Cherchez la femme: Karine Van den Heuvel, vrouw van Fernand Huts

Omdat we wilden weten of het met zo’n flamboyante flapuit als Fernand Huts wel gezellig toeven is, trokken we naar zijn vrouw Karine voor een rondje girl talk: ‘Ik ben niet de traditionele vrouw achter de man. Ik sta náást mijn man.’

'Ik ben vrouw genoeg om tegen hem in te gaan en vlammende ruzie te maken'

Twee uur tijd spenderen met Karine Huts is alsof je een parallel universum betreedt, waarvan we de dag voordien al via sms een glimp opvangen: ‘Ik zal u zelf komen halen aan het station. Ik rijd met een zwarte Lexus-jeep met een CC-bordje (ben ereconsul van Ecuador, knipoogsmiley). Ik ken jou niet dus jij moet de ‘herkenning’ doen. Tot morgen.’ We googelen alvast ‘Lexus-jeep’. Wanneer we daags erna het juiste portier opentrekken, zien we een teckel op een kussen liggen. ‘Dat is Isabelle. Zou je het erg vinden om achteraan te zitten? Normaal laat ik Isabelle bij de mensen op schoot plaatsnemen, maar er is nu geen tijd voor een kennismaking.’ Iets waar Isabelle duidelijk ook geen zin in heeft: wanneer we vanaf de achterbank haar kop proberen te aaien, snauwt ze. ‘Zie je, het is te gevaarlijk. Belleke is al twaalf jaar: een oud beestje.’

Eenmaal aangekomen op de HeadquARTers van Katoen Natie, waar de indrukwekkende kunstverzameling van het echtpaar ondergebracht is, nemen we de lift – volgens mevrouw Huts de ‘traagste van het westelijk halfrond’ – naar de tweede verdieping. ‘Onze tentoonstelling van Latijns-Amerikaanse kunst gaat hierna naar het Gallo-Romeins Museum in Tongeren. Op vraag van Patrick Dewael, die daar burgemeester is. Voor mij was hij één van de beste ministers van Cultuur die we ooit gehad hebben.’ Voor we kunnen uitmaken wat we daar nu precies op willen zeggen, stappen we uit – zo traag is de lift gelukkig ook weer niet. ‘Mannen, kom eens gedag zeggen aan den Humo!’ Twee van haar drie zonen, beiden dertigers, komen ons gehoorzaam de hand schudden, waarna we plaatsnemen aan tafel. Het moge nu al duidelijk zijn: Karine Huts ain’t nothing to fuck with.

HUMO Hoe spreken we u het best aan? Als mevrouw Van den Heuvel of als mevrouw Huts?

Karine Van den Heuvel «Iedereen kent mij als Karine Huts, dus gebruik dat maar.»

HUMO Van uw man weten we dat hij uit een boerenfamilie stamt, maar in wat voor gezin bent u opgegroeid?

Karine Huts «Mijn vader was stafhouder bij de balie van Mechelen. Mijn moeder heeft altijd een heel zwakke gezondheid gehad en bleef thuis. Haar gezondheid was ook de reden dat ik enig kind ben: meer had ze niet aangekund. Ze hebben haar zelfs verteld dat het al een mirakel was dat ze mijn bevalling overleefd had. Ze is overleden toen ze 53 was – ik was toen 22. Enorm triest. Ik heb m’n tweede zoon, Yves, naar haar vernoemd: zij heette Yvonne.

»Hoewel ze fysiek niet van de sterksten was, had ze wel een heel sterke persoonlijkheid. Ze was de oudste, en volgens wat ik uit de verhalen onthouden heb, heeft ze haar twee zussen heel veel gecommandeerd. Als het haar beurt was om af te wassen, zei ze: ‘Degene van jullie die me het liefste ziet, doet dat in mijn plaats.’ (lacht) En: het is de running gag in onze familie dat zíj Fernand voor mij uitgekozen heeft. Dat zat zo: we studeerden allebei rechten aan de universiteit van Leuven en zaten ook in hetzelfde jaar. Fernand, die onder meer preses was van het Katholiek Vlaams Studentenverbond en met van alles bezig was behalve met zijn studies, ging niet al te veel naar de les. Tijdens de inschrijvingen voor de examens zijn we aan de praat geraakt, en vroeg hij of hij mijn notities mocht lenen.»

HUMO Een klassieke truc!

Huts «Toen hij ze kwam halen, is hij de hele avond blijven plakken: hij heeft úren met mijn moeder gepraat.»

HUMO Dat is dan weer iets minder klassiek.

Huts (lacht) «Na afloop zei ze: ‘Ik heb een interessante avond gehad!’ Toen ik hem weer naar het station bracht – hij had geen auto – zei hij: ‘Clarice, uw moeder is een grote dame.’ Waarop ik: ‘Bedankt, maar ik heet helemaal niet Clarice.’ Hij had mijn naam niet eens onthouden. Ja, de prins op het witte paard (lacht).

'Na onze eerste date had hij mijn naam niet eens onthouden'

»Ik zocht er dus verder niets achter. Het werd pas duidelijk toen hij in Australië zat en ik in het toenmalige Zaïre. Ik was op vakantie bij mijn tante die in Kolwezi woonde, hij verbleef drie maanden in Australië op uitnodiging van één of andere organisatie. We schreven toen brieven naar elkaar, en dat werkte best goed: het duurde maar een week voor een brief vanuit Australië mij in Afrika bereikte. Toen ik alweer thuis was, arriveerde er weer eentje. Mijn moeder – voor wie ik geen geheimen had – porde me aan: ‘Lees ’m voor, lees ’m voor!’ Het was iets in de trant van: ‘Vergeef dit gemijmer van een laatavonddromer, maar er loopt in Leuven een meisje rond dat ik graag beter zou leren kennen.’ Een práchtige brief. Waarna m’n moeder zei: ‘Ja, nu komt die op z’n holleblokken, hé.’ Vanaf dat moment kon je er inderdaad niet meer naast kijken (lacht).»

HUMO Vanaf die brief was het in kannen en kruiken?

Huts «Bijlange niet. Toen hij terug was van Australië, hebben we eerst nog vaak met elkaar afgesproken. Ik vond Fernand een sympathieke knul. Dat zal mijn moeder wel gemerkt hebben: ‘Ik heb een voorgevoel: dit is ’m.’ Ze is op 3 januari 1973 gestorven, maar op oudejaar heeft ze hem nog bij zich geroepen, en hebben ze de hele dag gebabbeld. Uitzonderlijk, want ze wilde niet meer al te veel mensen rond zich. Daarna zei ze: ‘Nu ben ik er gerust op.’»

HUMO Was uw vader even enthousiast om u in de armen van een poëet achter te laten?

Huts «Ze hebben allebei nogal een sterk karakter, en mijn vader was ook nog eens advocaat – die gaan ál-tijd in de clinch. Ze maakten ruzie om het minste: zelfs over de vraag of Nixon nu wel of niet moest aftreden. Mijn vader heeft hem eens gezegd: ‘Je moet dat verstaan, Fernand: het is moeilijk voor een generaal om zijn troepen af te geven.’ Ik dacht: ‘Allez merci, die troepen ben ík wel, hé, maar die hebben precies niets te zeggen.’

»Mijn vriendinnen waren aanvankelijk ook niet erg happig op onze relatie. Je had moeten zien hoe hij er toen bijliep: z’n regenvest was verkeerd geknoopt, en z’n sjaal lag op halfzeven. Z’n zakken zaten vol kranten, en hij ging nooit naar de kapper, waardoor hij een wilde bos krullen had. Ik deed altijd alsof ik hem niet kende (lacht). M’n vriendinnen zeiden: ‘Komaan, jij kunt toch beter krijgen!’ Maar ik was fan van zijn baard, en vond z’n geweldige gevoel voor humor onweerstaanbaar: hij kan iedereen aan het lachen brengen. Het is niet voor niets dat al mijn vriendinnen nu een boontje voor hem hebben.»

HUMO Zijn jullie meteen na jullie studies getrouwd?

Huts «Oeioeioei, nee. Ik ben eerst naar de balie gegaan en heb nog criminologie gestudeerd, hij is naar de Vlerick Hogeschool gegaan. Daarna is hij beginnen te werken bij het Eeklose staalbedrijf Steyaert, en niet veel later won hij bij de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel een reis van zes maanden naar Turkije, waar hij onderzoek moest doen naar de verkoop van sleutel-op-de-deur-fabrieken. Ik wou mee, dus zijn we getrouwd, in 1975. We waren er nog maar twee weken toen ik plots bericht kreeg van het parket van Brussel: ik kreeg de kans om gerechtelijk stagiair te worden. Dat laat je niet schieten voor een halfjaar Turkije, dus we zijn ons huwelijksleven elk in een ander land begonnen. Waren we wéér op brieven aangewezen. Lastig, zeker omdat hij bij thuiskomst meteen op wintersportvakantie ging, en daar zijn been brak: lag hij nog eens zes maanden in het gips (lacht).»

HUMO Hoe heeft hij u ten huwelijk gevraagd?

Huts «Pff, dat gebeurde indertijd niet. Jij bent van een romantische generatie. Voor ons was het simpel: we konden enkel samenwonen in Turkije als we getrouwd waren.»


Seksisme in de rechtbank

HUMO Hield u van de magistratuur?

Huts «Ik haalde er veel voldoening uit, maar eigenlijk wilde ik kunstgeschiedenis gaan studeren. Dat was buiten mijn vader gerekend: ‘Magistraat, dát is een mooie stiel voor een vrouw.’ Ik was al blij dat ik naar de universiteit mocht, want mijn vader vond: ‘Al die vrouwen die naar de universiteit gaan, stoppen met hun studies zodra ze een man aan de haak geslagen hebben.’ Toen dat bij mij niet het geval was, was hij trots op me: ik ben twee keer de jongste magistraat van het land geweest – zowel de jongste substituut als de jongste rechter.

»Rechtszittingen vond ik plezant, omdat je als rechter een beetje moet acteren. Ik herinner me een zaak waarin een 18-jarige jongen, ten tijde van de CCC (extreemlinkse terreurgroep uit de jaren 80, red.), zijn school had opgeschrikt met een valse bommelding. We waren daar verschrikkelijk streng op: zó moet je niet beginnen. In het begin van de zitting had ik een zaak gehad over een speelgoedwinkel die verboden voetzoekers verkocht: om te bewijzen dat dat allemaal niet waar was, had de winkelier een blad vol opgeplakte petards mee om te laten zien dat die niet illegaal waren. Tegen dat die 18-jarige voorkwam, lag dat blad onderaan in de stapel dossiers. Ik had me voorgenomen die jongen eens goed te doen schrikken: ‘Maak dat je hier buiten bent! Ik wil je hier nooit meer zien! Heb je dat verstaan?’ Om m’n woorden kracht bij te zetten, smeet ik zijn dossier keihard op de stapel neer, waarop alle bommetjes van die winkelier ontploften (lacht).

'Fernand is geen George Clooney, maar hij wordt er niet lelijker op, hè'

»Maar het werkritme was niet vol te houden, en er heerste openlijk seksisme op de werkvloer. Je werd letterlijk verteld: ‘Je neemt de plaats in van een man die een huishouden moet onderhouden. En als je dat niet wilt, dan moet je maar wat anders gaan doen.’ Ik was de enige rechter die van de voorzitter op woensdagmiddag getuigenverhoren moest afnemen, onder het motto: ‘Je denkt toch niet dat je privileges zult krijgen omdat je moeder van drie kinderen bent?’ Er was een collega bereid om met me te wisselen, maar tevergeefs. En ooit werd ik, net voor ik op zwangerschapsverlof vertrok, beschuldigd van een fout die een collega gemaakt had, en die ik nota bene zelf ontdekt had. Toen ik in een razende colère om uitleg ging vragen, kreeg ik simpelweg te horen: ‘Dat was om die collega te helpen hè, mevrouw.’ Degoutant.

»Mensen denken: ‘Een rechter heeft het toch gemakkelijk, die moet maar twee keer per week zittingen houden!’ Maar je moet je dossiers goed kennen en thuis je vonnis voorbereiden. In tegenstelling tot wat je misschien zou denken, heeft Fernand me daar altijd in gesteund. Toen ik weer eens in een hectische periode zat, zei hij: ‘Neem je dossiers mee naar zee, ik zal hier wel voor de kinderen zorgen.’»

HUMO U dacht niet: ‘Zo hoeft het voor mij niet meer?’

Huts «Ik ben een doorbijter. Ik ben pas weggegaan in 1992, nadat ik op het matje geroepen werd omdat ik Fernand vergezeld had op zakenreis – een rechter mag het land niet verlaten zonder toestemming van de overheid, en ze waren dat op de rechtbank op één of andere manier te weten gekomen. Katoen Natie was toen in volle bloei, en ik vroeg me af waarom ik nog aan die ratrace meedeed. Ik heb gedurende mijn magistratencarrière zeker twee keer een burn-out gehad. Maar weet je hoe ze dat toen noemden? Karottentrekken (een karottentrekker is iemand die uitvluchten verzint om iets niet te hoeven doen, red.). Zelfs al kon ik een ziektebriefje voorleggen! Dus besloot ik voor Katoen Natie te gaan werken. Een verbetering: mijn baas was mijn man, en die verstond waar ik mee bezig was.»

HUMO Door alles wat u nu vertelt, vind ik de uitspraken van uw man over ‘de moderne vrouw die door haar veeleisendheid haar man belemmert te ondernemen, en die qualitytime belangrijker vindt dan geld verdienen’ nog vreemder.

Huts «Ik zit niet in zijn hoofd: je vraagt beter aan hem waarom hij zulke dingen zegt. Ik kan alleen maar mijn verhaal vertellen. We zijn nu al een dik uur aan het praten: kom ik over als een vrouw die met zich laat sollen? Had hij ooit tegen me gezegd: ‘Ga jij maar naar je keuken,’ dan had hij niet gewéten wat hem overkwam.»

HUMO Heeft u de reacties – van ‘dinosaurus’ tot ‘achteruitgangsdenker’ – gelezen?

Huts «Niet allemaal.»

HUMO Omdat het lastig is voor u?

Huts «Ik heb daar geen last van. Fernand is groot genoeg om zichzelf te verdedigen: ik hoef geen moederkloek te spelen. Er wordt over iederéén ik-weet-niet-wat-allemaal gezegd in de pers. Plus: morgen heeft hij het weer ergens anders over, en heeft iedereen plots weer een boon voor hem. Fernand is geweldig charismatisch: blijkbaar heeft wat hij zegt gewicht, zowel in positieve als negatieve zin. En als ik het zelf niet eens ben met hem, ben ik vrouw genoeg om tegen hem in te gaan en vlammende ruzie te maken. Gelukkig gebeurt dat niet veel.»

HUMO In een reportage van ‘De afspraak’ nam u het incident luchtig op: ‘Ik vind het reuze dat hij door dit voorval gedwongen werd publiekelijk toe te geven wat mijn rol in zijn leven is.’

Huts «Om te lachen, natuurlijk, want hij heeft mij toen naar voren geschoven als bewijs dat hij geen seksist is: hij heeft mij altijd gestimuleerd om te gaan werken en studeren.»

'Altijd een verstandige indruk maken: dat is misschien nog het moeilijkste.'

HUMO In een interview dat in april in Het Belang van Limburg verscheen, zei hij nochtans: ‘Mijn zus moest alle meisjestaken doen. Wanneer ik tegen haar zei dat ik mosterd wou hebben, moest zij die gaan halen. Jongens werden grootgebracht met maar twee doelen voor ogen: werken en plezier maken. Ik geef mijn drie zonen dezelfde raad, maar ik heb feministische schoondochters die daar anders over denken.’ Heeft hij jullie zonen zo opgevoed?

Huts «Om kinderen op te voeden ben je met twee, en ik heb toch een groot deel van hun opvoeding voor mijn rekening genomen. Ik heb al m’n zonen leren koken – mijn oudste zoon is een prima kok – en de huisregel was: ‘Ik maak het eten klaar en zet het op tafel, maar daarna zit mijn taak erop.’ En zij hebben altijd zonder morren afgeruimd en afgewassen. Maar mijn man is natuurlijk van een andere generatie.»

HUMO Toch dezelfde als die van u?

Huts «De omstandigheden waren anders: mijn schoonvader was om vijf uur ’s ochtends al aan het werk – ook op zaterdag. Als die man ’s avonds in zijn zetel neerplofte, lag hij na vijf minuten al te ronken. Hij heeft bij mijn weten nog nooit een film uitgekeken. Fernand is dus een kind van zijn omgeving. Maar ik heb, net als veel van mijn vriendinnen uit het rechtswezen, die rollenpatronen doorbroken.»

HUMO Schrikken uw schoondochters van zijn uitspraken?

Huts «Ze kennen hem ondertussen al (lacht).»

HUMO Uw zoons werken ook alle drie bij Katoen Natie: de continuïteit van het bedrijf is dus verzekerd. Is dat belangrijk?

Huts «We hebben het geluk zonen te hebben die capabel zijn en het hopelijk ook graag doen. Maar ook zonder hen had het bedrijf moeten blijven voortbestaan.»

HUMO Yves, uw middelste zoon, was vroeger bassist bij de Nederlandse metalband Epica. Bent u een metalfan?

Huts «Natuurlijk! Ik heb het genre door Yves leren kennen, maar sinds hij er vijf jaar geleden mee gestopt is, loop ik een beetje achter. Maar ik kende heel veel bands: Rhapsody, Children Of Bodom (dat ze uitspreekt als Bo-dóm, red.)… Mijn geliefkoosde lied is ‘Nothing Else Matters’ van Metallica

HUMO Omdat het nog een redelijk rustig nummer is?

Huts «Het hoeft niet altijd zo rustig te zijn, hoor: de Hollanders van Within Temptation hoor ik ook graag. En Nightwish, KamelotSlayer is dan weer wat te hard naar mijn zin. Je zou de gezichten van de mensen eens moeten zien wanneer ik in de Fnac in mijn tailleureke door de metal-cd’s aan het snuisteren ben: onbetaalbaar.

»Ik ben met Fernand destijds naar Graspop geweest: dan stonden we te headbangen om Yves aan te moedigen. Fernand was helemaal als metaldude gekleed: een kilt, en plaktattoos op z’n armen en kaken. Maar eigenlijk is Fernand geen grote muziekfanaat: bij hem stopt het ergens achter Abba


Kaufen, natürlich!

HUMO Vergeef ons deze bedenking, mevrouw Huts, maar het lijkt me niet simpel om met uw man samen te leven. Zo las ik dat hij, vóór het Katoen Natie-tijdperk, zonder uw medeweten al uw spaargeld van uw rekening had gehaald om er zijn eerste bedrijf mee op te richten: Veldboerke, dat zich specialiseerde in biologisch gekweekte groenten en fruit.

Huts «Een normaal koppel spaart voor een huis. Wij dus ook, dacht ik. Dat geld stond op een rekening waar we allebei aan konden, en op een avond zei hij doodleuk: ‘Zeg, ik heb een bedrijf gekocht.’ Ik heb daardoor een tijdlang slechtgezind rondgelopen, maar ja, hoe had hij dat anders moeten betalen? En uiteindelijk heeft hij van ’t Veldboerke wel een succes gemaakt. Hij heeft daar ook enorm veel geleerd. Fernand zegt altijd dat het veel moeilijker is om een klein bedrijf als ’t Veldboerke te runnen, omdat je dan alles zelf moet doen.»

'Ik hoef voor mijn man geen moederkloek te spelen.'

HUMO U bent duidelijk een optimist. Wat als het was misgelopen en u al uw geld was kwijtgeraakt?

Huts «Als je vooruit wilt en samen voor iets staat, dan blijf je daar niet lang over zeuren: je begint te overleggen hoe je de dingen zult aanpakken. Je zit samen in een schip: je vaart samen of je zinkt samen. Daarom noemen ze dat wellicht ‘het huwelijksbootje’ (lacht). Het was een avontuur. En handig, bovendien: ik had al m’n groenten en fruit aan huis!»

HUMO U bent één van de vier ondervoorzitters van Katoen Natie. Bent u meteen die functie ingerold na de magistratuur?

Huts «Nee. Ik heb altijd voor Katoen Natie gewerkt, maar moest aanvankelijk nog mijn plek vinden. Ik ging al vaker mee op handelsmissie om onze firma bij klanten te gaan vertegenwoordigen. Daarna heb ik informatica gestudeerd aan de unief, omdat Fernand iemand zocht die de IT-afdeling kon leiden. Later heb ik geprobeerd een hr-departement uit de grond te stampen, maar dat is niet gelukt. Toen heb ik besloten me volledig aan onze kunstverzameling en handelsmissies te wijden, en dat zal ik nooit meer laten gaan.»

HUMO In de company bible staat dat Natie-bazen het niet met hun vrouw over bedrijfszaken mogen hebben. Is dat niet moeilijk als je samenwerkt?

Huts «Fernand probeert dat, maar ik ben niet dom, hè. Ik was eens met de mannen van de petrochemie op handelsmissie in Duitsland. We wilden daar grond kopen om uit te breiden. Op een gegeven moment zei de directeur, die waarschijnlijk dacht dat ik makkelijk uit het lood te slaan ben: ‘Kom, Frau Huts, we gaan apart zitten.’ Ik zag onze commerciële specialisten verkrampen: ik wist wel wat er ongeveer gaande was, maar kende de nitty gritty van dat dossier niet. ‘Was wünschen Sie: kaufen oder mieten?’ Die van de commerciële dienst hadden van de spanning ondertussen hun nagels in de armleuningen gezet, maar ze waren vergeten hoe goed ik m’n man ken: een Huts huurt niet als hij kan kopen (lacht). ‘Kaufen, natürlich!’ Ik hoorde een zucht van opluchting achter me. Altijd een verstandige indruk kunnen geven: dat is misschien nog het moeilijkste.

»Dus ja, noem je dat samenwerken? Ik ken m’n man gewoon goed: ik weet niet waarmee hij precies bezig is, maar ik weet wel wat z’n globale visie op de zaak is. Dat is toch normaal, als je 41 jaar getrouwd bent? We doen elk ons ding: ik zie hem enkel op de werkvloer als hij eens meegaat op handelsmissie.»


Mecenas

HUMO Hoe zijn jullie de kunstwereld ingerold?

Huts «Je weet ondertussen dat ik een voorliefde voor kunst heb. Toen de kinderen het huis uit waren, hadden we daar ook de centen voor. M’n eerste aankoop was een aquarel van Spilliaert, eind jaren 80, bij veilinghuis Bernaerts: ik stak bibberend m’n kaartje in de lucht en het werk was van mij. En we zijn daarin blijven doorgaan. Toen Fernand nog in het parlement zat, is hij zich, onder invloed van collega-parlementariërs, beginnen te interesseren voor de Cobra-beweging. Je begint altijd dichtbij: Belgisch werk, de schilders die bij bobonne ook boven het buffet hingen. Gaandeweg ga je dan de modernere toer op – iets van Wim Delvoye, bijvoorbeeld. En nu is de cirkel weer rond: Fernand heeft zich op oude kunst gestort. Vandaar de tentoonstelling ‘Voor God & Geld’.»

HUMO Die heeft een link met zijn werk: ze focust op middeleeuws ondernemerschap, waardoor de Zuidelijke Nederlanden een bloei van jewelste kenden en die periode nu bekendstaat als ‘de Gouden Eeuw’. Niet iedereen is erover te spreken: op de dag van de opening werd er door cultuurliefhebbers aan het Gentse Caermersklooster geprotesteerd tegen de vermarkting van de kunstsector. Hun boodschap: kunstenaars worden verwaarloosd, terwijl speculanten als koningskinderen behandeld worden.

Huts «Mochten we geen kunst kopen, dan zouden er evengoed stemmen opgaan die zeggen: ‘Het geld van grote ondernemingen is toch in circulatie: waarom doen ze dan niet aan mecenaat?’ Het is altijd iets. Wij kopen kunst en stellen die tentoon om het publiek de kans te bieden die werken te komen bezichtigen. We zijn niet van plan te verkopen: we willen gewoon een collectie van formaat verzamelen.»

'Wie me wil wegkrijgen van Fernands zijde, zal nog véél boterhammen moeten eten.'

HUMO Maar moet er zo mee uitgepakt worden? In het boek ‘Gouden tijden’, te koop op de tentoonstelling, geeft uw man zijn visie over de Zuidelijke Nederlanden. Filosoof Robrecht Vanderbeeken schreef: ‘Huts kocht zich een plaats in de vitrine van dit evenement, alsof een publiek cultuurhuis een bordeel is. Een blaam voor de vele private personen (Herbert Foundation, Verbeke Foundation) die wél op een integere manier met ons artistiek patrimonium omgaan.’

Huts «Ik vergelijk mezelf nooit met anderen. Kijk naar Amerika: daar pakken mensen ook uit met hun grote collecties. Denk maar aan de Morgans, de Fricks… Elk Amerikaans museum heeft zalen met het opschrift ‘In loving memory of’, gevolgd door de naam van de mecenas. Wij doen een beetje hetzelfde.»

HUMO U vergelijkt zich dan wel met de Morgans en de Fricks?

Huts (onverstoorbaar) «Ik vind het alleen maar positief als er ergens een mooie tentoonstelling te bezichtigen valt. Moet degene die het organiseert daarvoor op zijn kop krijgen?»

HUMO Vindt u, als kunstliefhebber, dat de overheid de Rubenstekening waar jullie onlangs 670.000 euro – exclusief veilingkosten – voor neertelden, had moeten kopen?

Huts «Wij hebben het toch niet afgepakt van de overheid?»

HUMO Dat bedoelen we niet. Maar Katoen Natie besteedt ook 0,5 procent van zijn jaarlijkse omzet aan cultuurwerking: goed voor ongeveer 8 miljoen euro, en evenveel als de erkende Vlaamse musea samen als subsidie van de overheid krijgen.

Huts «Er zijn al zo weinig centen: als de staat vindt dat ze het geld beter in iets anders investeren, wie ben ik dan om daarover te oordelen? Politieke beslissingen worden in cenakels genomen waar wij toch geen zicht op hebben. Wij proberen gewoon kunstwerken niet te laten verdwijnen in betonnen kelders.

»Ik was blij met de Rubenstekening. Ik had Fernand aangepord: ‘Deze ga je toch niet laten passeren?’ Vroeger heb ik hem dikwijls gezegd dat hij iets van Tuymans moest kopen, maar hij zag dat niet graag. Het is een lacune in onze collectie, maar bon: we hebben werken genoeg.»


Fernand Clooney

HUMO Went dat eigenlijk snel, zo’n luxeleven?

Huts «Ik ben wie ik ben, niet wat ik heb. Mijn juwelen werden al eens gestolen: stukken van m’n moeder, mijn verlovingsring en andere juweeltjes die ik van Fernand gekregen had. Ik heb geweend, maar: we zijn weer herbegonnen. Nu hebben we een leeftijd bereikt waarop het misschien moeilijker is om te herbeginnen, maar we zouden nooit bij de pakken blijven zitten.

»Ik had nooit verwacht dat mijn leven er zo zou uitzien. Wel gehoopt (lacht). Ik ben een geluksvogel. Ik vind het fantastisch dat ik dit allemaal mag meemaken en een vinger in de pap heb.»

HUMO Geld is macht, en macht erotiseert: u moet de vrouwen bij uw man wegslaan, allicht?

Huts «Hij is geen George Clooney, maar hij wordt er ook niet lelijker op, hé. Als je man vaak in de media komt, kun je daar niet omheen. Sommige vrouwen plakken aan hem of willen per se met hem op de foto. Of ze bieden aan om z’n tomate-crevette te snijden. Zelf heeft hij dat niet door. Ik maak van mijn tak indien nodig, maar eigenlijk heb ik daar geen last van. Ik ben nogal zelfzeker op dat gebied: ik sta náást hem, niet achter hem. En wie me daar wil wegkrijgen, zal nog véél boterhammen moeten eten.»

HUMO Krijgt u geen aandacht op buitenlandse missies?

Huts «Jawel, maar ik ben niet het type dat uitnodigt om te koezemoezen. Ik heb zeer veel mannelijke vrienden, maar die weten dat ik erg getrouwd ben met Fernand.»

HUMO Hoe zou u het samenleven met Fernand Huts in één woord omschrijven?

Huts «Passioneel.»

HUMO Verlangt u dan soms niet naar wat rust?

Huts «Dat hebben we gevonden in Kent, waar we nu hoofdzakelijk wonen – we zijn allebei grote anglofielen. We gaan er samen jagen of uit eten.»

HUMO U weet dat Bob Geldof ook een landgoed in Kent heeft?

Huts «Serieus? Dat zal ik eens navragen!»

Wilde feestjes coming up. Voor Huts afscheid neemt, krijgen we nog te horen dat we lijken op de vrouwen uit de schilderijen van Dante Gabriel Rosetti – geen idee of dat positief is, zullen we googelen – en vraagt ze ene Ronny om ons naar het station te brengen. We verontschuldigen ons dat hij daarvoor speciaal z’n dagtaak moet onderbreken, maar dat deert hem niet: ‘Als madam mij vraagt dat te doen, dan doe ik dat!’ Onderweg vertelt hij dat hij met dezelfde bestelwagen alle kunstwerken voor ‘Van God & Geld’ van Antwerpen naar Gent heeft gebracht, maar dat het hem niet zenuwachtig maakte op de baan te zijn met miljoenen euro’s aan kunst in de laadruimte: ‘Voorzichtig rijden, hé, en dat aan zo weinig mogelijk mensen vertellen.’ Simpel! Wanneer hij ons vraagt of we Fernand Huts’ uitlatingen seksistisch vonden en we antwoorden dat sommige mannen ook zelf vaker thuis zouden willen zijn, kijkt hij ons vreemd aan: ‘Ik niet alvast. Hahaha!’ In Antwerpen-Centraal belanden we weer in de gewone wereld. Sneu.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234