Cherchez la femme: Patricia Vanneste op de wijze van Balthazar

De nieuwe plaat van Balthazar – de opvolger van ‘Applause’ en ‘Rats’ – heet ‘Thin Walls’, en ze is een vrouw die op stiletto’s je hoofd binnen trippelt. 'Hopelijk is dit de doorbraakplaat.'

Frontmannen Maarten Devoldere en Jinte Deprez vertellen naar goeie gewoonte al veel in hun songs. Ik zoek dus een andere getuige, en vind Patricia Vanneste (27). Ze speelt, omsingeld door vier mannen, viool en synths bij Balthazar – verrukkelijke girl in een verrukkelijke band.

Patricia Vanneste «Ik vind ‘Thin Walls’ de beste plaat die we al gemaakt hebben. Ze is wat toegankelijker dan de vorige twee, zonder dat we aan subtiliteit hebben ingeboet. En het blijft mooi melancholisch – sierlijke, moeilijk te vangen weemoed is toch het wezenskenmerk van Balthazar. De melancholische liedjes werden deze keer trouwens vaker ingezongen door Jinte dan door Maarten – vroeger was het omgekeerd.

»Enfin, hopelijk is dit de doorbraakplaat.»

HUMO De doorbraakplaat? Vorig jaar verkochten jullie twee avonden na elkaar de AB uit, en in ‘De afrekening’ blijven jullie de tienbeurtenkaarten maar volmaken.

Vanneste (schalks) «Da’s waar, maar misschien heb ik het niet alleen over België, hè.»

'Eigenlijk kwam ik uit de klassieke muziek, maar dat was toch niet mijn wereld: mensen zijn er individualistisch en competitief, en laten weinig ruimte voor elkaar'

HUMO Maarten en Jinte schrijven de songs. Voel je niet de aandrang om meer je stempel te drukken?

Vanneste «Niet meer. Mijn vertrouwen in Maarten en Jinte is ontzettend groot: ze zijn erg goed in wat ze doen. We hebben ‘Thin Walls’ wel veel meer als een groep opgenomen. Zodra Maarten en Jinte ruwe aanzetten klaar hadden, gingen we de studio in, en daar herwerkten we die demo’s met z’n vijven tot het echte songs waren. We hebben ook voor het eerst een producer ingeschakeld. Die lichtjes andere werkwijze kwam er bewust: we wilden een ándere plaat maken – geen replica van ‘Rats’.

»Op de vorige platen had ik in m’n eentje alle vioolpartijen ingespeeld, maar nu heb ik Cordette, mijn studiokwartet, wat opgedrongen aan de groep. Niet omdat ik nadrukkelijker aanwezig wilde zijn, wel omdat ik geloofde dat het de strijkersarrangementen naar een hoger niveau zou tillen. Dat bleek een goeie move: iedereen was er heel blij mee. Al maak ik het mezelf zo live wel wat moeilijker, want dan is dat kwartet er natuurlijk niet bij. Het komt erop neer dat ik er een nieuw instrument bij heb. Het heet loop station (lacht).»

HUMO ’t Zijn geen verlegen maagden, Maarten en Jinte: hun zieltjes gaan weleens monokini in de songs van Balthazar. Voelt het niet vreemd om die hyperpersoonlijke teksten te zingen – want je doet ook de backings?

Vanneste «Het klinkt misschien een beetje wreed, maar ik luister meestal niet naar teksten. Als kind al was ik gefixeerd op de melodie: die is voor mij het wezen van een liedje, en bepaalt of ik iets voel. Ik zing een tekst na verloop van tijd ook als een opeenvolging van klanken. En zo gebeurt het weleens dat iemand me vraagt waar een song over gaat, en dat ik het simpelweg niet weet. Blijkbaar heeft Jinte ooit een nummer geschreven dat gebaseerd was op een voorvalletje uit mijn leven. Dat is intussen zes jaar geleden, en pas onlangs kwam ik erachter. Hij was wel een beetje pissig dat het zolang geduurd heeft voor ik het doorhad (lacht).»

HUMO Zijn er nummers die je dierbaarder zijn dan andere?

Vanneste «Ik blijf toch het meest gehecht aan de liedjes waar viool in zit – dat is nu eenmaal het instrument dat ik al 22 jaar bespeel. Ik heb ook keyboard leren spelen, omdat Balthazar die variatie nodig heeft. Dat lukt, maar ik doe het niet met hetzelfde naturel. Terwijl ik viool speel zoals ik zing.

»Het weekst word ik van de liedjes waarin we allemaal samen zingen. Met de hele groep in dezelfde trip zitten: dat blijft toch bijzonder.»

HUMO Dat zei je ook al toen ik jullie vorig jaar op tournee volgde: ‘De momenten waarop ik ontroerd word, zijn die waarop we er echt met z’n vijven staan.’

Vanneste «Ja: hoewel ik buiten Balthazar eerder een solitair mens ben, heb ik mijn podiumgeluk vastgeklonken aan dat van de anderen in de band. Als het niet gedeeld wordt, is het geen geluk.

»Met de groep lukt het me om competitief te zijn: als we met Balthazar meedoen aan een wedstrijd, vind ik het geweldig om die te winnen. Maar laat me nooit alleen los in een competitie. Waar zit de fun van winnen in je eentje? Ik verlang naar de harmonie van een groep die het sámen doet.»

HUMO Weet je waar de drang vandaan komt om niet in je eentje te excelleren?

Vanneste «Ik denk dat ik al iets te vaak uit de groep gevallen ben. Niet omdat ze me raar vonden of omdat ik ergens slecht in was, maar omdat ik het op de één of andere manier beter deed dan de rest, zonder dat daar veel moeite bij kwam kijken. Op school was ik bijvoorbeeld vaak de eerste van de klas, en eigenlijk vond ik dat helemaal niet fijn. Het zette me boven de rest, terwijl ik alleen maar bij de groep wilde horen. Dat is een gevecht dat ik nog altijd voer. Ik geloof dat ik moeite heb met trots zijn, ja. Daar hebben mijn ouders – zonder dat ik ze iets kwalijk neem, trouwens – wel wat mee te maken. Een tien op tien vonden ze normaal. Ik kon dus alleen normaal of slecht scoren – niet goed. Dat achtervolgt me wel. Want zelfvertrouwen haal je uit trots, toch? En ik blaak niet van het zelfvertrouwen.

»Weet je, mijn moeder is onlangs komen kijken naar Balthazar, en na de show zei ze iets interessants: ze vond het aardig dat wij er zo gewóón uitzien op het podium, dat we ons niet als extravagant presenteren. Daardoor, vond zij, was het voor het publiek makkelijk om zich in ons te herkennen. Kijk, daar ben ik dan blij mee. En natuurlijk gaat dat ook weer over de drang om niet verheven te zijn, over het verlangen om in die grote groep op te gaan.»

HUMO Mij lijk je net wel met zelfvertrouwen op het podium te staan. Er spreekt een kalme vanzelfsprekendheid uit wat je daar doet, iets heel beheersts.

Vanneste «En toch ben ik dodelijk verlegen. Spreek mij aan op straat, en ik begin instant te blozen. En toen ik op het huwelijk van mijn zus moest speechen, was dat een calvarietocht. Maar met Balthazar op het podium raak ik... (aarzelt) in trance is wat overdreven, maar het is alleszins een state of mind waarin ik besef dat ik mijn metier intussen wel voldoende beheers om het allemaal vlot te laten verlopen. Maar haal me uit de muziek, en alles zakt in. In Frankrijk heb ik bijvoorbeeld een paar keer de bindteksten voor mijn rekening genomen – mijn ouders zijn Waals, en ik ben dus tweetalig. Wel, het ontplófte in mijn hoofd – ik kan dat niet. Het voelde alsof ik in mijn blootje stond.

'Voor televisie-optredens willen ze me dikwijls iets aansmeren waarmee ik zo achter een vitrine in het Glazen Straatje kan'

»Af en toe zeggen de gasten in de band me dat ik meer moet durven. Nadrukkelijker het licht opzoeken, meer show geven. Maar dat is gewoon niet wie ik ben. Ik zie ook iets te veel muzikanten die in het echte leven verlegen en onzeker zijn, maar op het podium roekeloze leeuwen worden. Heeft zo iemand dan zelfvertrouwen, vraag ik me af, of net niet? En: is het niet gevaarlijk als je zelfbeeld zo afhangt van de adoratie die je richting uitkomt zodra je op een podium stapt?»

HUMO In ‘Girl in a Band’, haar impressie van een leven met Sonic Youth, schrijft Kim Gordon hoe ze op het podium tot haar eigen verbazing soms een glow of self-confident, joyful sexiness’ voelt. ‘It feels bodiless, too, all weightless grace with no effort required.’

Vanneste «En vertelt ze ook of het publiek daar een rol in speelt? Want daar heb ik soms best moeite mee: hoe je als girl in a band toch anders beoordeeld wordt dan als jongen. Op een concert in de Handelsbeurs in Gent had ik toevallig hetzelfde kleedje aan als op ons vorige concert daar – we treden zo vaak op en ik hou echt niet bij wat ik waar draag. In de krant kregen de gasten veel lof toegezwaaid, maar over mij werd alleen opgemerkt dat het toch jammer was dat de violiste hetzelfde kleedje aanhad als de vorige keer. Vaak gaat het ook over de violiste en haar glimlach – niet over de violiste en haar vioolspel. En voor televisieoptredens willen ze me dikwijls iets aansmeren waarmee ik zo achter een vitrine in het Glazen Straatje kan. Ik kreeg ooit letterlijk te horen dat er te weinig bloot in het programma zat, en of ik dat niet even kon oplossen. Terwijl: de gasten in de groep hebben drie tenues – en niemand die daar ooit iets van zegt.»


Halve neuro

HUMO Kim Gordon schrijft ook dat ze muzikanten niet gelooft die zeggen dat het hen allemaal overkomen is. Zij wist op haar vijfde al dat ze artiest zou worden. Hoe zat dat bij jou? Je hebt neurowetenschappen gestudeerd.

Vanneste «Jinte is ook zo iemand die het op zijn 5de al wist: ‘Ik ga muziek maken.’ Maar ik denk dat ik toen toch nog droomde van een toekomst als dierenarts (lacht).

»Muziek is al van in m’n kindertijd mijn grote passie, maar ik ben het bewust niet gaan studeren, omdat ik er mijn job niet van wilde maken. Uiteindelijk is het heel anders gelopen. Dat maakt wel dat de dingen heel duidelijk voor me zijn: ik doe dit omdat ik graag muziek speel. Niet omdat ik bekend wil worden of succes wil hebben – dat interesseert me niet.»

HUMO Waarom ben je eigenlijk neurowetenschappen gaan studeren?

Vanneste «Ik ben voortdurend op zoek naar het hoe en het waarom van de dingen. En onvermijdelijk kom je dan bij de hersenen uit: die bepalen véél.

»Ik kreeg de kans om te doctoreren, maar ging uiteindelijk toch voor de muziek – dat is echt een verscheurende keuze geweest. En, niet onbelangrijk: het is de popmuziek geworden. Want eigenlijk kwam ik uit de klassieke muziek, maar dat was toch niet mijn wereld: mensen zijn er individualistisch en competitief, en laten weinig ruimte voor elkaar.

»Mijn zus was mijn grote voorbeeld. Zij speelde viool en ging naar het conservatorium, maar op haar 18de moest ze stoppen omdat ze te veel last kreeg aan haar gewrichten. Eigenlijk zou ik haar eens moeten vragen hoe zij kijkt naar het jongere zusje dat het nu wél met de viool doet. Ze is dermatologe, mijn broer industrieel ingenieur – ik ben de rare in de familie.»

HUMO Hoe kijken je ouders naar Balthazar?

Vanneste «Met oordoppen in (lacht). Ze zijn trots, natuurlijk, en dat ik daar sta heb ik ook aan hen te danken: ze hebben mijn keuze nooit in twijfel getrokken. Pas achteraf heb ik gehoord dat ze zich wel degelijk zorgen maakten. Maar ze beseften wel dat ik niet de brandende ambitie heb van iemand die met zijn diploma een flitsende carrière wil uitbouwen. Ik snap ook dat het tot op vandaag heel dubbel voor hen is. Want ze zien hoe hun dochter doet wat ze graag doet, en daarmee waardering oogst. Maar ze zien ook hoe ik op het einde van de maand heel erg op de kleintjes moet letten – muzikant zijn is in België nog altijd geen vetpot.»


Graag traag

HUMO Balthazar heeft een nieuwe drummer: de jonge Michiel Balcaen.

Vanneste «We hadden er geen betere kunnen vinden. Alles is nieuw voor Michiel (achteraan midden op foto). Op weg naar Frankrijk zei hij plots: ‘Dit wordt mijn eerste keer in het buitenland.’ Hij zit vol verwondering, is optimistisch en dankbaar. Dat opent ónze ogen dan weer: ‘Tiens, we zijn toch met iets bijzonders bezig.’

»Kijk ik naar hoe Balthazar werkt, naar hoe we met elkaar omgaan, dan kan ik alleen maar concluderen dat we op het beste punt van de afgelopen tien jaar zitten. Daar heeft Michiel zeker wat mee te maken. En daarnaast heeft ook de tijd zijn werk gedaan. In de band kennen we elkaars handleiding nu wel, maar tegelijk weten we ook dat we die niet tot in de puntjes moeten volgen, want dan gom je jezelf uit.»

HUMO Jullie beheersen nu de kunst van het clashen?

Vanneste «We zijn op het punt gekomen waarop de dingen rustig uitgesproken kunnen worden. We kroppen niks meer op, maar we maken ook nooit ruzie. Ik hoor verhalen over bands waarin mensen dagenlang niet met elkaar praten, of net heel erg tegen elkaar gaan schreeuwen: dat gebeurt niet bij ons.»

HUMO Een groep als Intergalactic Lovers is gegroeid uit een hechte jeugdvriendschap. Balthazar niet.

Vanneste «Nee, wij waren muzikanten die wel iets in elkaar zagen – geen vrienden. Het vertrouwen is moeten groeien. Maar nu zijn we echt wel in het stadium aanbeland waarin we elkaar vrienden noemen. Gelukkig, want we moeten héél veel samen optrekken: we zien elkaar meer dan de vrienden die we zelf gekozen hebben. Maar het klikt allemaal in elkaar: de sfeer in de groep is nooit zo goed geweest, en als ik in de bus stap voor een lange tour, voel ik me niet meer ontheemd.»

HUMO Je stapt die bus wel in met vier mannen. Kim Gordon ontvouwt de theorie van de triangulaire mannenvriendschap: one on one zijn mannen niet geneigd om veel te zeggen. Ze hebben een externe passie nodig – muziek, bijvoorbeeld – om tot intimiteit te komen.

Vanneste «Ik heb dat ook al vaak gedacht. Vrouwen gaan makkelijker een koffie drinken als ze met iets zitten. Mannen hebben daar een activiteit bij nodig – ze gaan naar het voetbal, of ze richten een bandje op. Ligt daar misschien één van de verklaringen waarom er nog altijd veel meer mannen dan vrouwen in een band spelen? Omdat die muziek hun excuus is om intimiteit te creëren, terwijl vrouwen het rechtstreekser aanpakken?»

'Ik zie niemand van ons het aanleggen met een accountmanager'


Patrick en Patje

HUMO Ik denk dat ik van de liefde vooral troost verwacht. Wat jij?

Vanneste «Ik vroeger ook wel. Maar intussen heb ik geleerd dat je in de eerste plaats jezelf moet kunnen troosten. Want troost zorgt voor intensiteit in een relatie, maar ook voor een heel sterke afhankelijkheid. Ik ken veel mensen die aan zelfvertrouwen verliezen zodra ze in een relatie zitten. Je valt immers altijd terug op die ene persoon, terwijl het misschien verstandiger is om eerst zélf te absorberen wat er op je afkomt. Je moet in eerste instantie zelf de melancholie de baas kunnen.

»Ik weet gewoon even niet meer wat ik precies van de liefde moet verwachten. Na elke breuk moet je jezelf weer bij elkaar rapen, hè.»

HUMO Je bent samen geweest met Christophe Claeys, de vorige drummer van Balthazar. Is een koppel in een band een stabiliserende factor, of net een bron van onrust?

Vanneste «Ik heb het zelf alleszins nooit als negatief ervaren. En dankzij die relatie was er een rode draad doorheen mijn verschillende levens. Als ik thuiskwam van een tour, hoefde ik mijn lief niet opnieuw te leren kennen. De schokken werden getemperd doordat we alles samen meemaakten. Dat is belangrijk. Ik zie niemand van Balthazar het aanleggen met een accountmanager: die levens lopen te ver uit elkaar, en daar loopt de liefde op dood. Anderzijds moet je er ook voor zorgen dat je elkaar niet opslokt. Ik weet niet of álles delen een na te streven ideaal is.

»Christophe en ik hebben er altijd over gewaakt dat we geen eilandje werden binnen de groep. Maar hoe oprecht je dat ook probeert, er ontstaat toch altijd een onzichtbare grens. De andere gasten bleven wat op afstand, omdat ze dachten dat Christophe wel voor me zou zorgen. Nu is dat helemaal anders: de interactie is groter, en er wordt veel meer rekening gehouden met mij. Er is een soort van galanterie die er vroeger niet was. En vooral: iedereen is opener geworden. Dat heeft een positief effect gehad op de band. Er is veel meer kwetsbaarheid nu: we durven praten.

»Vroeger noemden ze me Patrick, nu Patje. (Glunderend) ‘Hey Patje, wat gaan we doen?’ – ik word daar zo blij van.»


Bekijk de video van Balthazars nieuwe single 'Then What':

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234