Caro Tanghe (27), frontvrouw van Oathbreaker: 'Je doet jarenlang je best om niét op je ouders te lijken, tot je beseft dat er geen ontkomen aan is'

In de zomer van 2015 zaten de vier leden van Oathbreaker samen op het terras van de Vooruit. Op tafel één vraag: ‘Zullen we er vanaf nu anders vollédig voor gaan? De volle 100%?’ Jobs werden opgegeven, voorbereidingen getroffen. In september 2016 kwam ‘Rheia’ uit, een doorbraakplaat van het zuiverste pompwater. Bijna twee jaar na die bandvergadering treffen we zangeres en tekstschrijver Caro Tanghe (27) op hetzelfde terras, met daarop dit keer één opgemaakte balans.

'Je doet jarenlang je best om niét op je ouders te lijken, tot je beseft dat er geen ontkomen aan is'

Op vrijdag 21 juli staat de band op Boomtown. Voor de allereerste keer, want behalve voor zijn gelaagde, sacrale, bijna sfeervolle black metal-blend staat Oathbreaker ook bekend voor zijn rugwaartse parcours. Pas ná het succes in het buitenland, met uitverkochte en kolkende optredens van Londen tot Los Angeles, zwaaiden de Belgische deuren open.

Caro Tanghe «Grappig. Vroeger kregen we hier nooit echt serieuze interesse van de media. In de krant zagen we af en toe lijstjes met ‘Belgische bands die dit jaar het meeste kilometers hebben afgelegd’, en daar moesten wij altijd hard mee lachen. Wij hadden steevast veel meer getourd dan de groepen die wél vermeld werden. Hetzelfde geldt voor Amenra: ook een band die eerst in het buitenland indruk moest maken. Toen Rolling Stone, Pitchfork en NPR lovend over ons gingen schrijven, sprong men in België ineens wél op. Toen ‘Rheia’ uitkwam, verschenen er artikels met de kop ‘Nieuwe Belgische metalband verovert de wereld’. Dan denk ik: ‘Euh, we zijn wél tien jaar bezig.’»

HUMO Heb je je abonnementen opgezegd?

Tanghe (lacht) «Ik ben geen haatdragend type. En het lag ook een beetje aan onszelf. We hebben het lang cooler gevonden om in pakweg Duitsland of Engeland te spelen. Misschien was het gewoon spannender of zo. Het Belgische publiek is ook niet gemakkelijk: we zijn geen enthousiast volk. In Portugal staat iedereen van bij de eerste noot te roepen en te tieren, en in Rusland waarderen ze het erg hard dat je zo ver bent gereisd dat ze als vanzelf extatisch worden. Maar in België moesten we altijd heel hard ons best doen om een zaal mild enthousiast te krijgen: natuurlijk is het dan verleidelijker om elders te gaan spelen. Is dat dan gemakzucht van onze kant?

»Ik ben wel heel blij dat de situatie gekeerd is. Het is fantastisch als je in de Vooruit een uitverkochte releaseshow mag spelen voor je ouders en al je vrienden.»

HUMO Waarom was die bandvergadering in 2015 een scharniermoment?

Tanghe «Als we gewoon verder waren gegaan zoals we al negen jaar deden, dan hadden we nooit geweten hoe ver onze mogelijkheden precies reikten. Dan was het een uit de hand gelopen hobby gebleven, iets waar al onze vrije tijd aan opging. De tijd was rijp voor een vlucht vooruit: voortaan zouden we alles op Oathbreaker zetten.

»We namen ons voor om het één jaar op deze manier te proberen. Als het tegenviel, zouden we gewoon terugplooien naar hoe het voordien was.»

HUMO En?

Tanghe «Ik ben vanzelfsprekend supercontent met wat we sindsdien bereikt hebben. We hebben veel erkenning gekregen, en we verdienen – ik had het in geen honderd jaar verwacht – zelfs ons brood met de groep. En we doen vooral wat we altijd al wilden: optreden, optreden en nog eens optreden.

»Het is natuurlijk heel intensief. Het voorbije jaar hebben we twee Amerikaanse en twee Europese tours gedaan, en dan nog wat festivals ertussen. ’t Was loeihard werken, om op het einde van de rit zoveel mogelijk mee naar huis te kunnen nemen. En dat weegt. Als band zaten we elkaar maandenlang oncomfortabel dicht op de huid, en ik heb ruimte nodig. Binnen de band zijn de relaties nu ook fel veranderd. Ik was vroeger samen met onze gitarist, nu niet meer, en dat maakt het spelen er niet makkelijker op. Vroeger apprecieerde ik onze optredens precies ook iets meer. Tot een jaar geleden had ik tijdens de week nog een vaste job: in het weekend mogen optreden voelde toen als vakantie.

»Maar het is onnozel om erover te zagen, hè? We hebben er resoluut voor gekozen, dus nu moeten we maar een beetje op de blaren zitten.»

HUMO Welk compliment van de voorbije jaren is je nog bijgebleven?

Tanghe «Qua complimenten is er een groot verschil tussen Amerika en Europa. In Amerika krijgen we vaak laaiend enthousiaste reacties: ‘De max!’, ‘Prachtig!’, ‘Beste ooit gezien!’ ’t Is er vaak helemaal over, maar niet onaangenaam. In Europa gaat het meer van: ‘Het klonk heel goed, maar... de stem stond niet luid genoeg en dit en dat en ginder.’ Wij noemen dat intussen the European compliment. Positief, maar altijd gevolgd door een ‘maar’. Alsof er altijd iemand zegt: ‘Daar is de grond, zet uw voeten er maar weer op’ (lacht)


Zwaarden tien

HUMO Ben je bijgelovig? Toen je nog op Twitter actief was, had je het af en toe over horoscopen. ‘Bloody horoscoop, waarom heb je altijd gelijk?’

Tanghe (denkt na) «Waarschijnlijk wel. Ik ben lang gebiologeerd geweest door tarotkaarten. Nog steeds, eigenlijk.

»Ik schrijf onze songteksten altijd rond een overkoepelend thema, omdat ik niet zomaar onderwerpen los uit mijn hoofd kan plukken. Voor onze tweede plaat, ‘Eros|Anteros’, was het thema dan ook die tarotkaarten. Voor elk nummer had ik zelf de kaarten gelegd, en zo ben ik erin gerold. Als ik ze voor mezelf legde, of iemand anders deed het voor mij, kreeg ik steevast dezelfde kaart: Zwaarden Tien, echt de allerdonkerste van het hele deck. Ik heb de beeltenis ervan op mijn bil laten tatoeëren.

»Je moet weten: ik heb in mijn jeugd een moeilijke periode meegemaakt. Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik 11 was. Mijn vader was er bijna nooit, en mijn moeder eigenlijk ook niet. Mijn stiefmoeder was lang erg prominent in mijn leven, maar toen is ook zij bij mijn vader weggegaan. Ik voelde mij heel vaak alleen, en ik heb veel te jong geleerd hoe ik mijn eigen boontjes moest doppen.»

'Op tournee in Engeland belde mijn vader: 'Ik sta in Gent voor je deur. Waar zit je?' 'Op de wc.' Niet eens gelogen, want ik zat effectief op de wc' (lacht)'

HUMO Dat vertaalde zich onder meer in de song ‘10:56’, over hoe je als kind ooit je vader – dronken en met een gebroken neus – naar huis moest begeleiden.

Tanghe «Toen ‘Rheia’ net uit was, kreeg ik in interviews vaak dezelfde vraag: ‘Is dat therapeutisch, schrijven over je jeugd?’ Of: ‘Heb je het nu een plaats kunnen geven?’ Nee, natuurlijk niet. Het is nog steeds niet helemaal weg. Ik moet er tijdens elk optreden opnieuw doorheen. Ik heb lang geprobeerd het helemaal op mezelf te verwerken, maar dat lukte niet. Nu ga ik naar een therapeut: eens alles op een rijtje laten zetten door iemand die weet waarover ze het heeft.»

HUMO Heb je na de release van ‘Rheia’ gemerkt dat mensen in je omgeving zich zorgen gingen maken?

Tanghe (twijfelt) «Met die plaat zijn er dingen aan het licht gekomen die niémand wist. Ook ikzelf niet. Ik was heel lang een gesloten boek. Pas nadat ik er liedjesteksten over had geschreven, begreep ik hoe groot de invloed van mijn jeugd nu nog altijd is op mijn leven. Bizar: jarenlang je best doen om vooral niét op je ouders te lijken, en dan beseffen dat er geen ontkomen aan is.»

HUMO Op welke manier?

Tanghe «Mijn vader loopt al zijn hele leven weg van confrontaties, en ik heb gemerkt dat ik dat ook doe. In alle relaties met mensen die mij nauw aan het hart liggen. Meestal omdat ik niet wil dat de mensen teleurgesteld zouden zijn in mij. Ik kan niet goed om met teleurstelling.

»Ik ben op mijn achttiende burgerlijk ingenieur gaan studeren, alleen maar omdat mijn vader dat wilde. Hij heeft de lat altijd heel hoog voor mij gelegd, terwijl hij in principe niets van mij te eisen had. Ik betaalde mijn studies en mijn kot ook helemaal zelf – ik werkte elke avond, ook in het weekend. Ik heb dus nooit een normale studententijd gehad. Ik heb niet één keer gezegd: ‘Hey, gaan we vanavond eens naar de Overpoort?’ Niet dat ik daar behoefte aan had, maar toch.

»Toen ik in mijn eerste studentenjaar met Oathbreaker op tour wou, mocht dat niet van hem. Hij wou zijn enige dochter niet aan een hardcoreband verliezen of zo. Ik ging natuurlijk tóch op tour, en verzweeg dat dan voor hem. Op een keer was ik voor tien dagen aan het touren door Engeland toen mijn vader me belde: ‘Hey, ik sta in Gent aan de voordeur van je kot. Waar ben je?’ Dan zei ik: ‘Euh, op de wc.’ Ik zát toen in Engeland ook effectief op de wc, dus echt gelogen was het niet (lacht). Ik ben na een jaar burgerlijk ingenieur gestopt om architectuur te gaan studeren, en het heeft daarop nog eens drie jaar geduurd voor ik durfde te zeggen dat ik daar ook genoeg van had.»


Boerenmetal

HUMO Over ‘Rheia’ schreef Pitchfork: ‘They captured the spirit of metal, not just the sound.’

Tanghe «Journalisten smijten graag met zinnen waar je over moet nadenken, hè (lacht)

HUMO Wat bedoelen ze volgens jou met die ‘spirit’?

Tanghe «Misschien dat we ons niet beperkt hebben tot het geluid dat de mensen van ons hadden verwacht? We proberen altijd iets anders te doen, om het voor onszelf interessant te houden. Op onze eerste plaat speelden we nog hardcore. Iets platter, met minder diepgang. Boerenmetal (lacht). Op de tweede zat er al eens een clean stuk in, het laatste nummer is zelfs bijna volledig akoestisch. Aan ‘Rheia’ hebben we heel lang gewerkt. We zaten op den duur zo diep met ons hoofd in ons gat dat we het niet meer helder zagen: is dit nu shit, of juist heel goed?»

'Ik heb lang geprobeerd om mijn moeilijke jeugd helemaal alleen te verwerken, maar dat lukte niet. Nu ga ik naar een therapeut.'

HUMO Onlangs polste De Morgen jou over Impaled Nazarene, de metalband die na luid protest en omwille van hun homofobe teksten van het hardcorefestival Ieperfest gebannen werd. Ergert het je dat die clichédiscussie steeds opnieuw gevoerd wordt?

Tanghe (fel) «Ja! Heel erg. ‘Is het normaal dat een festival zo’n band boekt?’ Ik had geen zin in hun vragen, en ik heb ze dus niet beantwoord. Ik heb ze wel een lange tekst gestuurd waarin ik wat context gaf en waaruit ze een paar oneliners hebben geplukt.

»Die discussie wordt altijd alleen maar over metal gevoerd, terwijl er in élk genre onnozelaars met extreemrechtse sympathieën rondlopen. (ironisch) Maar als ze op het podium roepen en schreeuwen en zwarte kleren dragen en getatoeëerd zijn is het natuurlijk een stuk erger. Pff, de metalscene heeft al erger overleefd. Daarnaast wil ik me ook gewoon niet mengen in dat soort discussies. Er is toch geen juist antwoord.»

HUMO Hoezo?

Tanghe (blaast) «Het is allemaal zo complex. Ik ken een band die ooit tourde met een andere band waarvan de zanger in een ver verleden in nóg een andere band speelde waarvan de gitarist rechtse sympathieën had. Wel: ze hebben die eerste band daar toen bijna voor aan het kruis genageld. Internetrel! Terwijl ik denk: schieten we wel iets op met zoveel politieke correctheid? Begrijp me niet verkeerd: een festival als Ieperfest is gegroeid uit een welbepaalde politieke overtuiging, één waar ikzelf en de andere groepsleden ons trouwens goed in kunnen vinden, dus ik begrijp de beslissing wel. Maar met Oathbreaker willen we ver van alle politiek blijven. Ik put mijn inspiratie liever uit andere thema’s.»


Ultieme haat

HUMO In juni werd jullie Facebookpagina gehackt. Is de aangerichte schade al hersteld?

Tanghe «Niet echt. We hadden het eerst niet gemerkt, tot ons Amerikaanse label mij opbelde: ‘Is er iets aan de hand, misschien?’ Ze dachten dat we ruzie hadden, dat we wilden stoppen (lachje). Vanuit Rusland had iemand het account van onze gitarist gehackt, en ons allemaal verwijderd als administrators van de pagina. Vervolgens hadden ze al onze content weggegooid en in het Russisch reclame voor iets gemaakt – ik weet niet eens precies waarvóór. Voordien hadden we 60.000 volgers, op vier uur tijd zijn we er 15.000 verloren.

»Zelf hecht ik niet zoveel belang aan Facebook, maar voor een groep is het de belangrijkste, bijna de énige manier om met mensen – fans, promotors, festivals – te communiceren. We hebben jaren gewerkt om, stapje voor stapje, nieuwe volgers te verdienen. Blijkbaar kan dat allemaal in een vingerknip weer weg zijn. Onze content – foto’s, herinneringen, comments van jaren terug – zijn we voorgoed kwijt. Dat valt niet meer te herstellen.»

HUMO Wie bij Oathbreaker is de nerd die jullie groepsnaam uit ‘A Song of Ice and Fire’ heeft gehaald, de boekenreeks van G.R.R. Martin? Daarin – en dus ook in de HBO-reeks ‘Game of Thrones’ – is Oathbreaker de naam van een zwaard.

Tanghe «Ik ben sowieso supergeobsedeerd door series, en dus ook door ‘Game of Thrones’. Maar ik moet je toch teleurstellen: onze groepsnaam hebben we niet bij Martin gehaald, maar uit de tekst van ‘The Eye of Every Storm’, de titel van een nummer én een plaat van Neurosis.

»Dat onze groepsnaam voor verwarring kan zorgen, beseften we pas toen we op Instagram de hashtag #Oathbreaker intikten: moesten we eerst door honderd foto’s van Jon Snow ploegen voor we iets van onszelf terugvonden. En ik héb toen effectief gedacht: ‘Shit, nu gaan de mensen denken dat we nerds zijn’ (lacht)

HUMO ‘Where I Live’ en ‘Where I Leave’ gaan respectievelijk over je geboorteplaats Blankenberge en over het moment dat je er bent vertrokken. Hoe snel wist je dat je daar niet zou blijven?

Tanghe «Héél snel. Het vijfde en zesde middelbaar in Blankenberge haatte ik. Echt: ultieme haat. Ik heb twee jaar lang elke dag afgeteld. Meteen nadat ik was afgestudeerd, ben ik naar Gent verhuisd. Ik ben er nooit meer teruggekomen, ook niet in de weekends.»

HUMO Is Gent nu voor altijd je stad?

Tanghe «Ik heb Gent heel graag, en veel van mijn vrienden wonen hier. Maar het is ook een dorp, en alles blijft hier altijd hetzelfde. Ik voel dat het stilaan tijd wordt voor iets anders. Ik heb af en toe een change of scenery nodig. Ik weet ook niet waarom. Volgens mij ben ik gewoon graag op mijn ongemak. Ik zoek de uitdaging om structuur te puren uit chaos. En van zodra die structuur een feit is, wil ik weer verder.»

HUMO Heb je ook op andere vlakken nood om het venster open te laten?

Tanghe «Eigenlijk wel. Mijn vader had tien jaar een succesvolle brasserie in Blankenberge, en hij wou absoluut niet dat ik in de horeca terecht kwam: ‘Jij gaat niet eindigen zoals ik.’ Maar ik werk net heel graag in de horeca. Het klinkt onnozel, maar ooit zou ik daar graag iets in betekenen. Het maakt mij gelukkig om voor andere mensen eten klaar te maken.

»Ik heb ook véél interesses. Vroeger danste ik competitief. Ik heb een tijdlang in de modesector gewerkt – ik verzorgde het visuele aspect van winkels en merken: etalages, fotoshoots... Ook superinteressant. Maar een mens kan geen 20 dingen voor de volle 100% doen. Je moet kiezen, en dat kan soms frustrerend zijn. Echt waar: geen flauw idee wat ik over tien jaar aan het doen zal zijn. Ik ben benieuwd.»

HUMO Op Twitter schreef je ooit, zonder uitleg, ‘L’enfer, c’est les autres’. Hoe erger je je aan de wereld en de mensen om je heen?

Tanghe «Ergeren? Ik heb het gevoel dat ik het hier over niets anders dan mijn ergernissen heb gehad (lacht hard). Het is goed geweest.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234