Burenruzies in Vlaanderen: 'Blaffende honden, ongedierte, vuiligheid en ieder weekend een dikke fuif'

Ruim de helft van de handels- en horecazaken kreeg de afgelopen vijf jaar klachten van boze buren, vooral over lawaai-, verkeers- en geurhinder. In Vlaanderen hebben 92 steden en gemeenten een burenbemiddelingsdienst. Bemiddeling biedt in vier op de tien gevallen een uitweg bij burenruzies en verlicht de taak van de vrederechter. In 2011 getuigden enkele getroffenen in Humo over de ruzie met hun buren. Lees hier hun verhaal.

(Verschenen in Humo 3639/24 op 13 juni 2011)

Vlamingen leven in vaak onmin met hun buren. Soms escaleert dat: eind mei 2011 sloeg een bejaarde man uit Meerhout zijn buur dood vanwege twee pompoenen, en in Gent moest de familie van bokser Jean-Pierre ‘Junior’ Bauwens zich verantwoorden voor geweld en pesterijen tegenover de (Somalische) buren. Maar Kevin, zelf een buurtwerker, ging er niet van uit dat het met zijn nieuwe buren zo fout zou lopen. De vorige eigenaars stelden hem en zijn vrouw ook gerust.

‘Toen we hoorden wie er naast ons zou komen wonen,’ zegt Kevin, ‘werden we bang.’ Hij en zijn vrouw Inne, allebei 29, kochten vijf jaar geleden een mooi rijhuis in een rustig West-Vlaams dorp. Na een jaar kregen ze nieuwe buren. ‘Ze kwamen uit een familie die bekendstond als de schrik van het dorp: ze hadden losse handjes, en ze konden behoorlijk wat drank verzetten. Die mensen hebben ons twee jaar lang het leven zuur gemaakt.’

Kevin «De nieuwe buren waren rustig, zeiden ze, heel anders dan de rest van de familie. De eerste kennismaking verliep ook goed. De huizen zijn twee onder één kap, en achterin liggen de garages. Daar kon je alleen komen via een wegje dat van hen was: daar hebben we toen afspraken over gemaakt. We hebben zelfs nog een barbecue georganiseerd om hen te verwelkomen. Dat werd goed onthaald, heel goed zelfs: na een tijdje stonden ze iedere dag in onze tuin om een praatje te slaan. Maar wij zijn toch wel gesteld op onze privacy, en dus plaatsten we een omheining – het bleven tenslotte buren, geen échte vrienden. Toen is de miserie begonnen.»

Eerst was er de auto die keer op keer de doorgang naar de garage blokkeerde. Daarna was er de zaagmachine die de buurman tot ’s avonds laat gebruikte. De brommer en de auto met luide knalpot waarmee hij telkens luid wegscheurde. De nachtelijke fuiven, met alle geluidshinder van dien. De barbecue die pas na dagen werd opgeruimd en voor ongedierte zorgde. De chihuahua die op gezette tijdstippen zijn behoefte kwam doen in de tuin van Kevin en Inne. ‘iedere keer gingen we vriendelijk vragen om er iets aan te doen,’ zucht Kevin, ‘maar er gebeurde niets. Op een dag staken ze gewoon hun middenvinger op.’

Inne «Behalve die chihuahua hadden ze intussen ook nog twee mopshonden, en die blaften de hele buurt bij elkaar. je kon het die beesten niet kwalijk nemen: ze zaten met te veel op een klein stukje grond en ze kregen niet genoeg eten. Eén van de mopshonden was erg agressief. Hij liep mij telkens achterna in de tuin, langs de omheining, blaffend en met schuim op z’n lippen. Ons dochtertje was toen al geboren, en ik was bang dat hij zou ontsnappen – die chihuahua had al bewezen dat het kon. Een mopshond is nu wel geen Duitse herder, maar met zo’n jong kind in de buurt ben je toch niet op je gemak.

»Op een dag heb ik de buurman erover aangesproken op straat. Hij zei dat hij geen geld had om er iets aan te doen, op een heel brutale manier – ik durf z’n woorden hier niet te herhalen. Die avond hebben we met enkele andere buren gepraat, en zijn we tot de conclusie gekomen dat het zo niet verder kon. We hebben de politie gebeld.

»Toen is het écht uit de hand gelopen. We vonden spuug op onze ruiten, en overal sigarettenpeuken. Als we aan het fietsen waren en de buurman kwam ons tegen met de auto, deed hij alsof hij ons omver zou rijden. Dat deed hij ook als we aan de wandel waren met de kinderwagen. Eén keer sprong hij voor m’n auto op de parking van de Aldi: het scheelde niet veel of ik had hem aangereden. Hij gooide wel nog een brandende sigaret op m’n motorkap – niet ongevaarlijk. En toen bleek dat iemand mijn mooie klimroos had doorgeknipt.

»Kort daarna was ik aan het poetsen, met het raam open: toen hoorde ik de buurman tegen een vriend opscheppen dat hij dat had gedaan.»

Kevin «We hebben een tijdlang elk contact gemeden. ’s Morgens wachtten we tot zij vertrokken waren om zelf naar het werk te gaan. Het leverde allemaal niks op, het lawaai werd alleen maar erger. We hadden hen gevraagd om na elf uur ’s avonds stil te zijn, maar soms lagen we tot vier uur ’s ochtends wakker van de fuiven, game-party’s en karaokes die ze organiseerden. Na een jaar begonnen we systematisch de politie te bellen als er weer eens nachtlawaai was. Er zijn maanden geweest dat we ieder weekend de politie erbij moesten halen. Die kregen na een tijdje medelijden met ons: ‘Is het weer zover?’ Ze kwamen dan de hinder vaststellen – meer konden ze niet doen, want als de politie voor de deur stond, was het natuurlijk opeens muisstil. En dan lukte het blijkbaar wél om de honden te laten stoppen met blaffen.»

HUMO Hebben jullie een klacht ingediend?

Kevin «Nee. De politie zei dat we het dan alleen maar erger zouden maken. Ze vertelden ook dat wij niet de enigen waren die last hadden van die mensen. We vonden dat een hele geruststelling: we wilden niet de onverdraagzame buur zijn.

»Na een tijdje heeft de politie de buurman geconfronteerd met alle vaststellingen – het waren er gewoonweg te veel geworden. Hij gaf alles toe, sterker nog: hij zei tegen de politie dat hij op m’n gezicht zou slaan als ik een klacht durfde in te dienen. Toen gaf de politie ons de raad om bij de volgende vaststelling wél een klacht in te dienen. uiteindelijk is het zover niet moeten komen: de buren zijn verhuisd. Ze konden het huis niet langer afbetalen.»

Inne «Het was hier plots ongelooflijk stil.»

Kevin «Het huis heeft meer dan een jaar te koop gestaan. Even hebben we overwogen om het zelf te kopen en er één woning van te maken: alles om die ellende nooit meer te moeten meemaken. Uiteindelijk vonden we het te duur, maar we wilden wel dat wegje naar de garages achterin kopen: dan kon daar al geen ruzie meer van komen. Toen we wisten dat de vorige buren wilden verhuizen, hadden we ze al eens gevraagd of ze dat wegje niet wilden verkopen, maar dat weigerden ze. Ze beweerden zelfs dat het ons dáárom te doen was, dat we dáárom ‘lastig’ zijn beginnen te doen. Dat is toch onzin?»

HUMO Inmiddels wonen er nieuwe buren. Hebben jullie met hen een betere relatie?

Kevin
«Ze wonen er nog niet: ze zijn het huis nog aan het verbouwen. Maar we horen er nu al minder van dan van de vorige buren met hun muziek. En ze zijn nochtans aan het werk met een drilboor.»


Moeilijke jeugd

Een week later zitten we in de woonkamer bij Kenny (23) en Shana (23), de vroegere buren van Kevin en Inne. Ze wonen nu aan de andere kant van het dorp. Door een arbeidsongeval kan Kenny al twee jaar niet werken, en ze konden hun vorige huis niet langer afbetalen.

‘Ik heb inderdaad op z’n ruit gespuwd,’ geeft Kenny toe. ‘Ik heb ook z’n klimroos ‘bijgeknipt’ – ze kwam tot op mijn gevel. ik heb zelfs nog veel meer gedaan: ik maakte er bijvoorbeeld een sport van om z’n parkeerplaats in te pikken als hij wegreed. Dat was mijn wraak omdat ze de politie hadden gebeld. Zoiets moet je onder elkaar oplossen.’

HUMO Maar je stak je middenvinger op als ze kwamen praten!

Kenny «Die keer was ik het echt beu: ze stonden hier bijna elke dag! Ze kwamen klagen over van alles en nog wat, en niet op een vriendelijke manier. En toen ze dan de politie belden, was ik pas écht kwaad. Ik heb gezegd dat ik hem op z’n gezicht zou slaan als hij dat nog eens zou doen! Daarna heb ik ’m niet meer gezien.»

HUMO Niet slim dat je dat gezegd hebt met de politie erbij.

Kenny «Ik ben niet bang van de politie.»

HUMO Volgens jullie was de ruzie aangestookt door jullie vroegere buren. Maar waarom zouden ze dat doen? Welk belang hebben zij daarbij?

Shana «Ze wilden het wegje naar de garages kopen. Wij wilden het niet verkopen, en sindsdien bekeken ze ons scheef. Van het begin al.» Kenny «Ze hebben het hoog in hun bol. Ze denken dat ze meer zijn dan gewone mensen, omdat ze meer geld hebben. ik heb nooit veel gehad thuis, ik heb voor alles hard moeten werken. ik heb ook een lastige jeugd gehad: mijn ouders gaven me geregeld een pak slaag. ik kan er niet tegen als mensen op me neerkijken.»

HUMO Heb je al klachten gekregen van je nieuwe buren?

Kenny «De politie heeft een stuk of zeven meldingen gekregen, evenveel als van onze vroegere buren. Maar die klachten zijn ondertussen geschrapt: het ging om een misverstand.»

HUMO Een misverstand?

Kenny «Ja. De klachten gingen over een andere buur. Die kwam keer op keer met z’n vriendin ruziemaken voor de deur.»

HUMO Staat je muziek nu stiller?

Kenny «Ze staat zelfs nog luider (Kenny demonstreert hoe luid zijn muziekinstallatie gaat: het geluidsniveau evenaart dat van een goede fuif). Onze ex-buren hadden hier eens moeten wonen! We hebben daar nog geen klachten over gekregen, nee, maar ik hou m’n hart vast. Eén van onze buren denkt aan verhuizen, en je weet maar nooit wie we als nieuwe buren krijgen. Maar goed, ik ga er m’n muziek niet voor laten.»

Shana «We hebben al wat meegemaakt met slechte buren!»


Vijf Voor twaalf

Werkdag of weekend, licht of donker: jarenlang galmde ieder halfuur de wandklok van de buren door het Roeselaarse huis van Jeannine – een pseudoniem. De muren van haar sociale woning laten zo al bijzonder veel geluid door – de radio moet aan tijdens ons gesprek, anders kunnen de buren meeluisteren – maar die klok trilde overal doorheen. Jeannine en haar zoon konden er jarenlang niet van slapen.

Jeannine «Het geluid was er voor het eerst toen ik terugkwam van een ziekenhuisopname. Ik wilde er eerst niet over klagen, voor de lieve vrede. ik isoleerde m’n muren, maar dat hielp niet: de slagen van de klok resoneerden via het plafond. Daarna probeerden we oordopjes. Dat hielp wel, maar omdat we die dopjes elke dag moesten gebruiken, kregen we na een tijdje oorontstekingen en eczeem. Dan heb ik de politie gebeld. De wijkagent is komen praten met de buren, maar die lieten de klok gewoon aan.»

HUMO Waarom heeft u de buren niet eerst persoonlijk aangesproken?

Jeannine «De sfeer was toen al erg bekoeld.

»We zijn hier elf jaar geleden komen wonen. In het begin ging alles goed. Ik weet nog dat de buren hier één van de eerste dagen ’s ochtends kwamen aanbellen: onze rolluiken waren om negen uur nog naar beneden, en ze waren bang dat er iets mis was. Maar na drie jaar begonnen de problemen. De buurman bemoeide zich met van alles en nog wat – hij vond bijvoorbeeld dat we sommige van onze eigen planten niet mochten uitdoen – en ik sta nogal op m’n privacy. We hebben dan een omheining geplaatst, en dat is slecht gevallen. Vanaf toen spraken de buren niet meer met me. Zelfs al had ik er aangebeld, ik weet zeker dat ze niet hadden opengedaan.

»Rond die tijd begonnen ook de kleine pesterijen. Opeens lagen er spijkers, glas en een volle vuilniszak in mijn tuin – die grenst niet aan de straat, dus dat kan alleen maar van de buren gekomen zijn. Ik hoorde hen tegen kinderen uit de buurt zeggen ze dat ze moesten gaan voetballen voor mijn huis: sindsdien vloog er geregeld een bal tegen de ruit. Sommige buurtbewoners waren plots veel minder vriendelijk tegen ons – de buurman bekladde me in de hele buurt.

»En dan was er dus die klok. Toen we hier pas woonden, had ik tegen de buurvrouw gezegd dat ik een slechte slaper was. Toen had ze nog geantwoord: ‘Gelukkig zetten wij die klok niet aan!’ En opeens deden ze dat dan wel. Tja.»

HUMO Wat deed u toen zelfs de politie erbij halen niet hielp?

Jeannine «We hebben een advocaat in de arm genomen en zijn naar de vrederechter gestapt. Tijdens een zogenoemde verzoening – een niet-bindende bemiddelingsprocedure die bedoeld is om een rechtszaak te vermijden – beloofde de buurman dat hij het geluid vanaf tien uur ’s avonds zou afzetten. Maar dat deed hij niet. Op een avond, het was al middernacht, hebben we de politie wéér laten komen. Daarna hebben we de buurman gedagvaard. De vrederechter heeft hem uiteindelijk verplicht om die klok af te zetten, op straffe van een dwangsom van 250 euro. Sindsdien is het hier rustig: een enorme verademing.»

HUMO Hoe was uw relatie met uw buren aan de andere kant?

Jeannine «Van de andere kant hebben we ook lang last gehad. Dat klinkt nu misschien alsof ik een moeilijk mens ben, maar tot tweeeënhalf jaar geleden woonde daar een vrouw met haar vriend en haar drie zonen. In het weekend organiseerden ze feestjes tot laat in de nacht. We hebben hier talloze nachten op de sofa geslapen, want boven was het lawaai niet te harden. We hebben daar nooit over geklaagd, opnieuw: voor de lieve vrede.

»Intussen is de vriend van de buurvrouw overleden, en zijn haar kinderen het huis uit: daardoor is het lawaai gestopt. Maar nu heeft ze een nieuwe vriend en vervalt ze in het andere uiterste: ze klaagt dat wij te veel lawaai maken. Ze heeft al een hele stapel briefjes in mijn bus gedaan: dat we onze deuren ’s ochtends vroeg dichtslaan, dat ik lawaai maak met m’n hakken... Maar dat soort dingen hoor ik ook van hen!’t Is zo erg dat ik ze bij de politie heb aangegeven voor stalking. Waarom spreken ze mij daar niet persoonlijk over aan? Haar vriend heeft dat één keer gedaan, maar hij stond algauw te schreeuwen, en hij stapte boos weg toen ik zei dat ik van hen óók weleens iets hoor.

»Ze denken dat ze met me kunnen sollen omdat ik een alleenstaande moeder ben. Ze zouden nooit zo ver durven te gaan als hier een man in huis was.»

HUMO Ligt het ook niet aan de woning zelf? Die is wel erg slecht geïsoleerd.

Jeannine «Ik heb m’n huis laten isoleren. Als anderen klagen over lawaai, moeten zij maar hetzelfde doen.

»Kijk, ik ben graag op mezelf: ik heb geen buren nodig om gelukkig te zijn. Maar ik vond het wel lastig dat ik geen nachtrust had. Overdag werkte ik, ik moest hier een huishouden runnen en dan had ik ’s nachts nog die miserie ook. Dankzij de vrederechter heb ik nu tenminste mijn nachtrust.»

'Lastige buren had je vroeger ook, maar nu komen daar de druggebruikers bij'


Doodsimpel

De vrederechter die de klacht van Jeannine behandelde, is Jan Nolf. Hij schat dat er jaarlijks veertigduizend zaken van burenhinder voor het vredegerecht komen, waarbij in de helft van de gevallen sprake is van een ‘verhulde burenruzie’. Die cijfers liggen niet abnormaal hoog voor een dichtbevolkt land als België, zegt Nolf.

Jan Nolf «Er zijn meer zaken dan vroeger, omdat het rechtsgevoel van de mensen veranderd is. Mensen klaagden vroeger niet over lawaai, net zoals ze niet klaagden over sigarettenrook op restaurant. Onze samenleving is daar gevoeliger voor geworden, en dat hoeft niet negatief te zijn. Het is onzin dat we egoïstischer of minder verdraagzaam geworden zouden zijn.»

HUMO Leiden burenruzies nu tot meer geweld dan vroeger?

Nolf «Vroeger gebeurde het evengoed dat ruziënde buren mekaar de hersens insloegen. Alleen zijn we er nu sneller van op de hoogte – het staat allemaal op het internet. Het gerecht registreert burenhinder ook beter, net zoals het bijvoorbeeld huiselijk geweld beter registreert. Dat geeft een vertekend beeld.

»Nu: er zijn wel meer extreme gevallen. Dan heb je het over een kleine minderheid die verslaafd is aan drugs. Ze wonen in kleine appartementen of studio’s, en zorgen voor overlast in het hele gebouw. Gepatenteerde dronkaards had je vroeger ook, maar nu komt daar nog die groep druggebruikers bij. Dat leidt soms tot explosieve situaties, maar die blijven gelukkig uitzonderlijk.

»De typische burenruzie is vaak al op te lossen met een beetje creativiteit. Ruziënde buren zijn vaak zo kwaad op elkaar dat ze niet meer zien dat een oplossing vaak helemaal niet zo moeilijk is. Ik moet soms doodsimpele, praktische oplossingen opleggen – bekleed een deur met rubber, zodat-ie niet meer voor geluidshinder zorgt. Daar moet je dan twee universitaire diploma’s voor hebben (lacht)


Veertien blaffende honden

Ook Mieke wil alleen anoniem getuigen: haar buurman is een invloedrijk figuur in de gemeente. Zijn tuin is zo uitgestrekt dat ze aan achttien andere tuinen grenst. En in die tuin houdt hij honden.

Mieke «We wonen in dit huis sinds 2005. Mijn vriend had af en toe last van het geblaf, maar het was draaglijk. Tot 2009: toen begon de buurman met zijn honden te kweken. Op een gegeven moment zaten er véértien blaffende honden in zijn tuin. Overdag was dat nog tot daaraan toe, maar ’s nachts konden we er echt niet van slapen.

»We hebben de buurman daarover aangesproken. We belden, staken briefjes in z’n bus, spraken z’n zonen erover aan. Het haalde niets uit: volgens de buurman kwam dat geblaf niet van zijn honden. We zijn altijd vriendelijk gebleven, maar het werd steeds erger, en uiteindelijk hebben we de politie erbij gehaald. We hebben ook onze stoute schoenen aangetrokken om eens in de rest van de wijk te horen of er nog andere mensen last van hadden. Ja, zo bleek: twee andere buren, Jan en Peter, hadden ook al een briefje naar de gemeente geschreven.»

Jan «Wij dachten net als Mieke en haar vriend dat we de enigen waren die zich eraan stoorden, en dat we misschien overdreven. We hadden een tijd geprobeerd om het lawaai te verdragen, maar het was niet te verdragen.»

HUMO Hoe reageerde de politie?

Jan «Die kwam telkens een proces-verbaal opstellen voor nachtlawaai. Ik denk dat ze misschien wel tachtig keer hier geweest zijn. Die pv’s stuurden ze door naar de gemeente, die dan een administratieve sanctie kon opleggen (voor kleine overtredingen kan de gemeente geldboetes opleggen van maximum 250 euro, red.). in totaal zijn er 33 pv’s opgesteld.»

Mieke «Maar we hebben gehoord dat de buurman er maar twee betaald heeft. De rest wil hij aanvechten.»

HUMO Dat bracht dus ook geen soelaas.

Jan «Op dit moment zitten er nog vijf honden. Drie haalt hij binnen als hij ’s avonds thuiskomt. De twee andere laat hij buiten, naar eigen zeggen omdat ze anders beginnen te vechten. Maar net die twee zijn de luidruchtigste. Bovendien komt hij geregeld na tien uur ’s avonds thuis. De man heeft een druk sociaal leven: donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag is hij soms tot twee uur ’s nachts weg. Dan gebeurt het dat de honden ons de hele tijd wakker houden.

»Voor het vredegerecht hebben we een verzoeningsprocedure ingeleid, maar die is mislukt. De vrederechter waarschuwde de buurman dat hij er alle belang bij had om het niet tot een rechtszaak te laten komen: anders kon hij hem weleens opleggen om de honden weg te doen. ‘Over mijn lijk,’ tierde de buurman, en hij liep weg.»

Jan «Ondertussen woekert zijn bamboe in mijn tuin – een echte vuiligheid is dat. ik heb hem daarover gebeld, en toen schoot hij weer eens uit z’n sloffen. ‘Wat is dat allemaal? Dat moet hier gedaan zijn!’ Echt: met die man valt niet te praten.»

HUMO En dus dagen jullie hem voor de rechter.

Jan «Alléén voor de blaffende honden. We zien dit als een testcase. Toen we een advocaat in de arm namen, hebben we ook een petitie laten rondgaan in de buurt. Maar liefst vijfentwintig mensen bevestigden dat ze last hadden van het geblaf. Van die vijfentwintig hebben er acht de dagvaarding ondertekend.»

Mieke «Ik vind het erg dat wij geld op tafel moeten leggen om een basisbehoefte als slaap af te dwingen – in eerste instantie toch: als we de zaak winnen, krijgen we dat geld terug. We hebben oordopjes geprobeerd, maar dat was veel te onpraktisch. Bovendien ben je op den duur zo bang dat je niet zult kunnen slapen dat het sowieso niet meer lukt.»

Tineke Verstraete (advocaat) «In ons dossier zitten twee medische attesten. Die mensen hebben zo’n stress van die lawaaihinder dat ze er hartkloppingen van krijgen.»

HUMO Wat stellen jullie voor? Dat de rechter jullie buurman verplicht om zijn honden weg te doen?

Verstraete «Dat hopen we, ja. En als dat niet kan, willen we op z’n minst dat de honden ’s avonds niet meer buiten zijn. Ik ben ervan overtuigd dat de rechter ons in het gelijk zal stellen: er zijn bewijzen te over. De vraag is welke maatregelen hij zal opleggen.»

Jan «Hij pest ons, hè, niet omgekeerd. Hij heeft een sportvliegtuigje, en als het mooi weer is, komt hij rondjes draaien boven onze buurt. Hij zet dan altijd een paar keer z’n motor af, en dan zet-ie die weer aan en trekt-ie met veel lawaai op.»

Mieke «Of hij rijdt rakelings voorbij als je sneeuw aan het ruimen bent, zodat je helemaal onder de smurrie hangt. Op mijn vriend z’n voicemail liet hij ’s nachts ooit een berichtje achter: ‘Woef, woef!’»

HUMO Hebben jullie ooit overwogen om het recht in eigen handen te nemen?

Jan «Een politicus uit de gemeenteraad heeft het ons eens aangeraden: ‘Gooi een bolletje gif over de omheining!’ Maar ja, die beesten kunnen er ook niets aan doen dat hun baasje zo is. Zij zijn evengoed het slachtoffer.»

Mieke «Mijn vriend en ik hebben weleens met het idee gespeeld om de honden te kidnappen. Het was vorige winter – de buurman was op reis, en twee honden zaten de hele dag buiten. Gelukkig kwam er iemand de dieren verzorgen: die hebben we dan aangesproken, en hij heeft de honden de rest van de tijd ’s nachts binnengehouden. nooit beter geslapen dan toen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234