindelijk een lieve maar oververhitte dame. Maar ik was de rest van dat concert toch uit m’n evenwicht.»

HUMO Iedereen kent jouw versie van ‘Jealous Guy’, maar heb je John Lennon eigenlijk ooit ontmoet?

Ferry «Eén keer, heel kort, op tournee, in één of ander hotel in Japan. Onze wegen kruisten elkaar, hij stapte op me af, schudde me enthousiast de hand, was gul, lief... Dat was het. We hadden geen van beiden de tijd voor een goed gesprek. Je weet hoe dat dan gaat: ‘We moeten eens afspreken...’ En minder dan een jaar later was hij dood. Zo’n geweldige vent... Je weet niet wat je hebt tot je het kwijt bent.

»O, nu schiet me iets te binnen: met Roxy Music speelden we ergens in ’72 een paar keer in Amerika, in het voorprogramma van ruige rockgroepen die toen populair waren – Humble Pie en Ten Years After, geloof ik. Die Amerikanen hadden er toen nog geen benul van wie wij waren. Het publiek van Ten Years After waren Echte Mannen, stoere cowboys met baarden en tatoeages, in wier ogen wij driedubbel fout waren: Engels, pretentieus en verwijfd. Toen heb ik modder en lege flessen naar m’n kop gekregen. En ook wel een paar volle flessen, meen ik me te herinneren. Ah, happy days (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234