null Beeld

Cabaretier Marc-Marie Huijbregts in 'De slimste mens': 'Ik ben bang van kinderen'

Marc-Marie Huijbrechts , die deze maand 50 wordt, is niet onopgemerkt gebleven in ‘De slimste mens’. Al bijna tien jaar bemoeit hij zich op vrijdagavond als tafelheer met alles wat in ‘De wereld draait door’ schielijk te berde wordt gebracht.

Al bijna tien jaar bemoeit hij zich op vrijdagavond als tafelheer met alles wat in ‘De wereld draait door’ schielijk te berde wordt gebracht. Meer nog dan televisiepersoonlijkheid is hij cabaretier: volgend jaar staat hij met ‘Florissant’, zijn jongste onemanshow, op 22 april in de Arenbergschouwburg in Antwerpen. Hij heeft ook een boekje het licht doen zien dat ‘In stukjes’ heet. Op spreektoon heeft hij er de hoogtepunten van zijn leven in opgetekend, die soms nauwelijks van dieptepunten te onderscheiden zijn. Het spanningsveld tussen die verwisselbare pieken en dalen heet humor. Over humor gesproken: om de gevolgen van de gastric bypass van Margriet Hermans ten overstaan van een uitverkochte zaal toe te lichten, zei Marc-Marie ooit: ‘Zoals Margriet Hermans het eet, komt het er ook uit.’ Geen woord van gelogen, vrees ik.

Ik ontmoet hem in het Conservatorium Hotel nabij het Concertgebouw in Amsterdam. Voor de gezelligheid en ook wel omdat het niet ongebruikelijk is in mijn vak, stel ik hem meteen een vraag.

HUMO ‘Ik vind Belgen zo’n rotvolk!’ riep je in je onemanshow ‘Marc-Marie Punt’. Daar kreeg je de lachers natuurlijk meteen mee op je hand, toch in Nederland. Vanwaar die scherpe observatie?

Marc-Marie Huijbregts «Ik kom veel in België. In Antwerpen probeer ik heel voorkomend te zijn, omdat ik weet dat Nederlanders er over het algemeen een slechte naam hebben. Dat begrijp ik wel: die drommen Nederlanders die er feest gaan vieren – ik ken dat volkje wel – zijn niet bevorderlijk voor een goede verstandhouding. Maar los daarvan heb ik in Antwerpen toch het gevoel dat ik elke Belg afzonderlijk moet overwinnen, om te laten zien dat ik géén arrogante of luidruchtige Nederlander ben. Maar goed, als je eenmaal het hart van een Belg gewonnen hebt, gaat het prima. Dan zie je hem denken: ‘O, deze deugt wel: een goede Hollander, bijna een Belg.’»

HUMO Je mag dan wel veel in België komen, in ‘De slimste mens’ zag ik je soms een tikje vervreemd kijken, alsof je ineens verder van huis was dan je dacht.

Huijbregts «Ja, België is zo dichtbij, maar tegelijk zo ver weg. Vlaams en Nederlands lijken wel op elkaar, maar eigenlijk ook helemaal niet: ’t is als jam en marmelade. Dus: totaal niet hetzelfde.»

HUMO Ik ga ervan uit dat je de volgende vraag meteen begrijpt: wanneer heb je je talent ontdekt?

Huijbregts «Als kind van een jaar of 7 probeerde ik al bewust mensen te vermaken. Ik voelde dus al heel vroeg dat ik iets bij mijn vader en moeder en ooms en tantes teweeg kon brengen, en dat gaf me een goed gevoel. Binnen ons gezin was dat niet uitzonderlijk: we deden het allemaal, het hoorde bij de dagelijkse rituelen. Eigenlijk waren we een soort circusfamilie (lachje). Het verhaal gaat dat ik op mijn 3de al op tafel stond te dansen.»

HUMO Heb je op een dag beslist dat je voortaan entertainer zou zijn en niets anders?

Huijbregts «Neen, zoals ik ook niet beslist heb om homo te zijn: ik wás het gewoon. Sommige mensen zien voor het eerst pakweg André van Duin in het theater en denken: ‘Dat wil ik later ook doen.’ Zo is het bij mij niet gegaan. Ik was het vanzelf, alsof er geen ontkomen aan was.»

HUMO Maar toch ging je aan de sociale academie studeren, afdeling personeelswerk dan nog wel. Dat heeft een boekhoudkundige bijklank, maar wat stelt het voor?

Huijbregts «Je wordt er opgeleid om mensen in een bedrijf aan te nemen en te ontslaan. In theorie sta je in voor het welzijn van het personeel, maar meestal ben je gehaat binnen zo’n bedrijf. Wij vormden binnen de sociale academie ook een aparte afdeling: we stonden als rechts bekend, lui met aktetassen. De rest van de sociale academie was dan links en verfomfaaid, en tufte met een deux-chevaux rond. Wij waren dus de burgermannetjes. Ik had ook niet echt voor die sociale academie gekozen. Ik had auditie gedaan bij verscheidene toneelscholen en de kleinkunstacademie: overal geweigerd. Vaak wegens mijn spreekstem. ‘Ga je nou werken of verder studeren?’ wilde mijn vader van me weten. Ik wilde liever niet meteen gaan werken. Een vriendin die aan de sociale academie studeerde, zei: ‘Kom eens kijken hoe het er is.’ Dat deed ik, en de decaan dacht dat ik me kwam inschrijven. Toen dacht ik: ‘Ach, laat ik dat maar doen.’ Een keuze kun je dat bezwaarlijk noemen. Na twee jaar zei mijn lerares groepsdynamica, die nota bene in een rolstoel zat: ‘Dit is niets voor jou. Jij moet het toneel op.’ Ik had namelijk een avond gepresenteerd op die school, en dat was niet onopgemerkt voorbijgegaan. Zonder opleiding, geen dans- en zangles, ben ik bijna halsoverkop auditie gaan doen voor een rol in de musical ‘Company’ van Stephen Sondheim. En ik kreeg die rol.»

HUMO Aan bravoure ontbrak het je dus niet.

Huijbregts «Ik vind het zowel onbegrijpelijk als wonderlijk dat ik dat ooit heb aangedurfd: vanuit Tilburg met mijn zus naar Amsterdam, met de trein, en daar dan auditie doen op de bovenverdieping van een buurthuis. Had ik dat toen niet gedaan, dan was mijn leven wellicht heel anders verlopen.»

HUMO Je bent een tenor én contratenor. Je stem klinkt in ieder geval geschoold.

Huijbregts «En dat is ze ook, want na ‘Company’ heb ik zangles genomen, jarenlang. Dat heeft er ook voor gezorgd dat ik mijn zangstem nog heb.»

Dronken op de kerstboom

HUMO Schaamte is een thema in je onemanshows, je zult er dus wel mee vertrouwd zijn. Valt schaamte weg op het toneel als je het over allerlei beschamends hebt?

Huijbregts «Neen, nooit helemaal. En dat vind ik niet erg, want schaamte zorgt ervoor dat je iets niet zomaar uit je mouw schudt.»

HUMO Schaamte is dan een filter.

Huijbregts «Ja. Wat je op het toneel eng om te zeggen vindt, wordt intenser door schaamte. In ‘Florissant’, mijn laatste programma, zeg ik dat ik bang ben om alleen achter te blijven als mijn man Karim weg zou gaan en vrienden zouden overlijden. En daar voeg ik aan toe dat ik naar IJsland zou gaan om er zelfmoord te plegen. ’t Klinkt raar om dat hier te zeggen, maar op het toneel is het al even raar, omdat er schaamte bij zit. En dan zing ik ‘Laat me niet alleen’ van Jacques Brel, heel klein, zonder uit te pakken. Ik ben altijd blij als ik dat programmaonderdeel achter de rug heb. Iets wezenlijks geven op het toneel is altijd iets geven dat je niet makkelijk afgaat, iets waar je mee zit of toch moeite mee hebt, en dat is nooit zonder schaamte.»

HUMO In je onemanshows en je boekje ‘In stukjes’ rakel je op luchtige toon allerlei verdrietige, zelfs tragische voorvallen uit je jeugd op. Je wekt daarbij de indruk dat je toch nog gelukkig was, ondanks alles.

Huijbregts «Een leven beleven is heel anders dan dat leven van buitenaf bekijken. Ik zal nooit zeggen dat ik een ongelukkige jeugd heb gehad, hoewel ik me heel goed kan voorstellen hoe anderen mijn leven zien. Natuurlijk hadden de roddelbladen mijn boek ‘In stukjes’ in één stuk samengeperst. Als je dat dan leest, dan denk je: ‘Jeetje, wat een verschrikking!’ Maar wel het soort verschrikking waar ik ook weer erg om moet lachen. ’t Is ook goed om nooit te denken: ‘O, wat heb ik een vreselijk leven!’, want dat levert je helemaal niets op. Ik kan je ook wel vertellen dat we thuis heel vaak ongelofelijk hard hebben gelachen, ook toen mijn dronken vader ’s ochtends ergens werd gevonden boven op de kerstboom die hij had gekocht. ’t Was geen Charles Dickens-achtige treurigheid: we hadden te eten en er zaten geen gaten in onze kleren.»

HUMO Stond je vader als problematische drinker bekend?

Huijbregts «Een deel van het probleem was dat wij altijd moesten spelen dat we een leuk gezin waren: ‘Wat hebben die van Huijbregts het toch leuk samen! En wat gaat het toch goed met ze! En wat zijn ze gelukkig!’ Mijn moeder wilde dat beeld het koste wat het kost bewaren.»

HUMO Heb je je daar uit waarheidsliefde ooit tegen verzet?

Huijbregts «Neen. Mijn oudere zussen en ik vonden dat mijn moeder al zo’n moeilijk leven had, dat wij dachten: ‘Laten wij nou ook niet moeilijk gaan doen.’ Op ouderavonden moest ik altijd zeggen: ‘Mijn vader is ziek.’ Terwijl hij dronken was. We moesten mééliegen, en dat deden we voor onze moeder.»

HUMO Het huwelijk tussen je ouders heeft ondanks alles standgehouden. Liefde?

Huijbregts «Ik weet niet of dat met liefde te maken had. Mijn moeder wilde niet alleen blijven. Ze sloot zich bij haar drie kinderen aan; op de duur was ze één van ons. Ze wilde geen verantwoordelijkheid, en ze wilde ook niets weten van geldzaken. Ze was een geweldige moeder, maar ze had geen zin in de huishouding, en dat vonden wij helemaal niet erg. Ze speelde liever met de kinderen, en daar hebben mijn zussen en ik meer aan gehad dan aan een huis dat aldoor spic en span was. Er kwam iemand schoonmaken en er kwam zelfs iemand afwassen, want dat deed mijn moeder allemaal niet. Zij was een soort kind. Zij maakte ook nooit brieven open. Ze ging ervan uit dat alles wat misliep de schuld van mijn vader was.»

HUMO Je hebt het in ‘In stukjes’ ook over het toenemende isolement van je vader: jij, je zussen en je moeder vormden gaandeweg een gesloten front tegen hem. Ik had oprecht met die man te doen toen ik dat las.

Huijbregts «Het moet verschrikkelijk voor hem zijn geweest: een zeer eenzame positie. Maar hij heeft er zichzelf natuurlijk in gemanoeuvreerd, want wij wilden niets liever dan een leuke vader die met ons samen was. Vooral op vakantie werd de kloof tussen hem en ons duidelijk. Ik wilde ook nooit met hem alleen in de auto zitten, want ik had geen idee waarover ik met hem moest praten. Pas toen hij ouder werd, en ik ook, is het beter geworden. Hij was ook gek op Karim. In ‘Florissant’ heb ik het over zijn dood, en vooral over het ingewikkelde rouwproces. Rouwen om mijn moeder, van wie ik erg veel hield, was simpel: ’t was één grote, duidelijke rouw. Maar als je rouwt om iemand van wie je allerlei naars weet, wordt die rouw met andere gevoelens vermengd. En je vraagt je ook af: ‘Ben ik oprecht?’

»‘Zal ik ‘een zorgzame vader’ schrijven?’ vraagt de begrafenisondernemer. ‘Neen, net niet,’ moet je dan antwoorden. De hele tijd ben je dus je relatie met je vader aan het afwegen. Ik wilde hem niet het graf in schelden, maar ik wilde ook niet dat we deden alsof hij een heilige was.»

Een broertje dood

HUMO In ‘In stukjes’ noem je je vader de vreselijkste en de naarste man uit je leven, maar ook de grappigste.

Huijbregts «Dat was hij ook. Humor was bij ons een overlevingsmechanisme. De deurwaarder kwam op een keer onze spullen ophalen, terwijl wij niet wisten wat er aan de hand was – mijn vader had ons niets gezegd, want hij dacht aldoor: ‘Ik red het nog wel.’ Zelfs toen zagen we daar nog de humor van in. Die situatie was zo absurd. Mijn vader was er wel niet bij: hij had zich tijdig uit de voeten gemaakt.»

HUMO Eerst had je vader een heel goede baan: directeur van een Amerikaans bedrijf dat vliegtuigmotoren reviseerde.

Huijbregts «Ja, en hij verdiende goed, maar hij heeft alles erdoor gesjeesd.»

HUMO Je schrijft dat hij drie huizen heeft opgedronken. Een huis: de eenheid van drankmisbruik.

Huijbregts (lacht) «Hij heeft ook nog een paar auto’s opgedronken. Toen onze inboedel per opbod werd verkocht, kwam hij nóg stomdronken thuis. En bovendien gaf hij graag rondjes, tegen de klippen op, want hij wilde nooit laten merken dat het niet goed met hem ging. Integendeel: altijd keurig in het pak, netjes, chic.»

HUMO Hoe sta je zelf tegenover alcohol?

Huijbregts «Ik drink helemaal geen alcohol. Het controleverlies dat ik bij mijn vader heb gezien, zou ik mezelf nooit toewensen. Ik ben er ook nooit aan begonnen. Ik lust het niet, wat natuurlijk helpt. Mijn zussen drinken ook geen alcohol, of nauwelijks.»

HUMO Heb je ooit gedacht dat je vader misschien wel een gelukkige drinker was?

Huijbregts «Die schijnen te bestaan. Maar of hij nou gelukkig was of ongelukkig, hij dronk in alle omstandigheden. Als ik me afvraag waarom hij eigenlijk zoveel dronk, dan kom ik nergens. Mijn moeder zei dat hij steviger is beginnen te drinken nadat mijn broertje was overleden. Peter: zijn oudste kind, dat een uur heeft geleefd. Wat mijn moeder zei, heb ik heel lang aangenomen, tot we liedjes vonden die zijn vrienden op het huwelijksfeest van mijn ouders hadden gezongen: die zaten vol toespelingen op het overdadige drankgebruik van mijn vader. Volgens mij heeft hij altijd veel gedronken, en waarschijnlijk heeft mijn moeder gedacht dat ze dat wel in goede banen zou kunnen leiden.

»Van whisky werd hij aardig, maar van jenever werd hij naar, en hij dronk meestal jenever. Elk feest eindigde in een drama. We waren dan ook bang om naar een feest te gaan, want we dachten: ‘’t Wordt weer een grote puinhoop aan het eind.’»

Gruwel in de gym

HUMO Ben je ondertussen al in het reine met je vader?

Huijbregts «Ik denk het wel. Ik kan me voorstellen dat ik hem teleurgesteld heb. En dat een vader liever een ander soort zoon dan ik had gekregen. En ik was ook liever een zoon geweest die meeging naar het voetbal en naar het café, een zoon die met een vrouw trouwde en kinderen kreeg. Aan ‘vroeger’ valt voor mij niet te ontsnappen. Als ik nadenk over wie ik nu ben – en dat doe ik voor mijn voorstellingen – dan kom ik vanzelf bij vroeger terecht. Als cabaretier onderzoek ik mezelf; ik kijk naar binnen, terwijl Freek de Jonge en Youp van ’t Hek voornamelijk om zich heen kijken en hun materiaal dus uit de buitenwereld halen. Maar als je onderzoekt wat er bij jezelf mis is, zeg je ook wel iets over de maatschappij. Als ik zelf naar een cabaretier ga kijken, wil ik aan het eind van de avond nog het liefst kunnen denken: ‘Ik heb hem of haar toch een beetje leren kennen.’»

HUMO Liet je vader ook merken dat hij teleurgesteld was in jou?

Huijbregts «In mijn kindertijd waren we op vakantie in Schotland: een jongen noemde mij poofter (homo, red.) en sloeg me. Mijn vader werd kwaad op mij omdat ik niet terug had geslagen. Op dat soort momenten zag ik hem denken: ‘Jééééézus!’ Maar tegelijk hield hij ook ongelofelijk veel van mij. En was hij ook trots op me, uiteindelijk.»

HUMO Hij heeft je succes nog meegemaakt.

Huijbregts «Ja, maar hij liep wel ver achter de harmoniekapel aan, hoor. En hij stond niet te springen om ‘O, wat is-ie leuk!’ te roepen. Toen ik in Nederland al volle zalen had en Cameretten (een gezaghebbende cabaretwedstrijd, red.) had gewonnen, zei hij er nog weinig over. Toen werkelijk iederéén het over mij begon te hebben, is hij pas fan geworden. Maar toen had ik zijn goedkeuring al niet meer nodig, sterker nog: het kon me niet schelen wat hij van mijn werk dacht. Hij heeft me in een moment van verstilling ooit wel eens toevertrouwd: ‘Ik vind het zo raar dat mensen je leuk vinden.’ Daar heb ik zó hard om moeten lachen. Wie zegt zoiets nou? Later begreep ik dat het allemaal uit zijn minderwaardigheidscomplex voortkwam. Hij ging ervan uit dat iets wat hij had voortgebracht niets kon voorstellen in de wereld.»

HUMO Je was een meisjesachtig kind, en later werd je een meisjesachtige jongeman. Ik kan me vergissen, maar je eigenheid lijkt niet echt een outsider van je te hebben gemaakt.

Huijbregts «Ik heb mezelf – mijn uiterlijk, mijn stemgeluid – heel lang moeten uitleggen aan mensen. Vroeger, toen ik nog lang, witblond haar had, kwam ik ergens binnen en onmiddellijk merkte ik dat mensen over mij begonnen te fluisteren. Heel irritant. Waarom ik er in godsnaam zo uit bleef zien, weet ik ook niet. Maar ik dacht wel: ‘Dit ben ik.’ Ik merkte dat ik mezelf op een gegeven moment niet meer hoefde uit te leggen, en de wereld werd een stuk vriendelijker. En daardoor ben ik zelf ook relaxter. Wat ik vroeger zo ingewikkeld aan mezelf vond, is nu weg. En ik heb ondertussen ook wel gesnapt dat mijn positie van outsider juist mijn sterkte is.»

HUMO Om als scholier aan de gymles te ontsnappen deed je thuis je best om je been te breken. Dat is bepaald wanhopig.

Huijbregts «Verschrikkelijk. Ik was toen ook dik, 105 kilo. Gymles was een kwelling. Als ik er nu over nadenk, komt het me voor dat gymles erg voor het mannelijke stond: kracht, en de beste willen zijn. Allemaal dingen waar ik geen raad mee wist. Ik ging dan maar op de trap staan en liet me vallen – ik probeerde daarbij mijn been in een bepaalde hoek te krijgen, in de hoop dat ik het zou breken. Ik kan de wanhoop van toen nog steeds navoelen, en die trap zie ik ook nog steeds voor me. Ik heb er een levenslange hekel aan gymleraren aan overgehouden, omdat ze mijn leed toen niet hebben gezien. Ze hebben geen enkele poging gedaan om me te begrijpen. Eigenlijk zou een gymleraar juist veel gevoeliger moeten zijn dan pakweg een geschiedenisleraar, maar gymleraren zijn de meest botte bijlen die er zijn: ze zijn alleen maar met het lijf bezig, en ze blijven liever blind voor hoe iemand is.»

HUMO Heb je dat soort vertwijfeling ooit met iemand besproken?

Huijbregts «Neen, dat kon ik aan niemand kwijt. Dat soort wanhoop maakte me veel eenzamer dan het feit dat ik homo was. Mijn ouders hebben nooit vragen gesteld als: ‘En wanneer breng jij nou eens een vriendinnetje mee?’ Er werd gewoon niet over gesproken. Mijn moeder heeft later wel eens huilend gezegd: ‘Ik zag het wel en ik had je moeten helpen,’ maar wat seksualiteit betreft, had ik helemaal geen behoefte aan hulp. Ik was een seksloos, Barbapapa-achtig iemand op een brommer. Niemand die mij zag, dacht überhaupt aan seks. En ik was eigenlijk ook niet met seks bezig. De puberteit heb ik dan ook overgeslagen. ’t Was veel gezelliger om met mijn moeder cola te drinken en taart te eten – cola en taart hebben mij door de puberteit getrokken. Pas op mijn 22ste, toen ik al in Amsterdam woonde, heb ik een soort puberteit doorgemaakt.»

HUMO Heb je ooit voluit een meisje willen zijn?

Huijbregts «Heel vroeger wel, maar dat had te maken met de vrouwenwereld van mijn zussen en mijn moeder, die ik heel fijn vond. Ik wilde erbij horen, en ik begreep er ook alles van. Heteromannen die zeggen dat ze vrouwen niet begrijpen, begrijp ik dan weer niet: wat is er zo moeilijk aan vrouwen? Je hoeft maar een beetje gevoelig en aardig te doen en vrouwen vinden het al hartstikke fijn.

»Voor mijn moeder was dat best wel ingewikkeld. Toen ik 11 was, ging ik in de jurk van mijn zus de hond uitlaten. En als ik in een jurk op straat liep, dacht niemand: ‘Daar heb je een jongen met een jurk aan.’ In winkels behandelde iedereen me ook altijd als een meisje.»

HUMO Wat vond je vader van je in het oog lopende vrouwelijkheid?

Huijbregts «‘Niet zo hoog zingen,’ zei hij als ik hoog zong. Hij zei dus: kom mijn kamp in, want daar hoor je thuis. Hij hoort niet bij jullie, hij hoort bij mij, wilde hij mijn moeder en mijn zussen duidelijk maken. Ik begrijp hem wel. Na de dood van mijn broertje was mijn vader erg blij met nog een zoon, met mij dus. Als je al twee dochters hebt, dan wil je een zoon. Ik zal hem initieel wel blij hebben gemaakt, en getroost, maar dat is snel overgegaan (lachje).»

Sorry Piet

HUMO Hoe belangrijk is het ambt van tafelheer dat je in ‘De wereld draait door’ bekleedt?

Huijbregts «’t Is vooral van sociaal belang voor mij: al dik negen jaar lang gaan wij op vrijdagavond, na ‘DWDD’, samen eten: op vrijdagavond kan Matthijs (van Nieuwkerk, red.) wat drinken en hoeft hij niet meteen naar huis en naar bed. Ik hecht aan die bijeenkomsten.»

HUMO Loop je van nature over van meningen?

Huijbregts «Ja, ik vind overal iets van (lacht). Maar als ik merk dat een tussenkomst geen zin heeft, hou ik mijn mond. Ik ben niet het soort tafelheer dat denkt: ‘En nu ga ik alles wat ik van die of die denk, er eens lekker uitgooien.’ Ik ben nooit bezig met ‘leuke tv’ die neerkomt op iemand beschadigen. Maar als iemand naar tegen me doet, of ooit naar tegen mij heeft gedaan, dan onthoud ik dat wel.»

HUMO Je bent niet bepaald een kindervriend, hè?

Huijbregts «Neen. Dat komt omdat kinderen geen remmingen hebben: ze weten niet wat ongepast is om te zeggen. Ik ben eigenlijk bang van kinderen: het zijn handgranaten met de slagpin eruit. ‘O, kijk, daar loopt een mevrouw met een snor!’ heb ik vroeger weleens uit een kindermond vernomen – ik had toen een snor.»

HUMO Je bent bang om door kinderen gekwetst te worden.

Huijbregts «Ja. Ik vaar wel bij wellevendheid. En vaak gekwetst worden in het leven heeft in mijn geval niet tot een soort onkwetsbaarheid geleid. In Toomler, een stand-upcomedyclub hier in Amsterdam, was ik op een avond MC. Ik sprak mensen aan in het publiek, en ineens riep iemand keihard: ‘Ga zelf maar eerst grappen maken zonder iets aan mij te vragen.’ Daar schrok ik zo van dat ik volschoot en meteen de volgende comedian aankondigde. De hele zaal had medelijden met mij. Ik kreeg meteen te horen: ‘Tegen zulke mensen zul je je toch moeten harden.’ Maar als ik één ding niet wil, dan is het: me tegen zulke mensen harden. Onkwetsbaar op het toneel staan is waardeloos. Ik hou ook niet van agressieve comedians over wie je denkt: ‘Die kun je niets maken.’»

HUMO Als je het in je onemanshows over je Algerijnse man Karim hebt, sla je een andere toon aan dan gewoonlijk.

Huijbregts «Hij is de liefde van mijn leven – dat durf ik ondertussen wel te zeggen. We zijn zestien jaar samen. Met de liefde van je leven ben je gewoon voorzichtiger. Van wat ik op het toneel over hem zeg, probeer ik nooit een grap te maken.»

HUMO Zijn Algerijnse familie weet niet dat hij met een man getrouwd is.

Huijbregts «Ze weten niet dat ik besta. Zijn ouders zijn stokoud. Als hij het zou zeggen, houdt de relatie met zijn ouders wellicht op, of anders wordt ze heel ingewikkeld en pijnlijk. Hij heeft ervoor gekozen om alles te laten zoals het is, en hen een enorme schok te besparen. Ik heb daar respect voor. Dat zijn ouders niet weten dat ik er ben, belet mij niet om te bestaan.»

HUMO Is hij nog religieus?

Huijbregts «Neen. Hij doet nog wel de ramadan, omdat hij zich niet kan voorstellen dat iemand tijdens de ramadan eet, maar ’t is voor hem veeleer een cultureel dan een religieus fenomeen.»

HUMO Als vanzelf komen we bij de aloude kindervriend Sinterklaas terecht, die ook een veeleer cultureel dan religieus fenomeen is. In het Sinterklaasjournaal ben je lang Sorry Piet geweest, een Zwarte Piet die zich in excuses uitputte. Dat ben je nu niet meer.

Huijbregts «Neen. Dat heeft natuurlijk met de Zwarte Pietendiscussie te maken die hier vorig jaar in alle hevigheid is losgebarsten. Ik stond een keer als Sorry Piet op de set in Castricum, op een industrieterrein. Daar liep een Somalische man langs die mij lang aankeek, met toenemend ongeloof in zijn blik. ’t Was alsof ik toen ook mezelf zag staan. Ik dacht: ‘Ik vind het zelf ook verschrikkelijk.’ En ik was er klaar mee. Voorgoed. Nooit meer Sorry Piet.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234