Charles Bukowski voor beginners, 25 jaar na zijn dood: vrouwenhater, mannenhater, zelfhater

Op 9 maart 1994 stierf Charles ‘Hank’ Bukowski, bard van bar en bordeel. Vijfentwintig jaar na zijn dood zijn de mythische verhalen over the dirty old man nog altijd springlevend en straalt zijn beste werk immer van de vitaliteit.


De interviews met Charles Bukowski uit 1986 en met Linda Lee uit 1999 kunt u hieronder herlezen.

'Bukowski was een erg tedere man. Niet zozeer tegenover mensen, wel tegenover goudvissen'

Op 9 maart 1994 stierf Charles ‘Hank’ Bukowski, bard van bar en bordeel. Twintig jaar na zijn dood zijn de mythische verhalen over the dirty old man nog altijd springlevend en straalt zijn beste werk nog altijd van de vitaliteit. Buk keek immers zeer diep in het glas om menig inzicht op de bodem te lezen; hij wentelde zich in vuiligheid om met zichzelf in het reine te komen. Een rondleiding in tien etappes in Bukowski’s universum, zoals hij die graag gehad zou hebben: blablablaloos rechtdoorzee, quick ’n dirty.


1. Andernach

Andernach, een Duits dorpje in een bocht van de Rijn. Het lokale carnavalsmuseum had eigenlijk een Bukowskicollectie moeten etaleren, want in dat pand aan de Aktionstrasse werd op 16 augustus 1920 Henry Charles Bukowski geboren, als enig kind van een Amerikaanse vader met Poolse roots en een Duitse moeder. Zijn vader maakte deel uit van het Amerikaanse bezettingsleger na de Eerste Wereldoorlog en interpreteerde zijn opdracht ruimhartig en met van de Duitsers geleerde gründlichkeit. Toen zoonlief ruim tweeenhalf was, stapte de voormalige sergeant met zijn gezin op het vliegtuig naar zijn thuisland. Ze landden in Baltimore, maar verhuisden nog geen jaar later naar Los Angeles.

De Stad der Engelen werd voor Bukowski het decor van een duivelse, liefdeloze jeugd. Zijn sadistische vader koelde zijn woede geregeld op de kleinste in de buurt, alsof hij zijn onwettige kind wilde straffen voor de tegenspoed die hem kwelde: ‘Hij nam de scheerriem, vouwde die dubbel en liet het leer op mij neerkomen, opnieuw en opnieuw en opnieuw...’ Een goudmijn voor een schrijver, die verklaarde dat de dood van zijn vader in 1958 – twee jaar voor zijn debuut ‘Flower, Fist and Bestial Wail’ – een bevrijding was. Veel later zag hij een goede kant aan die jeugdige martelsessies: de gewenning aan pijn kwam ’m goed van pas bij netelige ziekenhuisbezoeken. Om er haastig aan toe te voegen: ‘Maar aan mentale pijn wen je nooit. Hou me daar alsjeblieft ver van.’

'Bukowski was een erg tedere man. Niet zozeer tegenover mensen, wel tegenover goudvissen'


2. San Pedro

San Pedro, een middenklassebuurt in de haven van zuidelijk Los Angeles. De laatste vijftien jaar van zijn leven woonde Buk er in een weidse villa, palmbomen incluis – op geen enkel van zijn ongeveer vijftig adressen woonde hij langer. Hij stierf er op 9 maart 1994, aan leukemie. En dus niet aan levercirrose of longkanker; zelfs na een leven boordevol drank en nicotine was zijn lever naar verluidt zo gezond als die van een baby en kon hij prat gaan op een perfect stel longen. Naar eigen zeggen had hij zijn leven lang nooit ergens last van gehad, katers uitgezonderd.

Bukowski stierf op zijn 73ste, na een ziekbed van een jaar. Zijn vrouw Linda Lee was bij hem, zoals ze in 1999 in Humo getuigde: ‘Ik zat naast hem, met zijn hand in mijn hand, en ik keek naar zijn gezicht. Alleen zijn lippen bewogen, omdat hij zachtjes door zijn mond ademde. Maar iedere adem werd zachter en korter, tot hij ten slotte ophield met ademen en er niks meer bewoog... Toen hebben Marina (zijn dochter, red.) en ik zijn hoofd om de beurt in onze armen gehouden, terwijl we allebei huilden. Ik weet nog dat zijn gezicht zo zacht was als de huid van een baby.’

De schrijver ligt begraven op het kerkhof van Green Hills Memorial Park, op een heuvel met uitzicht op de haven. In zijn grafsteen staat gebeiteld: ‘Don’t try’ – een pleidooi voor de nietsontziende eerlijkheid die hij in leven en werk huldigde. Zijn weduwe wil naast haar man begraven worden en heeft de grond naast zijn graf gekocht. Ook aan de andere kant trouwens, omdat ‘Hank het niet fijn gevonden zou hebben dat er iemand anders te dicht naast hem zou komen te liggen’.


3. De Anti-dichter

Charles Bukowski was in de eerste plaats een dichter. Wanneer John Martin van Black Sparrow Press Buk begin 1966 voor het eerst ontmoet, toont die hem een stapel met honderden gedichten. De uitgever is overweldigd door het talent en zal Bukowski drie jaar later voorstellen zijn baan bij de post op te zeggen om zich volledig aan het schrijven te wijden. Het merendeel van het zestigtal Bukowski-uitgaven zijn ook dichtbundels, alles samen verschenen ongeveer tweeduizend gedichten in druk. De poëzie als een nooit opdrogende stroom, vergiftigd aan de bron.

In Bukowski’s dichtwerk is het leven immers een soort hel, waarin een levende dode ronddoolt. Zijn gedichten zijn snapshots uit kapseizende levens, waarin het draait om drinken en kotsen, masturberen en neuken, tieren en gokken. De titel van de uitstekende postume bloemlezing vat het kernachtig samen: ‘What Matters Most Is How Well You Walk Through the Fire’ (1999).

Het vroegste dichtwerk is lyrisch en surrealistisch – vers geworden hallucinaties. Later wordt Buk anekdotischer, gebruikt hij meer spreektaal en ontwikkelt hij een onweerstaanbaar ritme dat hypnotiserend werkt. Een zeker mededogen openbaarde zich; de ruwe bolster onttrok steeds minder het zicht op de blanke pit. Zijn beste poëzie schreef Bukowski in het laatste decennium van zijn leven.

Aan literaire pretenties had Bukowski een hekel, hij verachtte de schrijvers van zijn tijd: ‘Ze spelen te veel op veilig; ze zijn te terughoudend, hun werk heeft niks met de werkelijkheid te maken.’ Buk wilde naar de essentie boren en de werkelijkheid op z’n staart trappen, en daartoe ontwikkelde hij een heel eigen poëzie, die bewust brak met wat gangbaar was. Zijn grimmige nihilisme trof ook de literatuur, die hij als een antidichter met veel (zelf )relativering terechtwees: ‘It’s just words on paper.’

'Kurt Cobain en Debbie Harry, Tom Waits en Henry Rollins, Ian Dury en Bono: allen verklaarden ze zich schatplichtig aan Bukowski'


4. Fans

Kurt Cobain en Debbie Harry, Tom Waits en Henry Rollins, Ian Dury en Bono: allen verklaarden ze zich schatplichtig aan Hank. Opvallend veel beroemdheden hebben in de loop der tijden hun appreciatie uitgesproken. Jean-Paul Sartre en Jean Genet vonden Bukowski de grootste Amerikaanse dichter van zijn generatie. In ons land vond hij markante pleitbezorgers in Josse De Pauw (voor hij in ‘Crazy Love’ speelde, deed hij Buks boeken vaak cadeau) en Stef Kamil Carlens (Zita Swoon nam een gezongen lezing van het gedicht ‘The Night I Was Going to Die’ op).

Madonna kroonde ’m tot ‘the coolest guy in the world’. De liefde was niet wederzijds, al zaten ze weleens samen aan de lunch. Tegen haar toenmalige echtgenoot Sean Penn, een vriend met wie Bukowski geregeld naar de paardenrennen ging, noemde hij la Ciccone een hoer en een slet. Daar kwam ei zo na een knokpartij van, een steekvlam gevoed door twee licht ontvlambare heethoofden. En toen Madonna Buk vroeg te poseren voor haar provocerende koffietafelboek ‘Sex’ (1992), weigerde hij: ‘Ze doet alsof ze het onderwerp heeft uitgevonden.’


5. Seks

Ook Bukowski heeft het onderwerp niet uitgevonden, maar hij heeft het wel uitmuntend gedefinieerd – ‘Seks: de dood tegen zijn kont schoppen terwijl je aan het zingen bent’ – en er als de beste over geschreven. Een virtuoos met vierletterwoorden. Toch is die seksuele acrobatiek niet de essentie, ’t gaat Buk om de naakte emoties die ermee gepaard gaan. Het beddenlaken als projectiescherm voor pijn, hoop, verdriet.

Alcohol en literatuur waren al vroeg constanten, de vrouwen kwamen later. Buks seksuele bloeiperiode brak pas aan na zijn vijftigste, samen met zijn literaire faam: ‘Ik verzeker je: vrouwen neuken liever dichters dan om het even wat, Duitse herders incluis. Had ik dat maar vroeger geweten, ik had niet tot mijn 35ste gewacht met gedichten schrijven.’ Daarom bleef hij ook aldoor in het telefoonboek staan, zoals hij uitlegt in het gedicht ‘how come you’re not unlisted’: ‘ for a man of 55 who didn’t get laid / until he was 23 / and not very often untilhewas50/IthinkIshould stay listed / via Pacific Telephone/untilIgetasmuch/as the average man has had.’ Eén en ander leidde tot een heuse ‘ fuck trance’, een erotische estafette die Buk van het ene bed naar het andere bracht en inspireerde tot talloze grimmige en vaak smakeloze scènes en gedichten.

Het is ’m op verwijten van feministen en moraalridders komen te staan. Hun onbegrip pareerde Buk simpelweg met onbegrip: ‘Men denkt dat ik een vrouwenhater ben. Het klopt dat vrouwen soms slecht uit mijn werk komen, maar ook mannen komen er slecht uit. En ikzelf ook.’ Een vrouwenhater, een mannenhater, een zelfhater – een mensenhater.


6. Vrouwen

Heftige acne op gezicht, nek en schouderbladen en nog een heftiger schuchterheid hielden Bukowski lang weg van het andere geslacht. Op zijn drieëntwintigste werd hij ontmaagd, naar eigen zeggen door een hoer van 300 pounds (136 kilogram): ‘Het bed wipte op en neer, het kraakte, de poten braken. Dat was mijn eerste thing.’ Daarna had hij vier jaar geen seks, tot hij de tien jaar oudere Jane Cooney Baker ontmoette. Zij zou zijn kroegmaat, bedpartner en muze blijven tot ze in 1962 stierf – alcoholmisbruik. Tussendoor was Buk iets meer dan twee jaar getrouwd met Barbara Frye, die hij via een correspondentie over poëzie wist te veroveren. Ze bleek afkomstig te zijn uit een steenrijke familie, het paar woonde even in Wheeler, Texas.

Na de dood van Jane graaide Bukowski een tijdlang naar toevallige passantes, net als hij aan de drank, en voor een fles bereid tot om het even wat. Begin 1964 raakte de dichteres Frances Smith ongewenst zwanger van Hank, hun dochter Marina werd op 7 september geboren. Amper een jaar later brak Buk met zijn prille gezinnetje: ‘Een ouderwetse familieband heb ik nooit met Marina gehad.’

Zoals hij in ‘Vrouwen’ beschrijft, ontmoette Bukowski in 1970 – openingszin: ‘Ik was 50 jaar oud en in geen vier jaar met een vrouw naar bed geweest.’ – beeldhouwster Linda King, met wie hij de volgende jaren een turbulente knipperlichtrelatie onderhield, terwijl hij zijn schrijversroem tussen de lakens valoriseerde. Zijn tweede echtgenote, Linda Lee Beighle, was een tijdlang één van de vele vrouwen in zijn leven, tot die – ook tot haar verrassing – één voor één wegvielen en zij alleen overbleef. Het koppel trouwde in 1985. Linda Lee Bukowski woont nog altijd in hun villa in San Pedro, als met een geest (‘Zijn kamer is nog altijd dezelfde’), en hoopt een museum van hun woonst te maken.


7. Boilermaker

Volgens de overlevering was Buks lievelingsdrankje een ‘boilermaker’: een pint vergezeld van een shot whisky. Hij had de alcohol op zijn dertiende ontdekt, als pijnstiller na de afranselingen door zijn vader. Een nuchtere rekensom leert dat Bukowski dus zestig jaar lang gezopen heeft. Volgens hem was het a match made in heaven: ‘Alcohol is één van de geweldigste dingen op aarde – naast mezelf. Geen wonder dat we zo goed overeenkomen.’ Anderen getuigen van Buks balanceren tussen hemel en hel. Vooramet whisky had hij een kwaaie dronk, waar niet zelden schermutselingen en zelfs een tiental verblijven in de gevangenis van kwamen. De dichter Jory Sherman getuigde van die bloeddoorlopen agressie: ‘Bukowski was een erg tedere man. Niet zozeer tegenover mensen, wel tegenover goudvissen.’

De drank bestreed niet alleen de pijn van het zijn, het hielp Buk ook bij het schrijven – de heilige drievuldigheid: wijn, nachtduister en klassieke muziek – en bij het vergeten van zijn schuchterheid en remmingen in het algemeen: ‘Dankzij alcohol voorkom je dat de wereld je strot dichtknijpt.’ Maar minstens één keer had de drank Buk bijna de strot dichtgeknepen. Na een mythisch geworden slemppartij belandde Bukowski in 1954 in het LA County Hospital met een bijna fatale maagbloeding – uitgerekend een transfusie met bloed van zijn vader hield ’m in leven. Bij zijn ontslag uit het ziekenhuis meldden de dokters dat hij dood zou vallen als hij niet ver van alle alcohol bleef. Een mededeling die zoveel onrust in ’m opwekte dat hij die enkel kon kalmeren door meteen in de dichtstbijzijnde bar een paar biertjes te drinken.

Toen Martin Coenen in juli 1986 bij Bukowski op bezoek ging voor een memorabel Humo-interview, moest hij mee aan de drank: ‘Dat lijkt me een faire afspraak. Ik wil niet geinterviewd worden als de interviewer niet drinkt. Dan voel ik mij alsof ik tegen een muur zit te praten.’ Coenen stemde toe, met succes. In de loop van het marathoninterview loste Bukowski zelfs enige filosofie: ‘Mijn enige filosofie is dat iedereen moet schijten en na het schijten zijn kont moet afvegen. Onthou dat. Niemand is beter dan een ander, alle mensen zijn hetzelfde. Behalve ik, of course.’

Toen Buks dood bekend werd, annuleerde de barman van Musso & Frank, zijn lievelingsrestaurant in Hollywood, prompt een grote riesling-bestelling.

'Alcohol is één van de geweldigste dingen op aarde – naast mezelf. Geen wonder dat we zo goed overeenkomen'


8. Een sixpack troost

Zes romans schreef Charles Bukowski, een sixpack troost: ‘Postkantoor’ (1971), het in negentien nachten geschreven relaas van zijn twaalf jaar als postbeambte; ‘Factotum’ (1975), over een leven op de rand van de vulkaan; ‘Vrouwen’ (1978), een verslag vanop het slagveld van de erotiek; ‘Kind onder kannibalen’ (1982), het even trieste als geestige verhaal van zijn jeugd; ‘Hollywood’ (1989), een sleutelroman over zijn ervaringen als scenarist voor de film ‘Barfly’; en het postuum verschenen ‘Pulp’ (1994), een parodie op de hard-boiled detective à la Chandler.

In zijn proza – Bukowski schreef ook een stapel prima verhalen – zoekt de schrijver de marge op in ziekenhuizen, gevangenissen en bordelen: ‘de universiteiten van het leven; in alle drie heb ik een academische graad behaald’. Hij evoceert een wemeling van hoeren en pooiers, dronkaards en bedelaars, van zakkenrollers, bordenwassers en zakkenwassers. Een menselijke jungle, geëxploreerd door een misantroop.

Bukowski noemde zichzelf ‘een fotografische schrijver’: hij beschreef de dingen zoals hij ze zag of zoals ze zouden kunnen gebeuren. Het leven aan de zelfkant zoals het is, een vleugje verdicht: ‘Ik lieg, maar geloof me: het is allemaal waar.’ Hij putte gretig uit zijn belevenissen in de achterbuurten van New Orleans en Philadelphia en – vooral – in East Hollywood in LA. Zijn literaire alter ego noemde hij Henry Chinaski – een klanknabootsing van een door drank verlamde mond die de naam Bukowski wauwelt. De romans en verhalen ventileren snoeiharde maatschappijkritiek, die bijt naar het kapitalisme dat een marginale onderkaste gecreëerd heeft voor wie leven gereduceerd wordt tot zuipen, vechten en neuken. In een periode van bloeiend vooruitgangsgeloof en schier eindeloze groei schreef Buk over de drop-outs die niemand wilde kennen: de gekken, de eenzamen, de lelijkaards. Het grote verschil tussen Bukowski en zijn personages, Henry Chinaski incluis: hij heeft geschreven, wat hem minstens tot een ander soort loser maakt dan de hem omringende losers.

Schreef Bukowski zijn beste poëzie na 1980, zijn beste proza dateert van voor 1983, met ‘Kind onder kannibalen’ als hoogtepunt. Buks allerbeste boeken hebben vandaag nog niks aan kracht ingeboet, omdat hij proza schreef dat – verrassend voor een drankorgel – lijnrecht op zijn doel afgaat. Een snelweg naar de kern van de zaak. Hij was een meester van de kaalslag, de klaarheid en de eenvoud: ‘Stijl is het antwoord op alle vragen.’


9. Scripted reality

De bekendste Bukowski-film is ‘Barfly’ (1987) van Barbet Schroeder, gebaseerd op Bukowski’s leven en door hemzelf van een scenario voorzien. Mickey Rourke is Hank, Faye Dunaway Linda. De schrijver was niet onder de indruk van het resultaat, maar de film heeft zijn roem en rijkdom minstens gekwadrateerd. Daarnaast werden nog drie films naar werk van Bukowski gemaakt: ‘Storie di ordinaria follia’ (1981) van Marco Ferreri, vooral memorabel wegens een bloedmooie Ornella Muti; ‘Factotum’ (2005) van Bent Hamer, met Matt Dillon als Bukowski; en ‘Crazy Love’ (1987) van Dominique Deruddere. Die laatste is zijn film in hoogsteigen persoon aan Bukowski in LA gaan tonen. Toen de schrijver de cassette in de videorecorder stak, liep Deruddere het huis uit met een fles tequila in de hand. Zijn laatste woorden: ‘Bukowski gaat hier niet van houden.’ Dat dacht de schrijver zelf ook, maar hij vond het een prachtige film. Later dit jaar komt ‘Bukowski’ van James Franco in de zalen, een verfilming van ‘Kind onder kannibalen’. De film is naar verluidt af, een releasedatum is er nog niet.


10. De laatste hoer

‘Fame is the last whore’, zo begint het gedicht ‘Supposedly Famous’. Bukowski was niet uit op roem. Hij noemde zichzelf ‘een bevroren man’, die moeilijk contact legde met anderen en sinds zijn jeugdleed mensen maar moeilijk kon vertrouwen. De roes hielp die schuchterheid te vergeten, de roem intensifieerde ze – alsof de bevroren man verwaterde onder de warmte van de spots.

Buk prees zich gelukkig dat hij, zeker vóór ‘Barfly’, vooral in Europa bekend was. Om het monster van de roem niet te voeden, hield de onverbeterlijke naysayer bij de release van die film trouwens alle grote Amerikaanse tv-talkshows af. Een gegarandeerd spektakel werd ons jammerlijk onthouden, zo bewees zijn beruchte passage bij Bernard Pivot in ‘Apostrophes’ in 1978. Met grandeur en twee flessen wijn in de kraag zat Buk in de Franse literaire talkshow grensverleggend verneukeratief te wezen. Zijn verslag van die gebeurtenissen en van de rest van zijn bezoek aan Europa staat te lezen in het gepast getitelde ‘Shakespeare Never Did This’. Een heruitzending in januari 1985 noemde Marc Mijlemans in ‘Mijl op Zeven’ ‘het meest ontroerende en meest trefzekere t.v.-juweel van de laatste tijd’: ‘Ik scheur een blikje bier open en kijk verbijsterd en afgunstig toe.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234