null Beeld

Classic Albums: 'Graceland'

''Graceland' is' - aldus Onze Man in 1986 - 'een plaat over zachte misère: het leven dient Paul Simon geen messteken toe, maar bezorgt hem de zeurderige pijn van een schaafwonde. Er is geen verzet, er is alleen een lucied soort berusting.' Allemaal goed en wel, maar waar haalt een eenvoudige Joodse jongen uit New York de gotspe om, in volle apartheidsboycot, naar Zuid-Afrika te reizen, samen met zwarte muzikanten als de Boyoyo Boys en Ladysmith Black Mambazo een plaat op te nemen en zo de wereldmuziek (mee) op de kaart te zetten?

Redactie

PAUL SIMON «Ik had van een vriend een tape met township jive gekregen, muziek uit de zwarte sloppenwijken van Zuid-Afrika. Het deed me heel erg denken aan de R&B uit de jaren 50 waar ik zo van hield. Op die tape stond veel stuff van de Boyoyo Boys, een bandje dat heel bekend was in en rond Soweto. Mijn platenfirma heeft me dan in contact gebracht met hun producer, Hilton Rosenthal, een grote mijnheer in de muziekbusiness daar.»

- Maar de Boyoyo Boys zelf stonden niet meteen te springen om met jou in zee te gaan.

SIMON «Nee. Ze hadden net een minder prettige ervaring met Malcolm McLaren achter de rug (berucht geworden als manager van de New York Dolls en de Sex Pistols, red.). Op zijn eerste soloplaat stond een nummer, 'Double Dutch', dat volledig is opgebouwd rond een instrumentale track van de Boyoyo Boys, maar in de credits werden ze nergens vermeld. Toen ik kwam aankloppen, hadden ze net een proces tegen McLaren aangespannen om toch nog wat royalty's los te krijgen. Begrijpelijk dat ze een tikje wantrouwig waren.»

- Maar Hilton Rosenthal haalde hen over om toch op jouw plaat mee te spelen.

SIMON «Ja, hoewel ik denk dat ze zelf ook wel beseften dat het hun muziek - de officiële genrebenaming is mbanquanga - alleen maar ten goede kon komen.

»Er waren wel een hoop praktische bezwaren. Om te beginnen: in Zuid-Afrika een plaat gaan opnemen met plaatselijke muzikanten was in strijd met de culturele boycot tegen Zuid-Afrika. Ik ben nog met Quincy Jones en Harry Belafonte gaan praten, die veel contacten hadden in de Afrikaanse scene, en zij vonden dat ik het kon doen. Maar toch heb ik nog behoorlijk wat kritiek te slikken gekregen.

»Bovendien spraken maar weinig van die jongens Engels. Als ik ze vroeg om een D-akkoord te spelen, hadden ze geen idee waar ik het over had. Ze wisten eigenlijk niet eens wat dat was, een D-akkoord, want ze hanteerden een andere muzikale taal. Ik heb hen dus maar in het wilde weg laten jammen. Toen ik weer thuis was, heb ik ze laten overkomen om de losse eindjes weg te werken, en toen ervoeren zij dezelfde cultuurshock als ik een paar maanden eerder. Eén van hen vroeg me zelfs waar-ie moest zijn om zich bij de politie te laten registreren - dat was destijds verplicht voor zwarte Zuid-Afrikanen. Als het niet zo schrijnend was, zou het grappig zijn.»

Lees de cd-recensie van \'Graceland\'

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234