Chris De Stoop preekt hoop: 'Vroeger was xenofobie het monopolie van extreemrechts, maar nu dreigt het een nationale sport te worden'

Zijn dertiende boek is het gedetailleerde, met zachte inkt genoteerde levensverhaal van een groep bootvluchtelingen uit het Vietnam van de vroege jaren 80.

Zijn dertiende boek is geen handzame studiegids voor beginnende gynaecologen, wel het gedetailleerde, met zachte inkt genoteerde levensverhaal van een groep bootvluchtelingen uit het Vietnam van de vroege jaren 80. En dus ook bijzonder bruikbaar voor wie bereid is iets anders dan argwaan te voelen bij de vluchtelingen die anno 2018 hopen dat de zee niet boos wordt op hun bootje.

'Boze brulboeien overheersen het debat, maar ik ben ervan overtuigd dat de stille meerderheid nog steeds voor een tolerante samenleving is.'

De Stoop heeft het gedaan zoals hij het al twaalf boeken lang deed: speuren naar de protagonisten van zijn verhaal, ze volgen, en ze lankmoedig vragen wie ze zijn en wat ze gedaan hebben. Deze keer zijn ze de opvarenden van een gammel vissersbootje dat in 1981 vertrok uit Qui Nhon, een dorp waar het moeizaam ademhalen was. De Vietnamoorlog had net verwoestend gewoed, en het communistische bewind lachte z’n slechte gebit bloot. Aan boord van het bootje: Hung Thi Truong en 62 andere vluchtelingen.

Chris De Stoop «Ik leerde Hung en zijn familie bijna vijftien jaar geleden kennen: een vriend van me was hun buurman. Hun verhaal – en bij uitbreiding die hele geschiedenis van de Vietnamese bootvluchtelingen – fascineerde me, en ik nam me al vrij snel voor om er een boek over te schrijven. Dat voornemen bleef een hele tijd in mijn achterhoofd zitten, tot in 2015 de grote urgentie er plots was. De vluchtelingencrisis barstte los, en ik zag de beelden van al die wankele bootjes op de Egeïsche en de Middellandse Zee; van die anonieme mensenmassa die de oversteek naar Europa maakte. Op dat moment werkte ik aan ‘Dit is mijn hof’, het boek over mijn persoonlijke ontheemding. Ik besefte meteen dat ik daarna aan een soort ‘Dit is mijn boot’ moest beginnen: het nauwkeurig uitgespelde verhaal van één specifieke boot met vluchtelingen, maar exemplarisch voor álle boten.»

HUMO Waarom koos je voor een geschiedenis uit 1981? Je had ook het verhaal kunnen reconstrueren van een bootje met Syrische vluchtelingen dat recent de oversteek waagde.

De Stoop «Ik wilde drie fases uitvoerig beschrijven: de periode vóór de vlucht, de reis zelf, én het nieuwe leven in het land van bestemming. Voor die laatste fase is de recente vluchtelingencrisis nog te pril. De mensen die in het bootje van Hung zaten, zijn intussen 37 jaar in België. Zij kunnen wel al vertellen hoe je een nieuw bestaan opbouwt in een onbekend land – wat er allemaal bij komt kijken, en hoe het je dooreenschudt.»

HUMO De parallellen tussen toen en nu zijn opvallend. Ook in het tijdperk van de Vietnamese bootvluchtelingen speelden smokkelaars een even bepalende als dubieuze rol.

De Stoop «Ja, ook in Vietnam vormden vluchtelingen een business, een handeltje waarmee geld te verdienen viel. Hung en zijn reisgenoten betaalden 400 tot 800 dollar per persoon aan de smokkelaar. En ze werden bedrogen – ook dat klinkt vertrouwd. Er zaten uiteindelijk dubbel zoveel mensen op de boot als voorzien, terwijl er maar een fractie van de beloofde hoeveelheid water, voedsel en diesel was geleverd. Het kompas werkte niet, en op de tweede dag ging de motor stuk.»

HUMO Het verhaal van de reis zelf – negen dagen, acht nachten – weef je doorheen het boek. Een sterke maag strekt tot aanbeveling: je maakt de ellende tastbaar.

De Stoop «Het was een boot vol pis, stront en kots. En door het gebrek aan drinkbaar water in combinatie met de verzengende hitte begon iedereen vanaf de derde dag uit te drogen. Het controleverlies op zo’n boot is totaal. Je kunt niet weglopen, je kunt niet terugvechten – je kunt je alleen maar overleveren aan de elementen. Ik overdrijf niet als ik zeg dat ze vanaf de vijfde dag op die boot eigenlijk allemaal op hun dood lagen te wachten.

»In studies achteraf werd er berekend dat er in die tijd tot 200.000 Vietnamese bootvluchtelingen zijn omgekomen. Zelf raamden ze hun overlevingskans op ongeveer 50 procent. Maar ze namen het risico, omdat ze geen andere keuze hadden, zeggen de meesten mij.»

HUMO Gevangen in die claustrofobische ellende verdwijnt het laklaagje van de beschaving snel: het mooiste én het lelijkste van de mens komt naar boven.

De Stoop «Er waren discussies, en er ontstond zelfs een gevecht over een paar citroenen, die de ene van de andere gestolen had. Logisch, want het basale instinct dicteert je op zo’n moment om voor jezelf en je kinderen te zorgen. Maar er ontstond op die boot ook een hartroerende solidariteit. Mensen deden alles om elkaar in leven te houden.

»Ik wilde absoluut een genuanceerd verhaal schrijven. Wanneer alles wegvalt – je gezondheid, je comfort, je perspectief – wordt pas goed duidelijk dat een mens niet in één kleurtint te vangen is. De smokkelaar is geen superschurk, maar wilde ook vooral wég uit Vietnam. De vluchtelingen zijn geen superzielenpoten, want op die boot ontwikkelden ze ook intelligente strategieën om in leven te blijven – van hemden en broeken een zeil maken, bijvoorbeeld, of in een pannetje zeewater condenseren om er drinkwater van te maken, of de urine van baby’s drinken omdat die zuiverder is dan de urine van volwassenen. En de redder is geen superheld, want ook hij twijfelde.»

HUMO Die redder was de kapitein van de E.R. Brugge, een Belgisch vrachtschip. Maar hij was niet de eerste die het bootje opmerkte.

De Stoop «Veel erger dan de honger, dorst, uitputting en weerloosheid, veel erger dan de onderlinge spanningen en de angst, was de onverschilligheid. Ze zaten op één van de drukste vaarroutes ter wereld, en telkens als ze een schip zagen naderen, kregen ze hoop. Die sloeg om in wanhoop wanneer ze dat schip vervolgens weer zagen verdwijnen.

'Om te overleven op hun bootje condenseerden ze zeewater in een pannetje, of ze dronken de urine van baby's, omdat die zuiverder is dan de urine van volwassenen'

»Mensen redden kost tijd, en tijd kost geld – en dus haastten veel schepen zich wég van dat vissersbootje in nood. Dat gebeurde geen 3 keer, geen 10 keer, maar 26 keer – Hung heeft ze geteld. Het idee dat mensen zien hoe je aan het sterven bent, en er toch voor kiezen om je dood te laten gaan: dat is haast onbevattelijk. Je voelt je compleet waardeloos, je bent niets.»

HUMO Maar de 27ste boot – dat Belgische schip – pikte Hung en de 62 anderen dus wél op.

De Stoop «Telkens als ze zo’n groot schip zagen naderen, probeerden ze een andere strategie. Veel misbaar maken. Alleen de vrouwen en kinderen op het dek posteren. Doen alsof iedereen dood was. Nu gingen ze voor de laatste optie: de drie mannen die er het minst erg aan toe waren, lieten zich in een mandje naar dat schip drijven. De kapitein twijfelde, maar besloot na overleg om de 63 opvarenden te redden. In mijn boek reconstrueer ik het verhaal van ongeveer 25 van die mensen, en allemaal zeiden ze me dat het onmogelijk was om dát moment in woorden te vatten. Toen ze aan boord van het vrachtschip gehesen werden, overviel hen een monumentaal geluk. Hun dankbaarheid is altijd enorm groot gebleven. Nog steeds onderhouden ze in Oostende het graf van die Belgische kapitein, die kort na de redding gestorven is.»


Heimweepil

HUMO Van de 63 opvarenden kwamen er een aantal in de Verenigde Staten terecht, nog anderen in Australië, maar de meesten begonnen een nieuw leven in België. Een gesláágd nieuw leven, in de meeste gevallen.

De Stoop «Een paar van die mensen hebben zich nooit écht gerieflijk in hun nieuwe vaderland kunnen vestigen, en zijn aan de zelfkant van de maatschappij beland. Maar het merendeel heeft zich op een indrukwekkende manier opgewerkt: sommigen zijn dokter geworden, ingenieur, informaticus of ondernemer. Ik schrijf over twee zieltogende baby’s die de dood al in hun oogjes hadden op het moment van de redding. Zij zijn nu topbankiers in Luxemburg en Amerika.

»Begrijpelijk, want het zijn mensen die juist een betere toekomst willen, die er zelfs hun leven voor over hebben. Als die enorme innerlijke kracht en motivatie wordt aangesproken, is er veel mogelijk. Maar die energie wordt op dit moment veel te weinig aangeboord.»

HUMO Is die groep altijd één gemeenschap gebleven?

De Stoop «Heel lang is dat zo geweest, ja. Ze vormden een familie, en organiseerden elk jaar op de dag van de redding een reünie. Die datum is heilig voor hen: het is de dag waarop ze herboren werden en aan hun tweede leven begonnen – die term gebruiken ze allemaal. Het water waarop ze negen dagen en acht nachten doorbrachten, vormt de scheiding tussen hun oude en hun nieuwe wereld.

»Zo’n heftige gedeelde ervaring is een enorm bindmiddel, maar toch is de groep uiteengevallen in twee clans. Je hebt de clan van Hung, die in de jaren 90 geregeld begon terug te keren naar Vietnam, om er de familie te bezoeken. En je hebt de clan van professor Tran: principiële bannelingen die weigeren om een voet op Vietnamese bodem te zetten zolang het communistische regime daar niet verdreven is. Zij beschouwen de clan van Hung als collaborateurs van Hanoi. Nu, je moet wel weten dat professor Tran indertijd met zowat z’n hele familie is vertrokken – inclusief kleine baby, bejaarde moeder en hoogzwangere zus. Zijn hele familie is hier, wat het toch net iets makkelijker maakt om ‘Nooit meer naar Vietnam’ als principe te hanteren. Bij Hung ligt dat helemaal anders. Hij kan zich niet aan zijn verantwoordelijkheid – zeg gerust: schuldgevoel – tegenover z’n familie onttrekken. Dat is altijd op zijn gemoed blijven wegen.»

HUMO Er zijn niet alleen wrijvingen tussen diegenen die samen naar hier gekomen zijn. Er is ook de kloof tussen wie vertrokken is en wie achterbleef.

De Stoop «Die kloof ontstond al toen het bootje wegvoer. Het vertrek van Hung, bijvoorbeeld, kon je op twee radicaal verschillende manieren interpreteren. Hij vond zelf dat hij zijn leven op het spel zette, in de hoop om vanuit het Westen zijn familie te kunnen helpen – hij was dus moedig. Maar zijn familie vond toen dat hij z’n eigen hachje probeerde te redden en dat hij hen aan hun lot had overgelaten.

'Ik zou niet schrijven als het geen impact had. Maar ik zoek niet meer zo bewust schandalen op als in mijn vroegere werk'

»Aanvankelijk was het voor de achterblijvers verschrikkelijk. Ze kregen meteen de politie over de vloer. Sommigen werden maandenlang elke dag verhoord, van anderen werd het huis in beslag genomen. Een neef van iemand op het bootje werd zelfs dagenlang gemarteld in een leeuwenkooi, en heeft zich later te pletter gereden. De gevolgen voor de thuisblijvers waren dus dramatisch, en sommigen voelden zich echt in de steek gelaten. Maar op lange termijn waren de gevolgen wél heel positief: die groep van 63 zou uiteindelijk een leven lang keihard werken om geld en cadeaus naar Vietnam te kunnen sturen.

»De bootvluchtelingen zelf worstelden er ook mee. Omdat hun vlucht geheim moest blijven, hadden ze zelfs hun naaste familie niet mogen inlichten. Ze vertrokken met de gedachte dat ze hun familie nooit meer zouden zien, want gezinshereniging werd vroeger niet toegestaan door Vietnam. Dat zadelde hen op met een knagend schuldgevoel. Zeker Hung had het zwaar: hij had zijn vrouw en zes kinderen achtergelaten zonder ze iets te zeggen.»

HUMO De kloof tussen vertrekkers en blijvers werd nog dieper door de verschillende soorten levens die ze leidden.

De Stoop «Sinds de jaren 90 gaan de meeste bootvluchtelingen regelmatig op bezoek in Vietnam. Het land heeft nog steeds een rigide communistisch regime, maar naar het voorbeeld van China is de economie wel geliberaliseerd en zijn de grenzen opengegooid. Sindsdien bestaat er een term voor wie indertijd gevlucht is, en een leven heeft opgebouwd in het buitenland: de Viet Kieu. Keert zo’n Viet Kieu terug naar Vietnam, dan wordt hij meteen herkend: hij is groter, ronder, gezonder, beter gekleed en rijker. Ik heb het zelf gezien toen ik met Hung naar Vietnam reisde: hij wordt er als een wandelende portemonnee beschouwd, soms ook als een buitenlander. Op de ene plek is hij geen echte Vietnamees, op de andere geen echte westerling: dat is erg confronterend.»

HUMO In het begin van je boek schrijf je: ‘Hij was een bootvluchteling en zit in feite nog altijd op die boot.’

De Stoop «Voilà. Het is het fenomeen van de third culture kids: mensen die tussen twee culturen vallen, en daardoor een soort van hybride derde cultuur vormen. Het is een gevoel waar veel migranten mee worstelen, zelfs mensen van de tweede en derde generatie. En het speelt volgens mij een rol in heel veel problemen – of we het nu hebben over jihadisme, stadscriminaliteit of welk aan migratie gelinkt probleem dan ook. We hebben veel te weinig oog voor de rol van de diepgaande psychologische gevolgen van migratie.»

HUMO Dat fenomeen komt het meest tot uiting in het verhaal van Quyen, de dochter van Hung. Zij mocht 5 jaar na zijn vlucht overkomen – ze was toen 14.

De Stoop «Ja, via het ‘Orderly Departure Program’ van de Verenigde Naties, een groot hervestigingsprogramma voor Vietnamezen. Quyen beet zich hier in het leven vast, integreerde zich met een argeloos enthousiasme, en bouwde in het centrum van Brussel een succesvol restaurant op. Jarenlang ging het goed, al droeg ze ook altijd iets onbestemd melancholisch mee.

»Op bezoek in Vietnam zag ze na jaren haar eerste liefje terug, en toen viel een eerste dominosteentje. Sindsdien is het erg roerig in haar hoofd. Ze worstelt met een identiteitscrisis: ze vraagt zich voortdurend af waar ze vandaan komt, bij wie ze hoort, waar ze écht thuis is. Haar restaurant en haar familie staan onder druk. En ik begrijp dat, want het is de existentiële onzekerheid waar élke migrant ooit tegenaan loopt. Er bestaat geen handleiding of recept, hè. ‘Je moet je integreren,’ hoor je dan, ‘en tegelijk je authenticiteit bewaren.’ Ja, dat klinkt goed, maar wat betekent het precies? De Vietnamezen zeggen: ‘Als je over de rivier reist, moet je buigen volgens de bochten van de rivier.’ Maar ze zeggen ook: ‘Wie ooit gedronken heeft van de rivier, vergeet nooit de bron.’

»Migratie is één van de grote transities die een mens kan doormaken in zijn leven. Het is even ingrijpend als geboren worden, volwassen worden, trouwen, kinderen krijgen en sterven. Quyen is hypergeïntegreerd en succesvol, maar die welvaart beschermt haar niet tegen gevoelens van ontheemding. In Vlaanderen verlangt ze naar Vietnam, en in Vietnam naar Vlaanderen. Hoe rijk je ook bent: je kunt geen pil kopen tegen ontworteling.»


Passie! Wijn! Seks!

HUMO Een belangrijke factor in de geslaagde integratie van de Vietnamese bootvluchtelingen is dat ze hier welkom waren.

De Stoop «De kerk, het koningshuis, de politiek en de media riepen op tot actie, alle sociale organisaties werkten mee, en duizenden gezinnen waren kandidaat om hen op te vangen. Er was hulp te veel, en er waren vluchtelingen te weinig.

»Dat is het grote verschil met de huidige vluchtelingengolf. Het eerste en tweede luik – waarom mensen uit hun thuisland weg willen, en hoe de tocht verloopt – zijn perfect vergelijkbaar. Maar het derde luik – de opvang van de vluchtelingen – is dat niet. Mensen zitten nu jarenlang te verkommeren in vluchtelingenkampen, of maken een frustrerende tijd door in asielcentra. Met de energie van toen zouden we veel meer kunnen doen, maar dan moeten we wel onze houding tegenover migratie herdenken. Die mensen niet langer alleen als problemen zien, maar ook als kansen. De burgeroorlog in Syrië en de massale exodus die daarop volgde, zijn volledig vergelijkbaar met de Vietnamoorlog en zijn gevolgen, maar de wil om grootschalige hervestigingsprogramma’s op te zetten ontbreekt nu. Drie jaar na het paniekvoetbal en de totale chaos van 2015 is er nog altijd geen structureel, duurzaam immigratiebeleid.

»Ten tijde van ‘Ze zijn zo lief meneer’ (De Stoops eerste boek, over internationale vrouwenhandel, red.), 25 jaar geleden, zei ik al dat migratie één van de meest structurele maatschappelijke processen van onze tijd is, en dat we er alles aan moeten doen om daar een alomvattend beleid rond te bouwen. Maar vanaf de jaren 90 heeft men net het tegendeel gedaan. Men heeft die hele wereld van de migratie overgelaten aan de georganiseerde misdaad. En daar zitten we nu mee: migratie is de derde lucratiefste misdaadsector ter wereld, na drugs en wapens.

»De illusie leeft nog altijd dat we immigratie kunnen stoppen. Maar een wereld in beweging hou je niet tegen: in het beste geval moet je migratie sturen en beheersen, maar je kunt het nooit helemaal stopzetten.»

HUMO Het klassieke argument is: Europa kan niet iedereen opvangen.

De Stoop «O, maar er is niets mis met het bewaken van de buitengrenzen van Europa. We hebben gezien tot welke chaos ongecontroleerde migratie kan leiden – met niet alleen duizenden doden op zee, maar ook een afkalvend draagvlak voor migratie en een opkomend populisme tot gevolg. Van de kampen in Libië tot de snelwegparkings in Vlaanderen: overal heerst anarchie.

»Er is geen mirakeloplossing: je moet een mix van maatregelen nemen in de landen van herkomst én in de bestemmingslanden. Maar je moet ook openstaan voor een vorm van gecontroleerde, legale migratie in veilige omstandigheden. Daarmee haal je druk van de ketel. Als mensen zicht hebben op een visum of een werkvergunning, zullen ze liever hun beurt afwachten dan in zo’n ellendig bootje te kruipen om illegaal Europa binnen te komen.

»Het zal nog even duren voor de publieke opinie en de politieke geesten daar rijp voor zijn. Het verhaal van de Vietnamese bootvluchtelingen zou vertrouwen moeten wekken. Twee miljoen mensen zijn indertijd gevlucht uit Vietnam, en van hen zijn er 1,3 miljoen hervestigd, zonder grote problemen in het Westen – laat staan dat onze normen en waarden werden aangetast.»

HUMO Een niet onbelangrijk verschil: die mensen waren boeddhisten en in mindere mate katholieken. Nu gaat het vooral om moslims, en de islam raakt maar moeilijk ingeplugd op het Westerse stroomnet.

De Stoop «Dat is een valse tweedeling. Het boeddhisme staat zelfs veel verder af van het christendom dan de islam. Het christendom en de islam zijn allebei monotheïstische godsdiensten, en hebben dezelfde verhalen als basis. Maar door de recrutering van gastarbeiders uit Noord-Afrikaanse moslimlanden sinds de jaren 60, en de totale crisis van het afgelopen decennium in het Midden-Oosten, en de opkomst van het terrorisme, wordt de islam nu met alle zonden van Israël beladen. Het zijn bange, verwarde tijden met grote onzekerheden, en alle angst en achterdocht worden nu op één groep geprojecteerd. Vroeger was xenofobie het monopolie van extreemrechts, maar nu dreigt het een nationale sport te worden.»

HUMO Maar je kunt toch niet beweren dat de superdiverse samenleving een zonbeschenen picknick is geworden?

De Stoop «Ik heb de problemen nooit ontkend. Meer nog: ik heb er altijd over geschreven. In mijn boeken heb ik het over mensenhandelaars en jihadisten, en alles daartussen. Ik vond die periode van wegkijken van de problemen verschrikkelijk, maar nu is de slinger naar de andere kant doorgeslagen. De hele vertwittering van het debat over migratie vind ik afschuwelijk. De demagogie, het geroep, bij voorkeur zonder kennis van zaken... Toch zie ik het niet zo pessimistisch in. De boze brulboeien overheersen het debat, maar ik ben ervan overtuigd dat de stille meerderheid nog steeds voor een open, tolerante samenleving is. Dat dit een fase is die zal overwaaien, en dat de dingen weer ten goede zullen keren.

»De vraag die iedereen zich moet stellen is: hoe ver gaan we mee in die retoriek? Zijn onze normen niet razendsnel afgegleden de jongste jaren? Empathie was een zegen, maar wordt nu als een vloek gezien. Het wordt mensen nu kwalijk genomen dat ze hun ellende ontvluchten en elders een nieuwe toekomst gaan zoeken. ‘Hoe durf je naar hier te komen?’ is de teneur. Terwijl empathie en mensen in nood redden toch het fundament van onze christelijke beschaving is. Gaan we dat opgeven voor die hufterige oorlogsretoriek? Dertig jaar geleden was het ondenkbaar dat we vluchtelingen zouden beschouwen als de vijanden van Europa.»

HUMO Empathie lijkt me de grondstof waaruit al je boeken opgetrokken zijn.

De Stoop «Ik voel me aangetrokken tot de kwetsbare mens – de mens die in de problemen zit, die verpulverd dreigt te worden door iets dat groter en brutaler is dan hijzelf. Telkens weer zeg ik dat mijn volgende boek over de feestelijke geneugten van het menselijk bestaan zal gaan. Passie! Wijn! Seks! Om dan toch weer kniehoog in de ellende te eindigen (lacht). Ach, het is wat het is: ik kies graag ernstige onderwerpen, en ik hoop kennis en inzicht bij te brengen door me grondig in te leven in de mensen die ik portretteer. Dat levert me telkens ook veel drek op. Daarom zul je mij niet op sociale media vinden: aan dát mesthoopje ruik ik liever niet.»

HUMO Iemand als Theo Francken ergert zich aan zo’n vorm van engagement: het is activisme, vindt hij, geen journalistiek.

De Stoop «Ik heb altijd heel scherp de lijn bewaakt tussen journalistiek engagement en activisme. Je zult mij nooit betrappen op actie voeren voor wat of wie dan ook. Ik blijf in mijn rol als schrijver-journalist, iemand die de waan van de dag laat voorbijhollen, en de diepere werkelijkheid toont. Dat is wat ik altijd gedaan heb, wat ik nu doe met de vluchtelingenproblematiek, en wat ik zal blijven doen.»

HUMO Heeft een schrijver wel impact op de publieke opinie?

De Stoop «Mijn boeken hebben parlementaire onderzoekscommissies in verschillende landen opgeleverd, hoorzittingen, gerechtelijke acties, nieuwe wetgeving, hervormingen binnen justitie. Ik zou niet schrijven als het geen enkele impact had. Maar ik zoek niet meer zo bewust schandalen op als in mijn vroegere werk. Ik ben nu al blij als een lezer op het einde van het boek iets anders denkt en voelt dan in het begin van het boek.»

HUMO Je bent 60 geworden, net als je gewezen klasgenoot Tom Lanoye. Maar jou zag ik niet rondgereden worden in een oldtimer.

De Stoop «Ik sta met een milde jaloezie te kijken naar de theatrale kracht van Tom, naar zijn heerlijke hang naar theater. Maar er zit geen feestvarken in mij. Ik ben sober, té sober – het arbeidsethos van het boerenmilieu waarin ik opgroeide, heeft zich vastgezet in mij. Ik heb te weinig talent om kommerloos te genieten van de dingen.

»Ik ben de journalistiek ingegaan om de wijde wereld te verkennen, maar niet op een rock-’n-rolle manier: ik ging altijd naar arme landen, en altijd om iets grondig in kaart te brengen. Nog steeds kan ik moeilijk op reis gaan met als enige doel mezelf te amuseren. Die soberheid is soms een te strak korset, ja. Maar ik leef op hoop: misschien keert het op mijn oude dag, en leer ik nog ongebreideld genieten van lichtheid, feest en consumptie.»

HUMO Ik zie je volgend jaar op Tomorrowland!



Chris De Stoop, ‘Wanneer het water breekt’, De Bezige Bij

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234