null Beeld

Cherchez la femme: Deborah Campert'Remco intrigeerde me, zoals je ook van een moordenaar wil weten hoe hij eruitziet'

Als de lichtvoetige dichter Remco Campert straks, op 8 oktober, de trappen van het paleis opschuifelt om van koning Filip de Prijs der Nederlandse Letteren in ontvangst te nemen, wie loopt daar dan naast hem, in een Armani-jurk met een chique nieuwe pin op? Meet Deborah Spelman, mevrouw Campert.

'Toen ik Remco ontmoette, vond ik hem raar, onaantrekkelijk.'

HUMO Beste Deborah, op 30 september 1938 kwam je ter wereld in Kansas City, Missouri: zo’n plek waar een mens absoluut weg wil?

Deborah Spelman «Kansas City herinner ik me nauwelijks. Vanaf mijn 9de ben ik opgegroeid in Cincinnati, Ohio, en dat was een heel prettige, rijke stad. Vaak heb ik erover nagedacht: wat zou er van mij geworden zijn als ik daar gebleven was? Remco zei een keer heel spontaan: ‘Dan was je de eerste vrouwelijke president geworden!’ (schaterlach) Dat is het grootste compliment dat ik ooit van hem gekregen heb. Ook daar zou ik wel iets met kunst gedaan hebben, denk ik. Er was een goed museum, ik ging er veel naartoe, het was ook één van de weinige plekken waar je je vriendjes zoenen kon.»

HUMO Eelco Wolf, een Nederlandse student, is je daar komen weghalen. Hoe kwam die daar terecht?

Spelman «Een studentenuitwisseling, The Experiment of International Living. Ons gezin was kandidaat om een Hollandse student op te vangen. Ik was toen 16. Het liefst had ik zelf een meisje, maar het werd een jongen: Pieter Bloemendaal. Toen ik hem met mijn moeder ging ophalen, stapten daar negentien studenten uit de bus, onder wie Eelco Wolf. Ik zag die man, en werd letterlijk door de bliksem getroffen: zo’n mooi iemand had ik nog nooit gezien. Ik zei tegen mijn moeder: ‘I want hím!’ Waarop zij: ‘I do too!’ (schaterlach). Eelco beweert dat hij ook meteen verliefd werd. Hoe het ook zij, we zijn de hele zomer bij elkaar geweest.

»Daarna kwam hij toneel studeren aan dezelfde universiteit waar ik Engelse literatuur volgde. Op mijn 20ste was ik zwanger. Dat was, in Cincinnati in de vijftiger jaren, niet echt leuk: vrijen voor je getrouwd was, was een doodzonde. Zelf wilde ik een abortus. Mijn ouders waren heel open van geest, maar ook religieus. ‘Je kunt trouwen,’ zeiden ze, ‘of je kunt het kind aan de nonnen geven.’ Dan is de keuze niet zo moeilijk. Ik ben in het wit getrouwd, in de kerk, met alles erop en eraan: alleen mijn ouders en mijn beste vriendinnen wisten die dag dat ik zwanger was.

»Op 10 september 1959 ben ik op Schiphol gearriveerd, en mijn dochter Leslie is twee weken later geboren.»

undefined

''Je kunt trouwen,' zeiden mijn ouders, 'of je kunt het kind aan de nonnen geven.' Dan is de keuze niet zo moeilijk'

HUMO Nederland in de fifties was nog behoorlijk stuffy: viel het mee?

Spelman «Ik vond alles en iedereen interessant. Ook de taal. In drie maanden had ik Nederlands geleerd. Ik wilde ook lezen, en Eelco, die zelf schreef, zei me: ‘Begin met gedichten. Lees Remco Campert: eenvoudig en toch goed.’ En dat klopt.»

HUMO Je hebt het Nederlandse idioom inderdaad op een verbluffende wijze onder de knie gekregen. Zullen we nu al een absoluut hoogtepunt in je leven ter sprake brengen: die keer dat je Hugo Claus, Eddy van Vliet en Kees van Kooten met scrabble versloeg?

Spelman (schaterlach) «Alsjeblieft, schrijf dát in de Humo, Hugo weet het toch niet. Hij kon niet tegen zijn verlies, ik heb hem de uitslag doen ondertekenen, maar eerst weigerde hij dat. Ach, Hugo... Hij was meer dan een man!»

HUMO Remco Campert daarentegen vond je, heb je zelf eens opgeschreven, bij de eerste aanblik ‘een engerd’.

null Beeld

Spelman «Hij was toen met zijn prachtige vrouw, Lucia, die hoogzwanger was. Zijn derde vrouw was ze, en dat vond ik een schande, want je kunt niet geloven hoe groen ik toen was. Ik had nog nooit van ontrouw gehoord, van scheidingen... Ik wist níks. Die Campert intrigeerde me wel, zoals je ook van een moordenaar wil weten hoe hij eruitziet (lacht). Ik vond hem raar, onaantrekkelijk.»

HUMO Remco was zowat een veeltrouwer uit principe. In ‘Het leven is vurrukkulluk’ (1961) schreef hij: ‘Mensen moeten zoveel mogelijk trouwen. Het leven is maar kort, en het is de enige manier om in ieder geval een paar mensen goed gekend te hebben.’

Spelman «Leuk! Maar Remco is helemaal geen donjuan, hij trouwde gewoon sneller dan een ander zou doen. Ook mij vroeg hij meteen: ‘Wil je met me trouwen?’ Terwijl hij nog getrouwd was met Lucia. ‘Geen sprake van!’ heb ik gezegd.»

HUMO Met je mooie jongen Eelco was het inmiddels fout gelopen?

Spelman «Er was iets raars met die man. Ik wilde eigenlijk niet van hem scheiden, ik hou nog altijd van hem, maar hij was te gewelddadig. Zonder aanleiding kon hij plots een tafel optillen, met alles gaan gooien. En daarna was hij weer zó berouwvol... Hij heeft me een keer naakt de straat op gestuurd, ik kon nergens naartoe, kende niemand. Zo’n soort man was hij. Later is hij in de VS gaan wonen, maar we hebben nog altijd een band, hoe kan het anders? Hij was mijn eerste minnaar, hij is de vader van mijn twee kinderen, en hij bracht me naar dit land.»

HUMO En dan gaf hij je ook nog eens een naam: Deborah Wolf.

Spelman «Ja! Zelf heb ik eigenlijk nooit Campert willen heten, ook niet na ons huwelijk in 1996. Maar toen ik met pensioen ging in 2003, zei Remco: ‘Ik wil dat je Deborah Campert heet.’ Het heeft me een tijdje moeite gekost, maar nu merk ik dat ik er baat bij heb. Maar ik ben er wel blij om dat ik op eigen kracht, als Deborah Wolf, in de kunstwereld een reputatie heb opgebouwd. Ik vind Wolf, als klank, mooier dan Spelman, mooier ook dan Campert. Deborah Wolf, dát is een naam!»


Meisje bij de halte

HUMO Over je kennismaking met Remco, op 18 februari 1966, schreef je vijf jaar geleden in ‘C’est la vie’, een mailcorrespondentie met Barbara van Kooten: het was blijkbaar de dichter die jou veroverde.

Spelman «Een vriendin had ons samen uitgenodigd, en terwijl we daar op de bank zaten, vond ik hem lief. Hij droeg het gedicht ‘Brieven’ voor. Kijk, ik krijg nog kippenvel als ik eraan denk. Daarin komt die regel voor: ‘En zij op de bank lag te slapen onder de blauwe deken’... Wéér een bliksem die insloeg. Ik wist: ík wil die vrouw onder de blauwe deken zijn. Die avond heb ik hem nog mee naar huis genomen.»

HUMO Dat is snel: intussen had je behalve van de Nederlandse taal ook iets van de lossere Nederlandse zeden opgestoken.

Spelman «Nou, ik heb heel wat heren… gehad (schaterlach). Ik had de smaak te pakken gekregen.»

HUMO ‘Degene die ik liefheb’: zo heet je nu al vele jaren in Remco’s columns.

Spelman «Dat vind ik zo mooi! Heeft hij ook goed gevonden. Wat moet je anders schrijven? Mijn partner? Mijn vrouw?»

HUMO ‘Mijn vrouw,’ schreef Remco eens in een column, ‘klinkt alsof ze een hond is, een bankrekening of een regenjas.’

Spelman «Precies! Wat kan die man goed schrijven.»

HUMO Een andere keer schreef hij: ‘Behalve een poes heb ik ook een vrouw en daar schrijf ik niet over. Die wil ik niet delen met de lezer.’

Spelman «O, was ik vergeten, of ik heb het nooit gelezen, dat kan ook. Gelijk heeft hij: wie zou wel in mij geïnteresseerd zijn? Trouwens, Remco schrijft niet over mensen, hij schrijft over gevoelens, stemmingen.»

HUMO Mag ik vaststellen dat je ook voor zijn gedichten nooit een grote muze geworden bent?

Spelman «Nee, zijn muze, dat is het meisje aan de tramhalte – hoe vaak komt zo’n meisje niet voor!»

HUMO Er is wel het gedicht ‘Voor Deborah’, met de aanhef ‘Als ik doodga...’

Spelman «O, dat vind ik zo’n niks-gedicht! Het is gewoon géén gedicht, een kladje...»

HUMO Mooier vind je dan allicht het gedicht ‘Onzichtbaar’, ook aan jou opgedragen. De setting is Oostende, jaren 60 allicht.

Spelman «Dat is echt gebeurd. Remco was nog getrouwd met Lucia. Hij was in Oostende, ik wou zo graag naar hem toe, maar toen ik het hotel belde, kreeg ik te horen dat hij al vertrokken was. Dat kon ik me niet voorstellen, ik ging toch. En inderdaad, toen mijn trein het station binnenliep, stond Remco daar in een regenjas de krant te lezen: een wonder, en zo romantisch! Toen gingen we in een café bij de haven zitten, verliefd, en wat zagen we, vlak voor ons raam? Een enorme groene boot met in koeien van letters: ‘Lucia’. Alsof ze zo uit zijn bestaan wegvoer.»

'Met mijn temperament was ik door een ander soort man allang gedood'

HUMO De jonge Remco trouwde drie keer, kort na elkaar: met Freddy Rutgers, met de dichteres Fritzi ten Harmsen van der Beek, met Lucia van den Berg: heb je met hen nog te maken gehad?

Spelman «Fritzi heb ik enkele keren mogen ontmoeten, vond ik geweldig. Freddy wilde ik ook ontmoeten, maar die woonde ver weg in Frankrijk. Met Lucia had hij twee kinderen, haar heb ik natuurlijk goed gekend. Maar op één of andere manier bestonden die huwelijken niet voor mij. Remco is niet zo’n prater, en hij vertelde nooit iets over die vrouwen. Als hij bij ze wegging, liet hij ook gewoon alles staan. Als ik hem er iets over vraag: ‘Weet ik niet meer.’ Remco heeft het fantastische vermogen om alles wat vervelend is uit zijn hoofd te zetten. Hij kent geen stress, hij laat de dingen zoals ze zijn. Het is een heel vreemde man!»

HUMO Hier is een stukje interview met Remco, vroege jaren 90: ‘Na Freddy kwam Fritzi. Pure passie. Tijdens een ruzie gooide ik zelfs een asbak naar haar hoofd. Scènes uit de artiestenwereld. Toen we trouwden, was de wond nog niet genezen.’ Herken je die passionele Remco?

Spelman «Néé! Zo ken ik hem niet. Remco is een heel milde man. Met mijn temperament was ik door een ander soort man allang gedood (lacht).»

HUMO Late jaren 60 kwam Remco bij jou inwonen in de Valeriusstraat in Amsterdam: voor jou een promotie tot het Grote Literaire Leven. Zo was Gerard Reve al gauw in de buurt: hij had een tentoonstelling in de eerste kunstgalerie die je runde en drie weken lang, schreef je eens, kwam hij elke dag zijn pik tonen. Hoe moet ik me zo’n toonmoment voorstellen?

Spelman «Nou, ik zat achter mijn bureau en dan kwam Gerard langs met de broek naar beneden en met een schaal, waarop zijn pik lag uitgestald. Later las ik van Jan Wolkers dat hij dat vaker deed.»

HUMO Was het een mooi orgaan?

Spelman «Ik durfde nauwelijks te kijken. Hij stuurde me vroeger allerlei prentbriefkaarten, waaronder één of hij met mij een kindje kon maken.»

HUMO Vanaf 1970 had je je eigen kunstgalerie, Balans.

Spelman «Ik had op tv gezegd dat ik een rijke man kon gebruiken, die wou investeren. En de volgende dag nog meldde zich iemand. Kijk, dat soort geluk heb ik mijn leven lang gehad, op de juiste momenten. Die galerie had per ongeluk succes: ik wist zelf helemaal niet wat ik aan het doen was, maar het was het goeie moment en er waren veel minder galeries. Iedereen kwam daar: Harry Mulisch, Hans van Mierlo, het was de place to be. Op een dag kwam iemand me zelfs zeggen: ‘Weet je dat daar een paar Rolling Stones staan?’ – zelf had ik ze niet herkend. De zaak was populair, en toch was het ontzettend zwaar: ik betaalde een enorm hoge huur op de Leidsegracht, en alle drankjes voor die kunstenaars.»

HUMO Ook prinses Beatrix meldde zich daar weleens, meen ik: hoe kon dat?

Spelman «Ze was bij ons thuis geweest na een interview van me in de krant, eind ’69. Zo wist ze dat ik met Peter Vos zou gaan werken. Ze wilde haar man, een fan van Vos, met een paar tekeningen verrassen, en daarom kwam ze een keer langs bij ons thuis. Als ik daaraan terugdenk! Drie dagen heb ik gepoetst, zelfs de buitenkant van het huis, alle meubels die me niet bevielen had ik naar boven gebracht, schilderijen geleend… En al hadden we geen cent, ik had voor 75 gulden bloemen gekocht, en twee bij elkaar passende glazen, en ook twee kopjes, want ik wist niet wat ze zou drinken. Remco zat in een pak van Cardin. Het was een heel leuke middag. Het kwam niet zo vaak voor, denk ik, dat ze drie uur bij iemand thuis wat zat te drinken en te roken.»

HUMO Roken? Toch niet de in jouw kringen gebruikelijke wiet?

Spelman «Nee. Jammer, hè? Daar gaat je primeur. Zelf rookten we nu en dan. Ik zou dolgraag elke dag wiet roken, maar ik kan er niet tegen, en Remco al helemaal niet. Niet zolang geleden probeerden we het nog eens. ‘Hij gaat de pijp uit!’ dacht ik, zo hard moest hij hoesten.»

HUMO In die jaren 70, waarin het alle dagen feest was, werd je ook geregeld gesignaleerd in kopstand.

null Beeld

Spelman «Ja, deed ik altijd. Aanstellerij, hè, aandacht trekken. Ik vond het leuk, en het oogstte altijd een enorm succes. Ik wou dat ik het nog kon.»

HUMO Wat vond de schuchtere Remco ervan?

Spelman «Hij kon zich wel aan mij ergeren, maar gegeneerd heeft hij zich nooit, meen ik.»

HUMO Je had gewoon heel mooie benen?

Spelman «Had? Ik héb nog altijd mooie benen. Maar ik zal het je niet bewijzen.»

HUMO Een andere keer kon het dat je onverwacht op een mannenschoot belandde, zoals die van Joop den Uyl.

Spelman «Dat weet ik nog precies. Ik sprong gewoon op z’n schoot, en Den Uyl moest zo lachen, hij knuffelde me. Niet en plein public, hè, in een zijkamertje. Ik hoop niet dat ik dat met koning Filip ga doen (schaterlach).»

HUMO Altijd was er veel drank in de buurt. Heb je ooit gedacht dat de alcohol Remco of jou te gronde zou kunnen richten?

Spelman «Zeker. We hebben door die drank ontzettend veel kapotgemaakt, maar ook heel veel lol gemaakt. Ik weet niet hoe het anders had gemoeten (lacht).»

HUMO ‘Voor iemand die veel drinkt,’ zei Remco een keer, ‘drink ik niet zoveel.’

Spelman «Een hele goeie! Hij drinkt ook niet zoveel, maar hij vergeet weleens dat hij er echt niet meer tegen kan. Daarom hebben we nu de afspraak dat we allebei dagelijks niet meer dan drie glazen wijn drinken. Als er niks bijzonders aan de hand is, lukt dat wel.»

'Toen we gescheiden leefden, heeft Remco lang een verhouding gehad met een andere vrouw. Adrienne van Heteren: de naam zegt het al'

undefined


HUMO Was het ook de drank die jullie begin jaren 80 uit elkaar dreef? Je was het beu, schreef je eens, dat hij ‘stinkend en mompelend en ruzie zoekend’ van het café thuiskwam.

Spelman «Drank speelde mee. Om kwart over vier ‘s nachts kwam hij gewoonlijk thuis. Ik weet nog goed dat ik hem een keer met twee emmers water op het balkon opwachtte. Uitgerekend die nacht kwam hij níét naar huis: dat is nou écht Remco!»

HUMO Vijftien jaar woonden jullie gescheiden. Remco redde het prima alleen, zei hij eens. Geloof je hem?

Spelman «Ja, maar hij vergeet dan te vermelden dat hij in die periode heel lang een verhouding heeft gehad met een andere vrouw. Adrienne van Heteren: de naam zegt het al (lacht). Het wonderlijke is dat ik die vrouw nooit heb gezien, terwijl er in al die vijftien jaren toch maar één jaar is geweest dat we elkaar helemaal niet spraken. Hij heeft ook met andere vrouwen een relatie gehad, maar dat was een vrouw op wie hij erg gek was.»

HUMO Naar eigen zeggen maakte hij in die eenzamere jaren een uitstekende spaghetti bolognese.

Spelman «Of koude bonen uit een blik? Hij kan helemaal niet koken! Maar Remco heeft heel weinig eisen. Hij vindt dit huis fantastisch, maar hij kan overal wonen, denk ik, hij woont in zijn hoofd. De dichter Jacques Bloem, een vriend van zijn moeder, had Remco een keer aan de tramhalte zien staan en kwam haar zeggen: ‘Dat jongetje van jou heeft niets en niemand nodig.’ Dat is zo.»


Remco de mol

HUMO Ook in de gescheiden jaren bleven jullie ’s zomers samen naar het Franse buitenverblijf in Iviers trekken.

Spelman «Frankrijk is ons cement! 35 jaar lang gingen we daar samen naartoe, toch heel bijzonder? Een oud, vervallen, romantisch notarishuis, weg van de wereld. Remco kan dat woord niet uitstaan, maar ik ga het toch gebruiken: het was een ‘magische’ plek.»

HUMO Je moet wel heimwee hebben naar die naburige boer over wie Remco eens schreef: ‘De boer voelde zich aangetrokken tot mijn vrouw. In de garage greep hij een keer naar haar borsten, en op zijn sterfbed wilde hij door haar op zijn mond gekust worden.’

Spelman «O, dat was zo eng! Maar geloof me: ik kan echt ongelofelijk naar dat huis terugverlangen. Als ik daar na de lange rit ernaartoe de keuken weer binnenliep, kon ik bijna huilen van geluk.»

HUMO Op de Franse brocantemarkten kocht je ook veel van de voorwerpen die je nu toont in je boekje ‘Dierbaar’ – een hebbeding vol met hebbedingen. Je maakte uit een kist met dierbare voorwerpen een selectie, dingen die met dieren te maken hebben, en je schrijft er heerlijk lichte teksten bij.

null Beeld

Spelman «Die kist, dat ben ik. Die kist staat voor de dingen die ik gedaan heb. Begin jaren 80 ben ik voor de Kunstkamer van de AMRO Bank gaan werken – ik had mijn galerie opgegeven, Remco en ik woonden niet meer bij elkaar, ik had geen inkomen, ik was ontzettend eenzaam en ongelukkig. Na een paar jaar werd ik adviseur en ik weet niet hoe ik het allemaal gedaan heb, maar in de loop van 22 jaar heb ik tienduizend werken gekocht, zes tentoonstellingen samengesteld en vijf catalogi gemaakt. Ze liggen allemaal in de kist.»

HUMO Hoe zijn jullie weer samen in dit huis beland?

Spelman «We hadden al heel lang een vage afspraak: ‘Later, als we oud zijn, gaan we weer bij elkaar wonen.’ Maar als ik het wilde, had Remco weer iemand anders, en wilde hij het, dan had ik weer iemand anders. Of we hadden er allebei geen zin in. Midden jaren 90 kreeg Remco de vraag van de Volkskrant om samen met Jan Mulder een column te schrijven. Die avond zaten Remco en ik op de Kring, het was heel gezellig, en Remco zei: ‘Ik ben gevraagd voor een column, maar ik wil wel weten waarvoor ik het doe. Zullen we niet toch weer bij elkaar gaan wonen?’ Die avond besloten we: we doen het, en we zaten meteen te bedenken wat voor huis het moest worden – allerlei onmogelijke eisen hadden we.»

HUMO Dat heeft dus jaren geduurd?

Spelman «Helemaal niet. Een week later hoorde ik dat dit huis te koop stond. Ik had er kort tevoren een surpriseparty meegemaakt, en had toen nog gezegd tegen de gastvrouw: ‘Waarom mag ik niet in zo’n huis wonen?’ Ik ben meteen hiernaartoe gefietst, ik heb met de eigenares een fles wijn leeggedronken en het huis gekocht.

»Remco kon ik pas de volgende dag bereiken. ‘Remco, ik heb een huis gekocht! Je moet mee.’ En terwijl we door het huis dwaalden, zei Remco: ‘Welke verdieping had je mij toegedacht?’ Hij was het er helemaal mee eens: de tweede verdieping. De derde is van mij.»

HUMO De inrichting, neem ik aan, heeft hij helemaal aan jou overgelaten?

Spelman «Kijk, Remco is een fantastische schrijver, maar het is geen doener. Alles heb ik hier gedaan. Zijn luiheid komt mij goed uit, ik vind het heerlijk dat hij alles aan mij overlaat. Meestal ziet hij het niet eens als ik iets veranderd heb. Hij vindt alles goed. Remco is een mol, hij ziet niets.»

undefined

null Beeld


Nooit nog verliefd

Een zacht kloppen, Remco komt erbij. Vanochtend voelde hij zich niet lekker.

Spelman «Nou ik ben blij je te zien! Een lekker rustige dag gehad, je voelt je beter?»

HUMO Heb je het boek van Deborah, ‘Dierbaar’, al goed bekeken, Remco?

Remco Campert «Ja! Smullen!»

Spelman «Het is begonnen als een spelletje: waar heb ik dit ding gekocht? Wat kan ik erover vertellen? Ik zit nog het liefst achter mijn computer te schrijven, heb ik ontdekt, en zo had ik iets om over te schrijven. Remco heeft stof in zijn hoofd, ik niet. Een echte verzamelaar ben ik niet. Ik ben een kijker. En een hebber.»

Campert «En een koper! Kijken is kopen bij jou.»

HUMO Je vraagt je in het boek ook af waar de verzamelreflex vandaan komt.

Campert «Gewoon hebzucht!»

HUMO De illusie van controle komt ook ter sprake.

Campert «Dat is mooi, ja, Deborah heeft graag de regie.»

HUMO Een fraai afgebeeld object is de scheepstoeter: wordt die hier echt gebruikt om de hardhorige Remco naar beneden te toeteren?

Spelman «Dat is absoluut waar.»

Campert «Pak ’m! Hij klinkt heel alarmerend, hoor: ‘Huis staat in brand!’»

Spelman «Het duurt altijd even, maar uiteindelijk komt Remco tevoorschijn.»

Campert «Ik ben niet zo snel.»

HUMO Is het wat geworden met de computerlessen die Deborah je gaf?

Campert «Nee, dat is me niet gelukt. Ik ben zo opgegroeid met pen en papier en een schrijfmachine.»

Spelman «Het is niks voor Remco. Maar ik mag zijn columns op de computer tikken, dat doe ik met groot plezier. Bovendien verdien ik er geld mee: sinds kort betaalt Remco mij een tientje per column.»

Campert «Sinds kort? Dat doe ik toch al de hele tijd?»

Spelman «Nou, ik heb pas 600 euro, hoor. Als we het van het begin af gedaan hadden, was ik nu vermogend. Ik leg dat geld opzij, en de afspraak is dat we, nog vóór we naar het paleis gaan, bij Lippens, een heel mooie winkel voor sieraden, een pin gaan kopen voor op mijn Armani-jurk.»

HUMO Mag ik jullie bestaan in dit huis een happy end noemen?

Spelman «Nou, een ‘end’ is het zeker, ik denk niet dat er hierna nog iets komt. Vroeger, toen we apart woonden, dacht ik weleens: ik moet me eraan vastklampen dat het ooit anders wordt. Er komt nog een grote liefde! Dat denk ik nooit meer. Dit is het. En ik ben er ongelofelijk tevreden mee.»

HUMO Een stilstand na jaren van chaos, zo beschrijft Remco het in zijn nieuwste dichtbundel ‘Verloop van jaren’. Die stilstand bedoelt hij positief, denk ik, als een surplace waar de fietser plezier aan beleeft.

null Beeld

Campert «Ja! Mooi beeld. Een beetje doorleven wil ik nog. Maar verder…»

Spelman «Zou je niet nog één keer verliefd willen worden, Remco?»

Campert «Nee, veel te veel trammelant!»

Spelman «Ik ook niet hoor. We hebben alles!»

undefined

'Remco en ik hebben afgesproken dat hij 93 wordt, dat is een mooie leeftijd'

HUMO De dood spookt in menig vers van Remco’s nieuwe bundel. Is hij in jullie gesprekken ook zo aanwezig?

Campert «Natuurlijk zie je de dood onder ogen, alleen heb je tegelijk geen idee wat het is. De dood is een raar geheim, hè?»

Spelman «De meeste mensen zijn als de dood voor de dood. ‘Huuuhuu! Ik ga dood!’ Wij praten heel reëel over de dood. Wij hebben ook al heel lang euthanasiepapieren. En we hebben samen met Barbara en Kees van Kooten al een graf gehuurd. Het is begonnen als een grap tussen Barbara en mij, maar inmiddels is het een serieuze grap: waarom zou je naast een vreemde gaan liggen, en niet naast je vrienden?

»Ik weet wat Remco wil op zijn begrafenis, als hij eerst sterft. Dat vind ik handig. Van mij weet hij het niet. Moet je ook eens weten, Remco.»

Campert «Moet je een lijstje maken.»

Spelman «Hij trekt zich steeds meer in z’n schulp. Het schrijven houdt ’m erbovenop, zo is het altijd geweest. Ik vind het wonderlijk dat hij elke week nog twee columns schrijft. Remco is een medisch wonder. Van ’s morgens tot ’s avonds rookt en kucht hij, hij lijkt gewoon te stikken. Hij heeft een hoge bloeddruk, neemt zijn pillen niet op tijd. Hij heeft nog nooit aan sport gedaan, hij zit de hele dag. Alles wat niet mag. En toch is hij 86. We hebben afgesproken dat hij 93 wordt, da’s een mooie leeftijd.»

Campert «Ik hoop het.»

Spelman «Ik kan me het leven zonder Remco gewoon niet voorstellen. Als ik het een keer probeer, is het zo leeg, zo raar.»

Campert «Nou ja, andersom is dat ook zo.»

HUMO Mag ik van dit mooie moment gebruikmaken om het laatste gedicht van Remco’s jongste bundel ‘Verloop van jaren’ te lezen, dat Deborah nog niet las? ‘Wat zal ik zien / mijn laatste ogenblik op aarde? / Het gezicht van mijn geliefde? / Wat zal ik horen? / De fluistering van haar stem? / Het gezicht van mijn geliefde? / ...’

Spelman (na lezing van het hele gedicht) «Poeh! Wat mooi, Remco! (Staat op, geeft hem een kus) Ik huil niet snel. Dit is het mooiste wat je ooit voor mij hebt geschreven. Duizendmaal mooier dan dat eerdere gedicht ‘Voor Deborah’!»

HUMO Mag ik toch één bezwaar aantekenen? Remco doet het hier klinken alsof hij zijn laatste gedicht geschreven heeft.

Spelman «Ik denk dat het zo is.»

Campert «Nee, ik heb er weer nieuwe!»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234