Colin Dexter: de man achter Morse

In Engeland is moord big business. Voor amateur-Poirots en would be-Morses bestaan hier 'vakbladen' zoals 'Whodunnit?', 'True Crime' en 'Real Life Murders'. In hotels op het schijnbaar vredige Britse platteland houden lokale toneelgroepen en gespecialiseerde bedrijven Murder Weekends waarbij tijdens uw verblijf een 'echte' moord wordt gepleegd, met u, de gast, als een van de verdachten.

'Mijn boeken zijn als het leven: allemaal leugens, en pas op het eind de waarheid'

De crime de la crime van de Britse thriller-literatuur is allang niet meer Agatha Christie , maar wel Colin Dexter . Hij is de Shakespeare onder de misdaadschrijvers, en zijn schepping, Chief Inspector Morse , is de meest fascinerende moderne detective. 'Inspector Morse' is de Rolls Royce onder de detectiveseries, een monument van goeie smaak. 'Morse' is een politieserie, maar ook een feest voor de zintuigen, een unieke documentaire over de Britse countryside en een culturele hoorn des overvloeds. Moord was nooit eerder zo opvoedend. Het lijkt alsof Morse gemaakt is voor het soort mensen dat nooit televisie kijkt. Maar kijk 's aan: in de Britse kijkers Top Tien van het voorbije jaar besloeg de Morse-reeks vijf van de tien plaatsen. Jawel, kwaliteit en kijkcijfers zijn niet onverenigbaar. Dexters boeken zijn bijbeltjes in het genre, en Morse zal, net als Poirot en Holmes , uitgroeien tot een van de patroonheiligen ervan.

Oxford. Ik overnacht in The Randolph , het statige, Neogotische hotel pal tegenover het Ashmolean Museum. The Randolph , en meer bepaald kamer 310, mijn kamer, is in Dexters 'The Jewel That Was Ours' het toneel van een moord: een luidruchtige Amerikaanse vrouw wordt beroofd en gedood. Vijf jaar na die fictieve moord krioelt het van allesbehalve fictieve Amerikanen in The Randolph . Ze spreken Oxford uit als 'Arksford'. The Randolph profiteert mee van de Morse-rage: in de bar wordt zelfs Morse-bier getapt.

Een paar kilometer verder woont Colin Dexter in een huis dat het huis van Morse zou kunnen zijn, ook al staat er geen oldtimer Jaguar Mark II voor de deur. Mevrouw Dexter (in tegenstelling tot Morse is Dexter wel getrouwd) zet thee. De auteur laat op zich wachten. Detectives en sommige journalisten hebben meer dan één ding gemeen, dus speur ik wat rond. In Dexters boekenkast staan naslagwerken als ‘Murder Ink’, ‘20th Century Crime & Mystery’ en ‘Distinguished People of Today’ rug aan rug. Verder de volledige oeuvres (in het Latijn en het Grieks) van Homerus, Sofokles, en Euripydes; het ‘Oxford Book of Latin Verse’ en de videotapes van alle twintig Morse-episodes. Daar is hij: ouder dan ik dacht, 64, en gezegend met dezelfde melancholieke gelaatsuitdrukking als Morse. Twintig jaar geleden schreef hij zijn eerste whodunnit. Vorige week verscheen de laatste: ‘The Way Through the Woods’, door de Britse pers juichend ingehaald met ronkende volzinnen als ‘de triomfantelijke terugkeer van Chief Inspector Morse’.

HUMO In ‘Last Bus to Woodstock’ citeert u Goethe: ‘Im Amfang war die Hypothese’. Wat was er im Amfang toen u Morse schiep?

DEXTER «Ik wou absoluut een erudiete, verstandige, bezadigde detective scheppen. Een gecultiveerd man, a clever fellow. Ik ben zelf maar matig begaafd, ik moet het meer van inzet en doorzettingsvermogen hebben. Ik wou geen vechtersbaas, geen geaffecteerde fat à laPoirot, en ook geen te vergezocht, onrealistisch genie als Sherlock Holmes. Ik wou een beschaafd mens, iemand die bijwijlen geniaal is, die eigenlijk gruwt van de mondaine kant van zijn werk. Morse is een estheet. Het is iemand die voortdurend mentale gymnastiek doet, daarom laat ik hem voortdurend de kruiswoordraadsels uit The Times oplossen.

»Ik heb het altijd zalig gevonden in het gezelschap van Grote Geesten te verkeren: mensen die meteen doorstoten tot de essentie van iets, mensen die verbanden leggen… Ofxord University is wat dat betreft een perfecte voedingsbodem geweest. Hier floreert eigenlijk maar één industrie: het brein. Als je niet denkt, dan ben je niet op je plaats. »

HUMO Eigenlijk is een boek nooit af: het moet toch gebeuren dat de eerste druk in de winkels ligt, en dat de schrijver denkt ‘Verrek! Ik heb nog een briljant idee voor een ontknoping! Te laat!’ Ik stel me voor dat zoiets bij misdaadverhalen nog sterker speelt.

DEXTER «Oh ja. Als je whodunnits schrijft, probeer je volledig en precies te zijn – cross all the T’s and dot all the i’s –, maar zijn er altijd details die veranderen. Je kijk op de personages verandert ook zodra het boek gepubliceerd is. Het gebeurt regelmatig dat ik een boek herlees en denk: ‘Mmm, eigenlijk is Miss X een onuitstaanbaar wijf… Ik wou dat ik haar de moord had laten plegen.’ Ik doe m’n uiterste best om de plot minutieus uit te dokteren, omdat ik een hekel heb aan dubbelhartige ontknopingen. Je kent ze wel: psychologische whodunnits van zeshonderd bladzijden, meestal het product van een schizofreen brein, waar je op de laatste bladzijde nog steeds niet weet wat er nu precies is gebeurd, noch waarom het is gebeurd. In de filmindustrie heb je ook zo’n rage gehad: het open einde… Dat is een gemakkelijkheidsoplossing. Ik hou van algebra in mijn verhalen: ik wil aan het eind van de berekening X=2, een mooi afgerond geheel, en geen uitkomst van plusminus 6,789 in het kwadraat.

»In mijn laatste boek, ‘The Way Through the Woods’, wordt het eerste hoofdstuk bepaald door het laatste. Dat is makkelijk om te schrijven: je schrijft gewoon naar het einde toe. Maar het is voor de lezer ook een garantie van helderheid en soberheid. Er zit heel weinig vet in mijn boeken: elke zin heeft een functie, ik dwaal nooit af. Alleen ‘Last Seen Wearing’ had zes mogelijke ontknopingen, en dat is spannend voor de lezer omdat er zes verdachten zijn, maar het gevaar is dat je uiteindelijk de verkeerde moordenaar kiest. De motivatie is van essentieel belang, en als zes verdachten een motief hebben voor een moord, ben je als mens geneigd om de meest antipathieke te kiezen, terwijl dat misschien slecht is voor het verhaal.

»Een goed voorbeeld van hoe belangrijk details zijn is het feit dat in de boeken Morse en Lewis dezelfde leeftijd hebben. In de televisieserie is Lewis veel jonger, en een Northener, meer een product van de arbeidersklasse, als contrast met de high brow Oxbridge-mentaliteit van Morse. Dat vond ik een goeie vondst van de scenaristen, en ik kom in de verleiding de boeken aan te passen. In mijn eerste boeken reed Morse met een Lancia. Toen men de eerste televisieserie maakte, vond men zo gauw geen Lancia, en werd het een schitterende Jaguar. Dat bleek een schot in de roos: die Jag past bij Morse, het is een opvallende en tegelijk smaakvolle auto. Erasmus zei: ‘De redding der mensheid ligt in het besef van haar waanzin’. Wat is een mens als hij niets leert van zijn fouten? »

HUMO Schrijvers klagen altijd over de TV- of filmversies van hun werk. Ik vind dat u niet te klagen heeft: de TV-serie ‘Morse’ is even goed als de boeken, van dezelfde klasse als ‘Brideshead Revisited’ of ‘An Englishman Abroad’.

DEXTER «Ik ben tevreden. Vooral met John Thaw, die Morse perfect incarneert. Thaw is zelf een gecultiveerd, intelligent man en een beetje een melancholieke misantroop, dus voor één keer is typecasting een zegen. »

HUMO Voor de televisieserie heeft men een aantal Morse-verhalen door derden laten schrijven. Ook die zijn briljant. Of vindt u dat die professionele scriptschrijvers uw Morse en Lewis veranderd hebben?

DEXTER «Neen. Nauwelijks. Weet u, als zo’n serie een succes is, wil de producer meer, en hij wil het nu. En aangezien ik geen fulltime schrijver was, en al wat ouder word… Soms hebben ze de bal misgeslagen. Sommige scenaristen dachten dat ze Morse formulegewijs konden schrijven: een paar liter bier, een strijke Mozart, een melancholieke kop en een vrouw die hem afwijst, et voilà. Maar zo werkt het niet. Men heeft ook geprobeerd meer human interest in het verhaal te brengen, maar dat van het foute soort: Morse wordt verliefd, Lewis heeft problemen thuis… Maar dat heb ik geweigerd. »

HUMO Als schrijver van whodunnits moet je je niet alleen kunnen verplaatsen in het brein van de held, Morse, maar ook in dat van de moordenaar, die valse getuigenissen aflegt, enzovoort. Hoe is het om als schrijver een expert te worden in de leugen als kunstvorm?

DEXTER «Waarheid versus Leugen. Dat is de as, ja. Alle motieven: lust, jaloezie, hebzucht, woede… het zijn stuk voor stuk bronnen van leugens. En het is waar dat het in mijn soort boeken driehonderd bladzijden om leugens gaat en één bladzijde om de waarheid. Kortom: het leven zelf (lacht). Maar veel hangt ook af van de klemtoon die je boek legt. De voorbije honderd jaar tot pakweg de jaren zeventig, van Arthur Conan Doyle tot Agatha Christie, lag de nadruk op WHO-dunnit. Het ging hen om de puzzle, om het ontbrekende stuk. Wie heeft het gedaan?! Ik leg meer de nadruk op waarom, hoe, met welke motivatie. Ik vind de reis minstens even belangrijk als het reisdoel. Ik ga van A naar Z, mijn voorgangers leken soms maar over twee letters te beschikken: A en Z, maar wat daar tussenin lag, negeerden ze. Bij een louter whodunnit-verhaal is het boek mislukt als je halfweg al raadt wie het gedaan heeft. Bij de Morse-boeken deert het niet dat je bij wijze van spreken al op de eerste pagina weet wie het gedaan heeft, want er zijn nog zoveel nevenintriges en boeiende weetjes dat je toch verder leest. Bij een simpele whodunnit liegt maar één mens: de dader. In mijn boeken liegen soms zes getuigen, waarvan maar één de dader is. Maar de overige vijf kunnen andere motieven hebben om te liegen, die even boeiend zijn als die van de moordenaar. De kunst van het liegen fascineert me zolang het om normale situaties gaat. Als een psycholoog zegt: ‘Mijn cliënt is het product van de maatschappij’, of ‘Hij heeft gemoord omdat hij een erbarmelijke jeugd heeft gehad’, interesseert me dat niet. Dat is te makkelijk. De leugen wordt pas creatief als er heel weinig ruimte tot manoeuvreren is. De uitdaging voor Morse is: uit zes leugenaars zijn verdachte selecteren. De uitdaging voor mij is: de lezer bedriegen, hem voorliegen. Het dwaalspoor is voor mij het summum van kunst (lacht). »

HUMO Het boeiende aan Morse is daarbij dat hij ook briljant is in het volgen van dwaalsporen: de momenten waarop hij de bal misslaat zijn voor de lezer geen tijdverlies, ze zijn minstens even interessant als de ontknoping.

DEXTER «Goed opgemerkt. Dan zijn we beland bij mijn perversie: er schik in hebben Morse zichzelf klem te laten redeneren. Dat is mijn wraak omdat hij slimmer is dan ik: ik laat hem het slachtoffer worden van zijn eigen inventieve intellect. De helft van de tijd is Morse vindingrijker dan de moordenaar, en dat speelt hem soms parten. Morse is als een paard dat meteen zes lengtes voorligt op de andere paarden, maar het start soms wel in de verkeerde koers. Maar zijn geest is zeer veerkrachtig: hij is op z’n best na een flater van belang. »

HUMO Wat de Morse-boeken en de televisieserie tot Grote Kunst maakt, zijn de bonussen, de extra’s. Bij andere misdaadverhalen is de buitenwereld van secundair belang. In uw boeken niet. Bij u gaat het er niet alleen om hoe het lijk heet, maar ook wie het was: u schildert telkens een hele wereld, vol glorieuze, intrigerende details.

DEXTER «Well… ‘God is in the details’; luidt een Engels spreekwoord. Mijn motivatie is inderdaad nooit geweest ‘misdaadverhalen schrijven’, maar wel: romans schrijven waar toevallig een misdaad in voorkomt. Ik geloof dat dat ook het voordeel is van het feit dat ik nooit een broodschrijver ben geweest. Ik heb een universitaire carrière achter de rug, ben pas laat beginnen schrijven, en kon dus enerzijds een – wat ik dacht – totaal a-commercieel boek schrijven, lekker high brow, propvol esthetische en culturele referenties, en anderzijds mijn tijd nemen omdat ik niet op het geld zat te wachten.

»Een ander groot verschil is dat schrijven eigenlijk een solitaire, gedisciplineerde, asociale bezigheid is. De meeste schrijvers hebben geen bruisend sociaal leven, en als ze het hebben zijn hun boeken meestal niet zo bruisend (maakt zuipgebaar, gevolgd door iets waarvan ik veronderstel dat het writer’s block moet verbeelden). Ik denk dat ik – toevallig – het juiste evenwicht heb gevonden: ik heb een rijke culturele input door mijn werk, en voldoende gebrek aan passies in mijn leven, zodat ik al m’n vrije tijd in mijn boeken kan stoppen.

»Toen ik de Morse-reeks begon, maakte ik eerst een kosten- & batenanalyse. Ik wilde iets doen met mijn culturele bagage, zodat ik de indruk kreeg dat mijn leven niet verspild was; dat de accumulatie van kennis tot iets diende. Mijn verleden bestaat uit het lezen van de klassieken, uit literatuur, uit het ontmoeten van mensen wier inzichten en gevoeligheden mij bij zijn gebleven, uit het luisteren naar klassieke muziek, en uit reizen en het vergaren van indrukken. Wel, Oxford is zo al de som van die delen, en in Morse vond ik een alter ego dat net als ik van Mozart en Wagner houdt, Dickens en Hardy en Houssman en Goethe leest, geboeid is door architectuur en stadsplanning, en een hekel heeft aan oppervlakkige relaties en de kwellingen van deze moderne tijd. »

'Het verschrikkelijke aan de misdaad is dat ze banaal is: bijna altijd gemeen, laagbijdegronds, goedkoop, voorspelbaar, bruut'

HUMO De meeste andere detectives, van de gemaniëreerde ijdeltuit Poirot en de brave Miss Marple over de te excentrieke Sherlock Holmes tot de te spitse macho Marlowe uit de Humphrey Bogart-films , hebben stuk voor stuk iets karikaturaals. Morse niet.

DEXTER «Blij dat je het zegt, want dat was mijn voornaamste betrachting. Het is alsof Agatha Christie & Co bang waren om hun creaties te geloofwaardig te maken, te echt, te serieus. Vlak voor het eerste boek uitkwam zeiden mensen die het zogenaamd goed met mij meenden me ook dat Morse ‘te ernstig’ was. Alsof ‘ernst’ een doodzonde is, zeker in zijn beroep! Morse heeft goeie en slechte kwaliteiten, maar frivoliteit is er geen van. He doesn’t suffer fools gladly. Hij is het schoolvoorbeeld van de man die worstelt met de ondraaglijke lichtheid van het bestaan; met de zin van het leven. Maar good Lord, er zit toch ene flinke dosis humor in mijn boeken, nee? Morses gierigheid, zijn paranoia, zijn perikelen met vrouwen, zijn gecontroleerde drankzucht… Ik heb er vooral voor opgepast van zijn lager & pints-manie geen karikatuur à la Bukowski te maken.Morse is ‘bijzonder’, maar wel ‘normaal’. Hij is ongenaakbaar maar kwetsbaar. Daarom vallen alle vrouwen op John Thaw (lacht). »

HUMO Als we samen een pint waren gaan drinken, had ik dan moeten betalen?

DEXTER (lacht) «Nee, dat is typisch Morse. Morse is een man van kwaliteit, niet kwantiteit… behalve als het over bier gaat. Hij is gierig, ja. Als Morse zegt: ‘Fancy a pint, Lewis?’, draait het er altijd op uit dat Lewis kan betalen. Ik, daarentegen, ben een gul mens, a generous soul. »

HUMO De eerste voorwaarde voor een goeie thriller is: er mogen geen onwaarschijnlijkheden in voorkomen. In ‘Morse’ zit maar één onwaarschijnlijkheid: het feit dat een briljante rechercheur als Morse met zoveel geslaagde zaken op z’n palmares toch nog wordt betutteld door zijn baas, Superintendant Strange.

DEXTER «Ja, maar dat is een ludiek extraatje dat de televisiemakers uitgebouwd en uitgebuit hebben. Een beetje gekibbel is nooit weg, nietwaar? Eerlijk gezegd: er zitten veel onwaarschijnlijkheden in mijn boeken. Maar: ik beschrijf ze altijd zo, dat ze de lezer heel aannemelijk lijken. Dat is de kunst. Ik maak me nooit zorgen over de rol van het toeval in mijn boeken, of hoe waarschijnlijk of onwaarschijnlijk iets is. Het enige dat me echt bezighoudt, is dat mijn personages zichzelf blijven; dat ze met andere woorden niets doen dat voor hen onwaarschijnlijk gedrag is. Maar… ik denk niet dat men mij van te veel waarschijnlijkheden kan beschuldigen (lacht). »

HUMO Bij misdaadromans zijn de titels van veel groter belang dan bij gewone romans. Ook wat dat betreft ligt Morse een lengte voor: ‘The Silent World of Nicholas Quinn’, ‘The Jewel That Was Ours’, ‘Service of All the Dead’… prachtige poëtische titels die ook heel juist blijken als je het boek uit hebt.

DEXTER «Ja, titels van whodunnits moeten teasers zijn. Ik werk het liefst met dubbele bodems. Al mag je natuurlijk niet te zeer to the point zijn. De titel moet iets vertellen over het boek, en liefst een hint zijn in verband met de ontknoping; maar vermeld één letter te veel en je hoeft het boek niet eens meer te lezen.

» Uitgevers zijn gek op die titels. Weet je dat elke Amerikaanse uitgeverij tegenwoordig een paar linguïsten in dienst heeft die niets anders doen dan titels bedenken? Het komt daar nog heel zelden voor dat een schrijver zijn eigen titel bedenkt. Mijn uitgever heeft alleen de titel van mijn eerste boek veranderd. Mijn titel was ‘Ten Miles to Woodstock’ en hij heeft er ‘Last Bus to Woodstock’ van gemaakt. ‘Klonk beter’, was zijn argument. »

HUMO Bij het schrijven van elk boek is er een Eureka!-moment: het ogenblik waarop het boek een eigen leven begint te leiden.

DEXTER «Ja, ‘The Silent World of Nicholas Quinn’ is daar een mooi voorbeeld van. Die plot kreeg een heel andere wending nadat ik mijn research had gedaan. Ik had een paar lessen liplezen bijgewoond. Daaruit bleek onder andere dat bij doofstommen, hoe goed je ook kan liplezen, toch nog misverstanden mogelijk zijn, omdat sommige consonanten, zoals B, P en M exact dezelfde lipzetting hebben. Dat was een Eureka!-moment. Want ik besefte meteen: als je twee personages in een boek namen geeft die heel verschillend geschreven worden, kunnen ze toch hetzelfde lijken als een doofstomme die namen door iemand ziet uitspreken. Met andere woorden: liplezen maakt een persoonsverwisseling perfect mogelijk die in spreektaal of op papier heel onwaarschijnlijk is. Toen wist ik ook: een doofstomme kroongetuige die een naam fout gelezen heeft, kan Morse makkelijk en ongewild op een dwaalspoor brengen. Als je zo’n vondst doet, schrijft het boek bijna zichzelf.

» Zo zijn er meer points of no return. In ‘Service of All the Dead’ draait alles om de intriges tijdens een eredienst… waarvan uiteindelijk blijkt dat hij nooit heft plaatsgevonden! En in ‘The Dead of Jericho’ is de misleiding de verwarring veroorzaakt door het foute gebruik van voornaamwoorden; het feit dat met ‘hij’ en ‘hem’ een ander bedoelt wordt dan eerst lijkt. Ik werk graag met de ingebouwde verwarring van de menselijke geest, eerder dan me blind te staren op motief of misverstanden. Iemand als Ruth Rendell (de schrijfster van de Ruth Rendell Mysteries met Inspecteur Wexford) daarentegen, concentreert zich vooral op de psyche; op de persoonlijkheid van moordenaars. Zij schrijft als pelt ze lagen van een ajuin af, op zoek naar de bron van een bepaalde perversie. Zij is één en al motief. Ik niet. Motieven moet je nooit te ver gaan zoeken, ze liggen op straat. In een stadje als Oxford stikt het van nijd en haat. »

HUMO Eén vraag over uw eigenlijke dagtaak hier in Oxford. U werkt voor de examencommissie van Oxford University. In de flaptekst van uw boeken staat steevast over u dat u ‘tevergeefs vocht tegen de van-wieg-tot-kist-filosofie van het GCSE’. Waar slaat dat op?

DEXTER (zucht) «Wel… Ik heb de voorbije dertig jaar moeten vaststellen dat het examensysteem totaal is veranderd. Tegenwoordig is dit een bizarre aangelegenheid waarbij de student veel voorbereidend werk thuis kan doen, met andere woorden: een situatie waarbij je nooit weet welk aandeel van dat werk door derden verricht is. Die evolutie is ingezet eind de jaren zestig, met multiple choice tests en zo, en nu zijn we zo ver dat er haast een een ‘Cheaters Charter’ (een Bedriegersreglement) is ontstaan. Ik ben een voorstander van de oude methode: een examen waarbij het gaat om welke stof een kandidaat hier en nu beheerst, zonder hulp van derden of voorbereidingen van buitenaf. »

HUMO Oxford is een relatief kleine gemeenschap. Hoe reageren de lokale politie-autoriteiten op de roem van Chief Inspector Morse? Krijgt u geen verwijten dat de verhalen onrealistisch zijn?

DEXTER «Geen verwijten, wel zuchten: elke agent die ik ontmoet klaagt dat zijn leven een stuk monotoner is dan dat van Morse. Of ze zeggen: ‘Good chap, Morse… ik wou dat ik voor zo’n baas werkte. Mijn chef daarentegen…’ (lacht).

» In Oxford University wordt om de tien jaar iemand vermoord. En ik vermoord er tien per jaar… Erg realistisch is dat dus niet. Ach, je kan in een whodunnit nooit de ‘waarheid’ over politieprocedures vertellen, simpelweg omdat de realiteit te saai en te omslachtig is. In realiteit zijn moordenaars veel minder subtiel en origineel dan in mijn boeken, en in het echt zou Morse negentig procent van zijn tijd doorbrengen met het invullen van paperassen en het vechten van politieke veldslagen binnen het politie-apparaat. Als in dit huis een moord gepleegd wordt… »

HUMO Wat de hemel verhoede.

DEXTER «Quite. Maar als het gebeurt, krijg ik niet zoals in de televisieserie een genie als Morse aan m’n deur, die me een halve middag entertaint met intelligente hersenkronkels, maar wel tien banale agenten die de tuin omspitten op zoek naar het moordwapen, naar condooms, naar vingerafdrukken, whatever. Het meest verschrikkelijke aan de misdaad is de banaliteit ervan: misdaad is bijna altijd gemeen, laagbijdegronds goedkoop, voorspelbaar, bruut. In negentig procent van de gevallen draait het uit op twee mogelijkheden: ofwel wordt de dader ofwel meteen gevonden, ofwel nooit. »

HUMO Het voornaamste verschil met de realiteit is: in de boeken redeneert de intellectuele speurder op basis van aanwijzingen. In de realiteit zijn er de helft van de tijd geen aanwijzingen.

DEXTER «Precies, en als je geen begin en geen doel hebt, weet je ook niet in welke richting je moet lopen. Je kan geen huis zetten zonder fundering. De beste televisie-aflevering van Morse vond ik die over de gentleman-oplichter met een passie voor Mozart en Vrijmetselarij. Die plot gaf me de kans een rijk aanbod aan referenties tentoon te spreiden: ‘Die Zauberflöte’ is een opera over Vrijmetselarij. De Vrijmetselarij biedt massa’s mogelijkheden: het mysterie, de intriges, het bargoens, de geheime tekens zoals de vrijmetselaarshanddruk… Allemaal verweven tot een intrige die… totaal onrealistisch is. Want in realiteit gaat een moordenaar het nooit zover zoeken. Het is als die typische hoogtepunten in films, waarbij de Slechte de Goeie in het nauw gedreven heeft. De Slechte houdt een revolver op hem gericht… maar neemt eerst zijn tijd voor een uitgebreide monoloog, zodat de Goeie een paar minuten respijt heeft om een uitweg te zoeken. In de realiteit aarzelt een gangster natuurlijk geen seconde: pang. Maar dan heb je geen boek, natuurlijk (lacht). »

HUMO Toen vorig jaar een meisje in Oxford vermoord werd, werd u prompt door alle Britse kranten opgebeld om te vragen ‘hoe Morse deze zaak zou aanpakken’. Verbaasde u dat?

DEXTER «Ik was niet verbaasd. De vermenging van fictie en realiteit is tegenwoordig een maatschappelijk gegeven. De media zijn er dol op een auteur met zijn creaties te identificeren, net zoals men graag suggereert dat een filmactrice die de rol van een hoer speelt ook in het echte leven wel een hete brok zal zijn. Daarenboven is onze roddelpers zoals je weet veel actiever dan op het continent, kijk maar naar de acrobatieën die fotografen uithalen om toch maar een glimp van de borsten vanFergie of ‘Lady Di’ te fotograferen. Ik was dus niet verbaasd.

» Het ging om een meisje, Rachel, waarvan het lijk gevonden was onder de houten vloer van haar huis. De dader beweerde lang dat hij het meisje aan het station had afgezet en toen de trein naar Nottingham had genomen. Hij beweerde dat het meisje daarna nog een lift van een onbekende had gekregen.

» Ik vind het ongepast en onkies dat men entertainment probeert te halen uit een echte moord, met een slachtoffer van vlees en bloed en met ouders die nog volop in rouw zijn. Maar ik heb niet zoveel ervaring met de pers, ik geef weinig interviews, en die lui pakken het o zo subtiel aan, hé. Ze vragen niet: ‘Wat is uw mening’, maar zeggen eerst zelf hoe smakeloos ze de zaak vinden, en met welke discretie, blablabla… ‘Maar als Inspecteur Morse…’ (lacht). En dat is de kop van het stuk: ‘Inspector Morse zegt:…’ Ik ben erin gestonken. Wat mij het meeste schokte was dat zelfs een kwaliteitskrant als The Times zijn relaas van de zaak begon met ‘Wat zou Inspector Morse hiervan vinden?...

» Het is ook vervelend voor de politie als gesuggereerd wordt dat een fictief iemand de zaak ‘na een paar stevige pinten en een goed kruiswoordraadsel’ allang zou hebben opgelost, terwijl zij nog in het duister tasten. De ironie wil dat we in dezelfde periode een episode voor de televisiereeks van Morse voorbereidden waarin een meisje op exact dezelfde manier vermoord werd! Die aflevering hebben we geschrapt, ook al was het scenario geschreven lang voor de moord. Niet door de moordenaar, nee (lacht). »

HUMO Vanuit moreel standpunt kan je je afvragen of thrillers en detectives geen moreel gevaar inhouden: namelijk dat misdadigers ervan leren. Een potentiële moordenaar die uit ‘The Secret of Annexe 3’ verneemt hoe Morse die bepaalde moord oplost, zal voorzichtiger zijn, en misschien…

DEXTER «Jaja, ik snap wat je bedoelt. Potentiële misdadigers die misdaadromans als handboek gebruiken. Daar zijn in Amerika al onderzoeken naar gedaan. Tja… Je kan het nooit bewijzen, hé. Misschien moeten we maar blij zijn dat de meeste moordenaars niet al te snugger zijn. En meestal hebben ze ook niet het geduld om een echt fijn plot uit te kienen en voor te bereiden. Ik geloof overigens niet dat ze in mijn boeken veel praktische tips zullen vinden. Daar zijn die te weinig technisch voor. Maar het kan ook anders, hé. Zoals in die seksfilm, met, eh… »

HUMO ‘Basic Instinct’.

DEXTER «Daarin is de schrijfster toch een moordenares die haar eigen romans als alibi gebruikt, hé. Dat moet ik onthouden (lacht). »

'John Thaw als Chief Inspector Morse: 'Hij is zeer bijzonder, maar tegelijk is hij ook gierig, drinkt hij en heeft hij voortdurend problemen met vrouwen: kortom, is hij normaal'.'

HUMO U speelt af en toe spelletjes met de lezer: u vermengt feiten en fictie. In ‘The Way Through the Woods’ wordt een hotel in Lyme Regis beschreven. Van dat Bay Hotel wordt zelfs het telefoonnummer vermeld. Als je het nummer uit het boek draait, kom je terecht in het echte Bay Hotel!

DEXTER (lacht) «Een onschuldige inside joke. Ik was daar zeer tevreden over de service, dus… Nee, ik heb de directie niet verteld dat ik hun hotel zou vermelden. Met de crisis in de Engelse horeca kunnen ze het gebaar wel waarderen. Maar je hebt gelijk, ik amuseer me met echte intellectuelen te plagen. Hier… (toont een bespreking van zijn nieuwste boek in de Sunday Telegraph)… Deze man prijst mijn boek, en vermeldt uitdrukkelijk dat zelfs de epigrammen en de citaten aan het begin van elk hoofdstuk met uiterste zorg gekozen zijn. ‘Ze variëren’, schrijft hij, ‘van Aristoteles tot Edwina Currie(de Britse vrouwelijke minister van volksgezondheid). Wel, als deze man ook maar iets over Aristoteles wist, zou hij gemerkt hebben dat de uitspraken die ik aanhaal totaal verzonnen zijn. Ik voer in mijn boeken ook regelmatig de wijsgeer Diogenes Small op. Die man bestaat niet, ook al laat ik hem door Morse als gezagsargument aanvoeren. Wie een beetje uit z’n ogen kijkt, heeft dat gauw door: ergens vermeld ik de geboorte- en sterfdatum van filosoof Small: 1797 – 1812… Die grote wijsgeer stierf op vijftienjarige leeftijd (lacht). Maar zelfs professoren uit Cambridge liepen erin! »

HUMO En als u Morse laat praten over een boek dat zijn denken stimuleert, ‘Edward Bonno’s ‘A Five Day Course in Lateral Thinking’’…

DEXTER «Dat boek bestaat dan weer. Eigenlijk is het heel onschuldig begonnen, hoor… Ik heb mijn leven gevuld met poëzie, proza, talen, grammatica… En ik hield als kind al veel van Walter Scott, die ook zulke epigrammen boven elk van zijn hoofdstukken zette… It’s a nice touch, dus ik besloot het ook te doen… En toen rijpte langzaam maar zeker het plan pompeuze , wereldwijde, zelfingenomen, zich onfeilbaar wanende profs en intellectuelen voor schut te zetten… (lacht). Dat is heerlijk om te doen. Als Hegel bijvoorbeeld zegt dat ‘men vrijer is in een kooi dan erbuiten’, prikkelt mij dat. Dan bel ik meteen naar Diogenes Small om te vragen wat hij daarvan vindt (lacht). Let’s face it, mensen als Hegel en Aristoteles waren niet meteen beroemd omwille van hun gevoel voor humor. Ik heb Diogenes Small bedacht toen ik nog les gaf, om mijn leerlingen te prikkelen. Zo’n betweter was handig zowel voor het handhaven van tucht als zinloze discussies te beëindigen met een citaat van een hersenspinsel uit mijn verbeelding. »

HUMO In de TV-aflevering ‘Dead on Time’ zegt een Oxford-man die Morse jarenlang niet gezien heeft: ‘Jij een politieman, Morse? Ik had je altijd gezien als een schrijver, a man of letters’. Is dat een inside joke, een verwijzing naar u?

DEXTER (lacht) «Ja, ze kunnen het niet laten. »

HUMO Het stikte weer van de Amerikanen in The Randolph. ‘Morse’ is in de States dan ook een grote hit op de betaaltelevisie. Maakt u deel uit van hun toeristische uitstap?

DEXTER (somber) «Ik krijg regelmatig Amerikanen aan de deur, ja. Dat is het nadeel als je in een kleine stad leeft. En de topografie in mijn boekenklopt nu eenmaal: The Randolph bestaat, de wijk Jericho bestaat, Banbury, Road bestaat… Het spijt me als ik een stereotype bestendig, maar het zijn onbeschofte lui, ze denken dat ik in een Morse-museum woon. (Imiteert Texaans accent) ‘Gee, so this is Arksford. Let’s track down this fella Morse’(Zwijgt even, dan, met leedvermaak:)… Het is geen toeval dat ik in ‘The Jewel That Was Ours’ een paar Amerikanen in The Randolph laat vermoorden. »

HUMO Chief Inspector Morse laat zich altijd ‘Morse’ noemen. Zijn voornaam is een goed bewaard geheim. Maar ik denk dat ik het raadsel heb ontsluierd: zijn voornaam is ‘Pagan’.

DEXTER «Nee, sorry (lacht). Pagan is slechts de bijnaam die men hem in zijn studententijd in Oxford gaf omdat hij zo’n fervent anti-kerkelijk mens was (‘pagan’ betekent ‘heiden’). Zijn voorletter is E. Het is dus: E. Morse. Behalve ikzelf weet alleen John Thaw waar die E voor staat. Ik heb het hem tussen pot en pint verklapt (lacht). »

HUMO Agatha Christie had twintig jaar voor haar dood het allerlaatste Poirot-boek al klaar…

DEXTER «Curtain… »

HUMO Precies: ‘Doek’, waarin Poirot sterft. En u?

DEXTER «Ik heb nog twee of drie Morse-boeken op stapel staan, en dan stop ik ermee. Ik zal hem in ieder geval nooit laten trouwen, maar misschien wordt hij wel vermoord. Dat is een draaglijker lot dan het huwelijk (lacht). »

MEVROUW DEXTER «Nog een kopje thee? Earl Grey? Of arsenicum? »

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234