Cherchez la femme: Begga D'Haese, 1 jaar na de dood van dokter Le Compte

Al was dokter Herman Le Compte een groot ambassadeur van het leven, hij had ook iets met de dood. Zo had de beroemde geriater een bizar kunstwerk in zijn bureau: een beeld van hemzelf, liggend in een doodskist. En toen hij op 3 januari vorig jaar overleed, ontdekte zijn echtgenote Begga D'Haese dat hij zijn afscheid zeer zorgvuldig had voorbereid.

'In zijn bureau vond ik een map vol documenten en instructies: hij had zijn eigen uitvaart al helemaal geregeld. Dat typeert hem: altijd voor mij en de kinderen zorgen. Herman was een echte bonus pater familias. Dat hebben we ook op zijn grafsteen laten zetten.'

Villa Le Compte in Knokke baadt op deze kille zaterdagochtend in een zee van zacht winterlicht. Begga D'Haese heeft, uitzonderlijk, nog eens thuis ontbeten, samen met haar jongste dochter. Ze staat erop dat we aanschuiven en schenkt dampende koffie. In de ogen van onze gastvrouw gloeit warmte en levenslust. Haar kinderen en haar werk zijn het medicijn tegen het gemis. Al kan dat soms nog ongenadig hard toeslaan, zegt ze.

Begga D'Haese «Vooral de ochtenden zijn lastig. Opstaan, en Herman die er niet is. 's Ochtends alleen aan tafel zitten kan ik nog steeds niet. Meestal drink ik snel een kop koffie, kleed ik me aan en ga ik buiten de deur ontbijten. In een tearoom of een bakkerij vol vreemde mensen voel ik me minder alleen.

»Als Herman opstond, zette hij altijd eerst de radio aan: klassieke muziek. Dat is ook mijn ding, klassieke muziek, ik heb nog klassieke werken gezongen en gespeeld. Maar ik kan nog altijd die radio niet aanzetten. (Slaat de ogen neer) Na een jaar kan ik nog altijd de radio niet aanzetten.»

HUMO Uw man is een jaar geleden overleden, net na de feestdagen. Hoe brengt u nu kerst en nieuwjaar door?

D'Haese «Het zijn heel moeilijke dagen. Gelukkig zorgen de kinderen ervoor dat ik niet alleen thuis zit. Kerstmis komen ze met z'n allen hier vieren. En met nieuwjaar trekken we erop uit. Ik weet niet waarnaartoe, dat is een verrassing.»

HUMO Het valt op dat er hier in huis maar enkele foto's of andere aandenkens aan uw man zijn.

D'Haese «Een paar dagen na zijn dood heb ik onze slaapkamer helemaal uitgeruimd. Zijn kleren in zakken gestoken en weggedaan. Alles van de muren gehaald en de kamer opnieuw laten schilderen. Andere gordijnen gehangen.

»Ik heb ook zijn heiligdom, zijn bureau, leeggemaakt. Mijn assistent reageerde geschokt toen hij al die spullen in de garage zag staan, klaar om weg te doen. Hij zei enigszins verontwaardigd: 'Maar Begga, dat was de dokter!' Ik heb 'm geantwoord: 'Ja Ivan, dat was de dokter, maar de dokter is er niet meer. En als ik in dat bureau kom, overvalt me zo'n verstikkend gevoel... Ik heb de indruk dat ik niet meer kan ademen, en dat is de bedoeling niet.'

»Ik weet wel dat de meeste mensen bij het verlies van een dierbare net de omgekeerde reflex hebben. Ik zag een televisiereportage over een vrouw die haar zoon verloren had: jaren na zijn dood was de kamer van die jongen nog exact zoals hij 'm had achtergelaten. Zijn boeken en papieren op het bureau, het onopgemaakte bed... Die moeder put daar wellicht troost uit, en ik veroordeel dat niet, maar mij is dat eerlijk gezegd een gruwel. Ik vraag me af: hoe kun je er op die manier ooit overheen raken en opnieuw een normaal leven leiden?»

HUMO Voor uw gevoel zou u dan het verdriet koesteren in plaats van de herinneringen?

D'Haese «Inderdaad. De mooie herinneringen moeten in je hoofd en je hart zitten. En die zijn er volop, hoor. Bovendien: ik koester ook enkele mooie foto's, en er hangt nog steeds een mooie karikatuur van Herman in zijn bureau.

»Heel het huis herinnert aan hem, met of zonder foto's en fetisjen. Als ik op de bank in de woonkamer zit, zie ik hem nog altijd de laatste keer door dat gangetje naar de slaapkamer gaan. Daarom kan ik nog altijd zo slecht beneden zitten: dan zie ik telkens weer die beelden. Als er bezoek is, of als de kinderen en kleinkinderen er zijn, dan is het nog te doen. Maar als iedereen de deur uit is, dan ga ik boven zitten.

»Ik heb onlangs besloten dat ik hier niet blijf wonen: ik ga het huis verkopen. Omdat iedere steen me doet denken aan wat er niet meer is. Het is een weloverwogen beslissing, die ik nu pas genomen heb omdat ik wilde afwachten of dat gevoel niet zou wegebben. Maar hier wonen en leven blijft dus moeilijk - door alle herinneringen. Bovendien heb ik zelfs na 35 jaar weinig voeling met Knokke. Het enige wat ik echt zal missen, is de zee.

»Ik wil in Gent gaan wonen. Ik heb daar veel vrienden en kennissen, en Gentenaars zijn charmante mensen. Daar zal ik trouwens ook dichter bij mijn kinderen zijn, want Knokke blijft een verre uithoek.»

Het volledige interview leest u vanaf dinsdag 30 december in Humo 3565.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234