null Beeld

Claudio Magris - Het museum van oorlog

De Italiaanse schrijver Claudio Magris is al drie decennia een grote naam in de letteren omdat hij in ‘Donau’ op het juiste moment, op het einde van de jaren 80, een interessant verslag uitbracht van een reis door de Centraal-Europese beschaving. Sindsdien is hij ook in zijn oeuvre zozeer met zijn geboortestad Triëst vergroeid, dat citytrippers allicht ontgoocheld zijn als hij eens een middag niet opduikt in zijn stamcafé San Marco.

Ook voor zijn jongste roman ‘Het museum van oorlog’ (De Bezige Bij) vindt Magris zijn uitgangspunt in Triëst, en wel bij een zonderlinge inwoner van de stad: een man die van de creatie van een Totaalmuseum van de Oorlog zijn levenswerk heeft gemaakt, in de hoop zo na de verschrikkelijke conflicten van de 20ste eeuw voor de vrede te kunnen ijveren. Deze ‘tragische verzamelaar’ bestond echt, van 1909 tot 1974, hij heette Diego de Henriquez en sinds kort bestaat ook zijn museum in Triëst. In de roman krijgt de man geen naam, en evenmin een scherp portret: Magris zoomt in op de museumstukken die hij heeft verzameld, niet op biografische details, en de romancier zingt zich los van de feiten. Zijn verzameling (‘de uitrusting van de dood’) zag Henriquez – of is het Magris? – breed: evengoed als een tank horen er stekelige cactussen in thuis.

Soms is de verzamelaar zelf aan het woord, vaker nog duikt de stem van Luisa Brooks op. Zij is de projectleidster die ervoor moet zorgen dat Henriquez’ museum er komt, nadat de man zelf in een brand is omgekomen te midden van zijn verzameling, in de lijkkist waarin hij sliep.

De verdwenen verzamelaar was ook een groot dagboekschrijver, en enkele van zijn dagboeken zijn allicht niet toevallig verdwenen: hij had daarin opgetekend wat er te lezen stond op de muren van de Risera, de oude rijstfabriek van Triëst waarin de nazi’s duizenden mensen hebben omgebracht. Stonden op die muren ook namen van collaborerende burgers van Triëst? De kwestie is uit het collectieve geheugen weggeduwd, er zou ‘geen grond voor strafvervolging’ geweest zijn – ‘Non luogo a procedere’ is ook de oorspronkelijke titel van de roman.

Luisa Brooks wil van de verdwenen schriften de kern van het museum maken, voor Magris zelf is de strijd tegen het vergeten ook duidelijk de kern van zijn onderneming. Of zoals hij het zijn hoofdpersonage laat uitleggen, zoals vaker niet echt zuinig met woorden: ‘Ik strijd niet tegen de vergetelheid, maar tegen het vergeten van de vergetelheid, van het niet willen en niet kunnen weten dat er een verschrikking is die men heeft willen – moeten? – vergeten.’

Er is véél dat we niet mogen vergeten, de vraag is maar of je het allemaal in één roman kunt stoppen. Via het levensverhaal van Luisa Brooks trekt Magris wel erg grote brokken wereldgeschiedenis zijn roman binnen. Van moederskant komt Luisa uit een Joodse familie met het daaruit voortvloeiende oorlogsleed. Haar grootmoeder werd vermoord en haar moeder was mogelijk een verklikster, want ook dat is een weerkerend thema: ‘Het is moeilijk om in een situatie waarin het kwaad regeert, zelf geen kwaad te doen…’ Luisa’s vader was een zwarte Amerikaanse soldaat, waardoor ook de trauma’s van de slavernij binnen plotbereik komen. Aan de tocht die begonnen was in Triëst, worden stevige excursies toegevoegd naar Polen of het Praag van Reinhard Heydrich, maar ook in de tijd wordt er gereisd: Magris groef uit de koloniale archieven het bijzondere levensverhaal op van Luisa de Navarrete, een zwarte vrouw uit de 16de eeuw.

Het zwaarbeladen karretje dat deze roman daardoor is geworden, rijdt helemaal vast door het gebrek aan stilistische glans. Interessante inzichten worden gesmoord in te zwaarlijvige alinea’s, helderheid wordt niet altijd nagestreefd, menige metafoor is mislukt. ‘Een slechte adem van het hart’: nee, bedankt. En ook de trein van de Geschiedenis blijkt een slechte adem te hebben. Die Geschiedenis, met hoofdletter, duikt voortdurend op: Zij wordt vergeleken met een steen, een kadasterregister, een vuilstortplaats, een DNA-databank; Zij heeft menstruatiebloed en Ze knippert met haar ogen, die zo blind zijn als die van vleermuizen. Het is allemaal weer wat veel.

Claudio Magris heeft een potentieel interessant idee doen ontsporen. Spijtig, maar grond tot vervolging is dat niet.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234